Greenity 86

12 februari 2021 Ten slotte is zijn advies om vandaag te beginnen. “Kijk naar de mogelijkheden die er nu al zijn. Er kan meer dan veel on- dernemers denken. Neem daarbij ook het imago mee van de sector. De sector is erbij gebaat dat iedereen hygiëne in acht neemt. Als er een paar zijn die de regels overtreden, dan is dat funest voor de hele sector. Wees open over wat je doet en laat de goede voorbeelden zien. Vertel de goede verhalen. Nederland is synoniem met de tulp. Dat is uniek.” RASSENKEUZE De vraag is wat de ondernemer die nu bloembollen teelt en in 2030 nog steeds wil telen, nu al kan doen. Een van de moge- lijkheden is om zijn sortiment eens tegen het licht te houden als het gaat om ziekten en plagen. “Er zijn altijd verschillen in gevoeligheid geweest. Niet alleen bij vuur, maar ook bij zuur, virus en andere aandoeningen. Ook in het geteelde sortiment zit resistentie. De spuitadviezen zijn gebaseerd op de meest gevoelige cultivars. Door een bewuste keuze te maken in het te telen sortiment, kun je al minder intensief gaan spuiten.” In zijn ogen is afwachten tot 2029 geen optie. “Je zult als ondernemer moeten gaan bewegen als je in 2030 nog ondernemer wil zijn. Instappen op het laatste moment kan niet. Wat ik wel zie, is dat veel ondernemers graag willen veranderen, maar dat ze de regelgeving beu zijn. Dat is een kritisch punt. Als de overheid wil dat de sector in 2030 over is gegaan op kringlooplandbouw, dan moet er wat gebeuren aan de regelgeving. Overigens moet je dat niet alleen vanuit de bollensector doen, maar landbouwbreed.” Tractoren en machines werden daarop aangepast. Door de ontwikkeling van kleine robots, camera’s en drones zijn er mogelijkheden om wel te gaan telen met stroken van telkens weer andere gewassen. Precisielandbouw maakt hier veel mogelijk. Daarin zou de bloembollensector ook kunnen mee- draaien. Tegelijkertijd snap ik ook het plan van Jaap Bond om voor de sector zelf een proefboerderij op te richten.” DEEL JE KENNIS Essentieel voor de komende jaren is voor Van den Ende het delen van kennis. Een van zijn stellingen is dat kennis delen kennis vermenigvuldigen is. Dat is nu meer nodig dan ooit. “Door collectief als sector kennis te delen kun je diezelfde sector ook verder helpen. Wil je groot worden, dan moet je kennis delen. Ik zie dat dit nu niet voldoende gebeurt. Ook in PPS’en (publiek-private samenwerkingen, red.) blijft een deel van de kennis voorbehouden aan de betalende partijen.” Van den Ende pleit hierbij voor een goede kennisinfrastruc- tuur. “Daar moet je collectief aan bouwen. De fragmentatie die er nu is uit oogpunt van concurrentie is niet goed. Heel verstandig dat op initiatief van Jaap Bond wordt gewerkt aan kennisontsluiting.” Behalve kennis delen is kennis verzamelen ook van groot belang. “Neem een schimmel als Botrytis. In de bloembollen werken daar wereldwijd misschien vijf mensen aan, waarvan drie in Nederland. Maar Botrytis komt in heel veel gewassen voor. Neem alleen maar de druiventeelt. Kijk goed wat er we- reldwijd aan onderzoek naar die schimmel gebeurt en gebruik die kennis voor de sector. Wees als sector niet te ‘navelstaar- derig’ op dit punt. Stel je open voor wat er in de wereld gaan- de is. Besef ook dat er geen enkel gewasbeschermingsmiddel speciaal voor de bollenteelt wordt ontwikkeld. Ook daarom is het nodig om in andere gewassen te gaan kijken.” Van den Ende is hiervan overigens zelf een mooi voorbeeld. Toen hij in 1994 als onderzoeker op het toenmalige LBO in Lisse begon, nam hij de kennis mee uit de groente- en fruit- teelt om samen met zijn toenmalige collega Kees Bastiaansen een waarschuwingssysteem voor Botrytis te ontwikkelen.

nieuwe veredelingstechnieken, zoals Crispr-cas. Dat biedt de mogelijkheid om versneld plantenrassen klaar te maken voor de toekomst. De Europese Unie blokkeert toepassing in de praktijk, terwijl het in andere landen, zoals de Verenigde Staten, wel is toegestaan. Namens 278 kennisinstellingen uit de EU overleg ik regelmatig met Brussel over dit onderwerp. Ik vind het dramatisch dat op verkeerde gronden toelating wordt tegengehouden, omdat juist nu de urgentie zo hoog is. Dat geldt helemaal voor de bloembollensector, waar de veredeling nog trager verloopt dan in andere sectoren.” PROEFBEDRIJVEN Hoe krijg je de kennis die door Wageningen UR is ontwik- keld naar de praktijk? Als het aan Van den Ende ligt, gaat hier het systeemonderzoek zijn rol spelen. “In de jaren negentig van de 20e eeuw had de bloembollensector twee proefbedrijven. Daar werden de resultaten van de kleine proefveldjes op bedrijfsniveau getest. Dat is nog steeds een goed concept. Het is niet voor niets dat Wageningen UR vorig jaar is gestart in Lelystad met de Boerderij van de Toe- komst. Daar kijken we bijvoorbeeld naar strokenteelt. Dat was jarenlang geen onderwerp van gesprek, omdat de land- bouw alleen maar streefde naar uniformering van teelten.

Ernst van den Ende, algemeen directeur Plant Sciences Group van Wageningen UR: “Niet de vragen van vandaag of morgen zijn belangrijk, maar die van 2030, 2040 of zelfs 2050.”

Wageningen UR

Ernst van den Ende is algemeen directeur van Plant Sciences Group van Wageningen UR. Bij WUR werken ruim 5.500 medewerkers, die in de hele wereld meer dan drieduizend projecten uitvoeren. In 2019 bedroeg de omzet 729 miljoen euro.

29

12 februari 2021

Made with FlippingBook Proposal Creator