Greenity 65

Rien Klippel, beleidsmedewerker emissies bij Waterschap Scheldestromen: “Het zoute water beïnvloedt de kwaliteit van het polderwater.”

ken gemaakt over de manier waarop we meten, zodat we op een uniforme manier onderzoeken en de resultaten goed met elkaar kunnen vergelijken. Zo kunnen we goed een vinger aan de pols houden en daar waar nodig maatregelen nemen, steeds in overleg met de sector.” Dat overleg heeft de laatste jaren steeds meer aandacht gekregen. “Onze medewerkers die het veld ingaan, moeten de taal van de boer spreken en weten waar hij tegenaan loopt in de praktijk, om een volwaardi- ge gesprekspartner te kunnen zijn en goed advies te kunnen geven. De relatie is steeds meer gebaseerd op wederzijds vertrouwen.” GEBIEDSGERICHTE AANPAK De komende tijd zal de aandacht van het waterschap uitgaan naar afspraken met de sector over de toekomstige aanpak in het kader van het DAW. “Wij zijn bezig met de voorbereiding van de gebiedsgerichte aanpak voor het DAW en we onderzoe- ken hoe we dit kunnen inpassen in het nieuwe Stroomgebiedbeheersplan voor de Kaderrichtlijn Water. We onderzoeken bij deze aanpak welke maatregelen er per gebied nodig zijn. We gaan bekijken wat we allemaal vinden in ons werkgebied, welke stoffen we kunnen linken aan wel- ke teelten, brengen de pijnpunten in kaart en bespreken deze met de desbetreffende branche. Als helder is via welke route een

stof in het oppervlaktewater geraakt, wat er gebeurt als het gaat om drift, afspoeling of erfemissie, kunnen we gerichte maatre- gelen nemen.” Als voorbeeld noemt Klippel de afspoeling van percelen. “De verdichting van perce- len is een issue op de Zeeuwse kleigron- den. We gaan daarover in gesprek met agrariërs en onderzoeken wat er gedaan kan worden om de bodem te verbeteren, zodat het water beter in de bodem kan zakken en de afspoeling afneemt.” Een belangrijke ontwikkeling, want: “De bo- dem is de basis voor een goed gewas, dat is inmiddels wel duidelijk. Daar zal dus meer aandacht naar uitgaan.” Het waterschap zal bij alle ontwikkelingen intensief met de sector blijven optrekken. “Mijn motto hierbij is: alleen ga je snel, samen kom je verder.” Hij ziet nog veel kansen: Zoals het aanleggen van ‘drem- pels’ in de ruggenteelt. “Normaliter verza- melt het water zich na een fikse regenbui tussen de ruggen en loopt het zo de sloot in. Als je drempels aanlegt tussen de ruggen en putjes maakt, wordt het water langer vastgehouden, heeft het meer kans om in de bodem te zakken en is er minder afspoeling naar het oppervlaktewater. In Vlaanderen wordt hier al volop mee gewerkt en daar is een forse reductie van de afspoeling van percelen bereikt. Als we dat goed oppakken, kunnen we daarin ook

‘De relatie met agrariërs is steeds meer gebaseerd op wederzijds vertrouwen’

24 april 2020 goed als chemische middelen op een emis- siearme manier toepassen. Ook moeten wij als waterschappen ons bezinnen op de manier waarop we dit monitoren. Kortom: we houden werk.” geraakt door het verhaal van biologische bollenkweker John Huiberts. De imple- mentatie van groene gewasbescherming in de open teelten biedt perspectieven. Tegelijkertijd realiseer ik me dat niet alles wat ‘groen’ is, beter is. Er zijn ook groene middelen die schadelijk kunnen zijn voor het waterleven. Je moet die dus net zo in de bollenteelt zowel voor nutriënten als gewasbeschermingsmiddelen een forse stap zetten.” GROEN Klippel volgt ook de ontwikkelingen op het gebied van groene gewasbescherming op de voet. “Ik ben zeer geïnspireerd

35

24 april 2020

Made with FlippingBook Publishing Software