Greenity18

IMAGO:

De bollensector ligt de laatste jaren onder een vergrootglas vanwege het middelengebruik. De term ‘gifbollen’ werd zelfs aan de Nederlandse taal toegevoegd. Dus het imago van het vak is slecht… of toch niet? Vertel je verhaal

Tekst: Monique Ooms | Foto: René Faas

V oordat we ook maar één letter Imago is het beeld dat bestaat van een persoon, instelling of bedrijf. Of, zoals imagodeskundige Lonneke Deutekom het kernachtig verwoordt: “Je imago is wat mensen over je zeggen als je niet in de kamer bent. Dat kan verschillen van je identiteit. Je identiteit is hoe jij naar jezelf kijkt, wat jij vindt dat je bent. Die twee dingen zijn niet altijd hetzelfde: de mensen om jou heen kunnen iets anders zien en vinden dan jij. Als je daar vrede mee hebt, is het helemaal oké. Als jij er problemen mee hebt dat mensen anders naar jou kijken dan je wilt, heb je een probleem en moet je in actie komen.” KOST NIKS Een slecht imago is geen verloren zaak, be- nadrukt Deutekom. “Je kunt van alles onder- nemen om het imago positief te beïnvloeden, ook als individuele ondernemer. Wees sowieso transparant over wat je doet, hoe je dat doet, wat er allemaal voor nodig is om je product te kunnen produceren, hoe zorgvuldig je dat doet… Vertel je verhaal. Dat kun je bijvoorbeeld doen door een open dag voor je buren en andere omwonenden te organiseren om te laten zien hoe jouw bedrijf werkt. Dat weten zij namelijk niet, en als mensen zelf gaan invullen, kun je niet verwachten dat dat goed gaat. En dan zijn er natuurlijk de social media. Een post doen, kost je niks, alleen tijd en energie, maar kan wel bijdragen aan het creëren van een positief imago rond jouw bedrijf of bedrijfstak.” Ook sponsoring van de lokale voetbalclub werkt goed. “Daarmee kweek je good will in je dorp, maak je jezelf bekend bij inwoners, en weten jongelui die een vakantiebaantje zoeken jou ook te vinden. Zo schep je een band, maak je je bedrijf op een positieve manier zichtbaar.” Ook Deutekom ziet in de media de negatieve publicaties over het bollenvak voorbijkomen. Moet je daar nou altijd op reageren? “Soms kun je beter je mond houden. Wat vandaag groot nieuws is in de krant, doet drie dagen later dienst als verpakking voor de vis. En voor je het schrijven over het imago van het bollenvak, is het goed om eerst een definitie van dat woord te geven.

weet, zit je in de hoek van de verdediging en dat is altijd verdacht. Mensen denken dan al snel dat je iets te verbergen hebt. Veel slimmer is het om te communiceren over allerlei aspecten van het vak op het moment dat er niets negatiefs speelt. Geef inzicht in het belang van het bol- lenvak, bijvoorbeeld door iets te vertellen over de exportbijdrage, bij voorkeur in vergelijking met een ander belangrijk Nederlands exportpro- duct. Mensen houden van vergelijkingen. Wat is de bijdrage van het vak aan de werkgelegenheid in ons land? Welke resultaten bereikt de sector op het gebied van energiebesparing? En wat is het belang daarvan voor de consument? Maar ook: welke leuke banen heeft het bollenvak te bieden en wat kun je daarin zoal verdienen? Behalve trekker rijden, zijn er ook interessante, internationale commerciële functies waarvoor je veel mag reizen. Maar als je niet in de sector werkt, weet je dat niet. Ook daarover is een verhaal te vertellen.” TRANSPARANT Duurzaamheid is ook een thema dat aandacht vraagt. “De consument hecht hier steeds meer waarde aan. Kijk maar eens naar alle produc- tie-informatie die je op een pak melk vindt. Dat was tien jaar geleden nog niet zo. Dat is echt iets om rekening mee te houden. En als je wilt dat die bijdrage aan duurzaamheid ook iets doet voor je imago, is het raadzaam hier zelf mee naar buiten te komen, het initiatief te nemen en transparant te zijn.” Binnen het bollenvak lijkt het idee te heersen dat het imago van het vak slecht is. Niet in de laatste plaats vanwege de negatieve publici- teit rond het middelengebruik. Onderzoek laat echter iets heel anders zien. Zo blijkt uit een onderzoek van Wageningen University & Research uit 2015 (Agrimatie – informatie over de agrosector) dat Nederlandse burgers positief zijn over de land- en tuinbouw; zij geven een 7,6 als waardering, een cijfer dat ongeveer gelijk is aan de waardering in ons land. Zo’n 70 procent van de Nederlanders heeft een ‘enigs- zins of zeer positief beeld’ van de Nederlandse agrarische sector en vindt het belangrijk dat de sector ook in de toekomst gehandhaafd blijft. Wat opvalt, is dat de sector niet vaak in

16

5 juli 2018

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online