Greenity 77

9 oktober 2020

Floriade 6 ‘Winst maken kan nooit’

11 Stengs & Leijten test teelt biobollen

20 Export lelie: wordt alles wel verkocht?

40 Touwtrekkerij om bollengrond



MODERNE AALTJESBESTRIJDING IN BLOEMBOLLEN

• Uniek • Doeltreffend • Gebruiksvriendelijk

Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees vóór gebruik eerst het etiket en de productinformatie.

I NHO U D

11 Experiment met bioteelt Bloembollenbedrijf Stengs en Leijten experimenteert met biologische teelt. De opbrengst valt mee.

14 Nieuwbouw Nieuwbouw moet bestand zijn tegen zware hoosbuien.

20 Lelieoogst 2020 De verkoop van leliebollen verloopt moeizaam.

In dit nummer 11  Stengs en Leijten positief verrast over bioteelt 14  Schuin dak houdt clusterbuien buiten 16  Digestaat slijten aan bollenkwekers 20  Wordt lelieoogst 202o wel verkocht? 32  Innovation Award ISU voor vijf vaste planten 40  Strijd om bollengrond voor voetbalcomplex duurt voort 44  Standaardlijst Nederlandse namen van cultuurplanten 46  Rechtszaak brengt verwarring kwekersrecht aan het licht

Vaste rubrieken 4  In de media 6  In gesprek Pieter Cloo 9  Column Robert Heemskerk

19  Tech&Mech 23  5 minuten Geert Burger 24  KAVB 29  Ooit 30  Vakvenster 34  CNB 39  Boekrecensie 49  Hobaho 51  Vaste planten

Op de cover 6 Ondanks corona en wederom een royale overschrijding van het budget gaat de Floriade in 2022 door. Directeur Pieter Cloo vindt het logisch dat er geen winst wordt gemaakt, omdat de tentoonstelling een hoger doel dient. De regio heeft nog jaren profijt als het evenement voorbij is. Op corona bereidt de organisatie zich goed voor. Door het grote oppervlakte van het Floriade-terrein is het publiek goed te spreiden.

Persicaria orientalis 53  Teeltverbetering 54  Teeltadvies 58 Het onderzoek van Richard Immink

9 oktober 2020

3

9 oktober 2020

VA N D E R E D A C T I E

Bond: ‘Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming gaat slagen’

De KAVB is tevreden met het akkoord over het Uitvoeringspro- gramma Gewasbescherming (UP). Hierin staat wat de inspanningen zouden moeten zijn van overheid, NGO’s en het agrarische bedrijfs- leven om het beleid van LNV beschreven in de Toekomstvisie Ge- wasbescherming 2030 te gaan behalen.

Even geduld Hans van der Lee — Redacteur h.v.d.lee@greenity.nl

Jaap Bond, voorzitter van de KAVB, kijkt tevreden terug op de ledenraadpleging en de veranke- ring van delen daarvan in het uit- eindelijke UP. Hij geeft aan dat de sector afgelopen jaren al veel min- der middelen is gaan gebruiken. “Maar we zijn er nog niet, maar met dit akkoord gaan we er wel komen. Dat het akkoord er ligt, is goed. We kunnen ermee aan de slag. Samen met de andere secto- ren gaan we hierin slagen. Daar ben ik van overtuigd.” DRIE RANDVOORWAARDEN Er is nog wel geschaafd aan het oorspronkelijke uitvoeringspro- gramma. Dat werd namel i jk voorgelegd aan de achterbannen van alle plantaardige sectoren, waaronder die van de KAVB. Van de KAVB-leden vindt 96% het belangrijk voor de continuïteit van de bloembollenteelt dat het uitvoeringsprogramma er komt. Bijna 90% kon zich ook vinden in de drie genoemde randvoorwaar- den van LTO, KAVB en andere agrarische belangenbehartigers: de kortetermijnknelpunten in ge- wasbescherming moeten worden aangepakt, er moet draagvlak voor het UP bij de achterban zijn en er moet actieve ondersteuning vanuit het ministerie van Land- bouw, Natuur en Voedselkwali- teit (LNV) zijn voor onderzoek en innovatie. GELIJK SPEELVELD De leden konden ook zelf rand- voorwaarden aandragen. Daar werd goed gebruik van gemaakt, aldus KAVB. Die aangedragen randvoorwaarden heeft de KAVB ingebracht in het overleg plant- aardige sectoren van LTO. Er zijn bepaalde zaken uit de KAVB-ko- ker uiteindelijk in het UP terecht

gekomen, aldus Jolijn Zwart, ad- junct-directeur van de KAVB. Dat is als eerste een positievere inlei- ding van het UP waarin meer naar voren komt dat de overheid trots is op de sectoren en dat zij be- langrijk zijn voor de economie en daarom behouden moeten blijven. Daarnaast moet er ingezet worden op een gelijk speelveld van produ- centen op Europese en internati- onale markten en moet LNV zich meer inzetten voor een goede prijs in de keten om duurzaamheids- maatregelen te bekostigen. KNELPUNTEN WEGNEMEN Verder heeft elke sector onder- werpen genoemd waar regelge- ving mogelijk beperkend werkt. Zwart: “Zoals voor de bollensector onder andere het gebruikswaarde- onderzoek en het ‘bollenbedrijf van de toekomst’. In pilots die we gaan oppakken in het kader van het UP moet LNV hier met daden laten zien dat het haar ook me- nens is. Ze moet deze knelpunten wegnemen. Dan zien we als secto- ren dat de overheid zelf ook seri- euze stappen zet om de ambities voor 2030 te realiseren. Het is dus niet slechts een klus voor de sec- toren en de andere partners in het UP. Iedere partner in het UP moet zijn deel bijdragen.” EERST EEN ALTERNATIEF Wat betreft middelenbeleid is door de KAVB duidelijk aan de voorwaarden toegevoegd dat de intentie is dat een gewasbescher- mingsmiddel pas mag vervallen als er een bewezen alternatief be- schikbaar is. Zwart: “Al heeft met Brusselse regelgeving LNV dat niet altijd zelf in de hand.” Ook moe- ten de plantaardige sectoren de rust en de tijd krijgen die nieuwe middelen uit te proberen.

Minister Carola Schouten presenteerde het zogeheten Uitwerkingsprogramma Toekomst- visie Gewasbescherming, kortweg UP. Het is de route naar minimale emissie, weerbare teeltsystemen en de verbinding tussen land- bouw en natuur, zo lijkt het. De uitwerking komt van Schouten, maar de uitvoering komt voor uw rekening. En snel ook, want in 2030 moet het geregeld zijn. Sterker nog: u moet verplicht resultaat leveren. Er is dus haast bij, maar waarom? U kunt uw best doen om middelen te gebruiken die ge- weldig vriendelijk voor het milieu zijn, maar vaak zijn die ook nog te vriendelijk voor de ziekte of plaag die u wilt bestrijden. Er is be- hoefte aan nieuwe – al dan niet biologische – middelen, maar het kost al gauw ruim tien jaar om ze op de markt te krijgen. Een weerba- re teelt vraagt om weerbare rassen. Natuurlijk geef je ze een duwtje in de goede richting met een plantversterker, een bodemverbeteraar of een bladmeststof, maar eigenlijk heeft u een bol nodig die tegen een stootje kan. Of tegen een stoot zelfs. Snelle veredeling zit er nog even niet in en waar kwam dat ook al- weer door? O ja, de Europese Unie. Even ge- duld a.u.b. Chemie en natuur gaan niet of zeer slecht samen, dus heb je weerbare bollen nodig in de buurt van natuur – waar de ziek- tedruk hoger kan zijn – en middelen die de natuur niet schaden. Die zijn er voorlopig niet, maar u krijgt in 2030 wel de rekening als de doelen niet zijn gehaald. LTO vindt het fijn dat ‘de teler centraal staat’ in het programma en dat er een ‘brede verant- woordelijkheid ligt om de stip aan de horizon te bereiken’. Maar het is geen stip. Het is nog negen keer planten. Bam. De KAVB is bij mon- de van voorzitter Jaap Bond realistischer: ‘Met de beschikbare 12 miljoen tot 2022 redden we het niet.’ De enige organisatie die zegt waar het op staat, is de Nederlandse Akkerbouw Vakbond: ‘Het is niet haalbaar.’ Iemand moet met de werkschoen op tafel slaan en zeggen: ‘Zo kan het niet!’

4

9 oktober 2020

S T E L L I NG

Tuinbouwsectoren moeten meer samenwerken

Gewasbescherming, arbeid, logistiek, water en corona zijn geen exclusieve uitdagingen voor de bollen- en vasteplantensector. Samen met andere tuinbouwsectoren aanpakken is het de- vies, maar wel met overzicht. Ketenregie dus.

86 % E E N S

Op www.greenity.nl kunt u reageren op de nieuwe stelling: ‘Grenzen aan de groei zijn voor tulp bereikt’.

Normoverschrijdingen bloembollen in kaart

‘Bollensector leunt veel op derde landen’ De Rabobank maakt in het rapport ‘Toekomstbe- stendige land- en tuinbouw in 2030’ een analyse van de toekomst van de agrarische sector. Daarin noemt de bank de bloembollensector expliciet bij de exportrisico’s, omdat de sector afhankelijk is van de afzet naar derde landen. Grondgebon- den sectoren moeten bovendien hulp krijgen om ruimte te houden in Nederland. De bank bracht het rapport vorige week, met daarin het belang van de sector voor de omgeving en voor de economie en andersom. Daarbij geeft de bank haar visie op die specifieke onderdelen. Ook stelt de bank dat de managementcapaciteiten van de ondernemers steeds belangrijker worden, om de bedrijven overeind te houden. De bank stelt vast dat van alle sectoren de bloembollensector het afhankelijkst is van der- de landen. Ook melkveehouderij, akkerbouw en varkenshouderij leunen bovengemiddeld op de export naar landen buiten Europa. ‘Een grotere afhankelijkheid van dit soort landen verhoogt de kwetsbaarheid van een sector’, schrijven de analisten van de bank. Verwacht wordt dat tot 2030 de risico’s bij de export naar derde landen alleen maar toeneemt, uitgezonderd hoogwaar- dige producten die zijn gebaseerd op ‘unieke Nederlandse productieomstandigheden’. Be- langrijkste oorzaak voor dat oplopende risico is de coronacrisis.

In 2019 zijn van vijf werkzame stoffen overschrijdingen van de norm in het oppervlaktewater geconstateerd bij typische ‘bloembollenmeetpunten’. Dat blijkt uit de vernieuwde bestrijdingsmiddelenatlas, die online is te raadplegen. Het gaat om de werkzame stoffen: imidacloprid, pyraclostrobin, azoxystrobin, car- bendazim en folpet. Meetgegevens van waterschappen, Rijkswaterstaat en drink- waterbedrijven vormen de basis van de atlas. Deze toont onder andere welke mid- delen zijn gemeten en waar en wanneer de normen worden overschreden. De atlas geeft ook aan wat de belangrijkste probleemstoffen zijn en welke gewasteelt en middelen hierbij mogelijk een rol spelen. Er waren zes normoverschrijdingen met imidacloprid. Drie keer werd meer dan vijf keer de norm gemeten. Van pyraclostrobin werden vijf normoverschrijdingen gevon- den waarvan één meting hoger lag dan vijf keer de norm. Kijk voor meer informatie op www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl.

C O L O F ON

9 oktober 2020 De redactie werkt op basis van een redactiestatuut. Aan alle artikelen en rubrieken wordt de meest mogelijke zorg besteed. Uitgevers, redactie en medewerkers aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die direct en/of indirect kunnen voortvloeien uit de inhoud van artikelen en/of advertenties. De redactie houdt zich het recht voor om ingezonden brieven enmededelingen niet te plaatsen dan wel te wijzigen of in te korten. Overname van artikelen, berichten of fotografie is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie. Greenity is een voortzetting van het tijdschrift BloembollenVisie (2003-2017). BloembollenVisie ontstond uit een samenvoeging vanMarktVisie (CNB) en Bloembollencultuur (KAVB). REDACTIE Hans van der Lee (hoofdredacteur), Lilian Braakman, Arie Dwarswaard, Ellis Langen en Monique Ooms (vakredacteuren), André Leegwater (eind- en webredacteur) FOTOGRAFIE René Faas VORMGEVING Tine vanWel en Lianne van ’t Ende WEBSITE www.greenity.nl CONTACT Postbus 31 | 2160 AA Lisse | tel. 0252-431 431 | info@greenity.nl ADMINISTRATIE tel. 0252-431 200 | naw@cnb.nl REDACTIEADRES Heereweg 347 | 2161 CA Lisse ABONNEMENTEN Excl. btwper jaar:Nederland€275,–, Europa€295,–, buitenEuropa€325,– ADVERTENTIES Bureau Van Vliet bv | Postbus 20 | 2040 AA Zandvoort | tel. 023-5714745 | zandvoort@bureauvanvliet.com UITGEVERS KAVB en CNB ISSN 2589-4099

Vanwege de vele afgelastingen van evenementen door het coronavirus staat er in deze Greenity geen agenda. Op www.greenity.nl vindt u een actueel overzicht.

5

9 oktober 2020

I N G E S P R E K

9 oktober 2020

9 oktober 2020

6

9 oktober 2020

‘Floriade kan niet winstgevend zijn’

Onlangs besloot de gemeenteraad van Almere dat Floriade Expo 2022 kan doorgaan. Ondanks de mogelijke gevolgen van corona en de kosten die met de wereldtuinbouwtentoonstelling zijn gemoeid, ziet de gemeente vooral kansen voor Almere. Hoe staat het nu met de voorbereidingen? En is er in deze tijd voldoende belangstelling voor deelname? Greenity ging in gesprek met Floriade- directeur Pieter Cloo.

Pieter Cloo DIRECTEUR FLORIADE

De wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade vindt sinds 1960 eenmaal per tien jaar plaats ergens in Nederland. De volgende editie is in Almere, van 14 april tot en met 9 oktober 2022 met als thema ‘Growing Green Cities’. Nu al kunnen belangstellenden een indruk krijgen van het park via de Floriade Preview. Sinds april 2020 is Pieter Cloo aangesteld als directeur van Floriade. Zijn wortels liggen in Friesland, waar zijn grootouders een veehouderij hadden. Cloo gaf leiding in private organisaties en was topambtenaar bij diverse ministeries. Tegenwoor- dig is hij vooral actief in ad interim-rollen en als crisismanager.

Tekst: Monique Ooms | Fotografie: René Faas

Hoe raakte u betrokken bij Floriade Expo 2022? “Ik ken de landbouwsector vanuit mijn beroepsverleden, woon tegen het Westland aan en ik kom uit een veehoude- rijfamilie in Friesland. Dus de verbinding met de sector was er al. In 2018 werd ik gevraagd om mee te kijken met de or- ganisatie van Floriade. Er moest uiteraard nog veel gebeuren in de aanloop naar 2022. Ik was bezig met een analyse toen een van de directeuren uitviel. Mij werd gevraagd deze rol waar te nemen. Mijn plan was om nog maar drie dagen per week te gaan werken, maar dat is mislukt.” Elke tien jaar is er een Floriade, toch zijn ze allemaal anders. Wat is specifiek voor Almere? “Vooral de ligging. Meestal ligt de Floriade in het buitenge- bied, dit terrein ligt midden in Almere. Op het terrein wordt ook de nieuwe stadswijk Hortus voor Almere gebouwd. We doen de gebiedsontwikkeling samen met de gemeente, de projectontwikkelaar en de bouwer. Dat geeft een andere dynamiek. Zo zijn wij al bezig met het aanplanten van vaste planten terwijl de wijk er nog niet staat. Winy Maas heeft een prachtig plan gemaakt voor het arboretum, maar de infrastructuur daaromheen is lastig voor het bouwverkeer. Omdat die werelden nogal uit elkaar liggen, schuurt dat soms. Dat vraagt om creatieve oplossingen, zelfs vervoer van materiaal door de lucht wordt overwogen. De ligging, zo midden in Almere, maakt ook dat iedereen er iets van vindt.”

9 oktober 2020 Er is ook vaak kritiek te horen op de financiën, Floriade kost altijd meer geld dan het evenement oplevert. “Dat is logisch, een evenement op 60 hectare dat slechts zes maanden duurt kan niet winstgevend zijn. Voor Almere is dat ook niet het doel. Gemeente en provincie willen de stad Almere en de regio Flevoland op een hoger plan brengen. Dat zie je terug in alle investeringen die worden gedaan. De infrastructuur van de A6 wordt aangepast, het treinstation wordt voor 60 miljoen euro opgeknapt, er komt een groene stadswijk, een hogeschool, een zorggebouw, innovatieve bedrijven vestigen zich hier. Dat zou zonder de Floriade waarschijnlijk allemaal niet gebeurd zijn op dit moment. Die investeringen werken na Floriade door, jaren later ijlt het effect ervan nog na. Daar doe je het uiteindelijk voor.” Wat vindt men er dan zoal van? “In de beleving van inwoners werd er vooral veel geld in Flori- ade gepompt, maar zagen ze niet waar het bleef. Wij zijn ‘het best bewaarde geheim van Almere’. Mede daarom hebben we op 3 juli het Preview Centre geopend zodat mensen een beeld kunnen krijgen van wat we hier aan het doen zijn. Ze kunnen een toer doen met een treintje, een rondleiding krijgen, pa- viljoens zien en de expositie bekijken. Intussen hebben we al vijfduizend bezoekers ontvangen en de reacties zijn enthousi- ast en positief. Daardoor is de sfeer in positieve zin veranderd. We sluiten het Preview Centre van 1 november tot 1 april 2021. Daarna zal er natuurlijk nog meer te zien zijn.”

7

9 oktober 2020

I N G E S P R E K

Toch hangt aan Floriade het beeld van ‘verliesmakend evenement’. Stoort u dat niet? “Zeker niet. Ik hoop zelfs dat we net verlies maken. Dat houdt ons allemaal scherp om binnen de afgesproken financiële kaders te blijven. Iedereen is zich zeer bewust van de beperkingen aan het budget, we denken goed na over investeringen en gaan bewust om met tijd en geld.” Heeft corona nog effect gehad op de voortgang van de bouw? “Nee, we hebben in Nederland namelijk geen bouwstop ge- had. Inmiddels is gestart met de bouw van het zorggebouw, het gebouw van Aeres Hogeschool Almere, waar negen- honderd studenten een plek krijgen, en het paviljoen Food Forum van de provincie zal begin 2021 gereed zijn. Deze dagen verwachten we ook goedkeuring van de gemeente om de kabelbaan te bouwen; die wordt dan volgend jaar zomer in gebruik genomen.” Is corona een belemmering voor inzenders? “Bepaald niet. De afgelopen periode is het aantal internati- onale inzenders gestegen van 29 naar 38. Voor inzendingen uit eigen land staat de teller nu boven de 200 en we ver- wachten dat dit zal oplopen tot ruim 400. We hebben stevig ingezet op communicatie met inzenders en dat betaalt zich terug. Er is vooral veel belangstelling voor business-to-busi- ness contacten op Floriade, daar ziet men kansen. Corona heeft wel effect op de inkomsten via sponsoring en bijdragen van derden. Bedrijven en potentiële partners die worden geraakt door de gevolgen van corona, schuiven hun besluit om in te stappen vooruit naar 2021. Aan de andere kant is er juist meer belangstelling voor sponsoring vanuit de retail, bouwmarkten en tuincentra, die nu goede zaken doen. Door interessante pakketten aan te bieden, hopen we alsnog veel partijen te interesseren.” Zal corona effect hebben op het bezoekersaantal? “Sowieso komt zo’n 72 procent van de bezoekers aan Floria- de uit Nederland. Internationale bezoekers komen vooral uit de ons omringende landen, en die mensen komen met het OV, de touringcar en de auto. Wij denken dan ook dat het effect zal meevallen. Het Floriade-terrein beslaat 60 hectare, waardoor het publiek zich goed kan verspreiden. Bovendien speelt het zich met name buiten af. Voor alles wat zich bin- nen afspeelt, kunnen we met tijdslots werken, daar denken we nu al over na.” Hoe gaat het met de aanplant van het terrein? “De meeste bomen zijn al geplant en we zijn nu bezig om 200.000 vaste planten in de grond te krijgen. Volgend jaar planten we verwilderingsbollen en tulpen, in totaal gaat het om miljoenen bollen. Dit doen we natuurlijk samen met de sector. We nodigen kwekers van harte uit deel te nemen aan deze Floriade. Ook aan de buitenranden van het terrein wer- ken we met bloembollen. Op de taluds langs de A6 komen zes ‘schilderijen’ met bloembollen, onder andere ontworpen door Jacqueline van der Kloet, ontwerpers van Buro Mien Ruys en een aantal jonge ontwerpers.”

‘De investeringen werken ook na Floriade nog door, jaren later ijlt het effect ervan nog na’

Het thema van Floriade, ‘Growing Green Cities’, lijkt relevanter dan ooit. Merken jullie dat? “Absoluut, de motivatie om deel te nemen is alleen maar groter geworden. Wij hebben nu al 38 internationale inzenders terwijl dat er in Venlo 31 waren, en de opening is pas over anderhalf jaar. Ook de belangstelling van het publiek is specifieker, dat merken we in het Preview Centre. Dat een plant of boom ‘mooi’ is, is niet meer voldoende. Bezoekers willen ook weten op welke manier de tuinbouw bijdraagt aan duurzaamheid. Mensen zijn nieuwsgierig naar het verhaal bij het product. Dat geven we dan ook mee aan onze inzenders. Prachtig als je een mooi paviljoen neerzet, maar de inhoud van je inzending is minstens zo belangrijk. Daarmee geef je er meer lading aan.” De organisatie van zo’n groot event gaat natuurlijk niet zonder horten of stoten… “Natuurlijk gaan er ook dingen mis. Zo kon het bootje dat de mensen voor de opening naar het Preview Center moest brengen niet door de dam heen die de bouwer daar had aan- gelegd voor de aanvoer van materialen. Moest er ’s nachts nog een doorgang worden uitgebaggerd. Dat zijn spannende momenten, maar die maken het ook leuk.”

8

9 oktober 2020

C O L UMN

Geachte medewerker

Robert Heemskerk Natural Bulbs robert@naturalbulbs.nl

Klanten willen graag op tijd het bestelde product ontvangen. Nu ben je als ondernemer met je team daarin natuurlijk f ijn geslepen die verwachting, zonder overmacht, na te komen. En doorgaans lukt dat dan ook en daarom heb je tevreden klanten die terugkomen. Toch ben je nooit klaar. Want aanne- melijk is dat vele bedrijven datzelfde streven hebben. Je hebt dan per saldo geen onderscheidend vermogen ten opzichte van de concurrentie, toch? Wij hebben met elkaar gezegd dat ons product niet zozeer bloembollen zijn, als wel de belofte die wij leveren: een blije klant die geniet van haar/zijn tuin. En als het even kan, willen wij de verwachting over- treffen. Om dat structureel goed te doen, heb je eerst de goede wil van fijne mensen met de juiste instel- ling nodig, die in een behulpzame structuur met perfect functionerende systemen aan de slag gaan. Op elk van deze pijlers kom je hindernissen tegen bij sterke groei. Bij gelijkblijvende stromen lukt het aardig, want dan is alles op elkaar ingesteld. Maar wat nu als de groei fors harder gaat, heb je dan nog diezelfde mate van controle om je klant blij te ma- ken? Hoe graag ik ook zou zeggen dat het bij ons alleen maar goed gaat, zit er een leuke uitdaging in die opschaling. Want bij groei trek je nieuwe mensen aan, lopen je systemen, jijzelf en je leveranciers net iets achter de feiten aan. Voor je het door hebt trek je een stevige wissel op de goedwillendheid van je mensen en hun gezinnen. Niet lullen maar poetsen. Uiteindelijk is opschalen geen ‘rocket science’, maar gewoon werken aan een verandering. Dus ga je tus- sen de operatie door weer op zoek naar de volgende generatie IT-systemen, et cetera. Daarbij moet je oog houden voor het kleine detail. Zo las ik laatst een berichtje van een collega aan een klant, met de aanhef ‘beste klant’, terwijl de klant- naam natuurlijk bekend is. Die collega heb ik dan ook in reactie een berichtje gestuurd met de aanhef ‘geachte medewerker’ als een kwinkslag, want hoe vind jij het om zo aangesproken te worden? Micro- management zegt u? Nou en?

9 oktober 2020

9 oktober 2020

9 oktober 2020

9

9 oktober 2020

Rijksstraatweg 56a 2171 AM Sassenheim

Belangrijk bericht!

tel: 0252-222580 info@helmus.nl www.helmus.nl

Spoelen voor kwekerij en exportschoon van alle bollen, knollen en (vaste) planten.

Het bestuur van de Coöperatieve Kwekersvereniging ‘Dutch Tulip Selections’ U.A. wijst erop dat zij het exploitatierecht heeft op de tulpenkraam van Ligthart Bloembollen V.O.F. . Namens het bestuur, Bas Karsten (voorzitter) Jacob Jan Dogterom (secretaris)

Warmwaterbehandelen (koken) met of zonder ECA water van o.a. Allium, Amaryllis, Crocus, Iris, Narcis, Tulp, Aconitum, Astilbe, Hosta, Pioen en vele andere produkten. Behandelingen voeren wij uit volgens richtlijnen van de BKD inclusief behandelingscertificaat en wij hebben veel ervaring met behandelingen ‘op maat’.

greenity-helmus 190305.indd 1

15-10-19 11:24

Peter Leijten: “Een bioteelt ernaast zet je aan het denken over zaken die we in de gangbare teelt doen.”

‘Positief verrast over wat er uit de grond kwam’ D e puntgave kuubkisten vallen op het erf van Stengs & Leijten in Ens op. Grote stickers zitten erop met de naam ‘Tulipsgreen’. Dat is de naam van de apar- te VOF die de neven Peter Leijten en Jochem Stengs

Met een halve bunder bollen doet het bloembollenbedrijf Stengs & Leijten alvast wat ervaring op met de teelt van biologische tulpenbollen. Al kost het nu eerder geld dan het wat oplevert, een goede leerschool is het zeker. De neven waren na het eerste seizoen positief verrast over wat er uit de grond kwam. “Je kunt wel blijven zeggen dat chemie- vrij telen niet mogelijk is, maar het niet proberen, is het ook niet weten.”

9 oktober 2020 Vorig teeltseizoen plantte het bedrijf gangbaar plantgoed van de cultivars ‘Ronaldo’, ‘Van Eijk’, ‘Ingens’ en ‘Witte Rebel’. De grond had net een rustteelt met Tagetes gehad. De grond was zes jaar geleden al omgeschakeld, net als nog eens 4,5 hectare hebben gegeven aan hun nieuwste uitdaging: de biologische teelt. Naast hun gangbare bedrijf met honderd hectare tulpen- bollenkweek, doen ze sinds het afgelopen seizoen ervaring op met de biologische teelt. De twee zien het aantal middelen teruglopen en willen zich daarop voorbereiden. Dan is biolo- gisch kweken wel meteen het andere uiterste, beseft Peter. “Maar zo pakken we de handschoen meteen goed op. We stellen onszelf niet meer de vraag ‘is het wel mogelijk?’, maar hebben de insteek ‘alles is mogelijk’.” Omdat ze al meer dan dertien jaar gangbaar kweken, weten ze ook precies waarom ze chemie inzetten en dus ook voor welke dilemma’s ze oplossingen moeten gaan zoeken. Hun gangbare teelt proberen te vergroenen is een deel van hun motivatie, maar ze zien ook echt brood in de biologische tak. Hun overtuiging is dat er naast gangbare bollen, een markt is voor biologische tulpenbollen en dat die in de toekomst groeit. “Als je geen biologisch product hebt om mee aan de slag te gaan, zul je die markt ook nooit vinden. Nu gaan we ontdekken waar we ermee terechtkunnen.”

Tekst: Ellis Langen | Fotografie: René Faas

11

9 oktober 2020

‘Klanten moeten veel eerder weten wat het biologische aanbod is’

zandgrond van dit bedrijf. “We speelden toen al met de ge- dachte dat áls we eens met bio zouden beginnen, we daarmee toch klein zouden starten.” Tot voor kort werd het omgescha- kelde land verhuurd aan een biologische akkerbouwer. De gekozen cultivars zijn van eigen plantgoed, alleen ‘Van Eijk’ werd elders aangekocht. Die cultivar werd aan het rijtje toegevoegd omdat die redelijk makkelijk biologisch te telen is. Peter pakt de administratie van de biologische teelt erbij en zoekt de plantdatum op. “Begin december.” Daarvoor is onder andere gekozen omdat later planten minder kans geeft op helsvuur en meer mogelijkheden biedt om onkruiden voor opkomst weg te branden. Echter, de voornaamste reden is een lagere bodemtemperatuur, dus minder kans op aaltjes en Fusarium. Net voor het planten zijn de bollen met water nat- gemaakt om zo beschadiging bij het planten te voorkomen. “Je probeert bedreigingen zoals Fusarium op allerlei manieren te voorkomen door de beste plantomstandigheden te creë- ren”, aldus Leijten. In de tweede week van februari kwam het gewas boven de grond. Voor opkomst werd in het bed het onkruid gebrand. Verderop in het seizoen ging bij de vroege soorten de wiedkar er twee keer doorheen, bij het late assortiment drie keer. In de rijpaden zetten ze het aangeschafte schoffelwerktuig in. Leijten vertelt dat ze vooraf vooral in de rats zaten over een hoge onkruiddruk. Vandaar dat ze hier bovenop zaten. “Maar achteraf viel het best mee. Met afbranden pak je toch meer mee dan alleen de net gekiemde plantjes.” In ‘Ronaldo’ moest wel een extra keertje met de hand gewied worden omdat het bed hiervan minder snel dicht is. “Dan heb je opeens wel meerkosten van 1.000 euro per hectare handwerk.” LATE SOORTEN Leijten en Stengs kozen geen heel late soorten voor de biolo- gische teelt. “Je wilt vroeg groeiende cultivars hebben, dan heb je een iets betere oogstzekerheid.” De gevreesde vuuraan- tasting bleef uit. Nu was het voorjaar vanwege de droogte na- tuurlijk ook gunstig. Doordat er bij de biologische tulpen geen vuur opkwam, durfden de kwekers het in de gangbare teelt aan af te wijken van hun standaard spuitschema. “We hebben een paar bespuitingen overgeslagen. Een bioteelt ernaast zet je dus aan het denken over zaken die we in de gangbare teelt doen.” Groene middelen zijn er niet gebruikt. “We wilden

In WhatsApp heeft Leijten een ‘Logboek Bio tulpen’ aangemaakt, waarin hij soms wat foto’s of andere informatie over de biologische teelt zet.

VOF Stengs & Leijten: gespecialiseerd in tulpen

VOF Stengs & Leijten is de onderneming van Jochem Stengs en Peter Leijten, twee neven uit de Noordoostpolder met twee vestigingen: een in Ens en een in Espel. Ze zijn al dertien jaar gespecialiseerd in de teelt en verwerking van tulpenbollen. Beiden komen ze van een bollenbedrijf, maar zijn er nooit met hun vaders ingestapt. Eerst werkten ze jaren allebei bij een andere bol- lenkweker. Daarna zetten ze samen het bedrijf op en begonnen met 6 hec- tare. Inmiddels is dat uitgegroeid naar 100 hectare tulpenbollen, waarvan 70 hectare voor zichzelf en 30 hectare op contract. Al met al telen ze zo’n 35 soorten. Ze leveren onder andere bollen aan Oost-Europese broeierijen, zoals in Polen en Wit-Rusland.

12

9 oktober 2020

eerst eens kijken wat er zou gebeuren en bovendien hebben we ook nog geen groene spuit.” De biologische teelt zette de kwekers ook aan het denken om bij de gangbare teelt de virusgevoelige rassen meer bij elkaar te zetten, zodat in de minder gevoelige rassen minder tegen luis bestreden hoeft te worden. Het biologische gewas werd één tot anderhalve week eerder gekopt dan dezelfde gangba- re rassen. De bloemen waren dus nog vrij jong. “We wilden de vuurdruk zo laag mogelijk houden. Dan nog maar even nakoppen met de hand.” De bollen werden vanwege kans op Fusarium op tijd gerooid, de eerste op 17 juni en de late soort ‘Ronaldo’ 29 juni. De bollen zijn niet gespoeld en een dag later zijn ze meteen verwerkt. Zo kon het biologische materiaal er met een schone rooier uit gehaald worden en gingen deze bollen als eerste over de verwerkingslijn. De eerste biologische opbrengst, zo’n 385.000 bollen, was verrassend goed. “Slechts iets minder dan wat we gemiddeld gewend zijn in de gangbare teelt. Alleen waren de bollen iets minder grof ten opzichte van onze gangbare teelt op klei.” Leijten vermoedt dat dit komt doordat de bioteelt op zandgrond was en dat het biologische gewas natuurlijker en eerder afsterft. AFZET REGELEN “We dachten eigenlijk dat ze biologische bollen wel vier keer van je dam af zouden komen halen, maar dat valt erg tegen”, zo vertelde Jochem Stengs eerder. Het overgrote deel van de biologische bollen staat nu nog in de schuur. Er is wat aan drie verschillende afnemers verkocht. Er zijn partijtjes bollen geleverd aan koks, aan Natural Bulbs en aan Ecobulbs ‘t Keerpunt. “Wel gingen de bollen voor biologische prijzen weg.” Aanbieden bij bemiddelingsbureaus leverde niets op. De neven zijn nog in onderhandeling met een broei- er die wellicht een grotere partij wil afnemen. Een belangrijk leerpunt na dit eerste seizoen is dat vóór het planten de afzet al geregeld moet zijn, stelt Leijten. “Klanten moeten veel eerder weten wat het biologische aanbod is. Dan kunnen ze dat ook aanbieden aan hun afnemers. Voor komend seizoen bespreken we nu al met mogelijke afnemers welke cultivars we hebben en peilen ook bij hen wat zij zouden willen.” In het biologische segment is er met name interesse in de wat specialere soorten, zoals dubbele of par-

Natural Bulbs heeft wat partijtjes biologische bollen van Stengs & Leijten gekocht, zoals ‘Ingens’ en ‘Ronaldo’.

kieten. “Zo maak je biologische bollenteelt nog specialer.” Het komend seizoen zet Tulipsgreen acht tot tien soorten biologische bollen. De cultivars ‘Novisun’, ‘Columbus’, ‘Bal- lerina’ en ‘Cash’ komen er sowieso bij. “We kiezen dus voor wat meer bijzondere tulpen en een breder kleurenpallet.” De planning is om zelf een hectare biologisch te zetten en daar- naast drie hectare op contract voor een biologische broeier. “Met een groter areaal kan het financieel ook wat beter uit. Met dubbele prijzen ten opzichte van gangbaar lukt dat nu niet eens.” Zo drukken de overheadkosten per bol nu hard op de prijs. Qua investeringen valt het voor hen wel mee: veertig nieuwe kuubkisten en een schoffelwerktuig, de bran- der werd geleend. De meeste kosten zitten in het opzetten van de nieuwe VOF en het uitdragen van de bekendheid van het nieuwe bedrijf, zoals een eigen website. “En natuurlijk de energie die je moet steken in contacten voor de verkoop.” Voorlopig kost het meer geld dan dat het oplevert. Maar dat geeft niet. “We geven onszelf vijf jaar de tijd om met Tulips- green in de afzet vaste voet aan de grond te krijgen. Maar we zijn er zelfverzekerd over. Dit gaat lukken.”

9 oktober 2020

13

9 oktober 2020

Noodweer was het, in de nacht van donderdag 13 op vrijdag 14 augustus. In Bovenkarspel kwam in korte tijd zoveel regenwater naar beneden, dat het dak van Hal 13 van CNB instortte. Bollentelers hoeven zich niet meteen zorgen te maken, maar doen er zeker bij nieuwbouw wel verstandig aan rekening te houden met de ‘clusterbuien’ waarmee de klimaatverandering gepaard gaat. Schuin dak houdt clusterbuien buiten

Tekst: Cees de Geus | Fotografie: René Faas

‘Bij de bouw hebben we met opzet de afvoercapaciteit groter uitgevoerd. Dat betaalde zich half augustus uit’

9 oktober 2020

9 oktober 2020

14

9 oktober 2020

D e aarde warmt op en omdat war- mere lucht meer vocht kan bevat- ten, leidt dat tot meer en hevigere regenbuien. In West-Friesland kunnen ze erover meepraten: na weer een extreem warme dag, gingen de hemelslui- zen daar in de nacht van 13 op 14 augustus open en niet zo’n klein beetje ook. In Bo- venkarspel viel in korte tijd 97 mm en hoe- wel dat geen record is, was het gewicht van het opgehoopte water te veel voor het dak van Hal 13 van CNB. ‘Uiteraard is er sprake van flinke materiële schade, maar wij zijn dankbaar dat er niemand in ons pand aanwezig was’, luidde de eerste reactie van CNB, dat er verder voorlopig het zwijgen toe doet in afwachting van de uitkomsten van onderzoek door de verzekeraar. GERUSTSTELLING Net als veel bollenbedrijven geeft het com- plex van ‘de grootste marktplaats voor de handel in bloembollen, knollen en vaste planten’ in Bovenkarspel een goed beeld van de bouwstijlen en -materialen zoals die door de jaren heen werden toegepast: de bakstenen gevels en kenmerkende halfronde daken van de oudste hallen, maakten plaats voor een stalen skelet en kaarsrechte gevels en schuine daken van geïsoleerde platen en sandwichpanelen van metaal of kunststof. De meest recente uitbreiding voegde vorig jaar 5.000 m 2 nieuwbouw aan het CNB-complex toe, inclusief 25 ULO-cellen, laadkuil, docks, expeditieruimte én zonnepanelen. Dat de ingestorte hal een corridor vormde tussen twee hallen met schuine daken, kan vol- gens projectleider Sjaak Dol van advies- bureau Agrofocus, een geruststelling zijn voor veel bollentelers. “Ik vermoed dat de hal een plat dak heeft, net als de IKEA in Amsterdam, die in 2002 na hevige regen- val instortte. Vrijwel alle bollenschuren hebben een schuin dak, dat als voordeel heeft dat het niet kan instorten.” ENORM DAKOPPERVLAK Dat wisten onze verre voorouders ook al: sinds mensenheugenis worden bouwsels van schuine daken voorzien ter voorko- ming van ‘wateraccumulatie’, zoals de ophoping van water wordt genoemd. Anno 2020 is daar zelfs geen Bouwbesluit voor nodig: in combinatie met een doorbuigings- eis, verordonneert dat slechts een afschot van minimaal 1,6 procent. Als een onderne- mer toch voor een plat dak kiest, is steevast sprake van een gebouw met een enorm dakoppervlak, zoals een distributiecen- trum, een winkelcentrum of een parkeer- garage, en is dus een zwaardere draagcon- structie vereist. Anders dan de eigenaren van deze panden, hoeven bollentelers zich niet af te vragen of de stalen draag- constructie van hun schuur met schuin dak wel berekend is op de clusterbuien die het gevolg zijn van het veranderende klimaat. “Maar zeker als een schuur er al

presenteerden het ministerie van Binnen- landse Zaken, gemeenten, provincies en waterschappen begin juni de ‘Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten’. Ideeën zijn onder andere het afdwingen van een waterber- ging bij nieuwbouw, het invoeren van een vergunningplicht voor het aanbrengen van verharding en het via de Omgevingswet verplichten van ‘blauw-groene daken’ die neerslag langer vasthouden en voor verkoeling zorgen in de ruimten eronder. Maar op het eigen erf hebben onderne- mers ook een eigen verantwoordelijkheid. Bij nieuwbouw raadt Dol bollentelers altijd overdimensionering van het HWA-sys- teem aan. “Dat geldt bijvoorbeeld voor de zogenaamde ‘kilgoot’ tussen twee schuren, waar dus twee schuine daken op afwate- ren. We hameren ook op ruime afvoeren en overstorten. En boven de uitlaten plaatsen we rozetten, zodat boombladeren of een verdwaalde tennisbal de afvoer niet kunnen blokkeren.” Nog een tip van Dol: realiseer de rooster- goten bij overheaddeuren aan de buiten- kant. “Dan spoelen ze lekker schoon en hou je het water ook echt buiten. Voor- waarde is wel dat je deze goot net als even- tuele putten op een separate afvoerleiding aansluit. Je ziet vaak dat deze gemakshal- ve wordt aangesloten op het HWA-traject van dakgoten, maar dat is vragen om problemen. Bij een clusterbui gaat het wa- ter in de standleidingen oplopen, om zich uiteindelijk naar buiten te drukken via de makkelijkste weg: de inpandige of externe goten en putten. Dan staat alles binnen de kortste keren alsnog blank.”

jaren staat, zou ik wel tijdig checken of de capaciteit van de hemelwaterafvoer (HWA) nog wel afdoende is en niet wachten tot het een keer misgaat”, adviseert Dol. “Ook regelmatig controleren of er geen verstop- pingen zijn, bijvoorbeeld door boomblade- ren, kan wateroverlast voorkomen.” GROTERE AFVOERCAPACITEIT Ook de nieuwe bedrijfshal van tulpenkwe- kerij Rainbow Colors in Andijk kreeg in de nacht van 13 op 14 augustus een plens hemelwater te verwerken, zoals je die volgens eigenaar Bas Karsten ‘gemiddeld maar één keer per jaar op je dak krijgt’. Op je schuine dak, in dit geval. “We hebben geen moment een plat dak overwogen”, blikt Karsten terug op het bouwproces. “Dat heeft met de hemelwaterafvoer te maken, maar ook met de ruimte. Anders dan op bedrijventerreinen, geldt hier in het buitengebied van de gemeente Medemblik een maximale goothoogte van acht meter en een maximale nokhoogte van veertien meter. Nog los van de overspanning van vijftig meter die je met een schuin dak makkelijker kan overbruggen, levert dat een enorme ruimtewinst op.” Per definitie is de kans op wateroverlast bij een schuin dak volgens Karsten bovendien kleiner. “Inclusief het retentiebassin waar- in het water wordt opgevangen, hebben we het HWA-systeem met opzet overgedimen- sioneerd. Alles is net even breder en forser dan voorgeschreven. Die grotere afvoerca- paciteit betaalde zich half augustus uit.” BLAUW-GROENE DAKEN Onderstrepend dat de gevolgen van de kli- maatverandering hoog op de agenda staan,

9 oktober 2020

15

9 oktober 2020

Digestaat slijten aan bollenkwekers

H alverwege vorig jaar nam een clubje ondernemers de failliete biovergister in Hensbroek over. Dat zijn Nico Karsten (Franico), Karel Bloembollen, Wi- reco, Pater Bloembollen, akker- en groentebedrijf Vaalburg en financieel adviseur Dennis Koomen. De vergis- ter verwerkt plantaardig materiaal; het gros is bloembollen, de rest groente-afval en plantenresten. Een beperkt aantal bedrijven neemt het dunne digestaat af, vertelt Nico Karsten, die het management van de vergister doet. Het gaat naar een paar veehouders en akkerbouwers in de buurt. Voor de dikke fractie is wel een markt. Bollenkwekers zijn nog niet bereidwillig het digestaat af te nemen uit de vergister in Hensbroek. “Ze zijn bang dat hun bollen ziek worden. Maar sowieso zijn bollenkwekers niet zo snel positief omdat ze dan denken dat ze ervoor moeten gaan betalen.” Om de angst te kunnen wegnemen, liet Karsten door Proef- tuin Zwaagdijk onderzoek doen. Het dunne digestaat werd geven aan de bollenteelt van ‘Leen van der Mark’ (zie kader pag. 17). Na het eerste jaar blijkt het iets minder kg-op- brengst aan bollen te geven dan de standaard kunstmestgift. “Positief is wel dat de geoogste bollen geen Fusarium heb- ben”, zegt Karsten. Onderzoeker Frank Kreuk van Proef- tuin Zwaagdijk bevestigt dat, maar over een aantal weken controleert hij hier nogmaals op. “Voor de proef is ook een ‘mooie partij bollen’ gebruikt waarin zeer weinig Fusarium zat”, zegt hij. De onderzoeker gaat er overigens van uit dat eventuele ziekteverwekkers in de bollen de vergister niet overleven. Komende november vervolgt Kreuk de proef. “Want we zijn pas halverwege.” Karsten daarover: “Je moet bij onderzoek ook nooit op één been staan.” INZET ALS ANTI-STUIFMIDDEL Karsten had liever gezien dat de bollenopbrengst gelijk was geweest, dan hij een verkoopargument in handen. Stiekem hoopt hij zelfs op een meeropbrengst. “Eerdere monsters van ons digestaat lieten zien dat er Trianum in zit. Dit wordt als biologische fungicide in bijvoorbeeld de tomaten- teelt veel gebruikt. Het geeft daar meer kilo’s doordat het wortelmilieu er sterker van wordt.” Trianum is niet actief in de vergister gedaan, dus het moet door tomatenafval in de biovergister zijn achtergebleven en het hebben overleefd, zo redeneert Karsten. Of er in het digestaat dat Proeftuin

De biovergister in Hensbroek waarin onder andere bloembollen gaan, heeft een beperkt aantal afnemers voor het restproduct, het plantaardige digestaat. Bloembollenkwekers zijn afwachtend om het te gebruiken als bemesting. Ze zijn huiverig voor het eventueel overbrengen van ziekteverwekkers. Andere afnemers zijn erover te spreken. “Het is een duurzame vervanger van kunstmest.”

Tekst: Ellis Langen | Fotografie: PR

16

9 oktober 2020

Akkerbouwer Vaal- burg brengt het dunne digestaat met een speci- aal apparaat aan op zijn land in de herfst en in het voorjaar.

Zwaagdijk gebruikte ook Trianum-resten zaten, is niet dui- delijk want hierop is niet bemonsterd. Nu de proef niet meteen heeft opgeleverd waarop de eige- naren van de vergister gehoopt hadden, zetten ze in om het dunne digestaat in de bollen af te zetten als anti-stuifmiddel op zandgrond. “Voor papierpulp moeten ze betalen. Wij brengen het er gratis op”, zegt Karsten. De broeier uit Hoog- woud is zelf overtuigd van de goede werking van digestaat als meststof. Hij gebruikt het al jaren in zijn kasgrond en bij de teelt van pioenen. Ook de melkveehouder met wie Kar- sten al twaalf jaar een andere biovergister runt, brengt dat digestaat al jaren op zijn land. “Hij verhuurt zijn land ook al jaren aan een bollenkweker die het land graag wil.” Hoe het plantaardige digestaat in de bodem werkt en het de bodem beïnvloedt, daarover is nog niet veel bekend. Onder- zoeker Kreuk: “Van kunstmest kun je de werking voorspel- len en ermee sturen. Van digestaat is nog veel onbekend. Welke elementen zijn er gebonden in het digestaat en wan- neer komen die vrij voor de plant?” Het lijkt hem interessant om in een nieuwe proef te kijken welk effect een combinatie van digestaat en kunstmest heeft op de bollenteelt. “Wie weet leidt dat tot een hogere opbrengst. Het zou een kosten- besparing betekenen én het is goed voor de kringloop als je met een restproduct iets kan.” Ook Karsten is benieuwd en heeft opdracht gegeven voor deze extra proef. GEEN KOEIENMEST MEER Een aantal bedrijven heeft ervaring met het gebruik van de combinatie kunstmest en digestaat. Jandavid Stroo, akker- bouwer en pluimveehouder uit Slootdorp, gebruikt de dun- ne fractie uit Hensbroek al vier jaar op zijn uien, tarwe en knolselderij. Hij brengt 40 tot 50 kuub digestaat per hectare per jaar aan. Stroo krijgt het digestaat en betaalt Karsten voor het uitrijden ervan. Dierlijke mest, zoals koeienmest, gebruikt hij niet meer. Uit onderzoek van Wageningen Uni- versity & Research naar de mogelijke insleep van uienziek- tes, zoals Fusarium en kop- en witrot, bleek dat de toepas- sing van drijfmest een besmettingsbron kan zijn. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat uien tijdens het voeren in de mestput belanden. Voerresten in drijfmest zijn gevaarlijker als potentiële besmettingsbron dan goed verwerkte compost en digestaat, zo was de conclusie van de onderzoekers (zie

Onderzoek digestaat bij tulp Afgelopen teeltseizoen deed Proeftuin Zwaagdijk op een zandgrond in Burgervlotbrug een proef bij de tulpenbollenteelt van ‘Leen van der Mark’. Hierbij werd een standaardbemesting kunstmest ver- geleken met twee verschillende hoeveelheden dunne digestaat, 30 en 50 ton per ha, die werden gegeven bij het planten en daar- naast ook twee velden waar het voor opkomst van het gewas is gegeven. De samenstelling van het digestaat in kg per ton pro- duct was 5 kg N + 2 kg P + 7 kg K. Aanvankelijk zag onderzoeker Frank Kreuk geen verschil, maar tegen het eind stelde hij vast dat het gewas met de standaardbehandeling meer bladmassa had. Dat kwam terug in de kilogramopbrengst per veld van twee vier- kante meter; de standaardbehandeling bracht 6,83 kg op en de velden met de andere behandelingen lagen iets boven de 6 kg. Kreuk: “Mijn ervaring is dat in een tweede teeltjaar van de bollen het verschil meestal alleen maar groter wordt.”

9 oktober 2020



9 oktober 2020

Voor de dunne fractie van digestaat zoeken de onder- nemers van de biovergister in Hensbroek, Green Energy Koggenland, nog een goede afzetmarkt.

kader). In de vergister in Hensbroek gaan ook uienvellen en zieke uien van Stroo. Hij gaat ervan uit dat eventuele ziek- teverwekkers in de vergister worden gedood. Hij ziet steeds beter en meer product van zijn land komen waardoor hij het kunstmestgebruik steeds wat mindert. Stroo schrijft dat toe aan een combinatie van maatregelen die hij al een paar jaar neemt om de bodem te verbeteren. Hij ziet meer bodemle- ven ontstaan. “Langzaam plukken we hier de vruchten van. Ik zie steeds meer meeuwen bij de grondbewerking.” Het kostenvoordeel van minder kunstmest gebruiken, is lastig aan te geven. “Ik heb ooit eens geleerd: je kunt alleen aan kostenverlaging doen door opbrengstverhogend te werken.” ‘NOOIT IETS VREEMDS VERNOMEN’ Ook Ted Vaalburg, teler van knolselderij, aardappelen en pompoenen op een gangbaar en biologisch bedrijf in Zuidschermer en mede-eigenaar van de biovergister, gebruikt op beide bedrijven al een paar jaar de dunne digestaat. Zo’n 35 tot 50 kuub per hectare per jaar. De hoe- veelheid kiest hij op basis van grondmonsters en het gewas dat erop komt. Hij is positief. Nu hij mede-eigenaar van de vergister is, heeft hij ook invloed op wat er in gaat. “Het digestaat is rijk aan kali, arm in fosfaat, heeft een lage EC en er zitten mineralen en organische stof in.” Vaalburg monitort zijn gewas op residuen en pathogenen en heeft ‘nog nooit iets vreemds vernomen’. De teler heeft zijn kunstmestgebruik tot 50 procent verminderd en ziet daardoor een beter bodemleven. Net als Stroo ziet hij meer opbrengst, maar ook hij zet erg in op een gezonde bodem en dus meer weerbare gewassen. Hij bestempelt het digestaat als een ‘duurzame kunstmestvervanger’ die beter is voor de bodem en het milieu. “Digestaat draagt bij aan een duur- zame teelt omdat je restproducten omzet in energie. De di- gestaat die overblijft, geeft vervolgens energie aan de plant. Bij kunstmest wordt energie gebruikt om het te maken en er zitten niet eens sporenelementen en organische stof in; het zijn alleen maar zouten en stikstof.” Het gebruik van digestaat geeft geen besparing. “Het uitrij- den ervan kost geld en daarnaast is kunstmest heel goed- koop.” Drijfmest gebruikt hij helemaal niet meer. “Digestaat werkt ook sneller dan drijfmest. Dat is een voordeel.” Zijn zandgrond verhuurt hij aan bollenkwekers. “Die komen graag terug.” Er zitten volgens hem geen negatieve effecten aan het digestaat voor de bollenteelt. “Maar dat vertrouwen moet groeien.”

Onderzoek afdoden ziekte- verwekkers in digestaat In een Uireka-onderzoeksproject, een ketenproject waarin de gehele uienketen participeert, heeft WUR onderzoek gedaan naar het afdoden van pathogenen in reststromen van uien. Er is geke- ken naar voerresten in drijfmest, groencompost en digestaat. Onderzoeker Bert Evenhuis, geeft aan dat op de manier waarop de onderzoekers het onderzoek hebben uitgevoerd er geen aan- wijzingen waren dat pathogenen mesofiele vergisting (haalt een maximale temperatuur van 38 graden Celsius) konden overleven. Hij plaatst hierbij wel twee kanttekeningen. De eerste is dat de vergistingsprocedure in de praktijk zou kunnen afwijken van die in het onderzoek. “Denk daarbij vooral aan verblijfsduur en tem- peratuur.” De tweede kanttekening betreft het materiaal dat is aangeboden aan de vergister en hoe dat is bewerkt voordat het de vergister in ging. “Wat betreft voerresten in mest zien we dat we in de loop van de tijd nog steeds Fusarium kunnen terugvinden dat in elk geval op kunstmatig medium kan groeien. In hoeverre dit een belangrijke bron voor de praktijk is, weten we niet.” Naar overleving van Fusarium wordt in een vervolgproject van Uireka verder gekeken.



9 oktober 2020

T E C H &M E C H

Inde rubriek Tech&Mech is er aandacht voor zowel nieuwe als vernieuwende producten uit de sector. Een plek waar techniek en mechanisatie structureel aandacht krijgen.

Tow and Blow beschermt lelies tegen nachtvorst

Tow and Blow www.frostfans.eu

Tekst: Lilian Braakman Fotografie: FrostFans

De Tow and Blow-nachtvorst- beschermer is ontwikkeld in

Nieuw-Zeeland en wordt daar ge- produceerd. De Tow and Blow is een mobiele ventilator die tot 4,5 hectare kan land beschermen te- gen nachtvorst. Al jaren wordt de ventilator wereldwijd ingezet tegen nachtvorstschade in sectoren zoals de fruitteelt. In Nederland kan de machine nachtvorstschade in de le- lieteelt tegen gaan. Achter een trek- ker of auto is de Tow and Blow van 1.340 kg te verplaatsen. Belangrijk is om hem waterpas neer te zetten met de vier stelvoeten. “Dat kan op de grond met bijgeleverde houten plateaus en hoeft niet op een be- tonnen fundatie”, laat distribiteur Ernst Slabbekoorn weten. Op een bloembollenveld kan de ventilator in de hoogste stand. “Nachtvorst ontstaat aan de grond. De warmte van de dag stijgt op naar de inversielaag (vanaf 6 meter hoog- te). De ventilator trekt de lucht uit de inversielaag en blaast daardoor warme lucht op het veld waardoor de temperatuur oploopt”, legt Slab- bekoorn uit. “Daarnaast zorgt wind ervoor dat de vorst zich minder kan hechten aan het gewas.” Gebruikers kunnen instellen vanaf welke temperatuur de machine automatisch moet inschakelen en tot welke temperatuur de ventilator moet ‘verwarmen’. De machine heeft twee tanks van 30 liter waar- door hij 12 uur kan draaien. Het geluid is 45 decibel op een afstand van 300 meter. Dat komt door de omkasting en het ontwerp met vijf wieken. “Die beperkt het geluid. Daarnaast zorgt het ontwerp voor

venturiwerking.” Wat deze machine onderscheidend maakt, is dat de motor van 24 pk direct achter de ventilator zit. “Daardoor is er geen krachtverlies. Zet je de motor op de grond, dan heb je 150 pk nodig – door haakse overbrengingen en krukassen – om hetzelfde effect te bereiken.” MEER TOEPASSINGEN Naast nachtvorstbestrijding, kan de machine ingezet worden voor het drogen van het gewas of land. Een extra optie is een ‘vernevelingsset’. “Deze bestaat uit vier vernevelaars in de ventilatorkast die aansluitbaar zijn op een eigen waterleiding/tank. Blaas je op een warme dag mist mee, dan trekt de mist warmte aan waardoor de temperatuur daalt.” W. Th. Langelaan & Zn. uit Julia- nadorp aan zee heeft twee machines gekocht. Frans Langelaan gaat ze inzetten in de tweejarige lelies. “Dit jaar was er begin mei onverwachts nachtvorst. We dekken de lelies af, maar nu was het gewas zo hoog dat afdekken schade zou veroorzaken. Beschadigd gewas is gevoeliger voor Botrytis en veroorzaakt oogst- derving. Dat willen we proberen te voorkomen. Het is een beproeft systeem, geen prototype. Dus mijn keuze was snel gemaakt.”

DEMONSTRATIE Geïnteresseerde lelietelers kunnen de ma- chine donderdag 15 oktober in actie zien bij W. Th. Langelaan & Zn. Aanmelden is verplicht en kan door een e-mail te sturen naar: wthlangelaan@planet.nl. Iedereen ontvangt een antwoord met daarin de tijd waarop ze welkom zijn. Het adres is Van Foreestweg 13A, 1787 BK Julianadorp aan Zee. Vanaf 22 oktober is een demonstra- tiefilm op de website van Greenity te zien.

9 oktober 2020

19

9 oktober 2020

Page 1 Page 2 Page 3 Page 4 Page 5 Page 6 Page 7 Page 8 Page 9 Page 10 Page 11 Page 12 Page 13 Page 14 Page 15 Page 16 Page 17 Page 18 Page 19 Page 20 Page 21 Page 22 Page 23 Page 24 Page 25 Page 26 Page 27 Page 28 Page 29 Page 30 Page 31 Page 32 Page 33 Page 34 Page 35 Page 36 Page 37 Page 38 Page 39 Page 40 Page 41 Page 42 Page 43 Page 44 Page 45 Page 46 Page 47 Page 48 Page 49 Page 50 Page 51 Page 52 Page 53 Page 54 Page 55 Page 56 Page 57 Page 58 Page 59 Page 60

Made with FlippingBook - Online Brochure Maker