Greenity nr 2

hoge gehalten aan fosfaat meten. Van der Poel: “Telers weten dat, maar een deel van die fosfaat komt uit achter- grondbelasting waar zij geen grip op hebben. Ze proberen met slim bemesten binnen de huidige gebruiksnormen een zo hoog mogelijk organischestofgehalte te behouden. Als dit gaat dalen, wordt de uitspoeling alleen maar groter en raken we in een negatieve spiraal.” ACTIEF MEEDOEN Waterschap en sector hebben op deze onderwerpen de taak om een oplossing te vinden. Beide partijen zetten zich daar actief voor in. Schutte: ”We zien de hele agrarische sector, dus ook de bloembollenteelt, als partner van het waterschap. Samen willen we werken aan schoon en voldoende water. Om die reden nemen we actief deel in een aantal projecten. Zo heeft de KAVB van de Europese Unie een subsidietoe- kenning ontvangen voor een project om de waterkwaliteit te verbeteren. Een onderdeel hiervan is het realiseren van vijf oeverbakken met ijzerzand. Dit ijzerzand is een restpro- duct uit de drinkwaterwinning en is in staat om fosfaat aan zich te binden. We werken samen met kwekers en onder- zoeksinstellingen aan een catalogus waarin is aangegeven welke mogelijkheden er zijn om dit toe te passen. Daarnaast ondersteunen we het project Schoon erf, schone sloot, waar een groep telers in de Bloembollenstreek aan meedoet. Ook participeren we in het project Beter Organisch Bemesten.” Dat het schap zo veel geld beschikbaar stelt, is niet vanzelf- sprekend, vindt Van der Poel. “De verenigde vergadering bestuurt het schap en bestaat tegenwoordig uit tien fracties. Daardoor is het allemaal wel politieker geworden en hebben we als sector ook echt de opdracht om de andere fracties mee te nemen in ons verhaal.” Het liefst zou Rijnland de vijf ijzerzandtoepassingen in een van de polders van de Bloembollenstreek aanleggen. Op dit moment gaat het schap na in hoeverre dat mogelijk is. Schutte: “Het zou mooi zijn als dit lukt, omdat een polder toch een relatief afgebakend gebied is, waardoor je de effec- ten van de proeven op de waterkwaliteit goed kunt meten.” Waar ondernemers in de Bloembollenstreek zich geen zor- gen om hoeven te maken, is voldoende water. Schutte: “We houden de wateraanvoer op peil en kijken daar altijd naar de meest geschikte route.” Van der Poel heeft wel een andere zorg: verzilting. “Dat speelt niet zozeer in de Bloembollenstreek, maar wel in de Haarlemmermeerpolder. Daar staan steeds meer bloembol- len en telers meten daar zelf het EC-gehalte. Die loopt soms flink op. Misschien dat het mogelijk is om daar slimmer om te gaan met doorspoelen.” Hesper Schutte geeft aan dat als het te droog wordt, er afspraken gemaakt zijn om het waterakkoord Kleinschalige Wateraanvoervoorzieningen in werking te stellen, dit heeft echter niet direct invloed op de Haarlemmermeerpolder, maar zorgt in andere gebieden wel dat er voldoende zoet water aangevoerd blijft worden.

tact met telers en buitendienstmedewerkers van Rijnland. “Wat we als sector heel plezierig vinden, is dat er een ge- biedscoördinator is. Telers kunnen hem bellen als ze vragen of zorgen hebben. Ook zijn er peilbeheerders. Voor de sector wel zo belangrijk.” GOED, BETER Terugkijkend op de afgelopen 25 jaar, toen de discussie over vooral de waterkwaliteit startte, ziet Schutte zeker een aantal zaken die nu goed gaan. “Ik zie dat ondernemers heel goed beseffen dat we samen moeten werken aan een goede waterkwaliteit en aan voldoende water. Ook zie ik dat men- sen netter om gaan met het oppervlaktewater.” Natuurlijk zijn er ook zaken die beter kunnen. “We meten via een vast meetnet de waterkwaliteit in het hele werkgebied, dus ook in de Bloembollenstreek. Daaruit blijkt dat er nog steeds stoffen uit de streek in het water terechtkomen die er niet in horen, soms in hoge concentraties.” Als voorbeeld noemt ze pirimifos-methyl, de werkzame stof van Actellic. “Telkens weer komt dit in de uitslagen terug. We bespreken dit met de KAVB en zoeken naar oplossingen om het gehalte omlaag te brengen. We hebben ten slotte vanuit de Kaderrichtlijn Water de opdracht om te zorgen voor schoon oppervlaktewater.” Voor Van der Poel is de aanwezigheid van Actellic een groot raadsel. “Het middel is al vele jaren verboden en onderne- mers geven ook aan dat ze het niet meer gebruiken. En toch blijft dit hoog scoren. Dat is voor de sector heel frustrerend, omdat ondernemers echt hun best doen om te zorgen voor schoon water.” Behalve gewasbeschermingsmiddelen blijft het schap ook

Dit is het tweede artikel in een serie over water. Daarin komen personen en partijen aan het woord die met dit onderwerp te maken hebben, zoals bloembollentelers, waterschappen, waterwinbedrijven.

23 november 2017

23

23 november 2017

Made with FlippingBook Annual report