COLUMN
Aromatherapie
Drs. Harmen Rijpkema is auteur van vele artikelen en diverse boeken over aromatherapie, waaronder het Aromecum waarvan eind 2024 de 11de druk is verschenen. Met meer dan 35 jaar ervaring in aromatherapie gee+ hij diverse cursussen en opleidingen rondom dit bijzondere thema. In deze column behandelt Harmen de meest gestelde vragen over aromatherapie. Deze maand beantwoordt hij de vraag: Kun je meer vertellen over de essentiële olie ravintsara ?
Columnist Drs. Harmen Rijpkema
Medisch antropoloog en aromatherapeut. Werkzaam bij Stichting Aromatherapie & Natuurlijke Gezondheidszorg Ontwikkeling (www.stichtingaromatherapie.nl) en adviseur bij Chi Natural Life.
De kamferboom Ravintsara olie is aLomstig van de
Eén boom, meerdere oliën De tweede verwarring is dat de kamferboom in verschillende delen van de wereld is aangeplant en zich heeE aangepast aan de omstandigheden. Dit levert een grote
kamferboom (Cinnamomum camphora) die vermoedelijk aan het begin van de 19e eeuw vanuit Taiwan naar Madagascar is getransporteerd. De boom is op het eiland verwilderd maar wordt tegenwoordig op plantages gekweekt. De altijdgroene kamferboom met zijn grijzige schors kan tot zo’n 20 meter hoog worden, heeE mooi glimmend blad en in de zomer is de boom overdekt met kleine wiDe bloemen. In de oorspronkelijke landen van de kamferboom – China, Japan en Taiwan – geuren blad, hout en schors sterk naar kamfer. De kamferboom op Madagascar bevat echter nauwelijks kamfer en bezit daardoor een totaal andere geur (en olie). Ravintsara of Ravensara? De boom groeit op Madagascar het liefst op de relatief koude en vochtige hoogvlakten. De bladeren worden geoogst voor de olie en deels gedroogd voor thee ter versterking van het immuunsysteem. De eerste verwarring is dat er op de hoogvlakten nog een boom groeit die tot dezelfde laurierfamilie behoort als de kamferboom. Dit is de Ravensara aromatica (synoniem: Ravensara anisata of Agathophyllum aromatica) (Behra 2001). Ravintsara is dus niet hetzelfde als ravensara zoals dat lange tijd werd aangenomen. Ravensara olie heeE een totaal andere samenstelling. Door de verwarring met ravensara is besloten de olie uit het blad van de kamferboom (ct cineol) ravintsara te noemen (ravi – ‘blad’ en tsara – ‘goed’) terwijl de olie uit het blad van de Ravensara aromatica de naam ‘aromatische ravensara’ heeE gekregen. Blad en schorsolie uit de ravensara ruiken naar anijs en bevaDen o.a. het problematische methylchavicol en ook de verbinding methyleugenol dat in ravintsara olie niet voorkomt. De ravensara wordt bedreigd en mede daardoor wordt de olie van deze boom niet aanbevolen.
verscheidenheid aan essentiële oliën op, oEewel chemotypen van de kamferboom: @ C. camphora ct linalool – ho-blad en ho-hout – de boom en de olie worden ook wel ‘ho-
sho’ genoemd; deze kamferbomen zijn te vinden op Taiwan, in Japan en Vietnam. De oliën bevaDen tussen de 70 en 90 % linalool en nauwelijks kamfer. Deze oliën zijn een goed alternatief voor rozenhout. @ C. camphora ct kamfer – de echte kamferboom (‘hon-sho’). Oliën van kamferbomen uit India, Sri Lanka, Japan en China bevaDen hoge percentages kamfer van 50 % of meer. @ C. camphora ct safrol – Chinese sassafras – hier is safrol het dominante bestanddeel en wordt gewonnen in China. @ C. camphora ct 1,8-cineol – ravintsara oEewel ‘yo-sho’ boom is te vinden op Madagascar en bevat tussen de 50 en 75 % cineol. Verder bestaan er nog twee chemotypen van de kamferboom, namelijk ct borneol en ct nerolidol. Belangrijk is dat men dus kijkt naar het gebruikte plantendeel en het chemotype.
(chronische) infecties aan de bovenste en onderste luchtwegen, bij oor-, neus- en keelinfecties, verkoudheidsklachten en griep. De antivirale werking staat de laatste tijd op de voorgrond – bij influenza (griep), herpes simplex type I en II en het herpes varicella/ zoster virus (waterpokken en gordelroos). Opmerkelijk is echter dat er nauwelijks onderzoek is gedaan naar de virusdodende eigenschappen van ravintsara. Zo heeE Giraud-Robert (2005) de positieve werking van inname van o.a. ravintsara bij virale hepatitis B en C aangetoond. De onderzoeker verwijst hierbij naar de rol van 1,8-cineol, een belangrijk bestanddeel van ravintsara olie. Cineol is aantoonbaar antiviraal op o.a. het herpes simplex virus (Astani 2010) en het influenza virus (Li 2016). Cineol lijkt in staat de bescherming tegen het influenzavirus te verhogen. Dus in combinatie met andere cineolhoudende oliën oliën zoals eucalyptus, kajeput en niaouli is ravintsara goed te verdampen in huis tijdens een griep periode. Daarnaast zorgt de frisscherpe geur van ravintsara voor opwekkende energie dat mensen motiveert, versterkt en een sfeer van optimisme geeE.
De werking Ravintsara is in eerste instantie een
frisse, opwekkende en stimulerende olie. Vooral door de combinatie van cineol en monoterpenen werkt ravintsara als een slijmoplosser (mucolyticum), slijmafvoerder (expectorant), ontstopper en verwarmer op de luchtwegen. De olie verdroogt als het ware het teveel aan slijm. Daarbij is ravintsara ontstekingsremmend en antiviraal en dat maakt ravintsara een ideale olie bij
21
Made with FlippingBook - Online catalogs