Greenity 86

TOPCONDITIE

In het bemestingsplan al rekening houden met de eindgebruiker? Dat kan en wordt al gedaan in de leliesector. Toch is er nog ruimte voor verbetering. Hoe dat kan, waaromhet nodig is, welke onderzoeken er al gedaan zijn en welke nog lopen, leggen Marco Jonkman en Thijs Wester van Agrifirm-GMN uit. Meer inhoud, meer knoppen

Tekst: Lilian Braakman | Fotografie: René Faas

A dviseurs van Agrifirm-GMN zien dat leliekwekers in hun bemestingsplan rekening houden met hun eindgebruiker: broeierij of export. Leliespecialist en adviseur Marco Jonkman van Agrifirm-GMN licht toe: “Er is overleg tussen kwekers, broeiers en ex- porteurs. De resultaten van opplantingen van exporteurs worden onderling besproken. Exporteurs krijgen tevens terugkoppelingen van hun klanten die ze delen en broeiers bespreken ook de opbrengst.” Niet alles gaat zomaar heen en weer. Volgens de adviseur wordt er met name over de bolkwaliteit gesproken als er te veel problemen ontstaan. De bolkwaliteit is voor de ene kweker belangrijker dan voor de andere. “Sommige kwekers kijken meer dan anderen naar het aantal knoppen en de kwaliteit van de bolinhoud. De basisbemesting is het begin, maar met elkaar – kweker, af- nemer en adviseur – is het bemestingsplan te optimaliseren waardoor de bolinhoud zal verbeteren. Krijgen afnemers een betere bol, krijgen ze ook meer knoppen. Dan ben je als kwe- ker koopman.” Soms vraagt de afnemer om meer bolinhoud. Jonkman: “Exporteurs en broeiers komen bij de kwekers zelf op het land kijken om te zien hoe de gewassen erbij staan en gaan dan voor de beste.”



12 februari 2021

Made with FlippingBook Proposal Creator