Greenity3

VA S T E P L A N T E N – B O L L E N – K NO L L E N – B L O E M E N – A L G E M E E N

het gewas, met name bij cultivars met veel bloemen, sneller gaan strijken. De bollen dus niet te dicht planten; • Een stikstofbemesting is in de broeierij niet nodig. Stikstof geeft een langer en slapper gewas. Tulp Koudeperiodes bij broei onder kunstlicht

(zachtrot) en Fusarium (zuur) de bollen in een bad met daarin 0,6 tot 1,2 procent Top- sin M ultra en 0,5 procent captan (o.a. Mer- pan, Captosan). Verdubbel de concentratie Topsin-M voor zeer humusrijke gronden, omdat humus een groot deel van het mid- del vastlegt. Zachtrot is ook te voorkomen door de grondtemperatuur onder 10°C te houden. In dat geval voldoet ontsmetten in 0,5 procent Topsin-M en 0,5 procent cap- tan. Bewaartemperatuur knollen De bewaartemperatuur van de knollen voor de bloementeelt is 13°C. Als de knol- len nodig zijn voor een vroege bloei onder glas, bewaar de knollen dan 6 weken voor het planten bij 18 - 20°C. Hierdoor groeien de spruiten alvast iets uit en zal de groei in de kas iets vlotter zijn. Bij een lange bewaring is het beter om de knollen na het drogen en schonen bij 9°C te bewaren. De spruit blijft zo beter in rust. Het gevolg van een lange bewaring en late plantdatum is dat de eerste bloem vrij snel komt en kort blijft. De basis voor een geslaagde onkruidbe- strijding in voorjaarsgewassen ligt in deze periode van het jaar. De winter is echter niet de meest geschikte periode voor het uitvoeren van bespuitingen. Door wind, regen, sneeuw en vorst zijn lange perio- den ongeschikt voor bespuitingen. Het gewas groeit echter wel door. De eerste bespuiting moet voor opkomst plaatsvin- den. Met het oog op de weersontwikkeling moet daarom vaak de eerste bespuiting al in december of begin januari plaatsvin- den. Gebruik bij deze bespuiting midde- len die al het onkruid dat boven de grond staat bestrijden. Standaard is het gebruik van glyfosaat (o.a. Roundup Ultimate) Als u echter last heeft van kleine brandnetel voeg dan 2 l Chloor-IPC toe aan de bespui- ting met glyfosaat. Gedurende de winter- maanden bestrijdt chloor de meeste kie- mende onkruiden. Ook Reglone Bold heeft een betrouwbare contactwerking op kleine brandnetel. Perceelskeuze Veel bloembollenbedrijven zijn voor de teelt aangewezen op onbekend huurland. Niet alle percelen zijn echter geschikt. Om de geschiktheid van huurland te beoorde- len is tijdige oriëntatie een vereiste. Vooral na veel regen is dit zinvol. Door kuilen te graven in het perceel kan de teler een goede indruk krijgen over: • het gehalte aan humus en afslibbaar in de bovengrond; • de dikte van de beteelbare laag; • het wel of niet aanwezig zijn van verdich- Zantedeschia Algemeen Onkruidbestrijding voorjaarsgewassen

7 december 2017 De meeste bloembollenschuren worden gebouwd met sandwichpanelen, omdat deze goed isoleren en gemakkelijk te beves- tigen zijn. Een zeer groot nadeel van sand- wichpanelen vormt echter de geluidsweer- kaatsing. Vooral in verwerkingsruimten kan dit een bron van ergernis zijn. Er zijn bouwsystemen die goed scoren op de cri- teria geluidsabsorptie, thermische isola- tie, duurzaamheid en prijs. Het gebruik van zogenaamde binnendozen met daar- in steenwolmatten blijkt daarbij bijzonder doeltreffend. Ze zijn er in vele varianten en bieden uitstekende ontwerpmogelijkheden. Ze functioneren bovendien als brandwand. Gordingen (een houten balk of een liggers) zijn niet meer nodig, zodat stofophoping beperkt blijft. In het dakvlak zijn verge- lijkbare systemen mogelijk. Het is zonder meer aan te raden om te informeren naar de mogelijkheden. De meerkosten vallen echt mee als je dit afzet tegenover het voor- deel van minder geluid. te lagen; • de structuur van de ondergrond (poriën, wortels); • de zandgrofheid. Door ook informatie te verzamelen over de werking van de drains, de draindiepte, de drainafstand, de peilbeheersing, de vlaklig- ging van het perceel, de beregeningsmo- gelijkheden, de voorvrucht, eventuele probleemonkruiden, aaltjesbesmetting, gebruikte herbiciden en de teeltverboden en voorschriften, kan de teler de geschikt- heid van een perceel goed beoordelen. Des- gewenst kan Delphy deze bodemgeschikt- heidsbepaling doen. De grondsoortenkaart, die gehanteerd wordt in de nieuwe mestwetgeving blijkt in een aantal gevallen niet te kloppen. Een ondernemer die denkt dat de kaart onjuist is moet zelf onderzoek uit laten voeren en bezwaar maken bij het ministerie. De kaart is in te zien op internet. Werkhouding broeierij Een optimale werkhouding in de broeie- rij beperkt rugklachten. Vooral werkhoog- te en werkbreedte zijn belangrijk. Bij een lichaamslengte 1.70, 1.80 en 1.90 m is de optimale werkhoogte bij potgrondbroei respectievelijk 80, 85 en 90 cm. De werk- hoogte is de afstand van de grond tot het aangrijppunt van de plant (= net boven de bol). De tablethoogte is circa 12 cm lager. Voor de broeierij op water geldt een ander aangrijppunt, pas hier dus de tafelhoogte op aan. Als richtlijn geldt een tafelhoogte van 40 tot 45 cm. Bij een goede werkhou- ding ligt de maximale werkbreedte rond de 60 cm. Dit resulteert in tabletten van 1.20 m breed. Wanneer met bredere tabletten wordt gewerkt is het beter de werkhoogte te verlagen. Bedenk dat alleen bij een opti- male werkhouding maximaal gepresteerd kan worden. Binnendozen als gevelbekleding

Bij broei van tulpen onder kunstlicht is de kans op te lange tulpen groter dan bij broei in de kas. Bij cultivars die gemakkelijk te lang worden moet hiermee rekening wor- den gehouden door de koudeperiode ‘aan de korte kant te houden’ (bijvoorbeeld één week korter dan in de tabellen bij de broei- schijf aangegeven). Door de vaak wat hoge- re luchtvochtigheid in de kunstlichtruimte is het eveneens raadzaam de temperatuur op ± 17 - 18°C te houden. Dit om te snelle groei met meer kans op kleine bloemen en kiepen tegen te gaan. Streef naar een lucht- vochtigheid van maximaal 80 procent tus- sen het gewas. Ventileer daarom op tijd. 5°C- en 2°C-teelt Voor de latere 5- of 2°C-trekken gelden de volgende temperaturen: • een bodemtemperatuur op boldiepte van max. 13°C; • een luchttemperatuur tussen het gewas van max. 15°C. Om zachtrot zoveel mogelijk te voorkomen is het raadzaam de bodemtemperatuur de eerste 2 weken op maximaal 9 - 10°C te houden. Het kaal maken wordt nu over het algemeen achterwege gelaten, alhoe- wel het voor bollen met taaie huiden en groeischeuren toch nog te overwegen is. Plant niet kaal gemaakte bollen met stug- ge huiden in ieder geval voldoende diep (3 - 5 centimeter grond boven de bol) om een zo goed mogelijke beworteling mogelijk te maken en opgroei te voorkomen. Bolontsmetting 5°C-tulpen in de vollegrond Ontsmet ter bestrijding van Pythium

65

7 december 2017

Made with FlippingBook - Online Brochure Maker