Greenity4

VA S T E P L A N T E N – B O L L E N – K NO L L E N – B L O E M E N – A L G E M E E N

Kasklimaat snijhyacinten Na het inhalen van de kisten uit de kuil is het zinvol de kisten, nadat de pennen zijn schoongespoten, enkele dagen af te dek- ken. Dit voorkomt uitdroging van de blad- punten. Houd de luchtvochtigheid in de kas vrij hoog. Bij cultivars met lang blad circa 60% en bij cultivars met kort blad circa 80% RV. De kastemperatuur moet 18 - 23°C zijn. Een hogere temperatuur geeft een kortere kasperiode en een lan- gere bloem ten opzichte van het blad. Dit boven het blad groeien van de bloem wordt ook bereikt door een hogere temperatuur tijdens de tweede helft van de kasperio- de. Een warmer afgebroeide hyacint bloeit beter uit en de bloem is langer houdbaar. Partijen latent aangetast door agressief snot kouder broeien. In een zachte winter kiemen er ook onkruidzaden. De planten hiervan kunnen tijdens de teelt moeilijk worden bestreden. Een goede winterbespuiting ruimt deze planten op en garandeert een onkruid- vrije start in het voorjaar. Een goede basis is een bespuiting met glyfosaat in combi- natie met chloorprofam 400 g/l (o.a. Certis Chloor-IPC 40%) en/of Reglone Bold. Glyfos- aat ruimt aanwezige onkruiden op terwijl chloorprofam de kieming van zaadonkrui- den voorkomt, vooral van belang bij een langere periode tussen winterbespuiting en inzet van bodemherbiciden. Voeg Reg- lone Bold toe bij aanwezigheid van kleine brandnetel, glyfosaat werkt hier solo onvol- doende op. Verschillen Glyfosaat en Reglone Bold doden de mees- te onkruiden, maar worden langzaam door de onkruiden opgenomen. Na de bespui- ting moet het voor de oude formuleringen van glyfosaat tenminste zes uur droog zijn om het optimale uit het middel te halen. Bij bewolkt weer en een hoge luchtvochtig- heid is het effect van glyfosaat of Reglone Bold het best. Roundup Ultimate en Reglo- ne Bold zijn wel met een uur regenvast. Advies: Spuit bij wisselende weersomstandighe- den 2 l Roundup Ultimate, per ha afhan- kelijk van de soorten onkruid die voorko- men. Spuit onder droge omstandigheden 3 tot 4 liter glyfosaat, eventueel in combina- tie met 0,5 l Reglone Bold, of solo 1,5 tot 2 l Reglone Bold per ha. De hoeveelheid gly- fosaat is met 1 liter te beperken door 1% ammoniumsulfaat aan de glyfosaat toe te voegen. Voeg, om opnieuw kieming van onkruidzaden te voorkomen, 2 liter chloor- profam 400 g/l (o.a. Certis Chloor-IPC 40%) toe. Voorkom schade door overwaaien van de middelen. Gebruik een middelgrove tot grove dop. Algemeen Onkruidbestrijding in de winter

Controle middelenkast De NVWA controleert jaarlijks steekproefs- gewijs de gewasbeschermingsmiddelenop- slag op vervallen en verboden middelen. Het gebruik na de opgebruiktermijn van deze middelen is niet toegestaan. Het is verplicht om middelen die niet meer toe- gelaten zijn uit de opslagplaats te verwij- deren en in te leveren bij het KCA-depot of bij uw leverancier. Dit geldt ook voor mid- delen die niet voor uw teelten zijn toegela- ten. Alleen de gemeenten, die verpakkings- materiaal innemen ontvangen hiervoor nog een vergoeding. STORL-verpakkin- gen behoren niet tot het klein chemisch afval (KCA), maar als bedrijfsafval tot het klein gevaarlijk afval (KGA). De gemeen- te hoeft KGA niet in te nemen. Het is dus van belang om hiervoor even bij u gemeen- te te informeren of ze innemen. Daarnaast is het raadzaam alles weer eens ordenen. Zet onkruidbestrijdingsmiddelen bij elkaar onder in de opslagplaats. Geef de schim- melbestrijdingsmiddelen een plek daarbo- ven. Sla de insectenbestrijdingsmiddelen boven in de bewaarplaats op. Zet de verpak- kingen zodanig neer dat de etiketten direct te lezen zijn. De middelenopslag is uitslui- tende bestemd voor gewasbeschermings- middelen. Beschermende kleding, maskers en andere apparatuur horen niet thuis in deze opslagplaats. Ga ook eens na of de opslagplaats nog groot genoeg is voor uw bedrijf. Middelen die buiten de opslagplaats staan tijdens een controle, leveren een fikse boete op. Bewaarwanden

21 december 2017 Spuit drains alleen door wanneer dit echt nodig is. Doorspuiten vergroot namelijk de kans op inspoelen van bodemdeeltjes, waardoor drains juist verstopt raken. Het doel van doorspuiten is vooral controle en is alleen standaard na het eerste jaar na aanleg. Bij ijzerafzettingen en luchtinslui- tingen is doorspuiten een oplossing. Bij ver- stopte drainomhulling of structuurproble- men zijn andere oplossingen nodig. Kijk na een flinke regenbui of de drains lopen. Alleen als de buis behoorlijk verstopt is, moet deze worden doorgespoten. Steek een verstopte eindbuis gewoon door. Gebruik bij het doorspuiten veel water (> 70 liter/ min) en werk met lage druk, maximaal 10 bar bij de spuitkop. Maak erg vieze bui- zen in meerdere keren schoon. Doorspui- ten onder natte omstandigheden heeft de voorkeur. • Bij stapeling van vijf en zeker bij zes kis- ten hoog moet gebruik gemaakt worden van een schuine wand. Laat de luchtver- deling wel nameten met palletkisten voor de wand; • Afgeronde uitblaasopeningen; • Hoe dieper de drukwand, des te beter de luchtverdeling en het rendement; • Uit metingen in het kader van ‘State of the Art’ is afgelopen jaren gebleken, dat de luchtverdeling steeds onnauwkeuri- ger wordt naarmate er minder palletkis- ten voor een wand staan. Laat uw bewaarwand doormeten op lucht- hoeveelheid en gelijkmatigheid van lucht- verdeling. Bij onvoldoende hoogte is een schuine tus- senplaat de enige optie. De ventilator kan dan lager worden geplaatst. De wand is dan wel dieper. Glyfosaat (o.a. Roundup) en hard water Het gebruik van hard water bij het spuiten kan de werking van glyfosaat-bevattende middelen verminderen. De waterhardheid geeft de concentratie van metaalionen, veelal magnesium- en calciumcarbonaat, maar ook bicarbonaten en sulfaten in het water aan. Bij hard water reageren de cal- cium- en magnesiumionen met glyfosaat. Bronwater, oppervlaktewater in polders en kustregio’s, maar soms ook leidingwater is in bepaalde regio’s behoorlijk hard. Onder 8 dH is water vrij zacht en boven de 12 dH is het vrij hard. Bij de waterleidingbedrij- ven is informatie over de hardheid van het water in een regio op te vragen. Ook zijn er eenvoudige hardheidstrips in de han- del, waar na 1 minuut de hardheid is af te lezen. Bij middelen die gevoelig zijn voor hard water, zoals glyfosaat, kan het bij toepas- singen vlak voor opkomst zinvol zijn om te kiezen voor ‘zacht’ leidingwater. Alter- natieven zijn: de dosering verhogen, of 1% zwavelzure ammoniak toevoegen. Doorspuiten drains

In de praktijk komen diverse soorten en maten kisten en droogwanden voor, elk met hun eigen specifieke voor- en nade- len. Het doel van elk systeem is gelijk: het product zo optimaal mogelijk bewaren. Belangrijk hierbij is een goede luchtverde- ling. Regelmatige metingen door Delphy hebben aangetoond dat er grote verschil- len zijn tussen de systemen. • Bij wanden zonder inwendige schuine wand is de hoogte van de wand minimaal gelijk aan de bovenkant van de bovenste kist d.w.z. de onderkant van de ventilator is gelijk aan de bovenkant van de pallet- kist; de ventilator mag wel hoger worden geplaats; Denk bij de aanschaf van een nieuwe wand daarom aan het volgende:

81

21 december 2017

Made with FlippingBook Online document