Greenity nr. 1

Hoe zijn de leden die niet in de vakgroep zitten vertegen- woordigd in de organisatie? “Er komt een ledenraad. Dat wordt het hoogste overlegor- gaan. Die raad is eigenlijk de baas binnen de vereniging en dat is nieuw. In de ledenraad zitten vertegenwoordigers uit de regio’s en uit de vakgroepen. De raad wordt samengesteld op basis van productie. LTO Noord heeft daardoor een gro- tere vertegenwoordiging dan de LLTB. Het is geen gekozen ledenraad. Er worden eerst mensen in de regio aangewezen. Uit de vakgroepen nemen waarschijnlijk de vakgroepvoorzit- ters zitting in de raad. Die samenstelling is niet voor eeuwig. We beginnen zo en na twee jaar zullen we dit evalueren.” Welke rol is er voor de regionale verenigingen weggelegd? “De drie regionale verenigingen LTO Noord, ZLTO en LLTB onderhouden het contact met de leden. Zij zijn het aan- spreekpunt. En zij houden zich ook bezig met de belangen op regionaal niveau. Dan moet je denken aan bijvoorbeeld ruimtelijke ordening.” Bij uw aantreden vond u dat de belangenbehartiging pro- fessioneler moest worden. Is dat gelukt? “We hebben in het regeerakkoord kunnen zien wat professi- onele belangenbehartiging doet. In het regeerakkoord gaan twee pagina’s over de agrarische sector. In de laatste 35 jaar is er geen regeerakkoord geweest waarin het zoveel over landbouw ging. Ook in de sociaal economische paragraaf zien we veel van onze inbreng terug. Ik denk dat 90 procent van wat we hebben ingebracht in het overleg van de Sociaal Economische Raad is meegenomen in het regeerakkoord. We hebben daar professionele mensen opgezet en dat is goed gelopen.” Wat vindt u het belangrijkste resultaat? “We hadden drie speerpunten: open grenzen houden voor handel en export, de algemeen verbindend verklaring mo- gelijk maken zodat we gezamenlijk geld bijeen kunnen brengen voor onderzoek en innovatie en tot slot een eigen minister en ministerie. Eigenlijk hebben we die doelen al- lemaal gehaald. We hebben er kort opgezeten. Dat noem ik moderne landbouwbelangenbehartiging en het is bijzonder effectief geweest.” Dus u bent heel tevreden met de uitkomst? “We zijn er nog niet klaar mee. We hebben een slag gewon- nen, maar nog niet de oorlog. Er blijft discussie over zaken als gewasbescherming, dierenrechten en biodiversiteit. Wat LTO moet doen is professioneel zijn, naar de leden luisteren en de oogkleppen breed zetten. Dat betekent ook dat we met ngo’s als Greenpeace om de tafel moeten.” Is er dan niets dat u toch graag anders had willen zien? “Het landbouwonderwijs hadden we graag bij het nieuwe ministerie ondergebracht, maar dat hebben we verloren aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Aan de andere kant is de financiering nu ook bij OCW onderge- bracht en dat betekent dat voor het landbouwonderwijs per student of leerling net zoveel geld beschikbaar is als in het andere onderwijs. Dus dat is dan weer een goede zaak.” Waarom is een minister van Landbouw noodzakelijk? “Er zijn veel pseudoargumenten om een ministerie te willen, bijvoorbeeld omdat we het tweede agrarische exportland ter wereld zijn of omdat een minister van Landbouw in het bui- tenland meer aanzien heeft dan een staatssecretaris. Dat is onzin. In het buitenland is de staatssecretaris gewoon minis- ter. Dat zijn pseudoargumenten. Waar het echt om gaat is dat de minister elke week deel- neemt aan de ministerraad en een staatssecretaris niet. Tij-

Marc Calon VOO R Z I T T E R LTO N E D E R L A ND

9 november 2017 “Ik was er niet van overtuigd dat we het kunnen halen. Nul emissie, dat is bijna onmogelijk. Daarbij worden de detec- tiemogelijkheden steeds beter, dus je kan alles terugvinden. Het is een gigantisch hoge ambitie. We hebben daar intern veel discussie over gehad. Maar het is ook ‘practise what you preach’. We moeten als sector zelf stappen zetten. En er zitten wel randvoorwaarden aan die ambitie. Als je het niet haalt, moet je verantwoording afleggen. Of we het gaan ha- len, dat zal de tijd leren.” dens de ministerraad worden belangrijke zaken besproken en beslissingen genomen. Denk dan bijvoorbeeld aan finan- ciële, juridische en arbeidszaken.” En het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedsel- kwaliteit? “Het goede van het vroegere ministerie van Landbouw, Na- tuurbeheer en Visserij, was de koppeling met de praktijk. Dat is teloorgegaan onder het ministerie van Economische Zaken, een ministerie van subsidie en regeltjes. Het is be- langrijk dat we terugkeren naar de oude situatie. Een eigen ministerie, met een eigen budget en eigen mensen. Zo kan er niet binnen een ministerie met geld worden geschoven. Wat voor landbouw is, blijft voor landbouw.” LTO heeft met de Ambitie Plantgezond 2030 hoog ingezet. Gaan we dat halen?

13

9 november 2017

Made with FlippingBook flipbook maker