Greenity 60

I N G E S P R E K

over het tempo waarin het moet en ik denk dat het daar knelt. Het is niet de vraag of kwekers wel willen.”

Die verduurzamende sector heeft ook een duidelijk econo- misch belang voor de provincie. Vergeet u dat niet, met het oog op de ruimte voor de teelt? “Noord-Holland heeft het grootste aaneengesloten bloembol- lengebied, zo’n 60 procent van de Nederlandse bollenteelt is in Noord-Holland te vinden. Wij hebben 13.000 hectare bollen en er is nog ruimte binnen de concentratiegebieden. Het is economisch gezien inderdaad een grote sector in onze provincie en dat wil ik graag blijven ondersteunen. Dat we nog steeds ruimte hebben, komt onder meer omdat telers ook grond zoeken in bijvoorbeeld Flevoland. We zien geen druk om de concentratiegebieden in onze provincie verder te vullen met bollenteelt, dus er is geen plan om buiten die concentratiegebieden grond voor de bollen aan te wijzen. Ik denk dat de natuurplannen die we in ons coalitieakkoord hebben opgenomen geen bedreiging zijn. Er is opgenomen dat we 3.000 hectare natuur aanleggen, maar dat is geen nieuwe opgave maar volgt uit bestaande afspraken met het Rijk. Hoewel er dus nog iets ruimte is, zitten we met het bol- lenareaal in de provincie wel aan het maximum. Er is veel druk op grond in Noord-Holland. Recreatie, energietransitie, woningbouw en mobiliteit vragen ook ruimte. We moeten er wel op letten dat er geen bloembollenareaal verloren gaat, zoals in Egmond met de plannen voor verplaatsing van de sportvelden. Primair ligt deze beslissing bij de gemeente, maar het is wel iets waar we kritisch naar kijken.” En zonnepanelen op bollengrond, gaat dat gebeuren? “Parken zijn tijdelijk, we geven voor 15 tot maximaal 25 jaar toestemming. Daar zijn voorwaarden voor. Parken mogen niet zomaar in het open gebied liggen, ze moeten ergens aan grenzen. Een industrieterrein bijvoorbeeld. Ik snap de zorg vanuit de sector dat er areaal verloren gaat, maar je ziet ook voorbeelden van gemengd gebruik en er teelt tussen de panelen is.” Biologische bollenteelt wordt gestimuleerd. Er is een programma voor bij de provincie en de percelen moeten bij natuurgebieden komen. Waar komt die ruimte precies? “Met dit programma moeten we nog echt beginnen. Ik moet eerst verkennen hoe de sector op dit onderwerp in elkaar zit en wat er al loopt. Via de Greenport Noord-Holland Noord zetten we in op kennisdeling van die biologische landbouw en proberen we de pioniers op dit vlak, zoals John Huiberts, te ondersteunen met een subsidie. We proberen hem als am- bassadeur in te zetten. Via het programma natuurinclusieve landbouw proberen we ook bio te bevorderen, waarbij we ook kijken hoe we de afzet kunnen stimuleren. De provincie zet rotondes ook vol met biologische bollen en ik heb ze zelf ook in de tuin. Ik ga in de sector luisteren hoe we de stimu- leringsfondsen het best kunnen besteden. Geld kun je maar één keer inzetten. Dan moet het aan die onderdelen worden besteed waar het het meest effectief is.” Vorig jaar ontstond er weerstand onder Noord-Hollanders tegen het scheuren van grasland voor bloembollengrond. Wordt die mogelijkheid beperkt of krijgt de reizende bol- lenkraam ruim baan? “De reizende kraam geeft wel een verhoogde milieubelasting in vergelijking met grasland en we zien een verplaatsing van de teelt vanuit de binnenduinrand naar het binnenland. In de duinzoom neemt de ruimtedruk toe door natuur en

‘Het is goed dat de sector met de omgeving in gesprek blijft over middelen als mensen zich zorgen maken’

recreatie. De reizende kraam werkt aan de verduurzaming en is bovendien een belangrijke inkomstenbron voor de melkveehouderij in West-Friesland, dus op het moment is er geen aanleiding om te veronderstellen dat we daaraan gaan tornen. Plaatselijk zien we wel eens weerstand onder gemeentebesturen, zoals ik bij een bezoek aan Schoorl begreep. Daar is binnen het gemeentebestuur discussie over het scheuren van grasland. Je ziet de zorgen over wat het met de grond doet en wat het effect is op de biodiversiteit toenemen. Dat onderstreept het belang dat de sector werkt aan verdere verduurzaming.” Als de economische rol van de bollen zo belangrijk is voor de provincie, werkt u dan ook actief mee aan een oplos- sing voor de huisvestingsproblemen van seizoenarbeiders? Gemeenten blijven maar aarzelen. “Het is niet mijn portefeuille, maar ik praat hier wel over. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten, maar we bespreken de mogelijkheden in veel van de samenwer- kingsverbanden die ik voorzit, zoals De Kop Werkt! en de Greenport-stuurgroepen. Eerst moeten we goed in kaart brengen waar behoefte aan is. Meten is weten. De vraag naar arbeid kan per deelgebied veranderen. En wat voor agrari- sche bedrijven zijn dat dan? En in welke tijden hebben zij het personeel nodig? Ik hoorde bij de telers dat ze ook gaan kijken of ze de huisvesting kunnen delen. De gemeenten moeten die inventarisaties maken en aangeven hoe groot het probleem precies is. Wij kunnen dat niet afdwingen. Vanuit economisch oogpunt is het wel van belang dat er iets gebeurt omdat sommige bedrijven in de knel komen. Mensen willen er soms niet meer werken omdat ze niet goed gehuisvest kunnen worden.”

8

14 februari 2020

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online