Greenity18

T E E LTA D V I E S

Gladiool

Iris

gelaten voor LDS-toepassingen. In gladiool zijn ook Goltix Queen en Lentagran (pyri- daat 45%) toegelaten. Lentagran is een con- tactherbicide die inwerkt op de fotosyn- these van onkruiden. Lentagran maakt herbiciden in een cocktail scherper en omgekeerd ook. Het etiket is maximaal twee keer toepassen met 0,25 kg/ha en drie keer met 0,5 kg/ha. Goltix Queen is een bietenmiddel, dat naast metamitron ook quinmerac bevat. Maxi- maal zes bespuitingen per seizoen met een dosering van 0,7-1 liter per ha. De fabrikant heeft goede ervaringen met 0,35 l/ha Goltix Queen + 0,25 kg/ha Lenta- gran + 0,25 kg/ha Pyramin DF + 0,50 l/ha Chloor-IPC. Houd zeven dagen tussen de bespuitingen. Enige gewasreactie van Len- tagran is mogelijk, maar dit leidt uiteinde- lijk niet tot opbrengstderving. Lentagran en Goltix Queen zijn toegelaten via een Kleine Uitbreiding Gewasbescher- ming. Dit betekent dat een uitgebreid dos- sier ontbreekt en dat gebruik voor rekening en verantwoording van de gebruiker is. Een LDS werkt op net gekiemde onkruiden. De middelen kunnen echter ook gewas- schade geven. Dit doet zich vooral voor bij rassen met hangend blad en hogere blad- temperaturen tijdens zonnig weer. Als het kan, heeft een padenbespuiting de voor- keur. Spuit niet ’s morgens vroeg, want dan is het blad nog zacht. Spuiten bij tempera- turen boven de 20°C op een niet-afgehard gewas geeft meer kans op bladverbranding. Het spuiten van contactherbiciden kort na een andere bespuiting met bijvoorbeeld Wing P of Dual Gold is af te raden met het oog op eventuele bladverbranding. Pitten en kralen Herhaal de bespuiting bij nieuw kiemend onkruid in pitten. Bij kralen houdt het gebruik van herbiciden risico’s in. Bladver- branding treedt gemakkelijk op. Bladrammenas tegen ratelvirus Bladrammenas als voorvrucht en groen- bemester heeft in gladiolen een goede bestrijdende werking tegen ratelvirus. Bij voldoende gewas kan de werking vergelijk- baar zijn aan een grondontsmetting. Als direct na tulpen of graan wordt gezaaid, is de teeltperiode lang genoeg voor een goe- de werking. Een goede vochtvoorziening, vooral na het zaaien is noodzakelijk. Ook moet tijdens de teelt voldoende stikstof in de grond aanwezig zijn om een goed gewas te verkrijgen. Er zijn ook bladrammenassen die ook goed werken tegen de maïswortelknobbelaaltjes M. chitwoodi en M. fallax. Rassen als ‘Dou- blet’, ‘Dracula’ en ‘Valencia’ dienen dan wel voor 1 augustus gezaaid te zijn voor een goede werking op chitwoodi en fallax. Daarnaast wordt de rassenlijst nog jaar- lijks aangevuld. Gebruik in elk geval rassen waarvan de werking is aangetoond.

Bloemen koppen Begin bij machinaal koppen zodra de eer- ste bloemen kleuren. Als er te veel bloe- men bloeien voor het koppen, is de kans op beschadiging (Botrytis) groter en begint de knolgroei later. Uit een kopproef bleek dat door op tijd te beginnen het knolgewicht 20% hoger is dan wanneer de aren volop in bloei zijn. Bij machinaal koppen is maaien de meest gebruikte methode. Zorg ervoor dat het blad en de bloemen in het pad val- len. Snijd het blad recht af en vooral niet rafelig. Gebruik daarom een scherp mes en pas de rijsnelheid aan. Houd als maaihoog- te de onderste bloem aan. Drie tot vier keer maaien is meestal voldoende. Opmerking • Voer tijdens of direct na het koppen pre- ventief een vuurbestrijding uit. • Voorkom vernielen van gladiolen door: • wielbeschermers aan te brengen; • niet breder te planten dan 28 cm in de rug of één meter bij beddenteelt (h.o.h. 150 cm); • met de vleug mee te rijden. Het is beter in blokken rond te rijden. Kartelblad Het tabaksratelvirus veroorzaakt kartelblad. Vrijlevende aaltjes (Trichodoriden) brengen het virus over. Deze aaltjes komen voor op zandgronden en lichte zavelgronden. Eerstejaarssymptomen: • De planten blijven pleksgewijs achter. • Het wortelgestel in een dergelijke plek is slecht ontwikkeld. • Van enkele of meerdere planten zijn de bladranden gezaagd (kartelblad). In een dergelijke plek hebben echter lang niet alle planten kartelbladsymptomen. Bij kralenteelt zijn kartelbladplanten vaak helemaal niet te vinden. Tweedejaarssymptomen: • Typische kartelbladplanten groeien ver- spreid op het veld. • De wortels zijn goed ontwikkeld. • De ziekte is met het plantgoed meegeko- men. Het is nu een goed tijdstip om te selecteren. Bij eerstejaarsaantasting moet de hele ach- terblijvende plek worden verwijderd. Bij de tweedejaarssymptomen moeten alle plan- ten met kartelbladsymptomen worden ver- wijderd. Selectie is vooral van belang voor de afzet van gezond leverbaar of plantgoed zonder ratelvirus, zeker voor Japan. Lagedoseringsysteem (LDS) Mocht de onkruidbestrijding voor of rond opkomst onvoldoende hebben gewerkt, dan is een lagedoseringsysteem (LDS) na opkomst mogelijk. Goltix WG, Goltix SC en Chloor-IPC zijn bloembollenbreed toe-

Stinkend zachtrot In de komende periode worden er veel bol- len onder glas geplant. Een van de grootste problemen van planten bij hoge temperatu- ren is het optreden van ‘stinkend zachtrot’. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de bac- terie Erwinia, die zich bij warm weer onder vochtige omstandigheden snel verspreidt. De ziekte is te voorkomen door bollen niet op het heetst van de dag te planten, maar bij voorkeur ‘s avonds. Breng eventueel een krijtscherm aan of trek het scherm dicht. Geef de bollen direct na het planten goed water. Stel de volgende gift zo lang moge- lijk uit. Als beregening noodzakelijk is, doe dit dan bij sneldrogend weer, bij voorkeur ‘s morgens. Aanvullende maatregelen zijn: • Werk geen loof van de voorteelt in de grond. • Beschadig de wortelkrans bij het planten zo min mogelijk. • Plant niet te dik en lucht de kas goed. • Zet bij slecht drogend weer een circulatie- ventilator aan. • Bewaar de bollen bij 2°C in de koelcel, als niet direct kan worden geplant. • Gebruik geen slootwater, want dat kan besmet zijn. • Ontsmet en plant op dezelfde dag. Kerstbloei Voor bloei met Kerstmis is voor veel culti- vars 1 augustus de uiterste datum om met de temperatuurbehandeling te beginnen. Geef de bollen één week een 34°C-behande- ling direct gevolgd door koeling bij 9°C. De temperatuur van 17°C is niet meer nodig omdat ervan uitgegaan mag worden dat de bollen de tussentemperatuur al hebben gehad voor de 34°C-behandeling. Lelies op bakken Telers zetten om verschillende redenen lelies op bakken. Door voortrekken zijn meer teelten per jaar mogelijk dan bij de teelt in de vollegrond. De teelt is niet meer afhankelijk van de grondsoort en bodem- ziekten spelen een minder belangrijke rol. De lelies worden in plastic kisten van 40 x 60 cm geplant. De voorkeur gaat uit naar het plaatsen van bakken op de grond, waardoor doorwortelen mogelijk is. De bodem van de kisten moet dan voldoende grote openingen hebben. Zorg ervoor dat de ondergrond niet wordt verdicht, zodat overtollig water weg kan. Vocht onder de kisten kan leiden tot uitval door Phytopht- hora en stengelfusarium. Plant de bollen in 2 cm potgrond op de bodem van de kist. Dek de bollen met minimaal 6 cm pot- grond af. De plantdichtheid is gelijk aan de teelt in de vollegrond. Om kisten en sub- Narcis Lelie

56

5 juli 2018

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online