Greenity nr 2

OO I T

Wij kunnen het ook!

Nederland is wereldleider in de teelt en handel van bloembollen. Zo’n positie maakt begerig. Dat willen wij ook. Zoals Groot-Brittannië, waar in 1961 een boek verscheen over de commerciële teelt van tulpen en narcissen.

Tekst: Arie Dwarswaard | Fotografie: René Faas

H oogmoed en meewarigheid gaan vaak hand in hand. Wij Ne- derlanders, wij weten wel hoe het allemaal moet met de teelt en export van bloembollen. Dat kunstje kennen wij als geen ander. En als die an- der dat wel probeert dan is dat meestal van korte duur. Op zoveel plaatsen zijn al pogingen gedaan om bollen te telen, maar helaas, meestal wordt dat toch niks. Iets met kennis en traditie, waarschijnlijk. Uitzonderingen bevestigen de regel, en zo’n uitzondering is Groot-Brittannië. De teelt van de narcis is daar nog steeds in areaal groter dan in Nederland en er is

ook een lange geschiedenis met de teelt van tulpen. En dus is het niet verrassend dat in de KAVB-bibliotheek een boek is te vinden uit 1961 over de commerciële teelt van beide gewassen. Het boek is geschreven door John C. Ma- ther, die decennialang voorlichting gaf aan telers over de bloembollenteelt. Hij begint met een hoofdstuk over de geschie- denis van de Britse bollenteelt en dat is misschien wel het meest interessante deel. Daarbij verwijst hij naar een artikel uit het Tulip and Daffodil Yearbook uit 1957 van D. van Konynenburg, uit Noordwijk naar Engeland geëmigreerd en actief gebleven in de bollen. Van Konynenburg beschrijft hoe eind negentiende eeuw de narcissen teelt opkwam en zich over de di- verse delen van Grot-Brittannië verspreid- de. Een bijzondere plaats is weggelegd voor Lincolnshire, waar de omstandighe- den zo sterk lijken op die in het westen van Nederland, dat dit gebied de aandui- ding South Holland krijgt. Mather bena- drukt dat de bloembollenteelt hier altijd een combinatie is geweest van bollen- en bloementeelt. Een groot verschil met de Nederlandse situatie in die tijd, waarbij in eigen land de bolbloementeelt nog maar een fractie was van wat het nu is. Wat opvalt in de uitleg van Mather en Van Konynenburg is de onderlinge strijd die zich meermalen heeft afgespeeld tussen Nederland en Groot-Brittannië. Zo zorgen

9 november 2017 Bijna zestig jaar later zou een boek als dat van Mather niet meer kunnen ver- schijnen. De tulpenteelt is namelijk bijna geheel uit Lincolnshire verdwenen. Wel heeft Groot-Brittannië in oppervlakte nog het grootste areaal narcissen in de wereld. Net als in de tijd van Mather is die teelt echter vooral gericht op de bloementeelt. Het sortiment is beperkter dan in Neder- land. Wel leveren de Britten nog steeds nieuw sortiment, al zijn ze daar ook niet meer de wereldspeler. Eilandbewoners missen nu eenmaal soms de boot. hoge tarieven in 1935 er in Groot-Brittan- nië voor dat er vanuit Nederland nog maar een beperkte hoeveelheid bollen naar dit land kan worden geëxporteerd. Gevolg is een hoge prijs voor de Nederlandse bol. BESMET MATERIAAL Ziek en zeer is een ander lastig punt. Het is volgens Mather het zwakke punt in de Britse teelt omdat er geen strenge controle is op de teelt en verkoop van ziek mate- riaal. En passant merkt hij op dat er wel eens partijen uit Nederland komen die besmet zijn met virus, bolrot en mijten. Wat weinigen weten, is dat niet alleen Nederland onderzoek deed aan bloembol- len. Mather somt zo maar even vier labo- ratoria op waar begin jaren zestig wordt gewerkt aan de bloembol. Daaronder ook het net opgerichte Experimental Horticul- ture Station in Rosewarne.

De serie Ooit belicht vanuit drie invalshoeken de brede geschiedenis van de bloembollensector: • Wat gebeurde er 25, 50, 75 of 100 jaar geleden? • Een bijzonder boek uit de KAVB- bibliotheek. • Een uitvinding die de sector sterk heeft beïnvloed.

33

9 november 2017

Made with FlippingBook Annual report