Greenity 65

Hein Verkade, Johan Verschoor en Rutger van Eeden (v.l.n.r.) speuren in het voorjaar naar bollenvogels.

patrijs, veldleeuwerik en gele kwikstaart zich goed in stand konden houden in de bloembollenvelden. De verklaring daarvoor is simpel, aldus Rutger van Eeden. “In het voorjaar is een bollenveld een hele rustige plek voor deze vogels. Veel werkzaamheden zijn er niet op het land, ziekzoeken, koppen en een enkele keer spuiten. Bovendien geeft vooral een gewas als tulp ook voldoende bescherming voor de veldleeu- werik en de gele kwikstaart. Het is hoog en sterk en daar houden deze vogelsoorten van.” Telers en vogelkenners zagen het belang van een goede inventarisatie in en gingen samen aan de slag om te gaan tellen. Volgens Verkade hebben de veldleeuwerik en de gele kwikstaart een hoog broedsucces en weten zij zich prima te handhaven in de streek. Behalve tellen gingen telers ook aan collega’s vertellen waar ze mee bezig zijn. De reacties lopen sterk uiteen, ervaart Johan Verschoor. “De ene kweker is niet geïnteresseerd en de ander komt er na een tijdje op terug en meldt dat hij verbaast is over al die soorten vogels op zijn land en geeft zijn waarnemingen aan ons door.” MINDER AANGEHARKT Beide telers gaan heel praktisch om met de mogelijkheden om de populatie bollenvogels op peil te houden. Zo laat Van Eeden bijna elk najaar wel een perceel braak liggen, omdat dit pas volgend voorjaar weer wordt gebruikt voor zomer- bloemen. “Op zo’n perceel zaai ik bijvoorbeeld Japanse haver in als groenbemester. Dat laat ik de hele winter staan. Het zaad dat eruit komt is prima geschikt voor de patrijs, die ook in het afgestorven gewas gemakkelijk kan schuilen. En als ik in het voorjaar zo’n perceel ploeg, dan valt het me op hoe mooi zo’n grond de winter uitkomt.” Daarnaast kiest Van Eeden ervoor om de slootkanten niet te klepelen, maar te maaien. “Bij het klepelen slaat het gewas helemaal stuk. Daardoor blijven er geen zaden achter. Wij maaien de slootkant, waardoor uit zaadplanten het zaad valt waar de vogels weer van eten. Ik heb nooit gezien dat er veel meer onkruid langs de sloot kwam te staan. Integendeel, bij een inventarisatie door plantenkenners kwamen ze bij ons

Ondernemers die meer informatie over bollenvogels willen hebben, kunnen hiervoor contact opnemen met Hein Verkade (hein.verkade@hotmail.com) of de Agra- rische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond, www.anlvgeestgrond.nl. Op die website is veel achter- grondinformatie te vinden.

24 april 2020 DICHTSLIBBEN Hoewel het met patrijs, veldleeuwerik en gele kwikstaart in de Bloembollenstreek goed gaat, heeft Verkade wel zorgen over de toekomst. “Ik zie dat de streek steeds meer dichts- libt. Maar al te gemakkelijk worden er kassen en huizen in het open landschap gebouwd, terwijl een open gebied juist voor bijvoorbeeld de veldleeuwerik zo belangrijk is.” Wat wel weer goed gaat is de opgroei van de jonge vogels. De meeste jonge vogels vliegen uit. Beide kwekers realiseren zich dat met deze eenvoudige maatregelen er genoeg voedsel beschikbaar is voor de bol- lenvogels. De afgelopen jaren hebben ze kunnen vaststellen dat ook buiten de regio de interesse van kwekers om met dit onderwerp aan de slag te gaan, is toegenomen. op ruim dertig soorten, terwijl de helft gangbaar is voor de streek.” Ook Verschoor heeft door de jaren heen enkele praktische maatregelen kunnen nemen. “We hebben verschillende percelen die niet allemaal precies recht zijn. Dat biedt de mogelijkheid om overhoekjes niet of minder te maaien. Ook houden we met het maaien van de slootkanten rekening met voldoende begroeiing in de rooitijd. Daardoor bieden ze een mooie schuilplaats voor de jonge patrijzen als er wel in het land wordt gewerkt. Het ziet er misschien wat minder aangeharkt uit, maar we krijgen er dan ook veel voor terug.”

33

24 april 2020

Made with FlippingBook Publishing Software