Greenity14

VA S T E P L A N T E N – B O L L E N – K NO L L E N – B L O E M E N – A L G E M E E N

Nepeta

Meeldauw Controleer Nepeta regelmatig op echte meeldauw. De aantasting is te herkennen aan wit schimmelpluis op het blad. Voer indien nodig een bestrijding uit.

Lelie Onkruidbestrijding met padenspuit

Onkruiden in de paden moeten en kun- nen wat zwaarder aangepakt worden dan de onkruiden in het bed. De padenspuit is voor deze zwaardere aanpak ideaal. Ga voor de dosering uit van het padopper- vlak. Bij 3 ha perceel is 1 ha padoppervlak. Gebruik een (combinatie van) herbicide(n) met een sterke contactwerking, bijvoor- beeld 0,3 l metamitron (o.a. Goltix SC/ Gol- tix Queen) + 0,6 l Asulam + 2 l minerale olie per ha pad. Voor het beste resultaat moet de paden- spuit voor de bloei ingezet worden. Spuit zeker na handmatig koppen en in een regenrijke periode (veel onkruidontwikke- ling). Herhaal de padenbespuiting zolang er nieuwe onkruiden kiemen. Kali Kali is van belang voor de stevigheid van het gewas en de vochthuishouding in de plant. Kali is op een perceel aan te voeren via dierlijke mest en kunstmest. Op gron- den met een hoge grondwaterstand kan het grondwater ook kali naleveren. Op grond met een diepe grondwaterstand is dit niet het geval. Een overmaat aan kali kan tot magnesium- en calciumgebrek lei- den. Lelies nemen ongeveer 150 kg kali per ha in het groeiseizoen op. Daarvan nemen ze in juni en juli meer dan de helft op. Vóór de teelt is een grondmonster nuttig om de basisbemesting te weten. Zandgron- den kunnen ook gedurende het groeisei- zoen op kali onderzocht worden. Als de kalivoorraad te laag is, kan deze tijdens de teelt worden aangevuld met Patentkali of Multi K-Mg. Selectie werkbollen Aangezien de werkbollen het uitgangs- materiaal voor de nieuwe meerjarige teelt moeten leveren, dient de gezondheid daar- van goed te zijn. Blijf ook in deze tijd het gewas nalopen en houd dat vol tot aan het rooien. Verwijder alle planten waar iets aan mankeert, bijvoorbeeld virus, Embelli- sia of een slechte stand. Als u niet voldoen- de tijd of kennis heeft voor selectie, is het beter gezonde bollen te kopen bij een daar- in gespecialiseerd bedrijf. Gebruik werkbol- len besmet met agressief snot niet voor ver- meerdering. Alle virusplanten zijn een infectiebron voor hun omgeving. Blijf daarom ook ziekzoe- Hyacint

ken in de gewone partijen. Spuit wekelijks pyrethroïden en bij warm weer om de vijf dagen. Ga hiermee door zolang het gewas groen is. Snel drogen Op (rooi)machines kunnen geelziekbacte- riën zich snel door een partij verspreiden. Via beschadigingen kan een geelziekbacte- rie de bol gemakkelijk binnendringen. Ech- ter ook op de onbeschadigde delen van de bollen zitten geelziekbacteriën. Deze kun- nen de bollen bij nieuwe beschadigingen in de verdere verwerking infecteren. Door snel te drogen is te voorkomen dat de geel- ziekbacteriën op de verwonde plek de bol binnengaan. De snelle droging voorkomt tevens een mogelijke aantasting van bolrot (Fusarium) en Erwinia. Bacteriën die al in de beschadigde delen van de bol zijn bin- nengedrongen, worden zeker niet gedood door het drogen. Via deze beschadigingen kan ook de roetschimmel de bol binnen- dringen. Na de oogst moeten de kisten snel voor de wand gezet worden. De beste manier om snel te drogen is zoveel mogelijk buitenlucht te gebruiken. Door de lucht iets te verwarmen gaat het drogen wel sneller, maar veel verse lucht is het belangrijkst. Pas op voor te hoge temperatuur (max. 23°C) in verband met roet en agressief snot. De buitenlucht moet intensief langs de bollen blazen. Bij gebruik van palletkisten is de benodig- de hoeveelheid lucht 1.000-2.000 m³ per m³ bollen per uur. Zorg dat er steeds ver- se lucht en geen retourlucht wordt aan- gezogen. Als de bollen te drogen liggen in gaasbakken, zet de bollen dan buiten op de wind. Bij nadroging in gaasbakken in een cel is minimaal één plafondventilator per 20 m² vloeroppervlak nodig om de droge lucht langs de bollen te krijgen.

10 mei 2018 Start een topperpartij, liefst gegroeid uit de kleine maten of ga uit van gezuiverde afbroei. Zet de (dikke) bollen op en ver- wijder hieruit alle eenbladers. Zo ontstaat een nieuwe partij die vrijwel zeker zonder dieven is. Deze kan de oude in de loop van aantasting door zwartsnot (Sclerotinia bul- borum). Bij een oplopende bodemtempera- tuur wordt deze schimmel actief en tast de bol aan, waardoor de bladeren slap gaan hangen. De symptomen openbaren zich meestal na de bloei. De bol is bedekt met door schimmeldraden aan elkaar gehouden zandkorrels. Bij ernstig aangetaste planten wordt het ondergrondse deel van de blade- ren slijmerig en grijs tot zwartachtig van kleur. Op en in de aangetaste bollen komen sclerotiën voor. Als de sclerotiën rijp zijn worden ze zwart, van binnen blijven ze wit van kleur. Raadpleeg bij twijfel een deskun- dige. Verwijder aangetaste planten en omliggen- de grond voorzichtig. Neem de plek niet te krap. De schimmel zit verder in de grond dan aan de planten is te zien. Op het oog gezonde planten kunnen aangetast zijn. Zwartsnot blijft lang in de grond achter. Een uiterst effectieve manier om deze ziek- te in de grond te bestrijden is inunderen. Dieven Dieven zijn afwijkende roze, rode of brui- ne tulpen, die als dwalingen in bestaande partijen voorkomen. Doordat dieven wei- nig bloeien, vallen ze minder op. Bloeiende dieven komen alleen in de grootste plant- maten voor. Ze bloeien meestal later dan die van de cultivar waar ze in voorkomen. De verklistering van de roze dief is soms meer dan twee keer zo groot als van de cul- tivar waarin de dief groeit. Omdat dieven veel plantgoed produceren, zullen veront- reinigde partijen een steeds groter onder- eind krijgen. De productie van leverbare bollen van de oorspronkelijke partij zal sterk dalen. Tulp

Zwartsnot Let bij het nalopen van hyacinten ook op

63

10 mei 2018

Made with FlippingBook - Online Brochure Maker