Greenity nr. 1

Er zijn talloze bodemverbeteraars, biostimulanten en plantversterkers in de handel die niet geregistreerd staan als bestrijdingsmiddel of meststof. Dat is Jo Ottenheim van Nefyto een doorn in het oog. Daarbij is het van veel producten nog maar de vraag of het werkt, vindt Peter Smits van de KAVB. Het kaf en het koren

Tekst: René Bouwmeester | Fotografie: René Faas

B odemverbeteraars, biostimulanten, plant- versterkers, voor Jo Ottenheim, secretaris van de belangenvereniging van gewasbe- schermingsmiddelenfabrikanten Nefyto, zijn het marketingtermen. “De wet- en regelgeving kent een term als ‘plantversterker’ niet. De bestrij- dingsmiddelenwetgeving is helder over de definitie van een bestrijdingsmiddel. Daarin gaat het niet alleen om het beter maken van zieke planten of het bestrijden van plagen en ziekten, maar ook over het beïnvloeden van de levensprocessen van de plant met middelen, niet zijnde meststoffen.” Sommige marktpartijen claimen wel degelijk een gewasbeschermingsresultaat. Volgens Ottenheim overschrijden ze daarmee een grens. “De uitdaging zit er in dat leveranciers van plantversterkers elke gewasbeschermingsclaim achterwege moeten laten. Dat is een heikel punt. Plantversterkers die je relateert aan een ziekte of plaag claimen wel dege- lijk een eigenschap en daarmee zijn ze een bestrij- dingsmiddel, al hebben ze die toelating niet. Veel producten zijn daarom wettelijk gezien illegaal. We gebruiken dus ook niet de omschrijving ‘grijs gebied’. Het is zwart of wit.” “Onze boodschap is: kijk naar de toelating of er claims worden gedaan, of het product met een ziekte of plaag in verband wordt gebracht”, zegt Ottenheim. “Plantversterkers tegen vuur? Dan moet er een belletje gaan rinkelen. Wat zit er in het product dat iets tegen vuur doet? Als er ergens ge- wasbeschermingsclaims worden gedaan, dan is het een bestrijdingsmiddel. Dit gaat over claims, want zo’n claim betekent dat je een markt hebt.”

Zo is het volgens de Nefyto-secretaris ook met bodemverbeteraars. “De informatie van de fabri- kant is bepalend. Als iemand een product op de markt brengt en erop zet ‘plantverzorgingsmiddel tegen nematoden’, dan is voor mij duidelijk wat de bedoeling is.” VOLKSVERLAKKERIJ Wettelijk gezien is er dus van alles op biostimulan- ten en plantversterkers aan te merken. Maar hoe zit het met de werking? Peter Smits, gewasbescher- mingsspecialist bij de KAVB, heeft er weinig fiducie in. “Er wordt veel haarlemmerolie verkocht”, zegt hij verwijzend naar de wonderolie van weleer. “Bij dit soort producten worden veel onbewezen claims gelegd. Er zitten producten bij die goed zijn voor de bloembollenteelt, maar ook producten die claimen ziekten tegen te gaan, zonder dat het is aange- toond. Daar zit volksverlakkerij tussen.” Daarmee wil Smits niet zeggen dat dergelijke middelen nooit werken. Het gaat er wel om het kaf van het koren te scheiden, want sommige midde- len hebben wel degelijk effect. Het is volgens hem juist de vraag wat de werkzame stof is die dat effect heeft. “Het probleem is dat sommige middelen clai- men de plant te stimuleren, maar het is niet altijd duidelijk wat er in die middelen zit. Als er bijvoor- beeld stikstof aan zo’n middel is toegevoegd, dan heeft dat zeker effect op het gewas, want dan is het een meststof. Zeewierextracten zijn ook een voor- beeld. In algen zitten ook hormonen en die vallen formeel onder de gewasbeschermingswetgeving.” Smits heeft ook producten gezien die werken én

40

9 november 2017

Made with FlippingBook flipbook maker