Greenity 81

I N G E S P R E K

Wat doet uw VHG om de klappen te beperken? “Onze taak is dat er meer bewustzijn komt over de waarde van groen. Daarmee zorgen we dat er meer werk is voor aanleg en onderhoud van groen. In onze communicatie ligt sterk de nadruk op vertellen over de maatschappelijke en economische voordelen van groen. Ook laten we zien hoe die baten tot hun recht kunnen komen, bijvoorbeeld door groene concepten te laten ontwikkelen en hier aandacht aan te besteden in inspiratieboeken. Dit moet ervoor zorgen dat groen – ook bij een krimpend budget – hoog op de agenda blijft staan bij onder andere overheden, maar ook dat de leden hierop inzoomen en er aandacht aan besteden, zodat ze het kunnen doorvertalen in aanleg en onderhoud.” In hoeverre steekt VHG energie en geld in onderzoeken naar de baten van groen? “We zijn als VHG bij veel onderzoeken betrokken en de tools die daaruit voorkomen. We hebben er geen jaarlijks budget voor ofzo. Onze inzet zit vooral in manuren en aan een paar onderzoeken betalen we mee, gemiddeld zo’n 5.000 euro per onderzoek. Onderzoek is heel belangrijk om met groen te kunnen innoveren. We kijken dan vooral naar knelpunten in de maatschappij en stellen ons de vraag wat groen hierin kan betekenen. Bijvoorbeeld de luchtkwaliteit verbeteren, hittestress tegengaan en de biodiversiteit vergroten. Dit is ook de basis voor onze concepten De Levende Tuin, Het Le- vende Gebouw en De Levende Openbare Ruimte. In de inspi- ratieboeken zijn de ontwikkelde concepten te zien op basis van wetenschappelijk onderzoek. Een voorbeeld is dat kinde- ren gebaat zijn bij groene schoolpleinen. Ze nemen de lesstof beter op, vertonen minder pestgedrag, hebben minder last van obesitas en ontwikkelen zich socialer. Als je dit weet, moet je wel vertellen hoe zo’n schoolplein eruit moet zien. Daarom is de handleiding Groene Schoolpleinen gemaakt. Hierover hebben we voorlichting gegeven aan onze leden en vervolgens hebben we de verbinding gelegd met provincies in de hoop dat zij dit in hun visie en beleid opnemen. Deze werkwijze om innovaties in ons vak te brengen, slaat aan. Vijf jaar geleden waren er amper groene schoolpleinen, nu zijn ze ‘hot’. Gemeenten, provincies en waterschappen stellen er nu subsidies voor beschikbaar. Deze werkwijze vertalen we naar de openbare ruimte. Eind oktober kwamen we met de handleiding De Levende Openbare ruimte. Ik neem dit onder de arm mee naar gemeenten en verschillen- de netwerken. In gesprek met gemeenten kijk ik naar welke maatschappelijke uitdagingen voor hen spelen. In Den Haag kies ik een andere insteek dan in Enschede. Den Haag ligt beneden zeeniveau, dus daar speelt klimaatadaptatie, en En- schede heeft meer aandacht voor droogte en biodiversiteit.” Het duizelt mij van de initiatieven: De Groene Stad, het Europese Green Cities, jullie serie ‘Levende’ boeken, iBulb, NL Green Label, the future green city… Iedereen promoot de waarde van groen naar consument of institutionele par- tijen. Kan dat samen niet veel beter en efficiënter? “Klopt, er zijn veel initiatieven. Soms vullen ze elkaar aan of legt de een meer focus op iets dan de ander en soms zitten ze op hetzelfde spoor. Maar ieder initiatief heeft zijn waarde en waar raakvlakken zijn, wordt er volgens mij samenge- werkt. Als VHG richten we ons alleen op bewustwording van de baten van groen. Door hieraan te werken maken we de koek groter en dit leidt ertoe dat er meer groen wordt toe- gepast. Maar wie uiteindelijk van die koek gaat eten en met welk groen, laten we aan marktpartijen over. De Groene Stad is meer marketinggericht gegaan en daar liepen onze doelen wat uiteen en dus zitten we daar niet meer bij. Een initiatief als iBulb is ook marketing- en afzetgericht, namelijk op het stimuleren van onder andere het gebruik van bloembollen. Als VHG-branche leveren we een dienst of een totaalconcept.

‘Wij zorgen voor meer bewustzijn over de waarde van groen’

Het ‘product’ groen is dan natuurlijk heel breed en omvat onder andere bomen, struiken, vaste planten, rozen, hees- ters en bollen. In onze inspiratieboeken kunnen bollenkwe- kers iets vinden met bollen en kwekers van tuinrozen iets met tuinrozen. De hovenier of groenvoorziener kijkt naar de plek waar iets moet komen en kiest zijn juiste groenoplos- sing. De bollensector moet dus zelf met baten van bloembol- len komen en kijken hoe dit in deze concepten past.” In hoeverre is het werk van VHG door te vertalen naar kwekers? “Het is logisch dat je elkaar goed moet betrekken in waar je mee bezig bent. Onlangs hield ik op initiatief van tuinrozen- kwekers een inleiding op hun bijeenkomst. Zij vroegen zich af hoe onze leden hun product toepassen, of waarom niet, en zochten dus heel erg naar haakjes in de werkzaamheden en keuzes van een hovenier of groenvoorziener. Dat is heel verstandig om samen naar goede manieren van toepassingen te kijken, zodat de producten tot hun volle wasdom komen. Het moet dus ook vanuit de sector zelf komen. Ik heb nog niet eerder voor bollenkwekers gestaan. Zouden zij zelf con- tact hebben met groenvoorzieners en hoveniers?”

8

4 december 2020

Made with FlippingBook - Online catalogs