Greenity50

‘‘Magnificent Bells’ staat minimaal twee weken op de vaas’

Ondersteund door een persbericht, zet het MPS GAP-gecer- tificeerde bedrijf de snijbloemen daarom sinds kort in de markt in een duurzame papieren steekhoes met daarop de niets aan duidelijkheid te wensen overlatende merknaam ‘Helleborus Four Seasons’. “Jaarrond leverbaar”, verzekert De Haas. “Vooral als waardevol onderdeel van een mooi boe- ket. Dit Helleborus-soort voegt niet alleen mooi groen maar ook prachtige groenwitte bloemkelkjes toe. Mede dankzij onze deelname aan Floral Fundamentals, beginnen steeds meer bloemisten en arrangeurs dat in de gaten te krijgen.” NOG WERELD TE WINNEN De Haas schat dat ongeveer tachtig procent van de productie naar vaste afnemers gaat, vaak met de Verenigde Staten en Zuid-Korea als eindbestemming. “Er valt dus nog een wereld te winnen”, stelt hij monter vast. Dat geldt in zekere zin ook voor de teelt, al vindt De Haas dat er al grote stappen vooruit zijn gezet. “Iedere plant gaat drie à vier jaar mee, dan pas begint de kwaliteit van de bloemen ondermaats te worden, zodat we ernaar streven om ieder jaar ongeveer 2.500 m 2 te vervangen. De meeste bloemen die we snijden hebben nu een lengte van 40 à 45 cm, maar 50 of misschien zelfs wel 60 cm is het doel. Enorm pluspunt van de ‘Magnificent Bells’ ten opzichte van de H. orientalis is de houdbaarheid: een vaasleven van twee weken is minimaal, vaak zien ze er na drie weken ook nog schitterend uit. Daarmee scoort de Hel- leborus ook heel goed ten opzichte van andere snijbloemen.” NATUURLIJKE VIJANDEN Gevraagd naar de grootste teelttechnische uitdagingen, noemt De Haas plagen als luis, trips en spint. “Conform onze MPS GAP-certificering proberen we ze zoveel mogelijk met natuurlijke vijanden onder de duim te houden. Als we al moeten corrigeren met gewasbeschermingsmiddelen, is het pleksgewijs.” In de kas herinnert een buisrailsysteem aan de glasgroenten die hier voorheen werden geteeld, zoals op zoveel bedrijven in het Westland die later op sierteelt overschakelden. De Haas: “De infrastructuur ligt er, maar we zijn nog niet aan de ontwikkeling van oogstkarren toegekomen. Automati- sering van de oogst is een utopie: het gewas leent zich daar niet voor en met een handvol hectaren in Nederland is de teelt er ook te klein voor.”

En dus blijft ook De Haas bij de oogst afhankelijk van uit- zendkrachten. “You can start where you yesterday finished”, instrueert hij twee Poolse medewerksters, die klaar zijn met het snijden van calla’s en komen vragen op welk bed met oogstrijpe Helleborus ze zich kunnen storten. “De planten staan los van de grond, op omgekeerde potten, omdat dat beter is voor de groei en om het snijden makkelijker te maken”, legt de tuinder uit. “Toch heb ik de laatste tijd al een paar keer meegemaakt dat uitzendkrachten na één dag wegbleven. Polen worden kieskeuriger en dat is jammer en onterecht. Vergeleken met potplanten moet je hier inder- daad wat meer bukken, maar na twee dagen voel je je rug niet meer. En de Helleborus is en blijft een mooi gewas om in en mee te werken, jaarrond.”  

14

27 september 2019

Made with FlippingBook Ebook Creator