Greenity 67

I N G E S P R E K

rische ondernemer voor een groot deel gericht op het bedrijf en het sociale netwerk rond de onderneming. Erfbetreders en andere bedrijfsgerelateerde contacten blijven nu weg. Dat kan invloed hebben op het sociale welzijn van de agrariër.” “De vraag naar hulp heeft een relatie met hoe een sector economisch draait of welke politieke ontwikkelingen er spelen. Ik moet wel zeggen dat de meeste hulpvragen in de regel uit de dierlijke sectoren komen. Zo zien we dat ont- wikkelingen in de intensieve veehouderij (varkens), rondom fosfaat en stikstof (melkveehouderij) of een dierziekte veel invloed hebben op het aantal hulpvragen. Een veehouder is vaak een ander type ondernemer dan een tuinder. Een boer hoeft niet per se een ondernemer te zijn, maar heeft voor het vak gekozen omdat hij graag met dieren werkt. Tuinders zijn vaker echte ondernemers; zeker in het westen van het land, waar men een zakelijkere mentaliteit heeft. ZOB stuurt vrijwel nooit een vrijwilliger die vroeger boer is geweest naar een tuinder of andersom. Onze regiocoördinatoren zoeken altijd naar een vrijwilliger die het beste bij de hulpvrager past. Iemand die de mores van de sector kent, de mentaliteit snapt. Dat is heel belangrijk!” ZOB werkt met vrijwilligers. Waar lopen zij in deze corona- tijd tegenaan? “Onze kracht ligt in het bedrijfsbezoek of het gesprek aan de keukentafel. Dat kan nu niet en dat is een handicap. We zijn in afwachting van het moment dat er weer persoonlijk contact mogelijk is, tot die tijd worden de gesprekken via de telefoon gevoerd. Daarnaast bereiden we ons voor op de piek die gaat komen. Vaak zien we ook dat het aantal hulpvragen na publiciteit in de media toeneemt. Tevens hebben we con- tacten met agrarisch-gerelateerde bedrijven die werken met erfbetreders. Zij hebben er vaak het beste zicht op als het op een bedrijf mis dreigt te gaan. Wij komen echter alleen in actie als een boer of tuinder daar persoonlijk om vraagt. Het werkt niet als we worden gestuurd. Dan krijgt de vrijwilliger zoiets te horen als: ‘Niets aan de hand. Wegwezen jij!’.” De vrijwilligers van ZOB hebben een gedegen training gehad. Komen zij wel eens voor ingewikkelde problemen te staan? “Onze vrijwilligers gaan in principe met z’n tweeën op pad. Tenzij de hulpvrager dat niet wil. De vrijwilligers hebben hun roots in de sector: gestopte of gepensioneerde boeren en tuinders of erfbetreders met een groot sociaal hart. Sommigen hebben zelf een moeilijke periode achter de rug of zijn failliet gegaan. Ze kennen de doelgroep door en door, weten wat de pijnpunten zijn. Soms komen onze mensen in extreme situaties terecht, horen zij onthutsende ontboezemingen. Daar schrik je van. Het komt voor dat ze signalen krijgen dat een ondernemer zelfmoord wil plegen. Wij werken daarbij samen met 113 Zelfmoordpreventie. We organiseren twee keer per jaar een vrijwilligersdag, waar we een bepaald thema behandelen en waar vrijwilligers hun ervaringen kunnen delen. Overigens geldt voor al onze men- sen een geheimhoudingsplicht.” Verwijst ZOB door naar professionele hulpverleners? “Wij proberen het traject van een ZOB-vrijwilliger niet te lang te laten zijn. Als de hulpvrager de regie weer in eigen handen heeft, adviseren wij hem de stap te zetten naar de professionele hulpverlening en doen onze mensen een stap terug. Stel dat een bedrijf financieel-economische hulp

‘Onze kracht zit in het gesprek aan de keukentafel’

nodig heeft om de onderneming weer op de rit te krijgen. Dan verwijzen wij door naar een accountant of financieel adviseur. Dat geldt ook voor psychische hulpverlening. Wat wij wel vaak terugkrijgen van boeren en tuinders is dat deze hulpverleners de taal van de agrariër niet spreken. Zij heb- ben geen idee wat de invloed van familie/gezin op het bedrijf is, kennen de uitgesproken verwachtingen van ouders niet. Als je de verwevenheid van de ondernemer met zijn bedrijf niet snapt, kom je nooit tot een goed gesprek. Daarom is professionele hulpverlening soms lastig.” Ten slotte, wat beweegt Piet Boer om zich als voorzitter van ZOB in te zetten? Heeft u daar persoonlijke redenen voor? “Ik ben van 2011 tot 2016 voorzitter van de zuivelcoöperatie FrieslandCampina (RFC) geweest. In het laatste jaar kwam ik in aanraking met een aantal schrijnende situaties, die in een aantal gevallen tot melkweigering leidde. Daarbij zijn mede- werkers van RFC bedreigd en gegijzeld. Voor de betreffende ondernemers waren dit net de druppels die de emmer deden overlopen. Een van de boeren dreigde zich in die tijd van het leven te beroven en heeft dat later ook gedaan. Dat zijn din- gen die hard binnenkomen. Toen ik in 2018 werd gevraagd voor de functie van voorzitter van Zorg om Boer en Tuinder, heb ik gelijk ‘ja’ gezegd. Mijn rol is om ervoor te zorgen dat vrijwilligers goed hun werk kunnen doen, dat ZOB meer be- kendheid krijgt en om een netwerk met bedrijven en andere contacten op te bouwen. Het echte werk doen onze vrijwilli- gers aan de keukentafel.”

8

22 mei 2020

Made with FlippingBook - Online catalogs