VAB Magazine januari-februari 2020

IJSLAND

D aar sta ik dan, oog in oog met de oer- krachten van onze aardbol. Mijn voeten lopen over de breuklijn tussen Europa en Amerika. Links en rechts van mij drijven twee tektonische platen jaarlijks een paar millimeter verder uit mekaar, met een diepe kloof als resultaat. Wat hier in het Þingvellir Nationaal Park verschuift, stuwt duizenden kilometers verderop een berg de hoogte in of veroorzaakt op een gegeven moment een verwoestende aardbeving. Het idee doet me duizelen. Dat zal trouwens niet de laatste keer zijn tijdens onze roadtrip door IJsland. Keer op keer word ik met verstomming geslagen door de brute kracht en schoonheid die Moeder Aarde ons toebedeelde. Þingvellir ligt op de Golden Circle, een toeristische route in de buurt van hoofdstad Reykjavik waarop een aantal prachtige trekpleisters liggen. Wie een blitzbezoek aan IJsland brengt, kan zo toch wat natuurschoon meepikken. Maar alle fa- cetten van IJsland ontvouwen zich pas echt wanneer je een roadtrip maakt langs de ring- weg die het hele eiland omspant. Die rou- te brengt je langs uitzichten die amper met woorden te beschrijven zijn. Zeker in de zo- mer, wanneer de paarse lupines het land- schap een extra tintje geven en de dagen lang zijn. De zon kleurt dan tot laat in de avond het landschap en werpt lange schaduwen op het tapijt van groen. Dat wordt trouwens prima onderhouden door de ontelbare scha- pen en grote kuddes IJslanders. Deze prach- tige paarden schitteren sierlijk in de laatste zonnestralen die het land strelen. De strakke wind legt hun manen elke seconde in een nieuwe plooi. Zo simpel, zo puur en mooi. Ik word er stil van. Bulderend water De volgende ochtend maken we ons vroeg klaar. We willen de vele toeristen die de Gol- den Circle volgen voor zijn op onze eerste stop van de dag, Geysir. U raadt het goed, een geiser. Ironisch genoeg is Geysir geen actieve geiser meer. Geen nood, enkele meters verder ligt Strokkur te dampen. Als een blauwe zee- anemoon tussen de rotsen wacht hij om zijn kracht te tonen. Elke acht tot tien minuten is het een beetje zoals aftellen naar Nieuw- jaar, alleen weet je niet precies wanneer het twaalf uur zal zijn. Zonder waarschuwing ontplooit zich een prachtig natuurwonder voor je neus. Het water bolt op tot een gi- gantische, blauwe koepel – wat an sich al

een fantastisch zicht is – en een fractie later spuit het met een doffe knal metershoog de lucht in. Pssssscht ! De ontlading van dit ta- fereel doet me bijna in luid applaus en gejoel uitbarsten. Water spuwt niet alleen omhoog, het den- dert soms ook naar beneden. Zo ligt IJsland bezaaid met indrukwekkende watervallen, waarbij Gulfoss de kroon spant. Het water stort met brute kracht een diepe kloof in. De druppels spatten uiteen op de rotsen en vor- men een regenboog in de ochtendzon. Langs welke kant ik deze waterval ook bekijk, hij blijft ontzagwekkend. Ik ben zo overdonderd dat ik een tijdlang aan de grond genageld sta en geen letter kan uitbrengen. Niet zo ver hiervandaan liggen nog twee mooie exem- plaren. Seljalandsfoss is uniek, omdat je achter het water door kunt wandelen, wat je trouwens een nat pak oplevert als je geen re- genjas bij je hebt. Skógafoss dwingt dan weer respect af om zijn hoogte. Het water buldert zestig meter naar beneden. Na dag twee is het al duidelijk; IJsland verrast voortdurend. Het uitzicht kan er in een wip veranderen. Knipper je met je ogen en het grasgroene landschap van daarnet is plots een gitzwart decor. Aan de vuurtoren bovenop de klif van Dyrhólaey heb je een geweldig uitzicht over de zwarte stranden van de zuidkust. De witte kopjes van de oceaangolven lossen zachtjes op in het raafzwarte zand. Het vlakbij gele- gen strand van Reynisfjara combineert dat met een visueel schouwspel. De natuur boet- seerde er prachtige verticale rotsformaties van gekristalliseerde lava. Het grote niets Zelfs tijdens de autorit over de ringweg ser- veert IJsland plaatjes uit surreële dromen. Kale bergen eisen dominant hun plaats op in het landschap. Een kilometerslang de- ken van mos bedekt rotsen, waardoor het wel schapen lijken die hun kopjes omhoog steken. De Eyjafjallajökull ligt achteloos in de verte met een opgestoken middenvinger naar ons jachtige leven. Zijn wil is wet. Als hij het nog eens nodig acht, dan kan hij met één simpele uitbarsting opnieuw het vlieg- verkeer wekenlang in de war sturen. De na- tuur heerst en wij schikken ons.

 . Via een lange trap

kun je de Skógafoss

ook langs boven

bewonderen.

 . Ook zonder

eruptie heeft

een geiserpoel

een intrigerende

aanblik.

 . Lupines zorgen

overal voor een

streepje kleur.

22

VAB MAGAZINE

Made with FlippingBook - Online catalogs