Greenity4

T E E LTA D V I E S

dat er lucht tussendoor kan; • Zet de kratten niet hoger dan de onder- kant van de verdamper; • Let op dat de meetbox of voeler boven in de cel aan de zuigzijde van de verdamper is geplaatst; • Bevestig een plastic f lap over de volle breedte van de cel aan de verdampers. Zorg ervoor dat de f lap op de bovenste kratten rust, hierdoor dwingt u de lucht regelmatig door de cel te stromen. Spuit vóór opkomst van de tulpen op het aanwezige onkruid met 3 tot 4 liter gly- fosaat 360 g/l (onder meer Roundup) of 1,5 liter Reglone Bold per ha. Vlak voor opkomst kunnen scheurtjes in de grond ontstaan. Door deze scheurtjes kunnen spruiten van tulpen door de onkruidbestrij- dingsmiddelen worden geraakt. Voorkom deze beschadiging door deze bespuiting niet te lang uit te stellen. Het gebruik van glyfosaat is veiliger dan het gebruik van een andere contactherbicide als de spruiten tegen opkomen staan. Voeg chloorprofam 400 g/l (o.a. Certis Chloor-IPC 40%) toe om kiemende onkruiden te bestrijden zodat het perceel langer onkruidvrij blijft. Vol- gens het etiket mag max. 2 liter chloorpro- fam per keer worden gespoten. Totaal mag max. 6 liter per ha worden gebruikt. Voor een goed effect van chloorprofam moet de grond vochtig zijn en na de bespuiting nog wat regen vallen. Als de grond droog is stel dan de bespuiting met chloorprofam uit. Chloorprofam kan over de opkomende gesloten spruiten gespoten worden. Chloor- profam heeft een redelijke werking op klei- ne brandnetel, waar glyfosaat nauwelijks op werkt. De vervolgbespuiting bestaat uit 1,5 l Dual Gold of 1 l Spectrum + 4 l Stomp of 3,5 l Wing P + 2 l Stomp. Bewaring knollen Bewaar de oplegknollen tussen 7 - 9°C, zon- der geforceerde luchtbeweging. Een lagere temperatuur bevordert het optreden van bruinrot. Bij hogere temperaturen drogen de knollen te veel in waardoor ze in kwa- liteit achteruitgaan. Dit is nadelig voor de stekproductie. Let ook op een te hoge RV in verband met koprot/natrot en inrotten van vingers. Gladiool Knolontsmetting voor ‘Nanus’ en ‘Colvillii’ Bij kleinbloemige gladiolen komt meer dan eens Fusarium voor. Dit geldt zowel voor de onder glas geteelde als voor die van bui- ten. Daarom is een knolontsmetting ver- eist. Het advies is om te ontsmetten in: 0,5% captan 546 g/l + 1% Collis + 0,4% prochloraz 450 g/l (onder meer Sportak, Tulp Onkruidbestrijding vóór opkomst Dahlia

Mirage Elan). De ontsmettingsduur is 5 - 15 minuten, bij voorkeur vlak voor het planten. Zoek voor het ontsmetten de zie- ke knollen uit. Houd het bad constant in beweging met behulp van een pomp om uitzakken van de middelen te voorkomen. Maak een ontsmettingsbad 24 uur voor gebruik aan. Vul captan en Collis aan met de uitgangsconcentratie en prochloraz met 1,25 maal de uitgangsconcentratie. Voeg prochloraz als laatste aan het bad toe.

en vaak f letse bloemen. Ook kunnen tul- pen pleksgewijs in de groei achterblijven. In partijen met veel beschadigde of uitge- droogde bollen zijn de hoogste percentages te verwachten. De aantasting treedt voor- al op bij late trekken, vooral bij de broei op kisten op verse, lichte potgrond of pot- grond die gestoomd is. Het treedt vooral op bij bollen die opgroeien door een te snelle wortelontwikkeling. Voorkom schade door Botrytis cinerea: • Laat de bollen tijdens de droge bewaring niet te veel uit drogen. Pas de ventilatie op de vulling van de cel of de ethyleen- concentratie aan, zodat de luchtvochtig- heid niet onder de 60% daalt; • Minimaliseer de circulatie bij bewaring in palletkisten. Tijdens de warme bewa- ring is dit alleen goed mogelijk door het toerental van de systeemventilatoren te verlagen. Op de klok loopt het ethyleen- gehalte in de kist te hoog op tijdens stil- stand van de ventilator; • Gezond en gaaf uitgangsmateriaal te gebruiken; • Uitdroging van de potgrond na het opplanten tegen gaan. De mate van uit- drogen is in elke cel anders. Laat het con- denswater op de vloer lopen; • Tijdig planten gaat verdere uitdroging van de bollen tegen, waardoor de kans op Botrytis kleiner wordt; • Voorkom uitdroging van de wortels onder de kisten in de bewortelingsruimte; • Niet in kisten met dichte bodems of op dichte tabletten broeien. Wanneer u twijfelt aan bovenstaande omstandigheden, dan kunt u partijen ont- smetten in: • 0,5% Topsin M + 0,5% captan (546 g/l) + 0,5% Scala • 0,5% Topsin M + 1,5% Securo. Kies voor het inhalen van hyacinten uit een kuil voor een bewolkte dag met een hoge RV. Een zonnige dag geeft kans op uitdroging van bladpunten. Spuit de pen- nen direct na het inhalen schoon en dek de pennen af om uitdroging van de bladpun- ten te voorkomen. Bij hyacinten, die in een cel beworteld zijn is deze maatregel niet noodzakelijk. Scherm bij zonnig weer of houd de spruiten vochtig. De kastempera- tuur kan tot half januari op 23 - 25°C wor- den gehouden. Bij het jagen van het pro- duct is het belangrijk dat de potgrond goed vochtig wordt gehouden. Later in het sei- zoen kan de kastemperatuur omlaag naar 18 - 23°C. Let erop dat de potgrond niet uit- droogt. Ook bij het afleveren moet de pot- grond voldoende vochtig zijn. Als de pot- ten terug in de cel worden gezet, moeten de bollen zijn opgedroogd om schimmel- vorming tegen te gaan. Hyacint Verzorging hyacinten op pot

Tulp Beworteling tulp broei op water

Laat de bollen bij een temperatuur van 5 tot 7°C bewortelen. Na een bewortelings- periode (wortellengte +/- 3 cm) van tien tot soms twintig dagen kunnen de tulpen inge- haald worden in de kas. Zorg dat de sprui- ten niet te lang worden, dan kunnen ze vastgroeien in de bak erboven (bijvoorbeeld bij de oude nipla-bak met vierkante gaten). Beschadiging van de spruit, geeft beschadi- ging van het blad. Verlaag de temperatuur als er nog geen ruimte is in de kas. Lange- re wortels geven zwaardere planten, maar het nadeel is, doordat de wortels in elkaar groeien, er meer arbeid nodig is bij het oog- sten door het meetrekken van de buurt- planten. Kromme stelen Bij snelle groei van de tulpen kan de poot te slap worden. Dit hebben we de laat- ste weken meerdere keren gezien, vooral bij Monte Carlo en mutanten, waarbij dit bekend is. De tulp valt min of meer om en komt daarna weer overeind met vaak een kromme steel. Dit kan problemen geven bij oogsten en bossen. Meestal werkt het ook nadelig op de kwaliteit van het bossen. Het probleem is enigszins te voorkomen als de tulpen bij het begin van pootvorming niet boven de 16°C worden geteeld bij teelt op potgrond. Bij teelt op water beslist nog een graad lager. Beperk het water geven van bovenaf. Een iets hogere EC geeft ook een stuggere groei. Veel telers proberen het probleem ook te beperken, door na het inhalen gaasnet over te tulpen te plaatsen. Laat dit gaasnet met de tulpen meegroei- en. Verwijder dit net (indien mogelijk) vlak voor het oogsten van de eerste bloemen. Botrytis cinerea (grauwe schimmel) Botrytis cinerea veroorzaakt tijdens de broei lichtgroene, glanzende bladeren

80

21 december 2017

Made with FlippingBook Online document