Varuvoactueel Maart 2026

COLUMN

Mindful Molecules

Columnist Fien Demeulemeester Sportwetenschapper en osteopaat iOT en kPNI therapeut Docent Natura Foundation

Evolutie van bewijsvoering Wat wij vandaag “evidence-based” wetenschap noemen, is het resultaat van een lange evolutie. Eeuwenlang was geneeskunde vooral gebaseerd op observatie en ervaring. Wat Hippocrates of later de dorpsdokter zei, werd als waarheid aangenomen omdat ze de experts waren. Als een vergissing maar lang genoeg wordt herhaald, krijgt ze de aura van kennis. Later kwam daar het experiment bij, gevolgd door gecontroleerde studies.

Wetenschap is een kompas , geen eindpunt

Nu zijn RCT’s de gouden standaard, waarbij grote groepen mensen willekeurig worden ingedeeld en vervolgens óf een bepaalde interventiestof óf een placebo toegediend krijgen waarbij noch de proefpersoon noch de onderzoeker weet wie tot welke groep behoort. Deze RCT’s worden uiteindelijk allemaal samengebracht in een ‘meta-analyse’, wat het summum van betrouwbaarheid zou moeten zijn. Deze manier van werken heeF ons veel gebracht: betere behandelingen, meer veiligheid en minder willekeur. Maar die evolutie ging ook gepaard met een groeiend geloof in cijfers en significantie, soms ten koste van context en individuele verschillen. Wat begon als een hulpmiddel om beter te begrijpen wat werkt, is langzaam uitgegroeid tot een norm waaraan alles moet voldoen. En precies daar wringt het soms. Hoe zeker is ‘zeker’ in evidence-based wetenschap? De waarheid bestaat niet In meta-analyses geldt een interventie als eCectief wanneer het gemiddelde eCect over meerdere studies statistisch significant is, ook als dat eCect niet bij iedereen optreedt. Dat klinkt geruststellend, maar het betekent tegelijk dat een deel van de mensen geen baat heeF bij de interventie, of er zelfs slechter op reageert. Wetenschap zoekt patronen in groepen, terwijl gezondheid zich afspeelt in individuen. Wie dat verschil uit het oog verliest, verwart waarschijnlijkheid met zekerheid.

Wat cijfers niet vertellen: de grenzen van bewijs in de praktijk

Van confounders tot cherrypicking We hebben de neiging ons vast te klampen aan datgene wat wetenschappelijk ‘bewezen’ is. Maar dat bewijs is zelden neutraal of volledig. Confounders liggen overal op de loer: leefstijl, genetica, stress, voeding – factoren die niet altijd (goed) worden meegenomen. Daarbovenop komt dat wetenschap lange tijd vooral een mannelijke aangelegenheid was. Vrouwen werden tot ver in de vorige eeuw uitgesloten van onderzoek, waardoor veel richtlijnen in essentie gebaseerd zijn op mannelijke fysiologie. Alsof dat nog niet genoeg is, kennen we ook publicatiebias: positieve resultaten halen vloDer de tijdschriFen dan negatieve of ‘niet-significante’ bevindingen. En dan is er nog cherrypicking, bewust of onbewust, waarbij resultaten die het eigen verhaal ondersteunen worden uitvergroot. Voeg daar mogelijke belangenconflicten aan toe en je begrijpt dat wetenschap nooit losstaat van een bepaalde maatschappelijke context.

De waarde van N=1 Als gezondheidsprofessional blijF het daarom essentieel om je behandeling af te stemmen op de persoon voor je. Die ene mens met zijn unieke geschiedenis, biologie en leefwereld. Sommige interventies zijn mooi onderbouwd door studies, andere minder of (nog) niet. Beide kunnen even waardevol zijn als ze gepersonaliseerd en eCectief toegepast worden. Wetenschap helpt ons richting te geven, valkuilen te vermijden en waarschijnlijke uitkomsten in te schaDen, maar ze neemt het klinisch denken niet over. De kunst zit in het combineren van kennis, ervaring en observatie, en in het durven bijstellen wanneer iets niet werkt. Evidence-based werken betekent niet blind volgen, maar bewust kiezen. Wetenschap is een kompas, geen eindpunt.

33

Made with FlippingBook Digital Proposal Creator