Greenity50

27 september 2019 passen en op de winkel te passen. Het economisch tij is goed, dus laten we daar gebruik van maken in plaats van af te wachten.” geen nieuwe verrommeling ontstaat die we over tien of twintig jaar weer moeten opruimen en er weer nieuwe woningbouw nodig is. Zorg dus nu voor handhaving door de gemeenten. Tot nog toe is het adagium: beter vergeven dan een vergunning. Wat dat betreft had die ene bollengemeente er allang moeten zijn.” Behalve ruimte hebben agrarische bedrijven ook mensen nodig “De Greenport wil, als onafhankelijke organisatie, het dossier over de huisvesting van de arbeidsmigranten graag vlottrekken. Het is lastig om goede werknemers te vinden en we kunnen ons niet veroorloven om voor arbeidsmigranten geen goede huis- vesting te regelen. Bovendien trekken we dan de woningmarkt weer recht door ruimte te maken voor starters. We willen op dit terrein echt meters maken. Daarnaast denk ik dat het agrarisch onderwijs wel een opfrisbeurt kan gebruiken. Het werk leren veel mensen in de praktijk, maar de sector heeft communica- tieve, veerkrachtige, digitaal vaardige en mondige ondernemers nodig. De Greenport kan een rol spelen om dit te agenderen, maar het onderwijs moet het wel zelf doen.” Waarom hebben telers die nieuwe vaardigheden nodig? “Ze moeten zelf de regie nemen en kansen pakken. Denk aan het toerisme. Toeristisch is de Duin- en Bollenstreek een echte hotspot, die niet voor niets Fields of Amsterdam wordt genoemd. Alleen zit het toerisme niet in het DNA van veel telers. Ze moeten leren van natuurbeheerders, die slimme, goed beweg- wijzerde, paden aanleggen waar uiteindelijk 99 procent van de bezoekers op blijft. Zo bepaal je zelf waar je wel en waar je geen toeristen wilt hebben en komt er meer balans. Verder moeten ze arrangementen gaan aanbieden en profiteren van de toeristen. Ik zeg niet dat het hier een grote marktkraam moet worden en dat de telers alles zelf moeten doen. Kijk naar Midden-Delfland waar veertig boeren zitten die allemaal kaas en melk verkopen. De Bollenstreek heeft een hogere potentie met een prachtig achterland met de Kaag en de duinen. Dan is het toch gek dat zoiets in de Duin- en Bollenstreek met 12 miljoen mensen in de omgeving, niet gaat? Dit is een kans en als je dat niet wilt, moet je in Groningen of Friesland gaan telen.” Speelt de regio nog een rol? “Natuurlijk. Bij een circulaire economie hoort dat je meer lokaal produceert. Nu halen we producten efficiënter uit Peru dan uit Voorhout. Burgers moeten meer in hun achtertuin gaan kopen en zo meehelpen om het landschap en de lokale economie in stand te houden. Tegelijkertijd kweek je zo wederzijds begrip. Lokale supermarkten moeten daaraan gaan meewerken. De Greenport kan meehelpen om dit te stimuleren. Wij zijn van het ontwikkelen, verbinden en het netwerk. We hebben elkaar nodig, want je kunt het niet alleen.” De Greenport laat van zich horen? “Zeker. Tot nog toe leidde de organisatie een wat tanend bestaan, maar dat is over. Ik ben hier niet om een reanimatie toe te Over Greenport Duin- en Bollenstreek De Greenport Duin- en Bollenstreek wordt in oktober een stichting, waarin naast de overheden ook ondernemers, onderwijs en onderzoek gaan partici- peren. De Greenport Duin- en Bollenstreek gaat uitvoering geven aan het op 14 maart afgesloten Tuinbouwakkoord met minister Schouten. Daarin staat dat Nederland een circulaire tuinbouwsector moet krijgen. Dat houdt in een klimaatneutrale tuinbouw, wat vraagt om modernisering van het productie- gebied, gezonde planten/gezonde mensen, betere vers-logistiek en innova- tie. Verder wordt er gewerkt aan arbeidsmarkt en scholing.

D e Greenport Duin- en Bollenstreek heeft, net als de andere Greenports in Nederland, in maart een hand- tekening gezet onder het Tuinbouwakkoord. Daarin is vastgelegd dat onder meer wordt gestreefd naar klimaatneutrale tuinbouw, modernisering van het productiege- bied en innovatie. Een flink pakket, maar wat betekent dat concreet? “We hebben afgesproken dat we naar een circulaire economie moeten. Dat betekent beter omgaan met het kapitaal van de streek, zoals de bodem. Biodiversiteit moet op de agenda. Er zijn steeds minder gewasbeschermingsmiddelen toegestaan en dus moeten we zorgen voor een weerbare bodem en weerbaardere planten. Ook moet bijvoorbeeld in de komende jaren het water veel schoner worden. Nu zijn er nog steeds te veel residuen van gewasbeschermingsmiddelen en fosfaat in het water te vinden. Dat is deels historisch en deels een gevolg van de zandgrond, maar bollentelers moeten slimmer worden. Weersomstandigheden als wind en temperatuur moeten een grotere rol spelen bij het mesten. Dat heeft met vakmanschap te maken. Bollentelers kun- nen leren van veetelers, die al met veel strengere regels te maken hebben. Ik gun het telers niet dat ze straks in de klem komen, dus moeten we nu aan de slag. De Greenport kan hier een rol spelen.” Hoe kan de Greenport hierbij helpen? “Er moet meer onderzoek worden gedaan. Dat moet weer van onderaf worden opgebouwd, want recent moest een gepen- sioneerde onderzoeker vertellen over de resultaten van het programma Het Nieuwe Verwerken. Dat zegt natuurlijk al iets over het failliet van het systeem. Kijk naar de glastuinbouw, die miljoenen euro’s heeft vrijgemaakt voor onderzoek. De KAVB wil dat ook regelen door een algemeen verbindendverklaring, zo- dat iedereen meebetaalt aan onderzoek. Dat kan, want het gaat bollentelers al een paar jaar goed. Kijk alleen maar eens naar het wagenpark. Voorts moeten we de onderzoekers laten onderzoe- ken, terwijl de aansturing van onderaf komt. Dan heb je gelijk draagvlak. De Greenport kan helpen om alles te organiseren en te zorgen dat we kiezen wat we willen. Niet kiezen is verliezen, want dan trek je alles het moeras in.” Circulair telen betekent behoefte aan meer, toch al schaarse, ruimte. “De Duin- en Bollenstreek heeft nu 4.600 hectare landbouw- grond, waarvan 2.625 hectare bollengrond. Ik zie geen reden om dat te verminderen. Ik maak altijd de vergelijking met een boterkoek waaraan iedereen zit te knabbelen. Aan het einde heb je geen boterkoek meer over. Vergeet niet dat het agrarische cluster de basis is van de hele Duin- en Bollenstreek. In goede economische tijden wordt weleens gedacht dat we zonder die primaire sector kunnen en zijn andere sectoren meer sexy. Maar de land- en tuinbouw is de drager van de economie, al was het maar als voedselproducent. We hebben ze hard nodig en dus moeten we de komende generatie van belangrijke gebieden afblijven. Natuurlijk is het ingewikkeld, want er moeten ook nog huizen worden gebouwd. Maar wees zuinig op de grond die kwa- litatief goed is. En dan heb ik het niet alleen over de grond maar ook over de ontsluiting, het formaat en hydrologie. We moeten voorkomen dat de boterkoek op raakt. Zonder teelt en tuinders is de Keukenhof ook niet meer dan een bos met een gebouw.” De kritiek is nu juist dat de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) zelf het landschap volbouwt. “De streek is verwend met de GOM. Het is telers gemakkelijk gemaakt en er is veel opgeruimd. Nu moeten we kijken dat er

41

27 september 2019

Made with FlippingBook Ebook Creator