Greenity27

8 november 2018

8 Rabo-man Dave Marcus: ‘Tempering tulpenteelt’ 15 Gewasbescherming: onkruid en aaltjes knellen 22 Efficiënt omgaan met opslag energie

Groene daken

36 Markt in beweging



• SPOELT VRUCHTBOMEN, ONDERSTAMMEN, PLANTEN, BOLLEN, LEEG FUST E.D. SCHOON VOOR EXPORT EN KWEKERIJ, ZODAT ZE GEMAKKELIJKER TE VERWERKEN ZIJN. •“KOOKT” DE MEEST UITEENLOPENDE SOORTEN PLANTGOED, ZODAT AALTJES GEEN KANS HEBBEN. VOOR EXPORT BEHANDELEN WIJ VOLGENS DE RICHTLIJNEN VAN DE BKD INCLUSIEF EEN BEHANDELINGSCERTIFICAAT.

telefoon: 0252-222580 email: info@helmus.nl

www.helmus.nl

koelinstallaties

I NHO U D

12 De Batterijen Allround groenbedrijf De Batterijen van Erik Stuurbrink zoekt samenwerking met gemeenten.

38 CNB Leliedagen Negen bedrijven tonen het hele scala van het leliesortiment.

15 Knelpunten Onkruid en aaltjes zijn de grootste knelpunten in de gewasbescherming.

In dit nummer 12  De Batterij helpt klanten hun visie te realiseren 15 Knelpunten in gewas- bescherming 22  Op zoek naar alternatieve warmteoplag 26  Sorghum kampioen droge stof 32 Flevoland subsidieert investeringen in water 36 Slim stapelen op het dak 38  CNB Leliedagen 48  Binnen tien jaar nieuwe en weerbare gewassen nodig 51  ‘Verbeteren organischestofge- halte belangrijker dan ooit’ 52  Vaste planten zaaien als alternatief voor gras 54  Gus de Hertogh gaf broeierij VS nieuw elan 55  Proef met circulaire landbouw in Voorhout

Vaste rubrieken 6  In de media 8  In gesprek Dave Marcus 11  Column Jennie Veninga 21  Tech&Mech Zelfrijdende tunnelspuit 25  5 minuten Carlo van Schagen 28  KAVB 33  Ooit 34  Vakvenster Studiebollen 40  Boekrecensie 41  CNB 56  Hobaho 59  Vaste planten Liriope 61  Teeltverbetering 62  Teeltadvies 66 Gadgets

Op de cover 36 Groene daken winnen terrein mede dankzij de klimaatver- andering en de wens tot ver- duurzaming. Goed nieuws voor telers van vaste planten in dit segment. Een keurmerk voor vergroening van gebouwen draagt hieraan bij.

8 november 2018

3

8 november 2018

   

SCHUBBEN van Uw

LELIES

 Trekkers te koop gevraagd Voor export alle types • Massey Ferguson • Landini • John Deere • Ford • Same • Fiat • Universal / UTB • Zetor

Voor het

Schade, roest of mankementen geen bezwaar. U kunt alles aanbieden!

ARIE TUIN

H&G Exporttractors Abbestederweg 30 B 1759 NB Callantsoog T 06 10922015 T 06 53672173 www.exporttractors.nl

0048 601 159 267

arie@almano.info

Sterkste bedekkingsfungicide en beste resistentiemanagement SOLOFOL ®

H&G Exporttractors

Abbestederweg 30 B

1759 NB Callantso

T 06 10922015 T 06 53672173 www.exporttractors.nl

FUNGICIDE

Recentelijk is de toelating van Solofol uitgebreid: het middel is nu ook toegelaten voor boldompeling en gewasbespuiting in de teelt van de meeste bloembol- en bloemknolgewassen. Solofol is een sterke schimmelbestrijder op basis van de werkzame stof folpet. Folpet grijpt in op meerdere punten in de levenscyclus van de schimmel, dood daardoor de schimmel en verlaagt de selectiedruk. Ofwel: goede bestrijding en minder risico op resistentie-ontwikkeling. Solofol is mengbaar en bruikbaar met andere fungiciden.

Voor boldompeling en gewasbespuiting

Simply. Grow. Together.

ADAMA Northern Europe B.V. | @adama_NE | Trade Register Amersfoort (NL) No. 33282727 | Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees vóór gebruik eerst het etiket en de productinformatie.

ADAMA.COM

VOO RWOO R D

Mitsen en maren Hans van der Lee — Hoofdredacteur h.v.d.lee@greenity.nl

Het loopt toch niet zo’n vaart in de tulpen, zegt de Rabobank. We schoven aan bij de sectorspecialist en pakten de visie ‘Tulpenmanie of tulpenbranie’ van de bank er nog maar eens bij. Het was een gevalletje tulpenbranie, zo blijkt. Van de bank, wel te verstaan. Overigens liet de bank afgelopen week heel stilletjes nog een visie los, over de bomen en vaste planten. De bank ziet het wel zitten met de sector, maar plaatst daarbij wel de nodige mitsen en maren. Voorzichtigheid troef, dus. In dit nummer is een reportage te vinden van een boomkwe- ker die het advies van de bank al jaren in de praktijk brengt. Behalve de bomen en planten levert de kwekerij ook de voor- en nazorg aan gemeenten en andere partijen. Het gaat dan om zorg in de breedst mogelijke zin, van ontwerp tot verzorging. Groen is hot, dat kunnen we ook zonder bank wel vaststellen. Op het dak bijvoorbeeld. Met dank aan subsidie en onder druk van het veranderende klimaat, zetten we daken vol met plan- ten. Ook bloembollen kunnen het dak op, maar daarover later meer. Verder heeft Greenity het middelenpakket voor de bollen tegen het licht gehouden. Aaltjes-, insecten- en onkruidbestrij- ding knellen, wat nu? Onderzoek bijvoorbeeld en daar kunt u bij helpen.

C O L O F ON

8 november 2018 Greenity is een voortzetting van het tijdschrift BloembollenVisie (2003-2017). BloembollenVisie ontstond uit een samenvoeging vanMarktVisie (CNB) en Bloembollencultuur (KAVB). De redactie werkt op basis van een redactiestatuut. Aan alle artikelen en rubrieken wordt de meest mogelijke zorg besteed. Uitgevers, redactie en medewerkers aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die direct en/of indirect kunnen voortvloeien uit de inhoud van artikelen en/of advertenties. De redactie houdt zich het recht voor om ingezonden brieven en mededelingen niet te plaatsen dan wel te wijzigen of in te korten. Overname van artikelen, berichten of fotografie is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie. REDACTIE Hans van der Lee (hoofdredacteur), Lilian Braakman, Arie Dwarswaard, Ellis Langen en Monique Ooms (vakredacteuren), André Leegwater (eind- en webredacteur) FOTOGRAFIE René Faas VORMGEVING Filie Nicola en Lianne van ’t Ende WEBSITE www.greenity.nl CONTACT Postbus 31 | 2160 AA Lisse | tel. 0252-431 431 | info@greenity.nl ADMINISTRATIE tel. 0252-431 200 | naw@cnb.nl REDACTIEADRES Heereweg 347 | 2161 CA Lisse ABONNEMENTEN Nederland € 265,– (excl. btw) per jaar, Europa € 285,– (excl. btw) per jaar, buiten Europa € 315,– (excl. btw) per jaar ADVERTENTIES Bureau Van Vliet bv |Postbus 20 |2040AA Zandvoort |tel. 023-5714745 |zandvoort@bureauvanvliet.com UITGEVERS KAVB en CNB ISSN 2589-4099

5

8 november 2018

VA N D E R E D A C T I E

In de media L EE S HE T LAAT S T E N I EUWS OP WWW.GREEN I T Y. NL

‘Klimaatverandering biedt kans’

De toename van weersextremen en de betere economische omstandighe- den zorgen voor een groeiende belangstelling voor bomen en vaste planten. De sector moet echter de ketenorganisatie verbeteren om van de potentiële groei te profiteren. Dat blijkt uit de visie van de Rabobank op de sector, die vorige week is gepubliceerd. De sector heeft het tij mee, stelt de bank. Zowel in binnen- als buitenland is meer aandacht voor groen. Vooral in de grote steden is er behoefte aan meer groen, als verkoeling in een warme periode en als waterberging in natte tijden. Gemeenten en andere overheden zijn zich bewust van de noodzaak, maar de kennis van het assortiment bomen en vaste planten is bij opdracht- gevers zeer beperkt, schrijft de bank. ‘De sector dient het gesprek aan te gaan met de instanties’, adviseert de Rabobank. De sector moet proberen nauwer betrokken te raken bij de aanbestedingen. Opdrachtgevers moeten volgens de bank op hun beurt afstappen van de kor- tetermijnvisie. ‘Niet aanbesteden op aanschafprijs, maar op een compleet overzicht van alle kosten over tien of bijvoorbeeld twintig jaar.’ Om de sector ook in de toekomst gezond te houden, adviseert de bank samen- werking tussen kwekers, tuincentra en hoveniers. De bedrijfshygiëne speelt een steeds belangrijker rol, net als een streng controlesysteem. De bank voor- ziet wel een probleem bij de nadruk op regionale herkomst, een wens die bij- voorbeeld in Duitsland leeft. Producten moeten zijn geteeld in dezelfde regio als waar ze zijn aangeplant. Dat zou de exportpositie van Nederland schaden. Ook de particuliere markt groeit, omdat consumenten meer te besteden heb- ben. Die consument stelt tevens steeds meer eisen aan het product. Zo wordt kritischer gekeken naar de duurzaamheid van het product, de verpakking én de keten. ‘De totale CO 2 -footprint is van belang.’

Gebruik je hersens! Arie Dwarswaard — Redacteur a.dwarswaard@greenity.nl

Ooit beseft hoeveel handelingen u op een dag verricht? Meer dan u denkt. En gelukkig hoeft u bij de meeste handelingen niet na te denken. Lopen, fietsen, schrijven: eenmaal aangeleerd doen we dat op de automatische piloot. Zelfs autorijden doen we voor een belangrijk deel op die manier. Aan de andere kant van het spectrum bevin- den zich de handelingen die we maar af en toe doen of die nieuw voor ons zijn. Dan ge- bruiken we onze hersenen heel intensief. Er is immers geen geheugen waar we op terug kunnen vallen. Zo’n klus eist met recht alle aandacht op. En dan is er nog dat grijze gebied dat daar er- gens tussenin ligt. Daar hebben we in feite de keuze uit twee mogelijkheden. Of we denken goed na bij wat we doen, of we zetten de auto- matische piloot aan. Het gebruik van gewasbeschermingsmidde- len valt wat mij betreft in dat grijze gebied. Je kunt kiezen voor een vast patroon, omdat dit efficiënt is, geen nadere uitleg behoeft aan de medewerker en geen risico’s met zich mee- brengt. Je kunt ook nadenken over de vraag of je gaat spuiten, wanneer je dat doet en met welke middelen. In feite ligt hier de basis voor dit deel van het ondernemerschap: bekende paden bewandelen of de nieuwsgierigheid hebben om ook eens een ander pad te kiezen. U heeft de keuze. En die keuze zal de komende jaren alleen maar vaker gemaakt moeten worden, omdat de be- schikbaarheid van middelen afneemt. Vooral het mogelijke verbod op stapeling van midde- len dwingt tot nadenken. Het vraagt om een andere bedrijfscultuur. Het is het verschil tus- sen ‘Hoe deden we het vorig jaar’ en ‘Hoe zul- len we het dit jaar doen’. Aan u als onderne- mer om over die nieuwe bedrijfscultuur goed na te denken. Oftewel: gebruik je hersens!

Burgemeester Spruit van Lisse heeft 1 november het beeld De Bollenrei- ziger onthuld. Het is in opdracht van de gemeente gemaakt door de kun- stenaars Frans en Truus van der Veldt. Het beeld staat precies tussen de voormalige kantoren van de twee belangrijkste in- en verkoopbureaus van bollen. CNB en Hobaho zaten lange tijd aan de Grachtweg in Lisse. Het beeld laat de bollenreiziger zien die op reis ging om zijn bollen te verkopen met in zijn hand een orderboekje en in zijn jaszak een bollenmaat. Beeld van bollenreiziger onthuld

6

8 november 2018

Veiling verdient aan plastic

Onderzoeksjournalistiek platform Follow the Money stelt dat Royal Flora- Holland miljoenen verdient aan plastic wegwerptrays en dat milieuvrien- delijkere varianten buiten de deur worden gehouden. De veiling zegt pro- ductvernieuwing niet tegen te houden. Het geld dat de veiling verdient, is volgens RFH een ‘redelijke vergoeding’. Uit het verhaal van Follow the Money blijkt dat de veiling niet overstapt op minder milieubelastend materiaal, omdat RFH zonder de inkomsten uit de vergoeding zelfs verlies maakt. Op iedere tray krijgt de veiling vier cent mar- ge. In 2017 bedroeg de opbrengst uit emballage ruim 52 miljoen euro. Aan handelsprovisies haalde de veiling dat jaar 88 miljoen binnen. Verpakkings- materialen maakten ongeveer een zevende van de omzet van de veiling uit. De winst bedroeg 7,1 miljoen, maar zonder de emballage zou verlies worden genoteerd. Omdat de veiling via het eigen keurmerk Normpack grip houdt op de ge- bruikte trays, kan RFH ook bepalen welke trays niet worden gebruikt. Een milieuvriendelijker product kreeg eerder wel het keurmerk, maar daar werd een maximum van 900 trays per kweker voor ingesteld. Ook zijn de trays zeer beperkt beschikbaar op de veiling, tot grote ergernis van de producent. 22 MILJOEN KILO Waarom de veiling een ‘redelijke’ vergoeding van vier cent marge per tray rekent, wordt Follow the Money niet duidelijk. Inzamelen van plastic doet de veiling maar beperkt. In totaal wordt 7,5 procent gerecycled. De meeste trays en verpakkingen verdwijnen richting consument. De Plastic Soup Foundation protesteert al jaren tegen de tray en berekende dat het minimaal 22 miljoen kilo zou schelen als de trays hergebruikt of gerecycled worden. Hoogleraar economisch recht Hans Vedder zegt in het stuk dat de veiling haar machtspositie misbruikt. ‘Het zonder goede reden weigeren van een licentie voor andere verpakkingen, het zonder duidelijke onderbouwing vragen van geld voor het gebruik van verpakking en het tegengaan van productvernieu- wing lijkt mij misbruik.’ SCHADELIJK Volgens Vedder is het weren van goedkopere en betere alternatieven door de veiling schadelijk voor de consumentenwelvaart. ‘Het gedrag lijkt mij niet gerechtvaardigd, omdat de wildgroei aan goedgekeurde verpakkingen erop wijst dat efficiëntie van het transport niet werkelijk en consequent wordt nagestreefd.’ Er is twee keer onderzoek gedaan naar de impact op het milieu van het ge- bruik van de plastics. In 1996 concludeerde de Universiteit van Leiden dat een meermalig bruikbare tray beter is. In 2017 heeft de veiling zelf onderzoek laten doen, met dezelfde conclusie als resultaat. Toch blijft de wegwerptray volop in gebruik.

Agenda

t/m 9 november CNB Leliedagen t/m 9 november International Floriculture Trade Fair t/m 9 november Trade Fair Aalsmeer 11 t/m 15 november Tuinbouwhandelsmissie naar Chili 12 t/m 19 november Handelsreis Mexico en Guatemala 15 november Delphy Kennisdag 15 november Flower Science Café 28 november t/m 1 december Growtech Turkije

► Kijk voor de volledige agenda op www.greenity.nl

Stelling: Kalenderspuiten is niet meer van deze tijd

20 %

80 %

Er zijn nog legio bollenkwekers die volgens een vast schema de veldspuit het land insturen. Overigens vaak nog op advies van de teeltbegeleider. Eigenlijk is dat niet nodig. Er bestaan al meer dan twintig jaar waarschuwingssystemen die met redelijke betrouwbaarheid kunnen voorspellen wanneer spuiten nodig is. Daarom is kalenderspuiten niet meer van deze tijd.

Nieuwe stelling Op www.greenity.nl kunt u reageren op de nieuwe stelling: ‘Formaline is een gepasseerd station’

8 november 2018

7

8 november 2018

I N G E S P R E K

8 november 2018

8 november 2018

8

8 november 2018

Ambitie potentiële groei tulpenbroei krijgt een knauw

Als alles meezit, zou de afzet van tulpenbroeiers in vijf jaar tijd kunnen groeien met 1 miljard stelen. Dit gegeven is bij velen blijven hangen uit het rapport ‘Tulpenmanie of tulpenbranie’ dat de Rabobank dit voorjaar uitbracht. Voor die groei is echter wel een gezonde tulpenbroeisector nodig. Hoe staat die sector ervoor na een slecht oogstjaar?

Dave Marcus SECTORSPECIALLIST TUINBOUW BIJ RABOBANK NEDERLAND “Geld is noodzakelijk bij het realiseren van dromen en ambities. Daarom wist ik al snel dat ik bij een bank wilde werken”, aldus Marcus, die na de Hogeschool Rotterdam in 2007 meteen bij de Rabobank ging werken. Hij had er diverse functies en werkte in verschillende regio’s. Sinds begin 2016 is hij sectorspecialist tuin- bouw en heeft hij als standplaats het hoofdkantoor in Utrecht. Hij is onder meer verantwoordelijk voor kennis- en visieontwikkeling in de sectoren champignons, vollegrondsgroente, boomkwekerij, broeierij en bloembollen. Marcus werkt samen met zo’n twintig accountmanagers gespecialiseerd in de bollensector. Onlangs stu- deerde Marcus af aan een masteropleiding op het snijvlak van IT en business. “Want mijn overtuiging is dat de verschillen tussen een IT’er en een agrariër over tien jaar zeer klein zijn.”

Tekst: Ellis Langen | Fotografie: René Faas

Hoe is de visie die in mei uitkwam in de sector geland? “In vijf regio’s, Utrecht, West-Friesland, de Kop van Noord-Holland, de Bollenstreek en de regio Flevoland zijn er door onze banken bijeenkomsten georganiseerd. In totaal kwamen er zo’n 450 kwekers en gelieerde bedrijven. Waar we op hoopten, is gebeurd. Klanten durfden zich te laten horen en er ontstond discussie. Dat is positief. In het rapport staat een aantal visies en verwachtingen. Dan is het logisch dat een aantal die herkent en een aantal het anders ziet. Dat is precies de bedoeling van zo’n visie. Je wilt als strategisch partner iets hebben waarover je met elkaar in discussie kunt gaan om samen zo goed mogelijk de toekomst in te gaan. Dat er zowel kansen als uitdagingen en risico’s liggen voor de sector, daarover is iedereen het eens. Welke onderwerpen voerden in de discussies de boven- toon? “Voldoende beschikbaarheid van grond, het verduurzamen van het gebruik van de grond en de toenemende eisen van afnemers. Maar over het gezamenlijk dragen en financieren van onderzoek is het meest gesproken. In de visie staat dat er een dieptepunt is bereikt qua collectieve onderzoeksfinan- ciering. Dat bleek ook wel in de bijeenkomsten. Er is duide- lijk een grote collectieve zorg uitgesproken rondom ziekte- druk en het wegvallen van gewasbeschermingsmiddelen. Ook andere onderzoekthema’s zoals automatisering, precisielandbouw en het gebruik van ‘big data’ zitten in de verdrukking. Wij pleiten voor een collectieve aanpak van

deze problemen omdat dit voorwaarden zijn voor het realise- ren van de marktgroei die mogelijk is. De meesten zijn zich ervan bewust dat in het collectieve de oplossing ligt. Maar ze hebben vaak verschillende belangen en het probleem is ook dat niet iedereen die mening deelt. Wij zien nu best wat lokale initiatieven voor onderzoek naar verduurzaming en krijgen ook verzoeken voor financiering daarvan. Wij ondersteunen bewust met name de samenwer- kingen op dit vlak. Al zien we nog liever dat dit soort pro- jecten door de sector gezamenlijk wordt gefinancierd. Dan krijg je ook veel meer geld los. Met een grotere pot maak je grotere slagen. ‘Vitale teelt’ is een mooi voorbeeld van partij- en samenbrengen en het bundelen van krachten. We hebben de hoop dat door deze visie collectief onderzoek de komende jaren een vlucht gaat nemen.” Jullie visie kwam uit in het jaar dat de tulpensector het moeilijk heeft, gezien de lage opbrengsten uit de kwekerij- en. Zetten de verwachte uitbreidingsaanvragen in tulpen- broei door? “Er wordt dit jaar minder geïnvesteerd in uitbreiding van glas dan verwacht. Exacte aantallen durven we niet te noemen, maar we weten dat groeiplannen voor 2019 in de ijskast zijn gezet en dat die op z’n vroegst zijn uitgesteld naar het broeiseizoen 2020. De slechte kwekerijopbrengst afgelopen zomer is daar debet aan. Maar ook ging het in de broeierij afgelopen winter iets minder dan de jaren ervoor. Door de slechte bollenoogst krijgt een deel van de broeiers

8 november 2018

9

8 november 2018

I N G E S P R E K

de komende winter niet al het glas vol. Wat betreft uitbrei- ding wacht men liever eerst de bollenoogst in 2019 af. Want je wilt in het jaar dat je investeert meteen een zo goed moge- lijke kasbenutting. Het laatste dat je wilt, is dat je het eerste jaar na je investering een slecht broeiseizoen hebt. De komende jaren zitten er zeker wel uitbreidingsplannen in de pijplijn, maar de termen als ‘verdubbelen’ of ‘vervier- voudigen’ die je soms hoort, zien we de komende twee jaar niet op grote schaal gebeuren. Je moet het ook zo zien: een potentiële groei van de vraag van 1 miljard in de komende vijf jaar is er wel, maar de daadwerkelijke uitbreiding zal mogelijk door uiteenlopende factoren ruim onder deze potentiële groei van de vraag blijven. Denk daarbij aan de uitdagingen op het gebied van verduurzaming, beschikbaar- heid van grond en ziekte- en virusdruk.” Wat verwacht de bank van het tulpenbroeiseizoen? “Broeischema’s worden ingekort en links en rechts wordt een half maatje kleiner gebruikt. We zien vanaf begin janua- ri tot aan Pasen dat de broeischema’s best goed zijn inge- vuld. Daarna houden we rekening met minder bloemen. We zien dat de contracten van broeiers die rechtstreeks leveren aan groothandel en supermarkten een paar weken korter zijn. Tulpen zullen dus naar verwachting een paar weken eerder uit het supermarktschap zijn. De broeiers die bollen tekortkomen, moeten de overweging maken wat voor hen nog interessant is om te betalen voor een bol. Essentieel is dan kennis over je kostprijs. We adviseren tulpenbroeiers hun begroting voor komende winter op tijd bij te werken. Beantwoord de vraag wat het betekent voor het rendement en de liquiditeitsbehoefte als je misschien 15 of 20 procent minder bloemen hebt. Door dit inzichtelijk te hebben, kun je verrassingen voorkomen. Er kan dan tijdig worden gereageerd door bijvoorbeeld investe- ringen te temperen of in gesprek te gaan met de bank voor een mogelijke financieringsuitbreiding.” Hoe is het gesteld met de solvabiliteit? “Wisselend. Een grove schatting: 30 procent zit op een solvabiliteit van boven de 30, zo’n 40 procent heeft een solvabiliteit van tussen de 20 en 30 en de rest zit daaron- der. Natuurlijk heb je het liefst zoveel mogelijk solvabele bedrijven. Maar dat kan door allerlei omstandigheden onder druk staan. Groei je heel hard als bedrijf, dan staat het eigen vermogen vaak onder druk. Dat hoeft geen groot probleem te zijn. Aanvullend risicodragend vermogen kan dan een oplossing zijn. Daarnaast kunnen bedrijven met een uitstekende rentabili- teit in enkele jaren de solvabiliteit sterk verbeteren. Voor de minder solvabele bedrijven wordt het nemen van stappen en dus het aanhaken bij ontwikkelingen in de sector moeilijker. Er is een groep bedrijven die de afgelopen vijf tot tien jaar gemiddeld misschien wel geld heeft verdiend, maar in onze ogen niet voldoende om de buffers dermate hoog te krijgen om ze weerbaar te maken voor een aantal slechte jaren. Voor hen wordt financiering voor een vervangingsinvestering of een diepte-investering lastig. Soms is het ook een noodgedwongen keuze om niet te ontwikkelen. Denk aan bedrijven die mogelijk geen opvolger hebben. Dit geldt voor meer dan de helft van de agrarische bedrijven. In de bollensector ligt die situatie iets beter, omdat er in de afgelopen jaren in deze sector heus wel geld verdiend is. We zien in de broeierij/kwekerij een lichte toe- name in het aantal bedrijven dat in de categorie intensieve

begeleiding komt. Het effect van de matige oogst ijlt nog wel na tot en met 2019. Daar krijgen wellicht wat klanten last van. Maar dat komt op zijn vroegst in 2019 naar boven.” Alleen met het aanboren van nieuwe markten is een grote toename in afzet te realiseren. Gebeurt dit genoeg? “Lidl, Aldi, Albert Heijn en Tesco, elk jaar hebben ze iets meer tulpen nodig. Zij hebben vaak ook een groeistrate- gie. Je ziet hierdoor dat de groei van het aantal stelen in de tulpenbroei hierdoor wordt ingevuld. De tussenhandel, veiling en de ondernemers zouden meer pro-actief nieuwe markten kunnen betreden. Pas als het spaak loopt, zie je vaak creativiteit en wordt gezocht naar nieuwe markten. Kijk maar naar de glasgroentesector toen Rusland zijn grens dichtgooide.” Gebeurt er voldoende om de verduurzaming van de sector te versnellen? “We zien dat er steeds meer ondernomen wordt, maar of het genoeg is? Dat weet je pas achteraf. De eisen gaan immers ook steeds sneller omhoog. Je ziet wel dat het bij kwekers steeds meer tussen de oren komt dat groener ondernemen de norm wordt. Het wordt ‘licence to deliver’. Als je daar niet aan kunt voldoen, is het jammer en mag een ander leve- ren. Uiteindelijk is het dus ook economisch heel belangrijk om die verduurzaming als bedrijf en sector serieus aan te pakken. De bank ziet bedrijven graag snel verduurzamen. Maar uiteindelijk is het simpel: het moet onderaan de streep in ieder geval niets kosten. Dan zijn ondernemers vaak pas bereid te kijken naar duurzame oplossingen. Daarom is het ook belangrijk dat onderzoek naar verduurzaming van de sector gezamenlijk gedaan en gefinancierd wordt.”

10

8 november 2018

C O L UMN

Vooroordelen

Jennie Veninga Tulpen- en lelieteelt Hijken, Drenthe jennie@veningahijken.nl

Op de terugreis van onze vakantie in Polen overnachtten we in een hotel in de Duitse plaats Celle. Daar kwamen we met de eigenaresse in gesprek en vertelden haar over onze vakantie. Zij merkte op: “Dan zijn jullie zeker met twee au- to’s gegaan. Eentje wordt gestolen en de andere is voor de terugreis.” Een duidelijk vooroordeel over de inwoners van Polen. De meeste auto’s die wij daar zagen, zijn meer waard dan de onze. Uiteraard had ik ook vooroordelen voordat we naar Polen afreisden. Ik verwachtte er veel armoede te zien. Ik heb me vergist. Het land is volop in ontwikkeling. Er wordt veel gebouwd en wat er wordt gebouwd ziet er goed uit. Door het hele land worden vierbaanswegen aangelegd. Onze reis begon met een bezoek aan een aantal Nederlandse bedrijven in Polen. Daar werd me al verteld dat de inwo- ners een trots volk zijn. En terecht. We bezochten Krakau. Een prachtige en goed onderhouden stad. Elke avond gaat de veegmachine door de stad, zodat het de volgende och- tend weer schoon is. Samen met een aantal Poolse collega’s hebben we het wintersportgebied Zakopane bezocht. Daar moest ik mezelf regelmatig een tikje tegen mijn onderkaak geven, omdat mijn mond openstond van verbazing. Over de omgeving, de vele hotels, de bouwstijl en het feit dat deze plek zo toeristisch is. Het werd me duidelijk dat ik helemaal niets van dit land wist en ik heb mijn vooroordeel danig moeten bijstellen. Al mijn vooroordelen werden van tafel geveegd. De meeste vooroordelen schijnen we onbewust te hebben. Onbewust of niet, een paar weken later erger ik me toch enorm aan het vooroordeel van de lerares van onze stagi- airs. Zo stelde zij dat het nooit iets ging worden met deze jongens; ze voeren immers op school ook nooit iets uit. Ter- wijl ik beide jongens heb leren kennen als harde werkers, leergierig en plezierig in de omgang met collega’s. Aan mij nu de taak om mijn vooroordeel over leraren bij te stellen.

8 november 2018

8 november 2018

8 november 2018



8 november 2018

Als je doet wat je deed, krijg je wat je had. Daar word je als ondernemer meestal niet wijzer van. Bij ‘De Batterijen’ weten ze dat heel goed. Vanuit die gedachte groeide het bedrijf uit van een bomenkwekerij tot een allround groenbedrijf met een ‘visionaire groenstrategie’. En die ontwikkeling zet nog altijd door. Hoe pakken zij dat aan? ‘Klanten helpen hun visie te realiseren’

Tekst: Monique Ooms | Fotografie: René Faas



8 november 2018

H et groencentrum teelt meer dan 550 soorten vaste planten en honderden soorten heesters, sierbo- men en fruitbomen en heeft een cash-and-carry volgens een drive-in formule en een ontwerpafde- ling met twee landschapsarchitecten. Het bedrijf is Milieu- keur- en Skal-gecertificeerd. Het totale bedrijfsoppervlak bestrijkt 35 hectare. Het bestaat ruim een halve eeuw en inmiddels is het bedrijf van Erik Stuurbrink, die eerder tien jaar voor het De Batterijen werkte. Voor de ontwikkeling van de ontwerpafdeling was een duidelijke aanleiding, vertelt Stuurbrink. “In de winter van 2012 bevroor onze hele vruchtbomencollectie. Daarmee viel een belangrijk deel van onze inkomsten weg en we hadden veertien fulltime medewerkers in dienst die op hun salaris rekenden. Hoe gingen we dat alsnog bij elkaar verdienen? Op dat moment zijn we ons meer gaan focussen op het groencentrum en hebben we ons afgevraagd: wat vraagt de markt en hoe kunnen wij daarop een antwoord geven?” Het groencentrum heeft een enorme brede collectie in huis. “Hoveniers en consumenten komen, soms samen, vanuit heel Nederland hiernaartoe om hun beplantingsplan in te vullen.” De Batterijen teelt een deel van deze planten niet zelf. “Die kopen we in bij een vaste kring van kwekers die aan de vraag van onze klanten tegemoet kunnen komen. Zo is er steeds meer vraag naar biologisch geteelde planten en kruiden.” GEMEENTELIJKE VRAAGSTUKKEN Stuurbrink signaleerde dat gemeenten met een aantal vraag- stukken worstelen op het gebied van de openbare ruimte, maar ook rond de soms moeizame relatie tussen groepen burgers in verschillende wijken. “Wij helpen gemeentes trajecten ontwikkelen voor de inrichting van de openbare ruimte met groen. Zo hebben we in Zaltbommel de aanleg van de Torentuin begeleid.” Onder de toren van Zaltbommel kwam een nieuwe wijk tot stand naast een oude, met nieuwe en oude bewoners, waar de nodige weerstand en gedoe speelden. Tussen de wijken lag een stukje grond met archeologische waarde. “Samen met de gemeente en inwoners hebben we een plan gemaakt voor de aanleg en inrichting van een moestuin én het permanente onderhoud ervan. Bovendien hebben wij de fruitbomen geleverd. Dit leidde niet alleen tot een mooi stukje groen tussen de woonwijken, het zorgde bovendien voor verbinding tussen bewoners.” In de Rotterdamse wijk Kralingen begeleidde De Batterijen een project rond een doolhof dat door bewoners is aangelegd en wordt onderhouden. “Daar leverden wij de leifruitbomen. We ontwerpen dus niet alleen, maar ontzorgen ook door het hele participatietraject uit handen van de gemeente te nemen.” In de tijd dat De Batterijen hiermee begon, was dit nog nieuw. Bovendien was er in de crisisperiode weinig geld voor

Eigenaar Erik Stuurbrink: “Maatschappelijk verantwoord ondernemen is de basis.”

‘We doen veel met voedselbossen en eetbaar groen’

dit soort projecten. “Langzamerhand is die markt echter gegroeid en daar profiteren wij nu van. Vanuit de trend van zelfvoorzienend zijn werken we ook veel met de aanleg van voedselbossen met eetbare groenproducten. In Almere heb- ben we al een aantal tuinen mogen aanleggen met eetbare producten en in Amsterdam werken we mee aan een project waarbij moeilijk opvoedbare jongeren meehelpen met het tuinonderhoud.” DUURZAAMHEID IS RODE DRAAD Inkomsten zijn belangrijk voor de continuïteit van de onder- neming, maar niet de voornaamste drijfveer voor Stuurbrink en zijn inmiddels zeventien medewerkers. “Maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid zijn voor ons de rode draad voor onze visie en bedrijfsvoering. Ik vind het belangrijk dat onze kinds-kinderen ook nog op een gezonde aarde kunnen leven.” Stuurbrink kijkt steeds vooruit, De Batterijen profileert zich als ‘visionaire groenstrateeg’. “Waar wil ik over vijf jaar staan? Welke verandering willen wij teweegbrengen? Wat kunnen wij met groen doen om bij te dragen aan een oplos-

8 november 2018

13

8 november 2018

De Batterijen kweekt 550 soor- ten vaste planten en honderden soorten heesters, sierbomen en fruitbomen. Een deel van het sortiment wordt verkocht in de cash-and-carry.

sing voor de klimaatverandering? Hoe kunnen wij klanten helpen hun visie te realiseren?”

Stuurbrink gelooft sterk in samenwerking. “Wij werken aan de ontwikkeling van biodiverse hagen samen met diverse par- tijen, zoals de WUR en Fruitmotor, een coöperatieve organisa- tie voor circulaire economie. Door een mix van bomen creë- ren we meer en betere mogelijkheden voor bestuiving, hoeven we minder te spuiten en dragen we bij aan de biodiversiteit. Verder is de overheid een belangrijke partij. Overheden heb- ben een partner nodig die kan meedenken over de invulling van hun duurzaamheidsopgave; daar spelen wij op in. En verder werken we nauw samen met biokwekers die producten kunnen leveren waar onze klanten behoefte aan hebben.” Onlangs is Stuurbrink ook een samenwerking overeenge- komen met Intratuin voor de verkoop van een biologische lijn van fruitbomen. “Dit is een nieuwe uitdaging voor ons en voor Intratuin. Als we dit doen, moet het helemaal goed zijn. We gaan het fasegewijs ontwikkelen. Belangrijk is ook dat Intratuin begrijpt dat een bioproduct niet altijd helemaal perfect is, partijen kunnen minder uniform zijn dan bij regu- liere teelt. Gelukkig is er een groeiende groep consumenten die bewust voor bio kiest en die imperfecties prima vindt. Biologische producten beslaan nu al zo’n 30 procent van de verkoop.” AMBACHT Je kunt zelf wel een visie en een overtuiging hebben, maar hoe krijg je je medewerkers daarin mee? Stuurbrink erkent dat dit een punt van aandacht is. “Belangrijk is dat we met elkaar in gesprek blijven. Ik verwacht van onze medewer- kers dat ze het bedrijf op alle vier de terreinen goed van dienst kunnen zijn. Dat ze het ambacht verstaan en over de kennis en kunde beschikken die hiervoor nodig is. Daar staan ze voor en ze zien ook dat het belangrijk is om mee te bewegen met de markt. Onlangs heb ik een bureau uitge- nodigd om ons te begeleiden bij de ontwikkeling van onze visie en zo draagvlak te creëren.” Dat is allemaal nodig om de ambities van De Batterijen te kunnen waarmaken, vindt Stuurbrink. Als we een rondje maken over het bedrijfsterrein zien we medewerkers die gefocust aan de slag zijn. In het groencen- trum staat het assortiment er strak bij. Op het cash-and-car- ry-terrein zijn medewerkers aan het orders picken en loopt een kwekersechtpaar met een kar rond om de eigen bestel- ling te verzamelen. Achter de cash-and-carry ligt een veld waar een brede variëteit aan bomen wordt geteeld. “Daar”, wijst Stuurbrink op een stuk terrein dat nog braak ligt, “wil- len we het containerveld uitbreiden. Er is nog genoeg ruimte voor.” De Batterijen teelt, ingeklemd in het gebied tussen de Waal en Rijn, op lichte rivierklei. “Ideaal voor onze teelten. We zitten hier perfect.”  

‘De Batterijen’ in het kort

Het begon ruim vijftig jaar geleden in Kesteren (Gld), vlak bij de Grebbeberg. Daar was kwekerij De Batterijen gevestigd op de plek waar ooit in oorlogstijd de gevechtstroepen zich verscholen achter de kazematten die nog altijd het landschap in deze regio markeren. De gebroeders Peters teelden hier fruitbomen en de onderneming groeide zo snel dat werd uitgeweken naar een nieuwe locatie, aan de Bonegraafseweg in Ochten (Gld). Kwekerij De Bat- terijen in Ochtend omvat, inclusief de kwekerij, in totaal 35 hec- tare. Eigenaar Erik Stuurbrink ziet maatschappelijk verantwoord ondernemen als de basis voor de verdere groei en continuïteit van het bedrijf. De Batterijen kent vier takken: een boomkwekerij, een groencentrum, een cash-and-carry en een ontwerpafdeling die zich met name richt op participatietrajecten voor gemeenten.

14

8 november 2018

Knelpunten in gewasbescherming H et idee was om van de belangrijkste bolgewassen in kaart te brengen wat er aan middelen beschik- baar is, wat er binnenkort verdwijnt en waar de grootste knelpunten zitten. Immers, de mening

“We hebben steeds minder middelen.” Die zin klinkt nogal eens als het gaat om de aanpak van ziekten en plagen in de bloembollenteelt. Deels terecht, grotendeels niet terecht, zo blijkt uit onderzoek van Greenity. Onkruid en aaltjes zijn de grootste knelpunten.

dat er steeds minder middelen beschikbaar zijn, klinkt nogal eens. Uit gesprekken met betrokken personen en uit informatie van diverse instanties blijkt dat nuancering op zijn plaats is. Vooral voor de aanpak van onkruid, aaltjes en insecten zijn in een aantal gewassen knelpunten gesigna- leerd. En wat de gewassen betreft, zitten de grootste zorgen bij telers van lelie, gladiool en Zantedeschia. In dit artikel is van de in oppervlakte belangrijkste bolgewassen de situatie in kaart gebracht. Tevens is getracht aan te geven in hoever- re er alternatieve mogelijkheden zijn. TULP De belangrijkste ziektes in tulp zijn vuur en zuur. Het meest ingrijpend is een aantasting door stengelaaltje. Wat vuur betreft, kan de teler nog steeds kiezen uit een breed pakket fungiciden. De grootste zorg op dit punt betreft een moge- lijke beperking in de zogenoemde stapeling van middelen. Dit houdt in dat van een werkzame stof soms meer iden-

Tekst: Arie Dwarswaard | Fotografie: René Faas

8 november 2018

15

8 november 2018

‘Als ondernemers een waarschuwingssysteem gebruiken, hoeft vuurbestrijding niet in gevaar te komen’

SCHIMMELS Voor de meeste schimmelziekten zijn op dit moment voldoende middelen beschikbaar. Een uitzondering is droogrot in gladiool. Daarnaast zijn er voor veel bijzondere bolgewassen geen midde- len toegelaten. BACTERIËN Net als bij de mens vormen bacteriën in de plantenwereld de lastigst te bestrijden groep organismen. Dit betreft bijvoorbeeld woekerziek in lelie, Erwinia en Dickeya in hyacint, Dickeya, rozet- gal en knobbelziekte in dahlia, Erwinia in Zantedeschia en Cory- nebacterium in tulp. Voor al deze aandoeningen zijn geen mid- delen beschikbaar. INSECTEN Door het verdwijnen van het buitengebruik van de neonicotinoïden hebben telers nog maar beperkte mogelijkheden om insecten te velde aan te pakken. Pyrethroïden zijn er nog voldoende, maar het verbod op stapeling kan problemen veroorzaken. Minerale olie is beschikbaar, maar zorgt voor schade in tulp. Grote narcis- vlieg in narcis kan mogelijk binnenkort weer worden bestreden. In de bewaring van geholde en gesneden hyacint en de teelt van dahlia kunnen tripsen voor schade zorgen. Trips in dahlia is te bestrijden. Trips in de holkamer is vooral een kwestie van hygi- ëne en luchtopeningen in de cel goed afschermen met fijn gaas. MIJTEN In de teelt van tulp en lelie zorgen de diverse soorten mijten voor schade. Bij tulp zijn dat galmijt, bollenmijt en stromijt, bij lelie de bollenmijt. Behandeling van galmijt in tulp kan door aan het einde van het groeiseizoen Movento te spuiten. Bij lelie helpt een warm- waterbehandeling voor het planten. Bij tulp zijn tegen bollenmijt en stromijt middelen beschikbaar die via het dompelbad zijn toe te dienen. Daarnaast is een zorgvuldig uitgevoerde bedrijfshygi- ëne van belang. Alternatieven in de vorm van biologische bestrij- ding met roofmijten bevinden zich nog in het onderzoekstadium. AALTJES De belangrijkste aaltjes en hun bestrijdingsmogelijkheden zijn: • Stengelaaltjes: inunderen, bodem resetten, warmwaterbehan- deling, heetstook • Wortellesieaaltjes: teelt van Tagetes • Trichodoride-aaltjes: teelt van specifieke groenbemesters met bestrijdende werking Naar verwachting komt er een middel op basis van een knof- lookachtige stof op de markt dat een werking heeft tegen diver- se soorten aaltjes. ONKRUID Met name in gladiool en lelie is er niet voor elk onkruid een afdoen- de werkend middel voorhanden. Ook in narcis worden enkele werkzame stoffen node gemist. Veel alternatieven zijn op dit moment niet te verwachten. Naar verwachting zal Pyramin ver- dwijnen en blijft de toelating van glyfosaat onder druk staan. Straatgras is in veel teelten een zorg. In de meeste bijzondere bol- gewassen zijn vrijwel geen middelen beschikbaar tegen onkruiden. ONGEDIERTE De bestrijding van ratten en muizen die te velde schade aanrich- ten aan bloembollen, is niet meer mogelijk. De wet staat alleen een bestrijding toe door hiervoor gespecialiseerde bestrijders. • Krokusknolaaltjes: warmwaterbehandeling • Destructoraaltjes: warmwaterbehandeling

tieke producten op de markt zijn. Elk product mag maar een maximaal aantal keren worden gebruikt, maar door een of meer keren van product te wisselen, kan toch het hele seizoen dezelfde werkzame stof worden gebruikt. Naar verwachting komt aan die mogelijkheid de komende jaren een einde. De vuurbestrijding hoeft daarmee niet in gevaar te komen als ondernemers kiezen voor een vuurwaarschu- wingssysteem. Aan het einde van een teelt is vuurbestrijding vaak niet meer nodig. Kanttekening hierbij is wel dat een mangaanhoudend vuurbestrijdingsmiddel ook zorgt voor een betere kwaliteit in de broeierij. Mede om die reden kie- zen ondernemers voor dergelijke vuurbestrijders. De aanpak van zuur kan nog steeds door in het dompelbad bij de plantgoedontsmetting een of meer fungiciden te gebruiken. De keuze daarin is nog voldoende ruim. Deze aanpak is overigens maar een van de mogelijkheden om zuur aan te pakken. De afgelopen jaren is duidelijk gewor- den dat minder of niet spoelen na het rooien een gunstig effect heeft. Wie in een partij tulpen te maken krijgt met stengelaaltje, krijgt met een aantal maatregelen te maken, waaronder vernietiging van de besmette partij. De grond kan nog steeds worden ontsmet, al gelden hiervoor wel strikte maatregelen, die niet altijd uitvoerbaar zijn. Zo is de maximale dosering te laag voor een goede bestrijding. Inundatie, bodem resetten of een combinatie hiervan bieden perspectief, maar zijn niet overal uitvoerbaar. Naar verwachting wordt binnenkort ook een nieuw product toegelaten op basis van een knof- lookachtige stof. In de bol zelf zijn aaltjes aan te pakken met het onlangs toegelaten middel Velum in het dompelbad. Een warmwaterbehandeling is een alternatief waarmee nog maar beperkt ervaring is opgedaan in de praktijk. Bij deze behandeling kan schade optreden. De belangrijkste insecten die de tulpenteler wil aanpakken, zijn luizen en de diverse soorten mijten. Luizen kunnen

16

8 november 2018

Aaltjes bestrijden in lelie kan deels met de teelt van Tagetes.

8 november 2018 Aaltjes bestrijden kan deels door de teelt van Tagetes. Dat heeft een goede werking tegen Pratylenchus. Lastig is de virus verspreiden en zijn nog steeds te bestrijden met diverse anti-luismiddelen. Voor een inschatting van het juiste spuit- moment bestaan verschillende manieren, zoals de vangbak en de Luizenfax. De meningen over de effectiviteit hiervan lopen sterk uiteen. Tegen galmijt kan de teler alleen Movento inzetten door dit vlak voor de oogst toe te dienen. Dan heeft het nog een nawerking tijdens de bewaring. Alternatieven zijn een CATT-behandeling en heetstook. Met beide behandelingen is beperkt ervaring opgedaan in de praktijk. LELIE Lelietelers steken de meeste tijd en energie in de bestrijding van vuur en luizen tijdens de veldperiode. Deze duurt ruim een half jaar en vindt plaats in de warmste periode van het jaar. Het dreigende verbod op stapeling van middelen is een zorgpunt voor met name de vuurbestrijding in lelie als deze wekelijks plaatsvindt. Dit betreft vooral de groep middelen op basis van mancozeb. Alternatieven zijn wel voorhanden, maar niet alle middelen hebben mangaan als extra stof, die wel nodig is om mangaangebrek in de bollen- en bloemen- teelt te voorkomen. Mangaan is ook als bladmeststof toe te dienen, maar de effectiviteit hiervan is minder, zo bleek uit onderzoek. Minder vaak tegen vuur spuiten kan ook, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een vuurwaarschuwingssysteem. Ook kan de teler kijken naar het moment waarop hij de laatste bespuiting uitvoert tegen vuur. Voor een natuurlijke afsterving kan het beter zijn die eerder uit te voeren. Een natuurlijke afsterving zorgt voor een betere kwaliteit bollen voor de bloementeelt. Voor de bestrijding van schimmelziekten op de bol via het dompelbad zijn voldoende fungiciden voorhanden. Wel is de aanpak van woekerziek een zorg. Hiervoor zijn nu eigenlijk geen specifieke middelen beschikbaar. De aanpak van luizen gebeurt in de lelieteelt met minera- le olie en diverse luizendoders. In de buitenteelt van lelie zijn vanaf 19 december 2018 geen neonicotinoïden meer toegelaten. De groep insecticiden die overblijft, is relatief klein. Ook hier dreigt een verbod op stapeling problemen te veroorzaken. Naar verwachting komen binnenkort wel en- kele nieuwe middelen in deze groep op de markt. Voor een effectieve luisbestrijding blijft het noodzakelijk om wekelijks minerale olie te spuiten. De helft van alle bij de KAVB bekende knelpunten in lelie betreft onkruiden. Een aantal middelen mag in een lagedose- ringsysteem worden toegepast. Daarmee is de onkruiddruk laag te houden. Samen met andere middelen moet het in theorie mogelijk zijn om onkruid goed aan te pakken. Tegen knolcyperus komt naar verwachting een nieuw middel op de markt.

17

8 november 2018

De bacterieziekte geelziek baart in hyacint zorgen.

aanpak van Trichodoride-aaltjes. Mogelijkheden hiervoor zijn bodem resetten, inunderen en het verhogen van het organischestofgehalte door gericht groenbemesters te telen. Niet overal zijn al deze maatregelen even goed uitvoerbaar. NARCIS De teelt van narcis kent weinig knelpunten, zo blijkt. De grootste zorg bij met name telers die dicht tegen de duinen aan telen, is de grote narcisvlieg. Op dit moment zijn daar geen middelen voor toegelaten. Door de toelating van ECA-water als reinigingsmiddel in het dompelbad kunnen telers van narcissen bolrot en stenge- laaltjes aanpakken. Naar de mogelijkheid om stengelaaltjes te bestrijden door een heetstookbehandeling vindt op dit moment onderzoek plaats dat mede wordt gefinancierd door de productgroep Narcis. Voor de aanpak van onkruid na opkomst missen de telers de werkzame stof fenmedifam. Het middel Primus is hier een goed alternatief. HYACINT Veel knelpunten op het gebied van gewasbescherming kent de hyacinten teelt niet. De knelpunten die de telers signale- ren, zijn wel gelijk heel lastige: insecten en bacteriën. Wat de insecten betreft, vormt trips een steeds lastiger aan te pakken probleem te velde en in met name de bewaring van hol- en snijbollen. Veel bruikbare alternatieven zijn er op dit moment niet, anders dan een insecticide te velde spuiten en de luchtinlaten van de bewaarruimtes goed afschermen. Er is onderzoek naar geholde hyacinten bewaren in een tripszak. Bij de bacterieziekten baren vooral witsnot en geelziek zorgen. Witsnot in al zijn varianten kan voor heel veel uitval zorgen en middelen om de bacterie aan te pakken zijn er niet. Bij geelziek is heetstook nog steeds de meest toegepaste methode, maar intensieve controle tijdens deze behandeling is noodzakelijk. Pythium kan vooral aan het einde van de teelt veel uit- val geven. Deze schimmel kan goed gedijen als hij weinig concurrentie heeft. Ondernemers gaan op dit moment na of het verbeteren van het bodemleven de kans op Pythium kan verminderen. Diverse aandoeningen, waaronder Fusarium, zijn via het dompelbad aan te pakken. Hiervoor zijn nog voldoende middelen beschikbaar. Het doden van ziektekiemen in het dompelbad is lastig, omdat een aantal van de nieuwe tech- nieken zich niet laat combineren met gewasbeschermings- middelen. Mogelijk biedt bollen coaten hier op termijn wel een oplossing. GLADIOOL Van alle knelpunten die op dit moment bij de KAVB zijn gemeld, komt bijna een kwart uit de gladiolenteelt vandaan. Het merendeel betreft middelen die worden gemist om

18

8 november 2018

‘Tegen bacteriën is weinig anders te doen dan hygiënisch te werken’

GERARD TOP: ‘Sector is aan zet’

Bijschrift Ut ressecusant mos nulpa quam eaquis dolesto to tem is molum de parum haribus rese nobis et et fugitibus molente mporeru pti- um, veles qui doles conse magnat. Otam, nonecese renectiust faceat quiam quo temquaectem voluptat Onlangs heeft Top namens de werkgroep bij het Sectorplatform duidelijk gemaakt dat alles op alles moet worden gezet om een Effectief Middelen- en Maatregelen Pakket (EMMP) in stand te houden. “Daarbij gaat het wat ons betreft niet alleen maar om middelen, maar om een teeltsysteem waarbij alle facetten een rol spelen. Geïntegreerde gewasbescherming in combinatie met een EMMP is wat ons betreft de toekomst.” Daarbij hebben de toeleveranciers de samenwerking van partijen in de sector hard nodig, aldus Top. “Wat nodig is, zijn voldoende onderzoekslocaties die ook nog met elkaar samenwerken. Laat de belangenbehartigers hierin het initiatief nemen en de onder- zoeksinstellingen een centrale rol krijgen. Zorg voor één EMMP-lo- ket op sectorniveau en voor voldoende geld om onderzoek te doen. Betrek daarbij vooral de ondernemers, want zij zijn in dit verhaal de echte probleemeigenaar. Willen we als Nederland onze voor- aanstaande positie in de internationale bollenwereld behouden, dan is dit wat volgens ons echt nodig is.” Voorzitter Gerard Top van de werkgroep Bloembollen van Agrodis stelt vast dat het beeld in dit overzicht een goede weergave is, maar voegt daar wel direct aan toe: ‘voor dit moment’. De toele- veranciers van gewasbeschermingsmiddelen verwachten dat de komende twee tot drie jaar er nog de nodige gaten gaan vallen in het middelenpakket. “Die worden niet zomaar meer opgevuld. De bloembollensector is maar heel klein voor de gewasbescher- mingsmiddelenindustrie. Wij hebben onlangs de Knelpuntenlijst van de KAVB van prioriteiten voorzien, en dan zitten onze zorgen echt bij onkruid, insecten en aaltjes.”

onkruiden te bestrijden, onder meer in een lagedoseringsys- teem. Specifieke inzet om hier de voor deze teelt zo gewens- te verruiming te krijgen in middelen vindt op dit moment niet plaats. Daarnaast vormt de bestrijding van met name de droogrot- schimmel een groot probleem, mede omdat die schimmel als sclerotium tientallen jaren in de grond kan overleven. Die overlevingsvorm is nagenoeg niet aan te pakken. Met name om die reden kunnen gladiolen maar eens in de 25 jaar op een perceel worden geteeld. Net als in enkele andere gewassen is trips in gladiool niet of nauwelijks goed te bestrijden. Ook nematoden zijn in deze teelt zeer lastig aan te pakken. DAHLIA Voor de relatief kleine teelt die dahlia is (ongeveer 300 ha), is het aantal knelpunten dat telers signaleren niet heel groot. De meeste schimmelziekten zijn met een voldoende breed pakket aan middelen aan te pakken. Wel bestaat er zorg om de bestrijding van bladvlekkenziekte, die vooral in een natte nazomer voor opbrengstderving kan zorgen. Op dit moment doet Delphy proeven om na te gaan welke alternatieven er zijn onder de gangbare middelen en daarbuiten. Lastige aandoeningen zijn de diverse bacterie- ziekten, waaronder rozetgal en Dickeya. Net als in andere gewassen is tegen aandoeningen uit deze groep vrijwel niets beschikbaar, anders dan hygiënische maatregelen. Voor de bestrijding van onkruid is het aantal middelen beperkt. Een groep dahliatelers heeft dit groeiseizoen een proef aangelegd in samenwerking met Delphy en GMN om na te gaan in hoeverre er bruikbare alternatieven zijn die nu nog niet zijn toegelaten. Om trips te velde te bestrijden heeft de KAVB een aanvraag ingediend om de toelating van een bestaand middel uit te breiden.  

Handige hulpmiddelen Bij GMN Crop van GMN vult de ondernemer voorafgaand aan de teelt in waar welk gewas staat. Voordat hij gaat spuiten, vult hij het door hem gekozen middel in en de hoeveelheid per hectare. Het systeem geeft aan wanneer een gekozen middel of hoeveel- heid onjuist is. Dit systeem voldoet aan de eisen van de gewasbe- schermingsmonitor. Aanvullende informatie kan worden verkregen via bodem- en luchtsensoren en weerpalen. Via abonnementen kan de teler informatie krijgen over de kans op vuur en luizen. Agrifirm heeft op Akkerweb een aantal modules over bemesting en gewasbescherming staan die een bemestings- en gewasbe- schermingsplan voor de teler opleveren. Het voeden en bescher- men van het gewas binnen wet- en regelgeving staan centraal. Daarnaast werkt Agrifirm met het adviessysteem NemaDecide om aaltjes te beheersen.

8 november 2018

19

8 november 2018

Page 1 Page 2 Page 3 Page 4 Page 5 Page 6 Page 7 Page 8 Page 9 Page 10 Page 11 Page 12 Page 13 Page 14 Page 15 Page 16 Page 17 Page 18 Page 19 Page 20 Page 21 Page 22 Page 23 Page 24 Page 25 Page 26 Page 27 Page 28 Page 29 Page 30 Page 31 Page 32 Page 33 Page 34 Page 35 Page 36 Page 37 Page 38 Page 39 Page 40 Page 41 Page 42 Page 43 Page 44 Page 45 Page 46 Page 47 Page 48 Page 49 Page 50 Page 51 Page 52 Page 53 Page 54 Page 55 Page 56 Page 57 Page 58 Page 59 Page 60 Page 61 Page 62 Page 63 Page 64 Page 65 Page 66 Page 67 Page 68

Made with FlippingBook Learn more on our blog