Greenity50

I N G E S P R E K

dosering, spuitmoment, afstelling en doppen niet op orde hebben. Misschien volgens de wet wel, maar niet voor optimale gewasbescherming. Dat is mijn waarneming. Telers vertellen dat, maar onderzoekers zwijgen of verwijzen naar niet-contro- leerbaar onderzoek. Ziekten en plagen reageren anders door de klimaatverandering, zeggen ze. Zodra ik zeg dat het averechts werkt, krijg ik commentaar.” U heeft die wijsheid allemaal wel in huis? “Nee, maar sinds 1985 houd ik mij bezig met toepassingstech- nieken en spuitkeuringen. Om uit te zoeken hoe het in de praktijk werkt, kijk ik niet alleen op de bedrijven. Ik heb zelf een spuit gebouwd waarmee ik alle mogelijke spuittechnieken en doppen probeer. Daar heb ik zelf in geïnvesteerd. Ik heb een rekenprogramma gekocht om de druppelverdeling te bepalen en met UV-licht kan ik die verdeling zichtbaar maken. Dat doe ik voor mezelf, ik heb ontdekt dat telers daar helemaal niet op zitten te wachten. En dat de wetenschappers die alle driftre- ductieregels hebben bepaald, daar niets van willen horen. Met die machine spuit ik 60 bunder per jaar. Er zit drie meter sleepdoek op, luchtondersteuning, Airtec, er kan mee in de rij worden gespoten en bemest. Het ding kan zuigen en blazen en ik kan behalve druppels ook korrels verdelen. Alleen de techniek van MagGrow zit er niet op; die willen ze niet aan mij verkopen. Behalve dat ik zelf spuit, leg ik ook proeven aan om te kij- ken wat middelen doen. Als botanisch analist heb ik geleerd hoe een plant werkt en hoe middelen ingrijpen. Die kennis ontbreekt vaak bij telers. De boer en tuinder is het allerbe- langrijkst bij het middelengebruik. Technische kennis én het karakter telt. Ga je naar een spuitcursus voor je punt, of kom je luisteren om die kennis daarna goed toe te passen? En waar ga je heen, naar je handelaar of naar een onafhankelijke inleider? Van de vakbladen moet je het als teler ook al niet hebben. Daar lees ik onjuiste informatie in, die ze of bewust of door nalatig- heid bij de waarheidsvinding verstrekken. Schrijf je iets zonder je te vergewissen van beide kanten van de medaille, dan ben je in mijn beleving aan het misleiden.” Behalve boeren en tuinders, probeert u ook politici op andere gedachten te brengen. Het moet anders in Nederland wat u betreft, maar hoe? “Boer en tuinder zijn een verdienmodel geworden en dat moet anders. Via politici lukt het soms om Kamervragen te laten stellen over de manier waarop wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de technieken die de sector nu opgelegd krijgt. Als het gaat om driftreducerende doppen voor die bekende lijst bij- voorbeeld, die nu flink korter is. Hoe was de machine afgesteld tijdens het onderzoek? Wat heeft de doppenfabrikant betaald aan het onderzoek? En de machinefabrikant? Op die manier zijn de kronkels in de regels aan de kaak te stellen. Neem nu de sleepdoektechniek. De sleepdoek moet over het gewas strijken, behalve die van fabrikant Dubex. Die mag, volgens zeggen, 20 centimeter boven het gewas blijven. Wat heeft dat voor zin en waarom mag dat? En hoe moet je bloeiende tulpen met een sleepdoek spuiten? Ander voorbeeld. De drukregistratie, wat is dat voor kleuterop- lossing? Fraude is doodeenvoudig en alleen de druk is zinloze informatie als de rest van de afstelling van de spuit onbekend is. Die wordt niet geregistreerd en de drukgegevens moet je een half uur bewaren en daarna mag je ze wissen. Je hebt er als teler helemaal niets aan.”

‘Willen we over gewasbescherming praten op basis van feiten of van emotie?’

Maar wat is de kern van de zaak? “Al die regels en wetten, al dan niet ingegeven door de com- merciële belangen van toeleveranciers en fabrikanten, maken het werk van boeren en tuinders onuitvoerbaar. Accepteer dat het soms niet kan zoals het moet, maar dat het moet zoals het kan. Als de sector met kennis van zaken werkt, komt dat de portemonnee van de teler én het milieu ten goede. Natuurlijk vind ik dat een ieder zich moet verantwoorden voor wat hij doet, maar dan ook iedereen! Gewasbescherming is als roken, je bent bijna per definitie fout als je ermee bezig bent. Dat is natuurlijk niet zo, dat begrijpen ze ook in Westerveld, bijvoorbeeld. Het lijkt in de media alsof de partijen lijnrecht tegenover elkaar staan, maar dat is in werkelijkheid anders. De waarheid moet boven tafel en daarom werkte ik ook mee aan de recente uitzending van Zembla over het rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. In het rapport staat duidelijk dat de stoffen die in de omgeving van de bollenpercelen zijn gevonden niet door drift zijn verspreid. Het komt door het karakter van de werkzame stoffen, die afdampen na gebruik. Die damp komt overal en dat heeft niets met drift te maken. Door de driftdiscussie blijft dat onbesproken en dat klopt niet. Willen we afgaan op de feiten, of op basis van emotie praten? We moeten weten wanneer gif giftig is, wat de giftigheid van middelenmengels is, op welke termijn het schadelijk is voor de gezondheid. Telers hebben die kennis nodig. De overheid moet die leveren. Er zitten gelukkig parels tussen in het vak, die zich wel verdiepen. Die de oren niet laten hangen naar de middele- nadviseur, die weten hoe het gewas werkt, hoe de vijanden van het gewas werken én hoe het middel werkt.”  

8

27 september 2019

Made with FlippingBook Ebook Creator