HVHG4

Zindelijkheid , hoe begin je eraan? Overal stellen mensen je de vraag: is ze al zindelijk? Maar wist je dat slechts één kindje op vier op de leeftijd van 2,5 zindelijk is. Tien procent is zelfs nog niet zindelijk op de leeftijd van 3,5 jaar. En dat is volkomen normaal. Je kan je kindje helpen en stimuleren, maar zeker niet dwingen.

De voorbereiding Iedere potjestraining begint met een soms maandenlange voorbereiding waarbij kennismaking centraal staat: potje klaarzetten, laten voordoen met pop of beer, er eens op zitten om een boekje te lezen,… Je kan ook boekjes voorlezen over potjes: dat geeft je kind het gevoel dat hij niet de enige is met een potjesdilemma. Ook giraffen, olifanten en andere kindjes moeten hier door. In een volgende fase laten veel ouders hun kind bijvoorbeeld een week zonder pamper lopen met het potje in de buurt. Je doet je kind er aan denken dat er een potje is dat gebruikt kan worden en kiest bijvoorbeeld voor enkele vaste momenten zoals voor het slapen gaan of na het eten. Als je na een week nog geen vooruitgang ziet, zet dan een stapje terug en probeer volgende maand opnieuw. Anders wordt het zowel voor ouder als voor kind frus- trerend.

Niet gelukt? Geen aandacht aan schenken Een kind dat niet op het potje gaat, mag daar nooit voor gestraft worden. Het is beter om dit de normaalste zaak van de wereld te vinden, het op te kuisen en verder te gaan met je dag. Als je er echt aandacht aan zou geven, stimuleer je je kind om dit gedrag te herhalen en dat is niet wat je wil. Wel gelukt? Veel complimenten geven Het moment dat je kind wél eens op het potje gaat, dien je daar héél blij over te zijn. Grootse complimenten, dikke duimen, een dansje: wat je maar wil. Veel aandacht voor dit positieve gedrag, maakt dat je kind dit wil herhalen. En zelfs als het begint te lukken, kan je altijd nog momenten van herval tegen- komen: door stressvolle situaties als schoolstart, een broertje of zusje erbij of een groot feest. Ook dat is normaal: ongelukjes gebeuren en je schenkt er best zo weinig mogelijk aandacht aan.

Er zijn drie ‘voorwaarden’ om te starten met zindelijkheid: kunnen, begrijpen en willen. • Het lichaam van je kind moet voldoende rijp zijn : In het begin gebeurt pipi doen reflexmatig. Je kind moet zijn blaas en spieren onder controle kunnen houden en moet stabiel in hurkzit kunnen zitten. Dit is niet te trainen, zijn lichaam en hersentjes moeten hier klaar voor zijn.

• Je kind moet ook begrijpen wat de bedoeling is van het potje.

• Tenslotte moet je kind ook willen . Daar is het moeilijke dat de fase van de zindelijkheid vaak samenvalt met die van de peuterpuberteit: ik ben twee en ik zeg “nee!”

Heb je ook een vraag waar het opvoedingsteam van Solidariteit voor het Gezin je kan bij helpen? Neem dan zeker contact met ons op. Surf naar www.solidariteit.be/ opvoeding of bel ons op 078 05 51 00.

24

Made with FlippingBook - Online magazine maker