Greenity nr 2

Jan Rotmans

Lucas Vos

Sylvie Mamias

de industrialisatie in de negentiende eeuw. “In die tijd werd binnen twee generaties een nieuwe economie opgebouwd. Mensen die erin meegingen, kwamen goed weg. Degenen die de nieuwe tijd vreesden niet.” BUREAUCRATISCH De meeste bedrijven zijn volgens Rotmans niet goed voor- bereid op de veranderingen en uitdagingen die de komende jaren op hen afkomen. Ze zijn ontwijken risico’s en zijn bang voor verandering. Ook zijn ze bureaucratisch en ge- richt op de korte termijn. Rotmans gaf een interpretatie van de evolutietheorie: “Niet de slimste of de grootste bedrijven overleven, maar de ondernemingen die zich het beste kun- nen aanpassen aan veranderingen.” De sierteeltsector vormt geen uitzondering op deze consta- tering, meent hij. De sector is volgens de transitieprofessor goed in kleine innovaties om de bedrijfsvoering te verbe- teren, maar slecht in radicale veranderingen. Daarnaast loopt de sector op het gebied van duurzaamheid achter ten opzichte van bijvoorbeeld de voedingstuinbouw. De invulling van het toekomstperspectief voor de sier- teeltsector betekent volgens hem dat een aantal zaken zullen veranderen. Hij denkt dat de toekomst van de sector ligt bij lokale producten, seizoensproducten en duurzame producten. “Ik ben optimistisch voor de lange termijn, maar de sierteeltsector staat voor de grootste uitdaging van de afgelopen honderd jaar.” LOGISTIEK Lucas Vos, tot het eind van het jaar CEO van Royal FloraHol- land, houdt er een minder radicale visie op na. Toch erkent de bestuursvoorzitter dat de sector moet veranderen en dat er ook voor de bloemenveiling uitdagingen zijn. Wereldwijd beschouwt Vos de groei in Azië, met name in China, als een belangrijk gegeven. “Vorig jaar ging er voor een miljoen euro aan bloemen die kant op, dit jaar is dat al 10 miljoen euro.” Royal FloraHolland heeft op dit moment in drie Chinese steden een steunpunt ingericht. Al met al moet hij constateren dat de logistiek vanuit de veiling daar niet op ingericht is. Met name de gekoelde opslag in de keten schiet op sommige plaatsen tekort, met als gevolg dat kwaliteitsverlies optreedt. Binnen de eigen organisatie ziet Vos ook de noodzaak tot logistieke veranderingen. Klanten kopen kleinere hoeveelhe- den en houden geen of minimale voorraden aan. “Dat maakt onze supply chain inefficiënt. Het gevolg is dat de logistie- ke kosten oplopen.” Een onderdeel van die logistiek

Daarmee verandert ook de manier van zaken doen. De transactie is nu gekoppeld aan een logistiek proces. Die twee onderdelen komen meer los van elkaar te staan en daarvoor zet Royal FloraHolland in op de ontwikkeling van de digitale marktplaats. Vos ziet nieuwe spelers op de markt verschijnen die zich ook profileren als marktplaats voor bloemen en planten. “Ik weet niet of we er klaar voor zijn. Ik ben er niet bang voor. We moeten bang zijn voor andere partijen. Ik ben bang voor Amazon of Alibaba. Als zij hun cool chain op orde hebben, dan kunnen ze ons de kaas van het brood eten.” INTEGRATIE Ondanks de waarschuwing van Rotmans was de algehele stemming onder de aanwezigen behoorlijk positief. Het marktperspectief is immers goed, constateerde Sylvie Mami- as, secretaris van Union Fleurs, de internationale koepel van de sierteelthandel. “In de meeste landen neemt het inkomen toe en ook de consumptie stijgt. De vraag is hoe we het beste gebruik maken van die groei.” Zelf gaf ze al een deel van het antwoord. De sierteeltketen kan worden verbeterd, met meer aandacht voor duurzaam- heid en een betere integratie van lokaal en internationaal geproduceerde producten. Digitalisering is nodig, maar marketing, financiering en logistiek blijven belangrijk. Uit de presentaties van de vertegenwoordigers van andere organisaties, zoal AIPH, Ciopora, Florint en Fleuroselect viel echter ook af te leiden dat er veel verschillende belan- gen zijn in de keten; van veredelaars tot bloemisten. Iedere ketenpartij kent andere bedreigingen en wil in staat zijn voldoende marge te maken om het hoofd comfortabel boven water te houden. Anderzijds nemen grote partijen steeds vaker schakels in de keten over, zoals tulpenbroeiers vaker direct met de retail zaken doen. De algehele gedachte is dat die ontwikkeling zal doorgaan. Toch bleef een aantal uitdagingen boven de markt hangen. Zoals de vraag welke ketenpartner promotie doet. Augusto Solano van de koepelorganisatie van Colombiaanse bloemen- exporteurs Asocolflores ziet bijvoorbeeld voldoende potentie in zijn belangrijkste afzetmarkt. “In de Verenigde Staten koopt 30 procent van de gezinnen minimaal een keer per jaar bloemen. Dat betekent dat de marktpenetratie relatief laag is.” Hij denkt dat de keten daarmee aan de slag moet. De Colombiaanse sierteeltsector is op diverse fronten actief met promotie in de VS. Solano denkt echter dat hier nog meer mogelijkheden liggen op diverse markten. Meer sa- menwerking tussen de partijen in de VS en Europa zou wat hem betreft een goede zet kunnen zijn. Mike Ward, voorzitter van de Europese koepel van bloemis- tenverenigingen Florint deelt de zorg om promotie. “We zitten in de geschenkenbranche, maar ik zie geen echte mar- keting over het product dat we verkopen. De parfumindus- trie en chocolademakers zijn daar wel mee bezig. Wij niet. Hoe moeten consumenten ons product dan gaan kopen?”  

zijn ook de karren en het fust. “We weten niet waar ze zijn of zijn geweest. We kunnen niets controleren of herleiden. Onze supply chain is dom. Daarmee gaan we het niet redden.” De logistiek moet daarom veranderen, vindt Vos.

23 november 2017

51

23 november 2017

Made with FlippingBook Annual report