Greenity18

C O L UMN

Toekomstvisie Duin- en Bollenstreek: Ruimte voor ondernemen De nieuwe Toekomstvisie van de streek, opgesteld door de regiobesturen van LTO Noord en het bestuur van KAVB-Kring Bloembollenstreek is klaar. Binnenkort wordt de visie uitgereikt aan alle gemeenteraadsleden en wethouders van de Duin- en Bollenstreek tijdens een bustocht door de streek. Belangrijke conclusie uit de visie: De regio heeft ondernemers met ambitie nog steeds veel te bieden, maar dat kan niet zonder een goede medewerking vanuit de gemeenten. Eerst de cijfers: in de Duin- en Bollenstreek zijn 370 land- en tuinbouwbedrijven actief, op zo’n 4.600 ha grond. Diversiteit is troef in dit gebied. Naast de teelt en export van bloembollen vindt hier ook de teelt en export van vaste planten plaats, evenals teelt van zomerbloemen en er zijn glastuinbouw- en veehouderijbedrijven. NADRUK OP RUIMTELIJKE ORDENING Andries Middag, regiomanager regio West van LTO Noord: “In regio West zijn we volop bezig met toekomstvisies. In de meeste gemeentes zijn nieuwe wethouders aangetreden. Dat is een goed moment om uit te leggen welke wensen de land- en tuinbouw heeft.” Veel nadruk ligt op ruimtelijke ordening. Begrijpelijk, vindt Mid- dag. “Ondernemers hebben zich in het verleden te veel laten gijzelen door vraag- stukken op dit gebied. Waar we voor de toekomst op willen inzetten, is slim omgaan met de beschikbare grond. De grootste zorg zit vooral in de glastuinbouw. Daar wordt weinig gebruik gemaakt van de uitbreidingsmogelijkheden. Wim van Haaster, bestuurslid van LTO Noord Duin- en Bollenstreek, voegt hieraan toe dat in de regio ook andere bedrijfstypen zorgen hebben op dit punt. “We hebben in ons gebied bedrijven met toekomstperspectief. Ze willen groeien, maar kunnen dat niet, omdat het bouwblok maximaal 3.000 m 2 mag zijn. Meer ruimte is nodig, omdat bijvoorbeeld de voorraadfunctie in de bollensector steeds meer bij de teler komt te liggen. Daarnaast moet ons fust onder een afdak, wat ook erfruimte vraagt. Ook zien we teeltbedrijven die kiezen voor een nevenactiviteit als export of broeierij. Dat vraagt om een groter bouwblok. Voor bedrijven met toekomst is daarom maat- werk geboden, wat ons betreft. Daar spelen de gemeentes hun rol in.” Van Haaster benadrukt dat de Duin- en Bollenstreek voldoende perspectiefvol is voor alle bedrijfstypen in de land- en tuinbouw. “Alleen al de ruim 2.600 ha bollen- grond staat gewoon vol. Niet alleen met voorjaarsbloeiers, maar ook met dahlia, Zantedeschia en vaste planten. Er ligt geen stuk land leeg.” AANDACHT VOOR ENERGIE Naast ruimtelijke ordening besteedt de visie ook aandacht aan andere aspecten, zoals energie. Het opwekken van duurzame energie gebeurt al volop, maar niet alles kan. Middag: “De aanleg van zonneweides gaat in deze regio niet gebeuren. Daar is de grond veel te duur voor en het past ook niet in dit specifieke landschap.” Wat toerisme betreft, heeft de streek veel te bieden. Niet alleen de Keukenhof is een grote publiekstrekker, ook de bedrijven zelf kunnen en doen dat. Van Haaster: “Dat is een prima ontwikkeling. Wij doen daar ook aan mee en werken hier met een aantal bedrijven samen. Dat zien we ook bij collega-bedrijven.” De Toekomstvisie regelmatig vernieuwen blijft nodig, aldus Van Haaster. “Er zijn weer nieuwe wethouders die niet altijd de sector kennen. Tijdens de bustour maken we duidelijk hoe belangrijk we zijn voor het beeld van de regio. De zorg om groot- schalige huizenbouw blijft namelijk altijd in ons achterhoofd meespelen.”

T rots O p O nze S ector René le Clerq — Algemeen voorzitter parlecler55@hotmail.com

Een paar weken geleden hielden zestig ver- edelaars van potplanten en snijbloemen voor de vijftiende keer de zogenoemde Flower Trials. Naar Amerikaans voorbeeld zetten zij gedurende vier dagen hun deuren open en toonden hun bestaande en aller- nieuwste assortiment, vaak nog alleen on- der nummer aangeduid, aan de bezoekers. Het evenement werd gehouden op de - voor- namelijk - glastuinbouwbedrijven zelf, op zestig locaties verspreid over het Westland, Oostland, Aalsmeer en zelfs tot in Rhein- land Westfalen aan toe. Toen ik na afloop van het evenement het persbericht las, kwam ik tot de conclusie dat wij als bloembollensector, wat deze vorm van promotie betreft, mijlen ver vóór liggen op de glastuinbouw, zonder dat we daar wellicht van bewust zijn. Het bericht vermeldde namelijk trots dat het bezoekers- aantal was gestegen naar een kleine 7.500 en dat een bezoeker gemiddeld vijf locaties had bezocht. Mij viel op dat de bezoekers alleen ‘uit het vak’ kwamen: veredelaars, plantentelers, exporteurs, retailers en vei- lingmedewerkers; geen woord over de con- sument. Vergelijk dat nu eens met onze sector. Vanaf het vroege voorjaar worden er op lokaal niveau tentoonstellingen geor- ganiseerd die duizenden belangstellenden trekken (professionals en particulieren). Ge- volgd door diverse corso’s en natuurlijk als centraal punt al bijna zeventig jaar de Keu- kenhof, die gedurende acht weken aan on- geveer 1,4 miljoen bezoekers vanuit de hele wereld al het moois en laatste nieuwe van onze sector laat zien, alles geconcentreerd op één prachtige locatie. Die bezoekers zijn voor het merendeel particulieren, maar daaronder ook een fors aantal vakgenoten uit alle windstreken. Misschien moeten we eens nadenken hoe we nog meer informatie kunnen halen uit die stroom van bezoekers en andere belangstellenden. Maar al met al vind ik dat we op deze vorm van promotie best TOOS mogen zijn.

5 juli 2018

27

5 juli 2018

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online