Greenity3

Van de grond los

Het project ‘Teelt de grond uit’ bestaat tien jaar. Dit samenwerkingsverband tussen bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen wordt dit jaar afgerond. Er is veel kennis verkregen en enkele telers passen deze kennis al toe in hun normale bedrijfsvoering, zo constateert projectleider Janjo de Haan. Wel is op deelterreinen vooruitgang geboekt.

Tekst: René Bouwmeester | Fotografie: Wageningen UR

E r valt veel te pleiten voor het telen los van de ondergrond, zegt projectleider Janjo de Haan van Wageningen UR. Zo kan het duurzaam zijn om teelt uit de grond te halen. De emissie van gewasbeschermings- middelen of meststoffen wordt stukken lager, er is minder grond nodig voor de teelt en in sommige gevallen is een hogere productie mogelijk. Doordat niet jaar op jaar in dezelfde ondergrond wordt geteeld, is kans op verspreiding van ziekten via de bodem nihil. De publiek-private samenwerking ‘Teelt de grond uit’ ging tien jaar geleden van

start om de mogelijkheden te onderzoe- ken van teelt los van de ondergrond. Het was een project dat praktisch de hele tuinbouwsector verbond. Onderzoekers van Wageningen UR en Proeftuin Zwaag- dijk werkten in het programma nauw samen met telers, toeleveranciers en advi- seurs uit de sectoren vollegrondsgroente, boomkwekerij, bloembollen, fruitteelt en zomerbloemen. Het doel was om nieuwe teeltsystemen te ontwikkelen die een beter marktperspectief opleveren en een minimale emissie geven. In de bloembollenteelt zijn door PPO Lisse en Proeftuin Zwaagdijk proeven gedaan

met lelie en hyacint. In twee projecten die zijn uitgevoerd tussen 2009 en 2017 is onderzocht hoe een gesloten teeltsysteem voor de bloembollen eruit kan zien en of dit economisch haalbaar kan zijn. In de periode van 2009 tot en met 2013 is onderzoek verricht naar de bollenteelt van lelie en hyacint op drie manieren: teelt op substraatbedden van herbruikbaar substraat van diverse dikten, een drijvend teeltsysteem met bollen op water en een teeltlaag van 45 centimeter, waarbij de on- dergrond is afgedekt met folie en waarbij water wordt opgevangen. De bolopbrengsten waren vaak beduidend hoger dan die in de vollegrondscontrole- velden, maar niet altijd. Vaak zijn de te natte omstandigheden (neerslagoverschot in de winter), extremere bodemtemperatu- ren, uitval door ziekten en het ‘inwaaien’ van onkruid de oorzaak van lagere bol- opbrengsten. De substraatbedden blijken hier het best tegen bestand en het meest robuuste teeltsysteem op te leveren. UITGANGSMATERIAAL Het onderzoek in de tweede periode, van 2013 tot en met 2017, was gericht op de productie van hoogwaardig, ziektevrij uitgangsmateriaal van lelie volgens ‘de Methode Middenweg Vledder’. Daarbij worden schubbollen geteeld op bakken met substraat vanuit losse schubben. Het blijkt mogelijk om vanuit die losse schub- ben binnen twee jaar dikke schubbollen

De resultaten van de teelt van Callistephus op water waren wisselvallig

36

7 december 2017

Made with FlippingBook - Online Brochure Maker