Greenity14

Hoe voldoet u aan vergroeningseisen?

In deze periode legt u de laatste hand aan de Gecombineerde Opgave, draagt u de laatste betalingsrechten over of bent u hier al klaar mee. Heeft u daarmee aan alle verplichtingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voldaan? Nee, want in de Gecombineerde Opgave geeft u onder andere ook aan hoe u aan de vergroeningseisen gaat voldoen. D e Europese Unie (EU) steunt haar landbouwsector met het GLB in de vorm van betalingsrechten, de basisbetaling. Om hiervoor in aanmerking te komen, verplicht de EU de landbouw te voldoen aan de gestelde vergroeningseisen. Wordt aan alle vergroeningsei- sen voldaan, dan heeft een teler ook recht op de vergroenings- betaling. Deze vergoeding komt boven op de basiswaarde van de betalingsrechten. De waarde van de vergroeningsbetaling bedroeg afgelopen jaar 43% van één betalingsrecht. De hoogte van de vergroeningsbetaling is dus gekoppeld aan de waarde van de betalingsrechten. Wordt er bij controle geconstateerd dat u niet of niet geheel aan de vergroeningseisen voldoet, dan wordt gekort op deze betaling. De drie vergroeningsmaat- regelen zijn gewasdiversificatie, ecologisch aandachtsgebied en blijvend grasland. GEWASDIVERSIFICATIE Gewasdiversificatie is in het leven geroepen om de biodiver- siteit in landbouwproductiegebieden in de EU te verbeteren. Heeft u 10 tot 30 hectare bouwgrond in gebruik, dan bent u verplicht minimaal twee verschillende gewassen te telen waarvan het aandeel van het grootste gewas maximaal 75% is. Bij meer dan 30 hectare bent u verplicht minimaal drie verschillende gewassen te telen, waarvan het aandeel van het grootste gewas maximaal 75% is en van het kleinste gewas minimaal 5%. Dit kan problematisch zijn als uw bedrijf in één gewas gespecialiseerd is. Er zijn echter uitzonderingen waarbij de teler wordt vrijge- steld van de gewasdiversificatiemaatregel. Teelt u minder dan 10 hectare, dan wordt u vrijgesteld. Bent u (deels) biologisch kweker, dan is ook dit (gedeelte) areaal vrijgesteld. Mocht u naast biologische ook gangbare teelt hebben, dan geldt voor Tekst: Marc van der Niet | Fotografie: René Faas

het gangbare deel wel de eis van minimaal twee of drie gewas- sen. Twee andere, maar voor de bollenteelt minder relevante, vrijstellingen gelden als het bouwland voor meer dan 75% be- staat uit: tijdelijk grasland, braak, vlinderbloemige gewassen, of een combi. Ook als het totale subsidiabele oppervlakte voor meer dan 75% uit grasland bestaat, geldt vrijstelling. Voor de bollenteelt is het meest relevant dat een teler niet hoeft te voldoen aan de twee- of drie-gewassennorm als hij vo- rig jaar meer dan 50% van het bouwland niet in eigen gebruik had en dit jaar op elk perceel een ander gewas dan vorig jaar teelt. Dit komt vaak voor doordat in de reizende bollenkraam veel percelen gehuurd en verhuurd worden en een tweejarig teelt van hetzelfde gewas niet gebruikelijk is met het oog op vruchtwisseling. Let wel, u krijgt de vrijstelling alleen als u deze ook aanvraagt in de Gecombineerde Opgave (GO). ECOLOGISCH AANDACHTSGEBIED De tweede vergroeningsmaatregel is het inrichten van 5% ecologisch aandachtsgebied. Hoeveel hectare u als ecolo- gisch aandachtsgebied tijdens de Gecombineerde Opgave moet opgeven, hangt af van het aantal hectare dat u teelt en de weegfactor van de gekozen inspanning. U kunt hier op meerdere manieren aan voldoen. Teelt u vooral voorjaars- bloeiers, dan is de meest praktische oplossing groenbemes- ters als vanggewas op te geven. Naast de voordelen van het aanbrengen van organische stof, stuifbestrijding en (bij de juiste groenbemester) eventuele aaltjesbestrijding, voldoet u hierdoor aan deze vergroeningsmaatregel. De weegfac- tor van het inzaaien van een vanggewas bedraagt 0,3. De hectares groenbemester die u in de Gecombineerde Opgave opgeeft als ecologisch aandachtsgebied, dient u daarom te vermenigvuldigen met 0,3. Vervolgens moet u boven de 5% van uw totale areaal bouwland uitkomen. Ten opzichte van vorig jaar zijn er enkele wijzigingen in de regelgeving rond het inzaaien van een vanggewas. Er zijn drie categorieën: 1. Vanggewassen algemeen 2. Vanggewassen aaltjesbestrijding 3. Vanggewassen onderzaai Voor alle categorieën geldt dat de groenbemester uit een meng- sel van minimaal twee soorten moet bestaan. Voor categorie 2 en 3 geldt daarbij dat het mengsel minimaal 3% van de soort met het kleinste aandeel bevat. Veel groenbemestermengsels worden door de leverancier op deze wijze gemixt. Let bij de keuze van uw groenbemestermengsel wel op de waardplant- status van de afzonderlijke groenbemesters in combinatie met een eventuele aaltjesbesmetting. Ook een klein aandeel van een vermeerderende waardplant kan tot explosieve groei van de aaltjespopulatie leiden. Een voordeel van de categorie algemene vanggewassen is

58

10 mei 2018

Made with FlippingBook - Online Brochure Maker