Greenity28

22 november 2018

8 Eigen onderzoek Delphy in bollen 36 Leliebewaring: op tijd naar 2 graden 48 Nieuwbouw Van Oers: 20 miljoen stelen

Zien is kopen 22 Amaryllis van Havenaar



SCHUBBEN van Uw

LELIES

Voor het

ARIE TUIN

0048 601 159 267

• SPOELT VRUCHTBOMEN, ONDERSTAMMEN, PLANTEN, BOLLEN, LEEG FUST E.D. SCHOON VOOR EXPORT EN KWEKERIJ, ZODAT ZE GEMAKKELIJKER TE VERWERKEN ZIJN. •“KOOKT” DE MEEST UITEENLOPENDE SOORTEN PLANTGOED, ZODAT AALTJES GEEN KANS HEBBEN. VOOR EXPORT BEHANDELEN WIJ VOLGENS DE RICHTLIJNEN VAN DE BKD INCLUSIEF EEN BEHANDELINGSCERTIFICAAT.

arie@almano.info

Voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud staan wij graag voor u klaar.

telefoon: 0252-222580 email: info@helmus.nl

www.helmus.nl

greenity-de bruyn 180816.indd 1

20-08-18 09:36

I NHO U D

16 Nieuwe lelieteelt Met een leliebol uit weefselkweek komt de eenrichtingsteelt dichterbij.

26 Terugblik beurzen Vorige week waren de FloraHolland Trade Fair en de International Floriculture Trade Fair. Wat leverde dat aan handel op?

36 Lelieoogst De lelies zijn bijna binnen. Hoe zien ze eruit?

In dit nummer 12  Co 2

Vaste rubrieken 6  In de media 8  In gesprek Jacco van der Wekken 11  Column Robert Heemskerk 19  Tech&Mech Vooroverkantelaar 25  5 minuten Edwin de Geus 28  KAVB 33  Ooit 34  Vakvenster Anemoon 39  Stigastip 42  CNB

-voetafdruk vraagt om

ketenaanpak 14 ‘Aanvoerprognose moet realiteit benaderen 16  Contouren nieuwe lelieteelt zichtbaar 20  Wat te doen tegen verzilting 22 ‘Zien is kopen’ bij Havenaar Amaryllis 26 Revenuen beursdagen moeten nog blijken 32  Debat levering: ‘bel toch eens’ 36  Lelieoogst bijna binnen 40  Bol van Samenwerking: ‘Geef het een kans” 48 Tulpen broeien in innovatieve tulpenbroeierij 54 Grote vlucht voorzien voor DNA-technologie 60  Floridata bestaat vijf jaar

52  Anthos 56  Hobaho 59  Vaste planten 61  Teeltverbetering 62  Teeltadvies 66 De naam is

Op de cover 22 De broers Ewoud en Martin run- nen in Berkel en Rodenrijs een bedrijf dat is gespecialiseerd in de bloementeelt van amaryllis. Het merendeel van de afzet gaat via de klok. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in duurzaamheid.

Persicaria virginiana

22 november 2018

3

22 november 2018

   

 Trekkers te koop gevraagd Voor export alle types • Massey Ferguson • Landini • John Deere • Ford • Same • Fiat • Universal / UTB • Zetor

CannaSol: virusvrije knollen Bletilla: Nederlands geteeld Pioenen: breed assortiment www.green-works.nl

Schade, roest of mankementen geen bezwaar. U kunt alles aanbieden!

H&G Exporttractors Abbestederweg 30 B 1759 NB Callantsoog T 06 10922015 T 06 53672173 www.exporttractors.nl

bbv-green works 170919.indd 1

19-09-17 14:22

H&G Exporttractors

Abbestederweg 30 B www.necap.nl - info@necap.nl - Wieringerwerf - 0227-603353 1759 NB Callantsoog

T 06 10922015 T 06 53672173 www.exporttractors.nl

Bloembollen blijven in topconditie in de folies van Europak Superclear Composteerbaar

HDPE LDPE Net folie

Papier/PE Papier/PP micro of macro geperforeerd

koelinstallaties

0252 419027

info@europak.nl

VOO RWOO R D

Geheim Hans van der Lee — Hoofdredacteur h.v.d.lee@greenity.nl

De bloembollensector is een overzichtelijke gemeenschap, ons kent ons. Dat maakt het wel eens lastig iets te roepen, want je krijgt het onherroepelijk weer op je brood. Dat is bijvoorbeeld te merken bij navraag over BVS, het alternatief dat CNB presen- teert voor de kwekersverenigingen. ‘Het is geen geheim, maar ik wil niet dat mijn naam erbij staat in het vakblad.’ Het is ook nog wel te begrijpen, want er staan belangen op het spel. Het is wel lastig voor een redactie. Anoniem werkt, dat blijkt wel uit de stelling die de afgelopen twee weken op de site van Greenity stond: ‘Formaline is een gepasseerd station’. Niet de uitslag is opmerkelijk, want die was ongeveer 55 om 45 procent. Het aantal stemmers wel: er is vijftienhonderd keer gestemd. Dat zien we niet vaak gebeuren op onze site. Er zijn echter maar weinig mensen die bij navraag ook echt iets willen zeggen over het middel. Ook hier is het te begrijpen, want het is niet toegestaan om bollen mee te ontsmetten. Als schoonmaakmiddel mag je het echter wel gewoon kopen en gebruiken. Ook bui- ten de bloembollensector wordt het gebruikt en zelfs gewoon door het putje gespoeld. Niets geheims aan. Opmerkelijk zaken zijn het. Ondertussen wordt ook gewoon keihard gewerkt in de sector. Kijk maar eens in dit nummer naar bijvoorbeeld de lelieverwerking, de amaryllisbroeierij of naar de vergevorderde nieuwbouw van de Gebroeders Van Oers. Stuk voor stuk ondernemin- gen die er alles aan doen om een goed product neer te zetten. Dat proberen wij hier ook bij Greenity. Daar draait het toch om?

C O L O F ON

22 november 2018 Greenity is een voortzetting van het tijdschrift BloembollenVisie (2003-2017). BloembollenVisie ontstond uit een samenvoeging vanMarktVisie (CNB) en Bloembollencultuur (KAVB). De redactie werkt op basis van een redactiestatuut. Aan alle artikelen en rubrieken wordt de meest mogelijke zorg besteed. Uitgevers, redactie en medewerkers aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die direct en/of indirect kunnen voortvloeien uit de inhoud van artikelen en/of advertenties. De redactie houdt zich het recht voor om ingezonden brieven en mededelingen niet te plaatsen dan wel te wijzigen of in te korten. Overname van artikelen, berichten of fotografie is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie. REDACTIE Hans van der Lee (hoofdredacteur), Lilian Braakman, Arie Dwarswaard, Ellis Langen en Monique Ooms (vakredacteuren), André Leegwater (eind- en webredacteur) FOTOGRAFIE René Faas VORMGEVING Filie Nicola en Lianne van ’t Ende WEBSITE www.greenity.nl CONTACT Postbus 31 | 2160 AA Lisse | tel. 0252-431 431 | info@greenity.nl ADMINISTRATIE tel. 0252-431 200 | naw@cnb.nl REDACTIEADRES Heereweg 347 | 2161 CA Lisse ABONNEMENTEN Nederland € 265,– (excl. btw) per jaar, Europa € 285,– (excl. btw) per jaar, buiten Europa € 315,– (excl. btw) per jaar ADVERTENTIES Bureau Van Vliet bv |Postbus 20 |2040AA Zandvoort |tel. 023-5714745 |zandvoort@bureauvanvliet.com UITGEVERS KAVB en CNB ISSN 2589-4099

5

22 november 2018

VA N D E R E D A C T I E

In de media L EE S HE T LAAT S T E N I EUWS OP WWW.GREEN I T Y. NL

Wachten op goed advies

Ellis Langen — Redacteur e.langen@greenity.nl

Ik kom uit een warm nest. Letterlijk en figuur- lijk. Opgroeien op een glastuinbouwbedrijf waar paprika’s worden geteeld, betekent veelal een behaaglijke temperatuur van rond de 25 graden. En niet alleen in de kas. Omdat mijn vader aan die warmte zo gewend was, werd in ons huis geregeld de thermostaat wat om- hoog gedraaid. Mijn zus en ik zeggen nu nog wel eens gekscherend tegen onze ouders: jullie hebben van ons van die enorme kasplantjes, lees: koukleumen, gemaakt! Onlangs mocht ik aansluiten bij een rondje van teeltadviseurs van CNB Teeltadvies. Zij be- zochten enkele leliekwekers in de Noordoost- polder. De kwaliteit bekijken van het gerooide materiaal en advies geven over de bewaring er- van in de bewaarcellen, was het voornaamste doel. En dus stond ik op een gegeven moment steeds blauwer te worden in een van die be- waarcellen. Eerst nog (achteraf gezien lekker) bij 5 graden, later werd dat teruggeschroefd naar 2 graden. Ze spraken onder andere over het aantal dubbelneuzen dat wat hoger is dan andere jaren, dat de lelies wat grover zijn en het meest jammere: de moeizame markt voor lelies. Veel was nieuw voor me en er werd over en weer volop kennis gedeeld en hier en daar een discussie aangezwengeld. Wel zat ik op een gegeven moment vurig te hopen op maar één goed advies: om het gesprek gewoon even bui- ten de bewaarcel voort te zetten. Zelfs de drup- peltjes die op een gegeven moment uit een van de rode neuzen naar beneden vielen, sorteerde geen effect. En toen de kweker en de adviseur overschakelden op het onderwerp ‘warmtebe- handeling’, had ik nog even de illusie dat het de goede kant op zou gaan… Maar nee… Bij een van de bollenkwekers stond een kleine heteluchtkachel in de ruimte waar de bollen werden gespoeld. Medewerkers konden hier even hun handen aan warmen. Ik heb het ze niet zien doen. Zelf was ik als een kind zo blij met de stoelverwarming in de auto. U snapt wel: bij mij zal nog een tijdje het beeld blijven hangen dat bollenkwekers stoere lui zijn.

Bollen Hortus Bulborum met nieuwe machine geplant

Vorige week is de collectie historische bolgewassen van de Hortus Bul- borum met een nieuwe plantmachine geplant. Deze is ontwikkeld door Mechanisatiebedrijf Denneman. De plantmachine heeft als grootste voordeel dat de planters staand hun werk kunnen doen in plaats op hun knieën. Hij is gebouwd op een al eer- der door Denneman ontworpen constructie voor het planten van bloem- bollen in de kas. Een op rupsbanden zelfrijdende machine die door elek- triciteit wordt aangedreven, plant regel voor regel de bollen. BOLLEN KEURIG OP REGEL Voor de Hortus Bulborum is gekozen voor een verticaal systeem, waardoor de vrijwilligers kunnen staan op de machine. Terwijl Cees Koomen de bol- len uit de zakjes haalt, zorgt Matthé Spruit ervoor dat deze bollen netjes worden verdeeld over de volle breedte van een afgesloten vak. Dit vak is onderdeel van een transportband, die, als de band eenmaal beneden is, de bollen keurig op de regel plant. MET GELD UIT BLOEMBOLLENSECTOR Voorzitter Piet Apeldoorn is erg blij met de machine. “We hebben de machine laten bouwen met het geld dat we hebben gekregen vanuit de bloembollensector en diverse instanties binnen en buiten het vak. Behalve planten kunnen we met dit systeem komende zomer ook gaan rooien. Omdat we de werkomstandigheden voor onze vrijwilligers zo aangenaam mogelijk willen maken, hebben we deze machine laten maken. Hiermee kunnen we weer jaren toe.”

6

22 november 2018

Agenda

‘Stop verkoop tulpenbol van februari tot mei’

8 november t/m 1 december Growtech Turkije 29 november BIOtechniekdag 30 november Cursus Mollen bestrijden 3 december Cursus Inspectietechniek zomerbloeiende gewassen 12 december Flower Science Congres 20 december Kennis- en netwerkdag LTO-vakgroep Bomen

‘Stop de verkoop van bollen van februari tot mei’, twitterde voorzitter Henk Westerhof van handelsbrancheorganisatie Anthos vorige week. Aanleiding was een rondgang van de Amsterdamse zender AT5 langs het bloembollenaanbod op de Bloemenmarkt in de hoofdstad. Een groot deel van de verpakkingen met tulpen blijkt slechte kwaliteit, onvol- doende of de verkeerde bollen te bevatten. Anthos signaleert de misstanden op de Bloemenmarkt al jaren. De brancheorganisatie spreekt van een ‘erbar- melijk slechte kwaliteit’. Uit een eerdere test bij verkopers bleken slechts tien van de 600 bloembollen tot bloei te komen. Westerhof ziet graag dat de ver- koop van restpartijen buiten het plantseizoen wordt verboden. Anthos vroeg het gemeentebestuur van Amsterdam eerder om de jaarrond verkoop van tulpen tegen te gaan en adviseerde de verkopers bijvoorbeeld dahlia’s te ver- kopen. Ook de verkeerde of misleidende informatie op de verpakkingen is Anthos een doorn in het oog. “Zo bestaan blauwe tulpen helemaal niet”, zegt Westerhof tegen AT5. Met vrijwilligers op de markt is wel eens geprobeerd de verkoop te controleren, maar zonder resultaat. De brancheorganisatie heeft geen grip op de verkopers. Het stoort Anthos dat vooral toeristen worden opgelicht en tot ergernis van Westerhof neemt noch het stadsbestuur noch Amsterdam Marketing maatregelen. Slechte reclame voor de sector, vindt Anthos.

en Vaste Planten 8 t/m 10 januari CNB Bloem- en relatiedagen

► Kijk voor de volledige agenda op www.greenity.nl

I NGE ZONDEN BR I E F

In beweging voor formaline In de Greenity van 25 oktober stond een ingezonden brief van de formaline- werkgroep. Sterke argumenten worden aangedragen tegen het verdwijnen van formaline. Ook wij maken ons zorgen of we zonder formaline wel een goede bestrijding van onder andere woekerziek in Muscari en lelie kunnen krijgen. Op de site van Greenity stond afgelopen twee weken de stelling: Formaline is een gepasseerd station. Er werd volop gestemd, want het percentage dat het er niet mee eens was, schommelde tussen de 44 en 60 procent. KAVB, neem deze mensen serieus!

In een van de volgende nummers van Greenity kunnen we als redactie niet an- ders dan aandacht besteden aan de voors en tegens van formaline. De 1.500 reacties op onze stelling vertegenwoordigen een groot deel van onze achterban. Daarom zijn we op zoek naar telers die willen ver- tellen over hun ervaring. We streven naar een goede spreiding over de diverse teel- ten en teeltgebieden. Uiteraard zullen we ook de mening vragen van adviseurs, on- derzoekers en beleidmakers. U kunt zich melden via info@greenity.nl.

Jan van den Berg, Boltha BV

Stelling: Formaline is een gepasseerd station

45 %

55 %

Sinds 2007 is formaline als gewasbeschermingsmiddel verboden. De KAVB wist daarna nog jaren een vrijstelling voor het dompelen van bollen te bewerkstelligen, maar sinds 2014 is ook dat niet meer toegestaan. Nog altijd houdt het ontsmettingsmiddel de gemoederen danig bezig. Maar liefst 1.500 stemmen zijn uitgebracht op de stelling ‘Formaline is een gepasseerd station’.

Nieuwe stelling Op www.greenity.nl kunt u reageren op de nieuwe stelling: ‘Floriade hoeft niet kostendekkend te zijn’

22 november 2018

7

22 november 2018

I N G E S P R E K

22 november 2018

22 november 2018

8

22 november 2018

‘Sector is groot genoeg om eigen team te hebben’

Het sterke en unieke van Delphy is dat het zich bezighoudt met advies én onderzoek, zegt directeur Jacco van der Wekken. Het bedrijf werkt volop aan eigen onderzoekslocaties voor verschillende sectoren. Zo is voor boomkwekerij en vaste planten een proeftuin in aanbouw in Hazerswoude. Zo’n ambitie ligt er op termijn ook voor de bloembollensector. Wat is de reden dat jullie investeren in eigen onderzoek? “Vanaf 2007 is onze visie dat we niet alleen willen adviseren, maar ook kennis willen ontwikkelen door zelf onafhankelijk onderzoek te doen. Er werd destijds al aan de stoelpoten van het Productschap Tuinbouw gezaagd. Een teken dat prak- tijkonderzoek wel eens kon verdwijnen. Nederland is echter toonaangevend in veel tuinbouwsectoren. Wil je dit blijven, dan moet je doorgaan met kennisontwikkeling. En ook heel simpel: zonder productie houdt het voor ons ook op. Dus besloten we zelf te investeren in onderzoek. In de glastuin- bouw zetten we in 2013 met het Improvement Centre in Bleiswijk de eerste stap naar een eigen onderzoekslocatie. We ervaarden de voordelen. Zo sta je sterker in de onder- zoeks- en adviesmarkt. Je kunt snel inspelen op problemen waar kwekers in de praktijk mee worstelen en zelf kun je hierin prioriteit aanbrengen. Ook hoef je niet op zoek naar een plek bij een kweker of ergens iets te huren. Een eigen lo- catie is ook belangrijk om goed, betrouwbaar en onafhanke- lijk onderzoek te doen. Het voornaamste voordeel is echter dat we praktische kennis ontwikkelen en onze adviseurs de uitkomsten ervan meteen kunnen gebruiken in hun advies.” Hoeveel eigen onderzoekslocaties zijn er? “Twee onderzoekslocaties in eigen bezit: in Bleiswijk voor de glastuinbouw en in Hazerswoude voor de boomteelt en vaste planten. Volgend jaar is die laatste locatie van 2,7 hectare in gebruik. Er komen een kas, containervelden en vollegrondsvel- den. Voor het bouwen van een onderzoekslocatie zachtfruit zit- ten we tegen een deal aan. In andere sectoren werken we voor onderzoek samen met partners. Denk aan de Rusthoeve en ‘Op Tekst: Ellis Langen | Fotografie: René Faas

Jacco van der Wekken DIRECTEUR DELPHY

Na zijn studie Wageningen Universiteit & Research werkte Jacco van der Wekken bij Enza Zaden en The Greenery. In 1999 werd hij directeur Plant bij DLV. Sinds 2015, toen het bedrijf werd gekocht door het management en de naam van het bedrijf veranderde in Delphy, is hij directeur van Delphy. Van der Wekken is opgegroeid op een akkerbouwbedrijf in Noordgouwe op Schouwen-Duiveland. Zijn broer runt in die plaats nog een bedrijf met tulpenbroei, zon- nebloemen en asters.

de Es’ in de akkerbouwsector. In de bollensector begonnen we anderhalf jaar geleden bij Warmerdam Spoelbedrijf met onder- zoek met een klimaatkast. Daar huren we ruimte voor ons ei- gen klimaatonderzoek. Dit jaar hebben we in Lisse aan de Hee- reweg van een kweker langdurig een perceel voor onderzoek gehuurd. Het gaat om één hectare grond voor buitenproeven. Het is belangrijk om in de Bollenstreek te zitten; de grondsoort en het klimaat zijn herkenbaar voor kwekers. Dit jaar ston- den er 25 proeven. De andere vijf proeven in de bloembollen vonden plaats op andere plekken in het land, bijvoorbeeld als het gaat om onderzoek naar grondgebonden ziektes. Momen- teel werven we voor het komende ‘proevenseizoen’. Komende maanden wordt bekend welke proeven dat gaan worden. In mei en in september komen er open dagen. We zien dat de bloembollensector flink ontwikkelt. Dat levert meer kennisvra- gen op. Een groeiende markt dus. Onze ambitie is dan ook een eigen onderzoekslocatie voor bloembollen in deze streek, liefst met kantoor. We hopen die in 2021 te hebben.” De broeierij groeit. Gaan jullie hier ook onderzoek in doen? “De basis voor een goede broei is goed en sterk uitgangsmate- riaal uit de bollenteelt. Als dat er is, heb je in de broeierij de wedstrijd al voor de helft gewonnen. Er komen uit de broeierij minder kennisvragen. Bovendien zijn we in ons adviesveld sterker in de bollenteelt dan in de broeierij. Onze focus ligt dus voorlopig bij de bloembollenteelt. Toch sluit ik een on- derzoekslocatie voor de broeierij op termijn niet uit. We doen ook wel wat in de broeierij. Zo zijn we in lelie gestart met het modelleren van de leliebroeierij. Dit lijkt op het Quality Moni- toring System (QMS) dat al jaren dienstdoet als groeimodel in

22 november 2018

9

22 november 2018

I N G E S P R E K

de chrysantenteelt. In lelie hebben we dit model zelf ontwik- keld en testen het bij vijf broeiers. Van hen krijgen we onder andere gegevens over het uitgangsmateriaal en de klimaatom- standigheden tijdens de broei. Hier rollen een oogstprognose en planning uit. Hiermee kunnen zij het broeiproces verbe- teren. Bijvoorbeeld door licht en temperatuur aan te passen waardoor je sneller kunt broeien mét behoud van kwaliteit. Het QMS is dus gericht op een efficiëntere teeltplanning en doorlooptijd. Dat past goed in de broeierij. Het zijn bijna ‘fa- brieksmatige’ teelten. Je ziet ook dat broeiers die dat goed in de vingers hebben, groeien. Zo’n QMS willen we ook ontwik- kelen voor tulpenbroei en wellicht ook voor hyacint.” Waar komt input voor onderzoek vandaan? “Er zijn drie sporen waar kennisvragen vandaan komen. Een kweker of een groep kwekers, onze eigen onderzoekers en adviseurs, en partners, zoals toeleveranciers en verwerkers. De leidende factor is dat we alleen proeven doen waarvan de uitkomsten direct in de praktijk toepasbaar zijn. We doen dus geen fundamenteel onderzoek. We nemen zelf de lead in het onderzoek en het is onafhankelijk. Wij vertellen wat er uit de proef komt en laten ons daarbij niet leiden door zaken die we niet zouden mogen vertellen. Geheim onderzoek doen we vrijwel niet. Onze meerwaarde is juist dat adviseurs meteen iets met de uitkomsten kunnen. Dit jaar staken we zelf zo’n 80.000 euro in bloembollenonderzoek. Veertig pro- cent van onze totale omzet in de bloembollensector komt uit onderzoeksprojecten, de rest komt uit advies.” Hanteren jullie een bepaalde visie bij wat je wel en niet oppakt aan onderzoekswensen? “De aanleiding van een proef van kwekers is altijd dat ze een knelpunt hebben en iets snel uitgezocht willen hebben. Zo doen we vrij veel onderzoek naar biologische en chemische middelen. We dienen daarin geen hoger doel. Met ons eigen onderzoeksbudget zetten we echter wel in op bredere onder- werpen en richten we ons niet te veel op chemie. De trend is duurzaam; er komen minder middelen, de bodem wordt belangrijker en men is op zoek naar andere teelttechnieken. We brainstormen met onze onderzoekers en adviseurs: wat speelt er in de sector, wat zijn de knelpunten en kunnen we daar onderzoek naar doen. Daar komt dan onderzoek naar. Soms zoeken we er partijen bij, soms ook niet.” Hoe ziet jullie portefeuille er in de bollensector uit? “Als team Delphy Bloembollen en bolbloemen hebben we 350 klanten. Ongeveer 35% van de ‘serieuze, blijvende telers’ is klant. De sector is groot genoeg om een eigen team te hebben. We hebben een team van zes mensen en zoeken nog iemand. Al zie je schaalvergroting bij de bedrijven en minder bollenbedrijven, we groeien in klanten. Opvallend is wel dat we in de bollensector geen adviseurs in het buiten- land hebben. In alle andere sectoren waar Delphy actief in is, hebben we die wel. Het is wel geprobeerd. We hadden een Nederlander die in Engeland woonde en daar ter plekke bollenadvies ging doen. Uiteindelijk is dat niets geworden. Engelse klanten laten toch liever een adviseur uit Nederland overkomen. Nederland wordt dus heel sterk gezien als het kennis- en toonaangevende land voor bloembollen.” Wat zijn vernieuwende diensten of producten? “We hebben dit jaar Delphy Digital opgericht. Hier werken twee teeltingenieurs over de sectoren heen. Zij richten zich op digitale ontwikkelingen en toepassingen. Ze zijn de schakel tussen de softwareontwikkelaar en de kweker en adviseur. Het zijn mensen met groene kennis die nadenken over hoe digitalisering ingezet kan worden in teelten, maar bijvoorbeeld ook hoe het advieswerk te verbeteren is. Denk aan bodemkaarten, drones en groei- en klimaatmodellen. Zo

hebben we in Bleiswijk de ‘komkommerchallenge’, een wed- strijd geïnitieerd door een Chinees bedrijf en WUR met als doel wie het beste komkommers op afstand kan telen. Men mag daarbij niet in de kas komen en alles wordt beslist aan de hand van sensordata. Dat kan ook voor de leliebroeierij interessant zijn. De ‘Bouwplancheck’, die onlangs is gemaakt voor de akkerbouw en die gericht is op gezonde grond, wordt ook voor de bloembollensector ontwikkeld.” Waar ligt voor Delphy de komende jaren de uitdaging? “Verjonging. Daarom ben ik blij dat we in Sub40 van de Hillenraad staan. Dat zijn de veertig meest toonaangevende bedrijven voor jongeren in de tuinbouw. Jonge aanwas krij- gen met affiniteit in de sector is lastig, maar het lukt wel. Een stuk beter dan tien, vijftien jaar geleden. We zijn breed bezig: met onderzoek, digitalisering en teelt. Een groep jon- ge mensen spreekt dat aan. Nieuwe mensen hebben hbo of hbo-plus als opleiding. Dat moet. De jonge generatie kwekers is vaker hoger opgeleid. Ze kunnen dan samen op niveau praten en begrijpen elkaar. Met alleen teelttechnisch advies brengen, red je het niet bij jonge hoogopgeleide klanten. Zij willen dat er strategisch wordt meegedacht, ze willen mee- praten en -denken over digitalisering en onderzoek én zijn kritisch. De leidraad bij Delphy is dat de klant en de adviseur een klik moeten hebben. Adviseurs in het westen rijden daarom naar het noorden en een adviseur uit Emmen rijdt voor advies naar het zuiden. We zijn geen efficiënt bedrijf, maar we willen wel effect sorteren bij onze klant.”   ‘Jonge kwekers zijn hoogopgeleid, strategisch en kritisch’

10

22 november 2018

C O L UMN

Van pc naar wc

Robert Heemskerk — Natural Bulbs robert@naturalbulbs.nl

In veel ontwikkelingslanden is matige hygiëne een probleem waardoor veel kinderen ziek wor- den. Door het gebrek aan een rioleringssysteem sterft jaarlijks een half miljoen kinderen onder de vijf jaar. Dat hieraan iets gedaan moet worden, weten en willen we allemaal. Inspiratie haal ik uit de gedrevenheid van Bill Gates (filantroop, miljardair en oprichter Micro- soft). Kort samengevat: hij is verliefd op de pot! Zijn centrale vraag: hoe kunnen we met beperkt of geen waterverbruik een toilet laten bijdragen aan betere hygiëne? Mede dankzij Gates zijn er al flink wat jaren wetenschappers over de hele wereld bezig om het toilet opnieuw uit te vin- den. En nu zijn zij zover dat er verschillende en goed werkende modellen in het pré-productiesta- dium zijn. Met gebruikmaking van natuurlijke en/of chemische processen ontstaat een wc-pot die in een simpele huisomgeving kan worden toegepast. Gates vergelijkt deze wc met zijn pc als metafoor: betaalbaar, niet te groot, werkt grotendeels zelfstandig en doet wat voorheen alleen grote installaties konden. Dankzij het ri- sicodragend kapitaal, de noodzaak iets voor het welzijn van de wereld te doen en vooruitzicht op een omvangrijke commerciële toepassing is de uitvinding tot stand gekomen. Wat zou het mooi zijn als wij in onze sierteeltsec- tor op zo’n schaalgrootte ook meer projecten zouden hebben die tot vrucht zouden komen. Meerdere partijen die wedijveren om de beste oplossingen te brengen, die zorgen voor een doorbraak in onze huidige vermeerderings- en teeltmethodieken. Doorbraken in de ontwikke- ling van nieuwe robuuste soorten en milieuvrien- delijk telen tegen een aanvaardbaar kostprijsni- veau. En zodoende slagen in het reduceren van de milieurisico’s die nu nog genomen worden met kunstmest en bestrijdingsmiddelen. We zijn met elkaar onderweg. Maar is het goed genoeg om onze ‘license to produce’ te verlengen? Ik hoop het van harte!

22 november 2018



22 november 2018

Is er een collectief instrument om de CO 2 -voetafdruk mee te meten? Zo niet, aan wie is het dan om dit te realiseren?. En hoe communiceer je over je footprint? Een belangenbehartiger, een onderzoeker, een bankier, een certificeerder en een milieuvertegenwoordiger wisselen met elkaar van gedachten. CO 2 -voetafdruk vraagt om ketenaanpak

Tekst: Monique Ooms | Fotografie: René Faas

12

7 december 2017

O m het onderwerp CO 2 -voetafdruk vanuit verschil- lende invalshoeken te kunnen belichten, hebben we diverse partijen benaderd. Om te beginnen de belan- genverenigingen, daar kijkt de sector immers al snel naar als het gaat om collectiviteit. “Wij hebben in 2012 al een rekenmodel voor de ‘carbon footprint’ laten ontwikkelen door PPO. Dat is te vinden op onze website”, vertelt Anthos-voorzit- ter Henk Westerhof. “Het lijkt erop dat niet iedereen dit weet. Wellicht omdat het onderwerp toen nog niet voor iedereen relevant was. Dat is het inmiddels zeker wel. Na de focus op neonics kun je erop rekenen dat dit het volgende is waar met name de retail om gaat vragen. Het wordt steeds belangrijker om een positief verhaal over bloembollen te kunnen vertellen. Inzicht in de footprint helpt daarbij.” GEMIDDELDE Anthos heeft PPO-onderzoeker Jeroen Wildschut, die ook het eerste rekenmodel ontwikkelde, gevraagd om een update van het rekenmodel te maken. “In het nieuwe model gaan we uit van het actuele gebruik van fossiele brandstoffen. Dat is beduidend minder dan tien jaar geleden. Ook willen we hel- der krijgen wat de duurzaamheid van exportbollen is als de toepassing van duurzame energie is verrekend. Verder willen we de gemiddelde CO 2 -uitstoot over alle bolgewassen die het bedrijf produceert in kaart brengen. Zo weten we dat in de bollensector het energieverbruik bij de bewaring en prepara- tie verreweg de meeste CO 2 -uitstoot geeft: 70%.” Het rekenmodel houdt rekening met een groot aantal fac- toren, van gewastype en landgebruik tot aan transport en exportbestemming. “We nemen ook kleinverpakkingen en klapkratten mee.” Overigens wordt het energieverbruik in bollenbedrijven al sinds 1995 gevolgd via de jaarlijkse Energie- monitor, die is gekoppeld aan de Meerjarenafspraak energie (MJA-e), benadrukt Wildschut. “De deelnemers krijgen een in- dividueel rapport waarin zij hun (fossiele) energieverbruik en CO 2 -uitstoot van dat jaar kunnen vergelijken met collega-be- drijven en met hun energieverbruik van voorgaande jaren.” Wildschut verwacht het nieuwe rekenmodel eind maart 2019 af te ronden. Westerhof: “Dan is het toegankelijk voor deelne- mers aan opdrachtgever iBulb en bespreken we hoe we erover gaan communiceren naar de markt.” Zou de KAVB de kwekers ook een hulpmiddel moeten aanreiken? André Hoogendijk, adjunct-directeur bij de KAVB, is voorzitter van het Klimaat- overleg Bloembollen & Bolbloemen waarin de KAVB namens de sector met het ministerie van LNV en RVO.nl samenwerkt op het gebied van energie en klimaat. Ook Hoogendijk verwijst naar de Meerjarenafspraak energie. Hoogendijk: “Verder wil de sector, in het kader van de visie Vitale Teelt, toe naar energie- neutrale productie in 2030. Groen moet echt groen zijn. Bin- nenkort bespreken we met ondernemers uit de hele bloembol- lenketen hoe we aan deze ambitie invulling gaan geven.” OBJECTIEF “Het is jammer dat de verduurzamingsinspanningen van de sector niet altijd zichtbaar zijn voor ketenpartners, NGO’s en consumenten”, stelt agrispecialist Jan de Ruyter van ABN AMRO. “Een objectieve methode zoals de Levens Cyclus Analy- se kan hierbij helpen. Wij hebben samen met technologiebe- drijf EcoChain deze methode als pilot toegepast bij bedrijven in de varkenshouderij, fruitteelt, akkerbouw, melkveehou- derij en tulpenbroeierij. Door gegevens over duurzaamheid te koppelen aan de financiële data kunnen ondernemers verschillende scenario’s en de consequenties voor financiën en duurzaamheid doorrekenen. Daarmee kunnen zij duurza- me keuzes onderbouwen en communiceren. Mooie bijvangst is dat de deelnemende bedrijven direct met ketenpartners in gesprek gaan om meer waarde te halen uit de verduurza- mingsinspanningen.”

Dit artikel is een vervolg op een gesprek tussen zeven vakgenoten over de CO 2 -voetafdruk. Dit is te vinden op pag. 36 en 37 van Greenity nr. 24.

Als binnen de sector verschillende tools met verschillende uitgangspunten worden gebruikt, kun je de uitslagen niet met elkaar vergelijken, benadrukt Stefanie de Kool van Stich- ting Milieukeur dat ‘On the way to PlanetProof’ als keurmerk introduceerde. “Het getal van je footprint zegt bijna niemand iets en hangt ook af van de aannames die in de rekenmethode zijn gedaan. Het wordt pas interessant als je resultaten met elkaar kunt vergelijken, kunt zien hoe je presteert ten opzich- te van een ander bedrijf of welke vooruitgang je zelf maakt. Ook kun je de berekening gebruiken om aan te tonen dat je broeikasgasemissie onder een bepaalde norm blijft. Voor de bedekte teelt wordt daar in het kader van ‘On the way to PlanetProof’-certificering naartoe gewerkt.” TIJDLIJN Peter Leendertse van CLM zegt hierover: “Footprints hangen sterk af van de systeemgrenzen en aannames die je kiest. Daar- om is een eenmalige footprint niet interessant, maar is vooral een tijdlijn leerzaam: waar sta je nu en hoeveel procent denk je te kunnen verlagen? Veelal is de impact op het klimaat het grootst in de landbouwfase, denk aan het gebruik van kunst- mest en de het organischestofgehalte in de bodem. Daarom is goed meten en inschatten van emissies op dat niveau essenti- eel. Hiervoor bestaan meerdere tools, zoals de Cool Farm Tool. Dit is een online rekentool waarbij data worden ingevoerd voor onder andere het gewas, de opbrengst, kunstmestverbruik, landbewerking, en oogstmethode, om zo de CO 2 -footprint van het geteelde gewas te kunnen berekenen.” Hoe communiceer je over je voetafdruk op zo’n manier dat jouw bedrijf zich onderscheidt? De Kool draait het om: “Wat wil jouw klant weten? Daar moet je op inspelen.” Zij verwacht niet dat retailers een bepaalde CO 2 -footprint gaan eisen. “De retail wil wel steeds meer garanties dat producten aan een bepaald duurzaamheidsniveau voldoen, ook voor duurzaamheidsaspecten zoals gewasbescherming en water- gebruik. Duurzaamheidscertificaten bieden deze garanties.” Het belang van transparantie over de footprint neemt toe, stelt Westerhof. “Luister maar naar wat onze minister hier- over zegt. De focus ligt steeds meer op circulaire landbouw. Retailketens als Aldi, Lidl en Albert Heijn onderzoeken ook het effect van plastics en verpakkingen. De markt zal steeds meer eisen opleggen en daar moet de sector op voorbereid zijn. Daarin hebben alle schakels in de keten elkaar nodig.” Wildschut vult aan: “Certificering van de CO 2 -uitstoot is goed voor individuele bedrijven om zich te profileren op de markt, maar uiteindelijk gaat het erom om als sector de CO 2 -uitstoot te beperken en zo bij te dragen aan het stoppen van de klimaatsverandering.”

7 december 2017



7 december 2017

De Royal FloraHolland Productcommissie (FPC) Tulp van FloraHolland hoopt dit jaar voldoende broeischema’s van tulpentelers te ontvangen. Een groep telers ziet het belang van betrouwbare prognoses in, maar er zijn ook kwekers die het als bedrijfsgevoelige informatie beschouwen. “De aanvoerprognose pakt alleen positief voor de handel uit als die de realiteit benadert.” ‘Aanvoerprognose moet realiteit benaderen’ M et de broeischema’s willen de FPC en het productteam Tulp op de productbijeenkomst van 28 november aan kwekers een betrouwbare prognose presenteren. Met deze kennis krijgen de telers een indruk van de aanvoerontwikkelingen per week en de beschikbare kleuren gedurende het seizoen, legt Henny Bruggeman uit, productmanager Tulp bij Royal FloraHol- land. Uit de prognoses is ook op te maken wanneer er pieken en dalen in de aanvoer zijn. Een ander voordeel is dat iedereen tegelijkertijd dezelfde informatie krijgt. Daarnaast kunnen kwekers de prognoses gebruiken voor hun commerciële hande- lingen. Tekst: Annemarie Gerbrandy | Fotografie: René Faas

De afgelopen twee jaar zijn er onvoldoen- de broeischema’s binnengekomen om

14

22 november 2018

tot een betrouwbare prognose te komen. Dit jaar hoopt de FPC er wel voldoende te ontvangen. Bruggeman: “Het is een uitdaging. Niet alle kwekers willen hun broeischema beschikbaar stellen. We doen ons best om er zo veel mogelijk binnen te krijgen. Het gaat hier om een vraag vanuit de telers en ook vanuit de veiling vinden we dat belangrijk, zodat kwekers goede beslissingen kunnen nemen.” De FPC benadrukt dat de ingestuurde schema’s vertrouwelijk worden behandeld. GEEN STEVIG HANDVAT Voorzitter Arjan Smit van Tulpen Promo- tie Nederland stelt dat een aanvoerprogno- se positief voor de handel kan uitpakken als die de realiteit benadert. Hij spreekt op eigen titel als hij zegt dat het handvat niet stevig genoeg is. “In de praktijk blijkt dat de aanvoerprognose niet voldoende aansluit op de werkelijke aantallen. Dat komt onder meer doordat lang niet iedere kweker zijn tulpen aan de veiling levert. Een steeds grotere groep telers verhandelt zijn bloemen rechtstreek aan de retail. Die gegevens zien we nergens terug en daar gaan de prognoses aan voorbij. We praten dan alleen nog over de tulpen die in maart/april overblijven en vrij verhan- delbaar zijn.” Tulpenteler Niels Kreuk uit Andijk is een voorstander van een betrouwbare aanvoer- prognose. Er is een hele categorie kwekers die zijn broeischema aanlevert, maar ook een hele categorie die vindt dat de veiling hier niets mee te maken heeft, zegt hij. “Die telers zijn gebaat bij schaarste. Ik denk juist dat je samen handel maakt. Dat hebben we het afgelopen jaar wel gezien. Er zijn nog nooit zo weinig tulpen in april aangeleverd als afgelopen seizoen en de prijs was nog nooit zo slecht. Er was toen een mismatch tussen vraag en aanbod, wat niets met aanvoer te maken had. De retail kan in de regel zonder problemen tot begin mei tulpen verkopen.” Kreuk twijfelt er niet aan dat de FPC vertrouwelijk met de informatie omgaat. De veiling gaat in de prognoses niet verder dan het uitspreken van een verwach- ting, bijvoorbeeld 10 procent roze en 20 procent rood in april, zegt hij. “Daar kan de kweker zijn voordeel mee doen. Er zijn ook redenen om niet mee te doen. Zo kun- nen telers denken dat ze er door de veiling op worden afgerekend als ze aangeven in april een miljoen tulpen te willen leveren

en uiteindelijk met een half miljoen bloe- men komen. Iedereen gaat er op zijn eigen manier mee om. Het is wel jammer dat de collectiviteit verdwijnt.” INSPELEN OP TRENDS Laan Tulips uit Avenhorn levert elk jaar een broeischema in, vertelt Geert Laan. “Het is voor ons interessant om te weten wat de verwachtingen zijn. Je kunt daar als bedrijf op anticiperen hoeveel tulpen je wanneer aanlevert en welke kleur er wordt gevraagd. Ook kunnen we op eventuele trends inspelen. Dit jaar bestaat het idee dat ondanks de matige oogst er voldoende bloemen op de markt gaan ko- men. Maar dat is niet gebaseerd op feiten. Een goede prognose is een goede zaak.” Belangrijk is wel dat er bij de FPC voldoen- de informatie wordt aangeleverd, zegt Laan. “Als slechts een deel van de telers een broeischema inzendt, zijn daar geen conclusies uit te trekken. Dan heeft het aanleveren van informatie op den duur geen waarde meer.” John Boon van Boon & Breg uit Andijk was een fervent voorstander van een aanvoerprognose, maar heeft inmiddels zijn twijfels. “Ik ben een voorstander van overzicht in de markt. Wat je de laatste jaren echter ziet, is dat zowel kopers als verkopers op de handel reageren en dat het eindresultaat precies het omgekeerde is van wat logisch is. Als er een tekort van dure bloemen wordt verwacht, blijkt er toch geen tekort te zijn en als er te veel bloemen worden voorspeld, blijkt dat niet zo te zijn en blijft de prijs goed. Dat gaat elkaar tegenwerken. Ik ben voor open- heid, maar de informatie moet wel nuttig zijn. Op een of andere manier komt de aanvoerprognose niet van de grond.” DEKSEL OP DE NEUS Volgens Arjan Smit heeft de aanvoerprog- nose van FloraHolland pas zin als zoveel mogelijk telers meedoen. Iedere broeier telt mee in het totale plaatje, zegt hij. “Stel: de prognoses laten een bepaald patroon zien. Daar kun je als kweker op sturen. Als je een piek ziet in april, kun je in maart wat extra’s gaan doen. Dat geldt ook voor de kleur: in april is geel een veel- gevraagde kleur.” Smit denkt dat telers waar het kan met de handel moeten mee- doen. “Je kunt dan een prijs voor je tulpen krijgen die je geen geld kost. Probeer je het onderste uit de kan te halen, dan kan het deksel heel hard op je neus vallen.”

Tulpenteler John Boon: “Ik ben voor openheid, maar de informatie moet wel nuttig zijn.”

Voorzitter Arjan Smit van Tulpen Promotie Neder- land: “Aanvoerprognose sluit niet aan op de wer- kelijke aantallen.”

22 november 2018 Tulpenteler Niels Kreuk: “Retail kan zonder proble- men tot begin mei tulpen verkopen.”

15

22 november 2018

Klankbordgroep Voor het project Vitale Lelieteelt is een klankbordgroep samenge- steld, waarin de volgende partijen zitten: het ministerie van LNV, de NVWA, het Ctgb, de KAVB, twee telers, een veredelaar, een pot- grondleverancier en een adviseur. Deze groep komt twee maal per jaar bijeen om met de onderzoeker te overleggen over het project.

22 november 2018

22 november 2018

16

22 november 2018

Het eenrichtingsysteem voor de lelieteelt oogt goed. Dat kan onderzoeker Casper Slootweg van Wageningen University & Research na het eerste jaar van het project Vitale Lelieteelt al zeggen. “Verrassend om te zien dat een bol zo snel kan groeien uit weefselkweek.” De leliesector kan aan de slag. Contouren nieuwe lelieteelt zichtbaar

Tekst: Arie Dwarswaard | Fotografie: René Faas

M et de nodige krachtinspanning haalt onderzoe- ker Casper Slootweg een bol uit een bak in een van de kassen van de WUR-locatie Bleiswijk. Het is de eerste bol die hij rooit, en hij is verrast. Een grote witte bol, naar schatting maat 14/16, is in acht maan- den tijd gegroeid uit weefselkweek die in maart is begonnen. “Dit kan dus als je onder ideale omstandigheden vanuit weefselkweek gaat telen. Zonder gewasbeschermingsmidde- len en in een luisvrije kas.” Dit eerste resultaat is onderdeel van het project Vitale Lelieteelt, dat vorig jaar juli van start ging. Het project is voortgekomen uit een initiatief van de voormalige staatsse- cretaris Martijn van Dam uit het kabinet Rutte-2, die aan de slag wilde met groene gewasbescherming. Het doel hiervan is om na te gaan of teelten ook zonder of met flink minder gangbare gewasbescherming geteeld kunnen worden. Aan- vankelijk was alleen de voedingsland- en tuinbouw in beeld, maar dit werd uitgebreid met de sierteelt. Resultaat: de lelie werd toegevoegd, omdat dit een van de teelten is waar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nu eenmaal erg hoog is. De andere sectoren die meedoen in het project zijn akkerbouw, aardbeien en appels. Aan dit project zitten een paar bijzondere kanten, aldus Casper Slootweg. “Het wordt volledig gefinancierd vanuit het ministerie van LNV. Dergelijke projecten zijn er bijna niet meer. We krijgen als onderzoekers alle ruimte om het onderzoek uit te voeren. ‘Doe maar wat je wilt en denk vooral buiten de gangbare meningen en opvattingen.’ Dat is natuurlijk prachtig. En de looptijd van het project is ook relatief lang: van juli 2017 tot en met 31 december 2022.” ZONDER CHEMIE De doelstelling die Slootweg voor dit project heeft gefor- muleerd, is helder: in 2030 lelies telen zonder chemische gewasbescherming. “Daarbij kiezen we voor een technolo- gische oplossing. Daar zitten nog zo veel mogelijkheden. De belangrijkste elementen in die manier van werken zijn schoon starten, beschermd telen en schoon afleveren.” Het idee waarmee hij aan de slag is gegaan, is niet nieuw,

erkent hij. “In de jaren negentig hebben de onderzoekers Henk Gude en Piet Boonekamp al vastgesteld dat het ont- werpen van een eenrichtingsysteem de lelieteelt echt vooruit zou helpen. Toen was de tijd er nog niet rijp voor, maar dat is nu echt anders. De leliesector komt in een steeds grotere spagaat terecht: het aantal beschikbare middelen neemt af en de eisen van afnemers nemen toe. Dan moet je gaan nadenken over een andere manier van produceren. Door een deel van de teelt onder glas te laten plaatsvinden, denken wij dat je met in ieder geval veel minder chemie een schoon eindproduct kan gaan telen. Daarbij laat je het circulair telen wel los.”

22 november 2018

17

22 november 2018

‘Spuiten tegen luis of schimmel was niet nodig’

BLOEM OF BLAD In het project is gekozen voor cultivars uit de drie belang- rijkste leliegroepen: een Oriëntal, een LA-hybride en een OT-hybride. Weefselkweek van deze drie cultivars is in maart in bakken geplant in een van de kassen van de onderzoeks- locatie van WUR in Bleiswijk. In de meeste bakken zijn honderd weefselkweekplantjes gezet, in sommige vijftig. De kas waarin de proef staat, is luisdicht. Tot begin oktober is alleen gewerkt met natuurlijk licht. Daarna zorgen SON- T-lampen voor extra belichting. Het temperatuurregime omschrijft Slootweg als mild, dus geen hitte, geen kou. “In feite zijn de planten hier onder de ideale omstandigheden gekweekt. We hebben niet gespoten tegen schimmel of luis, omdat dit niet nodig was.” De cultivars reageren verschillend op deze manier van telen. Twee ervan blijven vegetatief en maken dus alleen maar blad. De derde is enkele weken geleden stengels met bloe- men gaan vormen. Dat is duidelijk te zien in het verschil in bolomvang. Waar de bol van een van de vegetatief blijvende cultivars oogt als maat 14/16, is die van de bloeiende lelie nu nog maat 12. “Ik laat de bollen voorlopig nog verder uitgroeien. Ik wil kijken wat er gebeurt. De kans is groot dat na de bloei de bol in omvang toeneemt.” MEER LAGEN Met de opbrengst van deze proeven kan Slootweg verder. Wat hem betreft zijn de bollen te duur om direct te verhan- delen. “Het zijn wel bollen die de teler kan gebruiken om te schubben. Als die schubben hun temperatuurbehandeling hebben gehad, zou je ze daarna ook weer onder glas kunnen uitplanten om ze verder op te kweken. Omdat het gewas dan toch laag blijft, zou dat heel goed kunnen met bijvoorbeeld een meerlagenteeltsysteem en led-verlichting. Dat is ook wel nodig, omdat we het bij lelie hebben over zo’n 4.300 ha. Als je al het uitgangsmateriaal in de kas wil telen, moet je wel efficiënt gebruik maken van de ruimte; dus mogelijk jaar- rond in meer lagen. Als na een paar maanden de bolletjes van schub groot genoeg zijn, kun je ze in het voorjaar buiten opplanten en laten uitgroeien tot leverbaar. Dat levert een enorme tijdwinst op.” De resultaten die binnen een jaar zijn behaald, zijn positief, vindt Slootweg. “Deze eerste indrukken geven mij de hoop dat dit eenrichtingsysteem het ook gaat worden. Tegelijker- tijd zijn er nog heel wat scenario’s om verder uit te werken en dat kan ook in dit project. Zo zullen bij het gebruik van led-verlichting moeten uitzoeken welk kleurenspectrum het beste resultaat geeft. Daarnaast broeien we bollen af om te kijken of de bollen een vergelijkbare kwaliteit bloemen opleveren.” VUURWAARSCHUWING Het project zet in op het flink terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt. Naast de proeven in Bleiswijk ligt er ook een onderzoek op het proefveld van het Regionaal Onderzoek Lelieteelt in Dren- the. “Daar gaan we na of we met een aantal producten de bodemweerbaarheid kunnen verbeteren en daarmee de

plantgezondheid. Afgelopen jaar hebben we plantgoed uit de reguliere teelt geplant dat niet is gedompeld in een fungicide. Daarnaast zijn we met het vuurwaarschuwings- systeem gaan werken. Er hoeft dan alleen gespoten als de weervoorspelling daar aanleiding toe geeft. Dat bestaat al heel lang, maar er werken maar weinig telers mee. Binnen- kort worden de bollen gerooid en weten we wat de eerste resultaten zijn.” BOLLEN DUURDER En waar staat het project op 31 december 2022? “Dan is er een goed werkend prototype van een eenrichtingsysteem voor de lelieteelt waarbij maar een minimum aan gewas- beschermingsmiddelen nodig is. Dat is wat ik dan wil afleveren.” Dat zal wel gevolgen hebben voor de kostprijs per bol, verwacht hij. “De bollen zullen duurder worden, maar wat is het alternatief ? Zo doorgaan en geen afzet meer hebben?”

Project volgen Wie geïnteresseerd is in de voortgang van het project Vitale Lelieteelt, kan zich hiervoor aanmelden door een e-mail te stu- ren naar mevrouw Barry Looman, barry.looman@wur.nl.

18

22 november 2018

T E C H &M E C H

Inde rubriek Tech&Mech is er aandacht voor zowel nieuwe als vernieuwende producten uit de sector. Een plek waar techniek en mechanisatie structureel aandacht krijgen.

Vooroverkantelaar BT201 Vegniek BV, Luttelgeest www.vegniek.nl Prijs: 9.900 euro

Tekst: Hans van der Lee Fotografie: Vegniek bv

Het is bij het storten van een kist met een heftruck een secuur werkje om de valhoogte en de dosering goed te regelen. Machinebouwer Vegniek BV meent dat dit met de nieuwe vooroverkantelaar eenvoudi- ger wordt en dat er duidelijke voor- delen zijn ten opzichte van de veel- gebruikte zijkantelaar. De kantelaar komt uit de aardappelteelt en is ook bedoeld voor bollenbedrijven. “Het product wordt verder van de heftruck gestort en stroomt over de gehele breedte uit de kist. Dit heb- ben we speciaal voor de bollen ge- maakt, zodat de verdeling goed gaat en de valhoogte minimaal is”, legt directeur Erik van der Vegt van Veg- niek uit. “Snel en gedoseerd legen, daar gaat het bij deze kantelaar om. Voordeel is ook dat de onderplanken van de kist niet worden belast. Dat gebeurt wel bij een zijkantelaar.” De kantelaar heeft geen draaipun- ten naast de kist, zodat er gewoon een kist uit de rij gepakt kan wor- den. De kist wordt als het ware in een soort tang genomen, aan de bo- ven- en onderkant. De bovenklem is achterover te kantelen en dat maakt transport van een stapel kisten mo- gelijk. Behalve op een heftruck is de kantelaar ook aan te brengen op een verreiker, voorlader of hefmast. “Er is maar één dubbelwerkend ventiel

Voorover kantelen, niet opzij

vooroverkantelaar is het verdelings- probleem opgelost.” Van Bentem moest even wennen toen hij wisselde van kantelaar, omdat de kist snel hoogte verliest bij het vooroverkantelen. Bij een zij- kantelaar draait de kist om zijn as. “Maar het went snel en je kunt de bollen echt heel netjes neerleggen. De valhoogte is echt veel kleiner en de verdeling is goed. Je moet alleen wel rekening houden met de beugel die boven de kist uitsteekt, als je met een stapel kisten op de vork rijdt.” Vegniek werkt momenteel aan een valbreker voor op de vooroverkan- telaar, zodat ook het legen in een andere kist of bunker nog voorzich- tiger kan. “Die constructie is voor ons gebruik niet nodig”, zegt Van Bentem. “Bij het overstorten in een andere kist wel. Met de kantelaar gaat dat een stuk sneller dan met een rotator.”

nodig voor de hydraulische bedie- ning. Montage van de kantelaar kost maar een paar minuten.” Er is al een zwaardere versie voor de akkerbouw, de BT301, maar inmid- dels is er al een aantal bollentelers met de kantelaar aan het werk. De bollenvariant is smaller en kan kis- ten aan tot maximaal 1,20 x 1,50 m. De kantelaar zelf is 1,14 m breed en heeft een hefvermogen van 2.000 kilo. Alber van Bentem teelt tulpen en lelies in Marknesse (Fl). Hij gebruik- te het eerste exemplaar deze zomer. “We leegden onze kisten altijd met een zijkantelaar, in een stortbak met opvoerband naar de radiaalsor- teermachine. Lastig daarbij is dat de bollen aan één kant in de brede bun- ker kwamen. Die is namelijk drie meter breed, zodat we er kippers in kunnen legen. We rooien ook wel eens partijen in kisten, vandaar dat we die ook in de bak legen. Met de

22 november 2018

19

22 november 2018

Wat te doen tegen verzilting

I n West- en Noord-Nederland, de lager gelegen delen van Nederland, komt veelal zout of brak grondwater aan het oppervlak. Deze opwaartse stroming heet zoute of brak- ke kwel, waardoor bodem, het grondwater en het opper- vlaktewater zouter worden. Dit fenomeen wordt verzilting genoemd. De voorspellingen rondom klimaatveranderingen wijzen uit dat de zeespiegel zal stijgen. In combinatie met het verder inklinken van de bodem zal er meer druk vanaf de zee op het grondwater komen, waardoor verzilting in de kuststreken toeneemt. Verder landinwaarts komt verzilting vooral voor in diepe pol- ders en droogmakerijen. Als gevolg van eeuwenlange bodemda- ling komt het zoute grondwater, ook wel ‘oud zout’ genoemd, uit diepere lagen nu als kwel aan het oppervlak. Dit zorgt veroorzaakt verzilting van het regionale watersysteem. Wa- terschappen houden het zoutgehalte op het gewenste niveau door te spoelen, alleen is hier veel zoet water voor nodig. In de toekomst zal daarvoor niet altijd voldoende beschikbaar zijn. Het chloridegehalte in het beregeningswater of in de wortelzo- ne zal toenemen, waardoor schade kan optreden. ZOETWATERLENZEN Op een groot deel van de (klei)gronden langs bijvoorbeeld de Waddenzee is landbouw mogelijk dankzij dunne zoetwater- lenzen die ‘drijven’ op het zoute grondwater. De dikte van de waterlenzen varieert door het jaar heen en is afhankelijk van de neerslag die gedurende het jaar valt. In de winter groeien de lenzen als het water niet (te) snel afgevoerd wordt en tijdens het groeiseizoen krimpen ze door verdamping van het gewas. De regenwaterlenzen zijn door bodemdaling, zeespiegelstijging en toenemende verdampingstekorten door klimaatverandering steeds kwetsbaarder. Door droogte, drai- nage en verdamping kunnen zoetwaterlenzen verdwijnen en kan het zoute grondwater de wortelzone bereiken.

2018 is een jaar waarin diverse weerrecords zijn verbroken. Het was extreem droog en de waterstand in de rivieren erg laag. De vochtvoorziening van de gewassen vroeg veel aandacht en beregenen was op diverse plaatsen verboden. De waterkwaliteit in het westen nam door verzilting af. Aan de waterstand in de Rijn, die het IJsselmeer van zoet water voorziet, kan een kweker niets doen, maar op perceelsniveau zijn wel maatregelen te nemen om de bolgewassen van zoet water te voorzien.

Tekst: Guus Braam, team bloembollen Delphy | Fotografie: René Faas

20

22 november 2018

Page 1 Page 2 Page 3 Page 4 Page 5 Page 6 Page 7 Page 8 Page 9 Page 10 Page 11 Page 12 Page 13 Page 14 Page 15 Page 16 Page 17 Page 18 Page 19 Page 20 Page 21 Page 22 Page 23 Page 24 Page 25 Page 26 Page 27 Page 28 Page 29 Page 30 Page 31 Page 32 Page 33 Page 34 Page 35 Page 36 Page 37 Page 38 Page 39 Page 40 Page 41 Page 42 Page 43 Page 44 Page 45 Page 46 Page 47 Page 48 Page 49 Page 50 Page 51 Page 52 Page 53 Page 54 Page 55 Page 56 Page 57 Page 58 Page 59 Page 60 Page 61 Page 62 Page 63 Page 64 Page 65 Page 66 Page 67 Page 68

Made with FlippingBook Annual report