Greenity18

VA S T E P L A N T E N – B O L L E N – K NO L L E N – B L O E M E N – A L G E M E E N

aantasting door Pythium en Phytophtho- ra tegen te gaan. • Bij hoge temperaturen neemt de kans op topbloei bij gevoelige cultivars toe. • Bij Longif lorums komen door het plan- ten bij hoge temperaturen meer scheur- kelken voor. Bruine knoppen Oriëntals In de zomermaanden komen na de oogst van de takken soms bruine knoppen voor in Oriëntals. Hoofdoorzaak hiervan is een sterke overgang in temperatuur. Voorkom bruine knoppen door: • sterke overgangen in temperaturen tegen te gaan; • tijdig te oogsten: op warme dagen voor 10.00 uur in de ochtend, zodat de pro- ducttemperatuur niet hoog oploopt; • de bloemen zo snel mogelijk naar de schuur af te voeren en daar enkele uren te laten acclimatiseren; • enkele uren voor te wateren, dit kan tij- dens het acclimatiseren in de schuur; • de celtemperatuur in te stellen op 4 tot 5°C; • de celtemperatuur te controleren op de ingestelde waarde. Bij lagere celtemperaturen neemt het risico op bruine knoppen sterk toe. Ook lelies uit de buitenteelt zijn hier gevoelig voor. Door de bloemen vóór het warmst van de dag te oogsten, is dit tegen te gaan. Bolbehandeling vlak voor planten Laat ingevroren bollen rustig ontdooien. Zet de bollen bij een temperatuur van 10 tot 15°C. Ontdooi Longiflorum bij een tempe- ratuur van 2 of 20°C. Plaats de bollen niet rechtstreeks in de zon. Plant de bollen zodra ze zijn ontdooid. Wordt het planten uitge- steld, bewaar de bollen dan maximaal een week bij 0 tot 5°C of langer bij dezelfde tem- peratuur met open zakken om zuurstofge- brek te voorkomen. Voorkom iedere uit- droging van de bollen en de wortels bij het planten. Strooi niet meer bollen uit dan in een kwartier tot een half uur zijn te plan- ten. Controleer de bollen op Penicillium, schubrot en beworteling. Bollen met een aantasting in de bolbodem zullen niet tot een goede tak uitgroeien, dus gooi deze weg. Grondbewerking op zand De grondbewerking is enorm belang- rijk omdat hiermee de structuur van de grond is bepaald voor het gehele teeltsei- zoen. Correctie tijdens de teelt is onmoge- lijk. Op zandgronden vindt de grondbewer- king meestal kort voor planten plaats. Een groenbemester onderploegen met een ach- terschaar kan vooral op fijnzandige grond onder natte omstandigheden fataal zijn. Het organische materiaal is dan te veel afgesloten. Er kan geen lucht bij komen en de vertering komt niet op gang, waardoor Bodem/Bemesting

5 juli 2018 • Stofafzuiging bij de werkplekken. Zorg dat de capaciteit van de afzuiging hoog genoeg is en dat de afzuiging voldoende stof wegzuigt. Plezierige werkruimte Bij de bouw van een werkruimte zijn de volgende punten van belang: • Er moet een goed klimaat heersen. Dit vereist onder andere een afscheiding met andere ruimten via een automatische deur, zodat tocht wordt beperkt. De isola- tie van gevel en dak moeten een R-waar- de hebben van ten minste 2,5 m2/K/W om de warmte en koude uit het gebouw te houden. • Indien u in het najaar en winter in de ruimte werkt, is vloerverwarming aan te bevelen. • Het geluid moet worden geabsorbeerd. Dat lukt niet met Dupanel of sandwich- panelen maar wel met geperforeerde ‘binnendozen’ met daarin steenwolisola- tie. Stel u op de hoogte van het effect bij bedrijven die deze binnendozen hebben toegepast. Er is een duidelijk verschil in geluid. • Denk aan voldoende natuurlijk licht. De plaats en grootte van de ramen zijn hierbij essentieel. • Een lichtstraat in de nok geeft altijd een plezierig licht om bij te werken en is in meerdere varianten leverbaar. Vergeet hierbij de nokluchting niet. een storende laag ontstaat voor de wor- tels van de bollen en voor de waterafvoer. Streef bij het ploegen naar banden met een lage druk (het liefst minder dan 1 bar). Dit gaat het beste met ploegristers met een grote werkbreedte, dan is het gebruik van brede banden mogelijk. Als de omstan- digheden niet ideaal zijn, heeft spitten de voorkeur als grondbewerking. De trekker rijdt bij deze bewerking op de bovengrond waardoor minder structuurbederf ontstaat in diepere lagen. Ga na het ploegen of spitten zo snel moge- lijk sporen rijden en/of druk de bouw- voor aan met een vorenpakker. Idealiter door een getrokken vorenpakker achter de ploeg zodat de grond al aangedrukt ligt voor het paden rijden. Daarnaast verdeelt een getrokken vorenpakker op oneffenhe- den zijn druk beter dan een vorenpakker in de hef. Door de grond iets aan te druk- ken, laat het sneller water door en is plan- ten na een periode van regen eerder moge- lijk. Dit geldt voor alle zandgronden maar in het bijzonder voor gronden met meer dan 3% lutum (≈ 5% slib), waar ook ver- slemping mogelijk is. Wateroverlast veroor- zaakt zuurstoftekort rond de bol waardoor verstikking optreedt en het gewas nauwe- lijks of niet zal groeien. De bol is in de eer- ste twee à drie weken na het planten het gevoeligst voor waterschade. Techniek

Lelies kunnen op een willekeurig tijdstip worden geplant.

straat te besparen kunnen de kisten ook wat verder uit elkaar geplaatst worden. Pas de plantdichtheid in de kisten aan. Zorg voor een goed vochtige grond. Herge- bruik van de potgrond is mogelijk. Meer- malig gebruik van dezelfde potgrond leidt tot wat minder groot blad en kortere lelies. Lelies kunnen op een willekeurig tijdstip op bakken worden geplant en bewaard bij 0 tot 2°C. De bollen worden veelal twee tot drie weken bij 10-13°C in een cel voorge- trokken. De trekduur in de kas neemt dan af met tien tot veertien dagen. Door de potgrond na een teelt te stomen, blijft deze ziektevrij en goed te hergebruiken. Bij de teelt in kisten komt toch Phytophtho- ra voor. De praktijk spuit voor het neerzet- ten van de kisten, bijvoorbeeld met 20 ml Ridomil Gold per 100 m 2 . Giet bij een aan- tasting door Pythium aan met 0,05% Paraat en regen 50-100 ml Proplant in per 100 m 2 . Consequent gebruik van Ridomil Gold kan tot resistentie van de schimmel leiden. Planten bij hoge temperatuur Let in de zomer op de volgende punten bij het planten: • Houd de grondtemperatuur zo laag mogelijk, liefst beneden 17°C. • Lucht de kas ruim van tevoren. • Scherm de kas om instraling te voorkomen. • Stel bij een hoge bodemtemperatuur het planten enkele dagen uit. • Bewaar al ontdooide bollen bij 0 tot 5°C; let op spruitvorming! • Voer vlak voor het planten eventueel een Pythium- en/of Rhizoctoniabestrijding uit. • Plant bij warm weer alleen in de morgen. • Plant niet in droge grond, beregen de grond enkele dagen voor het planten. • Plant de bollen direct (uit de kist), omdat uitdroging zeer snel plaatsvindt. • Plant voldoende diep (circa 6-8 cm grond op de bol). • Beregen flink direct na het planten (een paar keer), zodat grond, bollen en wortels goed aaneensluiten. • Houd de grond de eerste weken na het planten goed vochtig. • Voorkom een overmaat aan water om

57

5 juli 2018

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online