Greenity14

Kopeinden en teeltvrije zones kunnen in de Gecombineerde Opgave meetellen als ‘Onbeheerde akkerranden en bufferstroken’.

de ruime keuze aan in te zaaien groenbemesters. Onder de aaltjesbestrijdende vanggewassen vallen alleen Japanse haver, raketblad, Tagetes en zwaardherik. Toch is het praktischer om voor categorie 2 te kiezen. Voor de algemene vanggewassen geldt namelijk dat deze minimaal acht weken op het perceel moeten staan. Deze periode begint op het moment van zaaien. Dit geldt niet voor de aaltjesvanggewassen. Rooit u dus vroeg en zaait u direct uw groenbemester in, dan kunt u direct begin- nen met tellen. De inzaaidatum moet juist zijn opgegeven in de GO, want dit kan niet met terugwerkende kracht. NIET MEER SPUITEN Belangrijkste wijziging in de regelgeving voor groenbemes- ters is dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet meer is toegestaan vanaf het rooien tot afloop van de acht-wekentermijn. Percelen waar wortelonkruiden voor problemen kunnen zorgen, kunt u daarom beter niet opge- ven als ecologisch aandachtsgebied, mits u voldoende ruimte heeft om elders ecologisch aandachtsgebied op te geven. Na afloop van de acht-wekentermijn mag u weer gewasbescher- mingsmiddelen gebruiken. De groenbemester doodspuiten blijft dus mogelijk. Heeft u vroeg genoeg gezaaid, dan heeft u genoeg tijd tot planten om ook nog met groeistoffen wor- telonkruiden te bestrijden. Als teler van zomerbloeiende bolgewassen kunt u niet aan deze vergroeningseis voldoen. De eis is namelijk dat de groenbemester voor 15 oktober ingezaaid moet zijn. Dit is echter onmogelijk vanwege de rooidata van de diverse zomerbloeiers en er vaak in het najaar direct weer een voor- jaarsbloeier geplant wordt. In dit geval kunt u kiezen voor de optie ‘Onbeheerde akkerranden en bufferstroken’. U kunt de kopeinden en teeltvrije zones hiervoor inzetten. Voor

10 mei 2018 Kijk nog eens kritisch naar de wijze waarop u de vergroe- ning invult. Het zou zonde zijn als u de vergroeningsbijdra- ge misloopt door verkeerde opgave in de Gecombineerde Opgave of een verkeerde invulling hiervan komende zomer. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland controleert namelijk steekproefsgewijs en als deze constateert dat er iets niet klopt, heeft dat flinke kortingen op de uitbetaling tot gevolg.   onbeheerde akkerranden gelden deze specifieke regels: • Een onbeheerde akkerrand ligt op het bouwland met de lange zijde tegen het gewas met een breedte van tenminste één meter. • Er mag geen productie plaatsvinden. • Maaien mag alleen als het maaisel blijft liggen. • De strook moet tot en met 31 december intact blijven, tenzij er direct opvolgend een ander gewas geplant wordt, dan geldt het tot en met 31 augustus. Verschil met een bufferstrook is dat deze aan het oppervlak- tewater grenst, daardoor niet op subsidiabel bouwland ligt en de oevervegetatie ook ingetekend mag worden. Andere minder voor de hand liggende opties zijn, naast akkerranden en bufferstroken, het intekenen van landschap- selementen als vijvers, heggen en bomen. Deze dienen wel aan uw bouwland te grenzen en in eigen beheer te zijn. De vergroeningsmaatregel ‘blijvend grasland’ is voor de bol- lenkweker het minst relevant. Deze maatregel is opgesteld om een daling van het areaal blijvend grasland (ten minste vijf jaar achtereen grasland) te voorkomen. Als het percen- tage blijvend grasland in het totale Nederlandse bouwland minder dan 5% is, zal de overheid moeten ingrijpen. Dit is echter nog niet aan de orde.

59

10 mei 2018

Made with FlippingBook - Online Brochure Maker