Greenity nr 2

VA S T E P L A N T E N – B O L L E N – K NO L L E N – B L O E M E N – A L G E M E E N

lige cultivars. Bij Aziaten is de maat 10/12 en 12/14 aanzienlijk minder gevoe- lig dan de grotere maten. Van Oriëntals is bekend dat boven de maat 16/18 het risico op bladverbranding duidelijk toe- neemt; • Plant de bollen voldoende diep; 6-8 cm grond op de bollen is het minimum; • Zorg voor een goede ontwikkeling van de stengelwortels door voldoende te gieten tijdens het uitlopen van de wortels; • Bevorder verticale luchtbeweging in het gewas; • Houd na het planten de kastemperatuur bij Aziaten de eerste 4 weken op 12°C en bij Oriëntals rond de 15°C; • Houd bij voorkeur het gewas zoveel mogelijk droog door gebruik te maken van druppelslangen; • Voorkom grote schommelingen tussen de dag- en nachttemperatuur (positie- ve DIF). Laat de kastemperatuur overdag niet hoog oplopen; • Zorg tijdens het kritieke stadium dat bladverbranding kan ontstaan (25 tot 50 dagen na planten), juist voordat de kop los groeit, voor voldoende verdamping; • Door het toepassen van negatieve DIF treedt minder bladverbranding op; • Korte onderwortels verergeren bladver- branding. Houd de partijen met korte onderwortels de eerste weken extra voch- tig en voorkom hoge zoutconcentraties. Zout Lelie is een betrekkelijk zoutgevoelig gewas. Het zoutgehalte in de grond is onder andere het resultaat van het zout- gehalte van het gietwater, het voedingsni- veau van de vorige teelt, zouten uit eventu- ele (organische) bemesting en de opname door het gewas van voedingsstoffen/zouten door het leliegewas. Bij een toenemende EC nemen de takleng- te en het takgewicht af. Dit treedt op van- af een bodemvocht EC van circa 1,3mS/ cm en hoger. Natrium (Na) en chloor (Cl) geven geen extra schadelijke effecten, behalve kwaliteits- en productieverlies door de EC-verhoging die zij veroorzaken. Neem daarom minimaal een keer per jaar een voorraadmonster voorafgaande aan de teelt en neem tijdens de teelt regelmatig bijmestmonsters om de EC en de verschil- lende voedingsstoffen te volgen en indien noodzakelijk bij te kunnen sturen. Meten is weten! Wanneer kort voor een teelt of tij- dens de teelt een te hoog zoutgehalte voor- komt, is dit te verlagen door ruim onbe- mest water te geven. Het water moet dan wel van goede kwaliteit zijn. Soms wordt bewust bij een hogere EC geteeld, om het gewas wat korter te houden. Men gaat dan tot een EC van 2 à 3. Water geven In de leliebloementeelt ontstaat door watergebrek al snel een ongelijkmatig gewas. Zeker in de eerste weken na het

planten is een goede vochtvoorziening van belang. Voor een goede ontwikkeling van de bovenwortels is een vochtige grond nodig. Voor een gelijke gewasontwikke- ling is een goede regenleiding van groot belang. Verdeel de watergift gelijkmatig voor een gelijke opkomst en groei. Beregen na het planten een paar keer flink om de grond rondom de bollen en de wortels aan te laten sluiten. Geef niet meer vocht dan de grond aankan. Voorkom dat de grond dichtslaat. Geef liever een keer vaker dan een grote hoeveelheid in een keer. Met roterende sproeiers is de waterverdeling beter dan met bijvoorbeeld pensproeiers. Bij beide sproeiers is het van belang dat: • het te gebruiken water goed is gefilterd; • de juiste druk op de sproeiers staat; • er geen sproeiers verstopt zijn; • bekend is hoeveel water per gietbeurt nodig is. Zet langs het transportpad een extra sproei- er om uitdroging op de kopeinden van de bedden te voorkomen. Pas echter op dat de kopeinden, door aflopend water van het pad, niet te nat worden. Dit geeft een ver- hoogd risico op aantasting door Pythium, Stengelfusarium en Phytophthora. Bij gebruik van roterende sproeiers moet langer water worden gegeven, om voldoen- de vocht mee te geven. Takken die in leng- te achterblijven als gevolg van te weinig water in het begin zijn later niet meer goed te krijgen. ‘IJspret’-perikelen Voor het geval dat het een strenge winter wordt alvast enkele tips voor de afvoer van dooiwater. • Waar een dikke hallaag aanwezig is, kan afvoer van dooiwater grote proble- men geven. Door plasvorming boven de hal kunnen bloembollen verstikken. Een snelle afvoer is dus van groot belang; • Sneller afvoeren van dooiwater is moge- lijk door in de paden extra stro aan te brengen. Op die plaatsen ontstaat geen of minder hal, waardoor het water vlotter wegzakt; • De diepere paden kunnen een groot gedeelte van het dooiwater afvoeren, maar dan moeten de paden wel naar de sloot aflopen; • Het gebruik van bronbemaling of onder- bemaling kan erg belangrijk zijn. Tijdig pompen na het einde van de vorst ver- laagt het grondwater onder de hal. De hallaag wordt dan vanonder af dunner en het dooiwater zal sneller verdwijnen. Onkruidbestrijding Spuit onkruid dat voor opkomst van het gewas aanwezig is dood met glyfos- aat. Roundup Ultimate is binnen een uur regenvast. Gebruik van Roundup Ultima- te 1,5-2 liter per ha. De ‘oude’ glyfosaat ALGEMEEN

is ook te gebruiken, maar heeft een peri- ode van 4-6 uur droge weersomstandig- heden na de bespuiting nodig voor een goed effect. Gebruik 2–4 l glyfosaat per ha. Doordat in de winter slechts weinig dagen geschikt zijn om te spuiten, is het aantrek- kelijk om bij deze bespuiting 2 l Chloor- IPC mee te spuiten, mits er geen dik dek op de grond ligt. Chloor-IPC bestrijdt kie- mende onkruiden zodat de grond tot aan opkomst onkruidvrij blijft. Nu Chloor-IPC na opkomst in LDS-vorm toegelaten is, blijft na een winterbespuiting van 2 l/ha nog 4 l/ha over om in het groeiseizoen in te zetten. Ook kan gekozen worden voor Reg- lone Bold in combinatie met glyfosaat op het moment dat kleine brandnetel een pro- bleem vormt. Bestemmingsplan en bouwblok Voor de meeste agrarische bedrijven geldt dat ze gevestigd zijn in het landelijk gebied. Voor het landelijk gebied zijn voor- schriften opgesteld wat er op welke loca- tie mag worden uitgeoefend en dit wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Glo- baal herziet de gemeente elke tien jaar dit bestemmingsplan. Daar gaat een hele pro- cedure mee gepaard, waarbij alle betrokke- nen hun wensen kenbaar kunnen maken. Met de voortschrijdende schaalvergroting moet u als bollenteler ook tijdig uitbrei- ding van uw bouwblok aanvragen, ook al verwacht u dat u dat niet binnen vijf jaar nodig heeft. Na de inventarisatie wordt een ontwerpbestemmingsplan gemaakt die ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze inzag- etermijn kunnen geen bouwvergunningen worden verleend. Vaak zijn er bezwaren op (onderdelen van) het ontwerpbestem- mingsplan, zodat er gedurende vele maan- den geen bouwvergunningen worden afge- geven. Indien u bouwplannen heeft, is het dus zaak om uw vergunning aan te vragen vóórdat een ontwerpbestemmingsplan ter Als u een nieuwe ventilator met toeren- regeling wilt aanschaffen, dan is een gelijkstroomventilator goedkoper en ener- giezuiniger dan een ventilator met fre- quentieregelaar. De relatief langzamer draaiende gelijkstroomventilatoren pres- teren beter wanneer de druk niet te hoog oploopt. Dat is het geval wanneer de hoe- ken van de uitblaasopeningen zijn afge- rond. De tegendruk komt dan niet boven de 120 Pa. Hierbij gaan wij uit van 6.000 m³/uur per opening in de droogwand. Een dubbele droogwand voor tweelaagsbeluch- ting van 4 hoog heeft 4 openingen en is dus geschikt voor een ventilator van 24.000 m³/ uur, ongeveer 2,2 kW. Een zware 3 kW-ven- tilator levert veel meer lucht en is daarom meer geschikt voor een dubbele wand van 5 of 6 hoog of eenlaagsbeluchting. inzage wordt gelegd. Systeemventilatoren

23 november 2017

65

23 november 2017

Made with FlippingBook Annual report