Greenity 83

29 december 2020

Mechanisatie

6 Ligt antwoord op

38 Trekkertest: Valtra G-serie

onkruid in techniek?

24 Ergonomie sluitstuk in machinebouw

42 Blauw is de kleur van Havatec



Teeltregistratie gemakkelijker dan ooit! Nieuwe APP GMN Crop:

Agrifirm-GMN biedt telers een eenvoudig teeltregistratie programma aan, GMN Crop genaamd. Dit programma is speciaal ontwikkeld voor de bloembollen teler. Het ondersteunt de teler bij een zorgeloze registratie die aansluit op de eisen van het Ctgb en de belangrijkste certificerings- programma’s zoals MPS en Global GAP.

“Start nu met snel en zorgeloos registreren en gebruik GMN Crop 3 maanden gratis, inclusief opstart begeleiding.”

Heeft u interesse in GMN Crop? Dan kunt u een proefabonnement aanvragen via onze website: www.gmncrop.nl . Of u kunt contact opnemen met één van de onze teeltadviseurs en GMN Crop specialisten. Zij begeleiden de teler bij het opstarten van de registratie in GMN Crop.

Wij wensen u een voorspoedig 2021!

I NHO U D

6 Onkruidtechniek Chemische middelen tegen onkruid worden schaarser. Kan de techniek uitkomst bieden?

42 Havatec is blauw Havatec pakt het anders aan dan andere machinebouwers.

16 Samsam machinepark

Samen doen met machines is ongebruikelijk in de bollen.

In dit nummer 6 Biedt mechanische bestrijding onkruid voldoende perspectief? 14 Van steeksleutel naar laptop 16 Samsam een machinepark is schaars 24 Werkhouding belangrijk maar toch vaak het sluitstuk 26 Boltt Machinery: machines op bestelling 29 Mechanisatietentoonstelling vanaf het scherm 32 Noviteiten op de Mechanisatietentoonstelling 38 Trekkertest: Valtra G-serie 42 Havatec, bouwer van blauwe verwerkingsmachines 46 Export tweedehands machines: een tweede kans

Vaste rubrieken 4 In de media 10 In gesprek Lex Zandbergen 13 Column Emiel van Tongerlo 19 Tech&Mech 20 Ooit 21 5 minuten Arie Griffioen 21 KAVB 30 Vakvenster 34 CNB 50 Hobaho 51 Vaste planten Daucus carota 53 Teeltverbetering 54 Teeltadvies 58 Onderzoek van Sjerp de Vries

Op de cover 38 Mechanisatiespecial

Hoewel de Mechanisatietentoonstelling in Vijfhuizen een digitaal evenement is, menen we bij Greenity dat er genoeg te melden is op het terrein van techniek. Misschien zelfs wel juist omdát er geen tentoonstelling is. In deze special veel aandacht voor trekkerverkoop en Lilian Braakman testte zelfs een fonkelnieuw exemplaar uit de Valtra G-serie. We stellen ook vast dat de mens er helaas nog vaak bekaaid vanaf komt, als het gaat om gebruikersgemak van machines. Verder nemen we een kijkje in de keuken van twee mechanisatiebouwers én lees je of mechanisatie het alternatief is voor chemie. Ook is te lezen over de techneuten van de toekomst en we doen een greep in de noviteiten die je anders op de tentoonstelling had gezien. Kijk en luister op 14 en 15 januari ook naar de livestreams op www.smtb.nl, het digitale alternatief voor de beurs in Vijuizen.

29 december 2020



29 december 2020

VA N D E R E D A C T I E

Oproep CNV om stageplaatsen

CNV Vakmensen en het Interstedelijk Studenten Overleg doen een drin- gend beroep op werkgevers om stageplaatsen beschikbaar te stellen voor mbo- en hbo-studenten.

sterk toeneemt, met extra kosten en stress als gevolg. Ook voor werkgevers is het snel oplopende tekort aan stageplaatsen schade- lijk, stellen ze. In 2008 bleek al dat stagetekorten in crisistijd leiden tot arbeidstekorten als de econo- mie weer aantrekt.

Onlangs meldde het CBS dat eind mei het aantal geregistreerde sta- geplekken ruim 17,5 procent lager was dan het jaar ervoor. Ook dit studiejaar vinden veel studenten erg lastig een stageplek. Beide or- ganisaties benadrukken dat hier- door de kans op studievertraging

Zwarte handen

Hans van der Lee — Redacteur h.v.d.lee@greenity.nl

On the way to PlanetProof Europees

De keuze tussen techniek of een bureaufunc- tie, ofwel werken met de handen of met het hoofd is voor mij altijd een moeilijke geweest. Op de middelbare school moest ik die keuze maken, maar zelfs de beroepentest bracht geen uitkomst. Die keuze lijken kinderen steeds vroeger te moeten maken, terwijl ik denk dat het een niet zonder het ander kan in de mechanisatie. Aan steeds meer machines sleutel je niet meer met de doppendoos naast je, maar met een laptop. Dat wil niet zeggen dat er geen werk meer is voor studenten die niet vrezen voor zwar- te handen. Trekkers, plantmachines, rooiers, verwerkingslijnen, alles kan kapot. Ook is het natuurlijk mooi om het eigen onderhoud door een medewerker te laten doen in de periode dat het rustiger is op het bedrijf. De werke- lijkheid is echter dat trekkers waar je met een steeksleutel en een vetspuit nog iets aan kunt doen, naar het buitenland verdwijnen. Het is ook veel rendabeler om iets met je trekker te doen, in plaats van eronder te liggen. Het is dus handig om behalve van de hardware ook kennis te hebben van de software van een apparaat, zodat je de verwerkingslijn of mis- schien zelfs de trekker zelf een update kunt geven. Selecteert je daar het personeel al op? Het nieuwe jaar start ik in ieder geval met zwarte randen onder de nagels, omdat ik mijn boodschappenautootje van een ander motor- blok voorzie. Het barreltje uit 1990 heeft een heuse computer voor het motormanagement, waar precies één stekker aan zit. Nee, er kan geen laptop aan vast. Gelukkig maar, want die hoop ik even met rust te laten om weer eens wat familie en vrienden te spreken. Digitaal, dat dan weer wel.

Certificering gebaseerd op dit schema is mogelijk in alle landen van Europa. Ook is een aantal knelpunten opgelost en is het schema op een aantal punten geactualiseerd, waaronder de lijsten van toegestane gewasbeschermingsmid- delen, stikstofnormen, watereisen en keuzemogelijkheden voor biodiversiteit. Het certificatieschema On the way to PlanetProof Plantaardige pro- ducten is per 1 januari geldig voor heel Europa. De schema’s voor Cen- traal-Europa en Zuid-Europa zijn samengevoegd.

Een voorspoedig nieuwjaar gewenst

REDACTIE GREENITY

4

29 december 2020

S T E L L I NG

Ik kan straks onkruid niet meer de baas

Een totaal verbod op glyfosaat dreigt en daarmee bestaat de kans dat een heel pakket aan herbiciden met deze werkzame stof verdwijnt. Veel alternatie- ven zijn er niet en alleen mechanische onkruidbe- strijding is onvoldoende. Onkruid wordt straks een groot probleem.

83 % E E N S

Op www.greenity.nl kunt u reageren op de nieuwe stelling: ‘Ondanks corona heb ik vertrouwen in het broeiseizoen’.

Ruim 1,6 miljoen voor sierteeltpromotie De EU betaalt ruim 1,6 miljoen euro mee aan een nieuwe sierteeltpromotiecampagne die de ver- koop van bloemen en planten in het voorjaar van 2021 moet gaan stimuleren. Voor de totale cam- pagne wordt 1,9 miljoen euro uitgetrokken. Zes Europese sierteeltpromotieorganisaties betalen mee aan de nieuwe campagne. Union Fleurs nam het initiatief voor dit samenwerkingsverband. Het gaat om een over- koepelende promotiecampagne voor bloemen en planten in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, België, Bulgarije, De- nemarken en Nederland. Een groot deel van het budget wordt besteed aan promotie in Frankrijk en Duitsland, vanwege het handelsbelang dat de zes Europese sierteel- torganisaties hebben in deze twee landen. De sierteelt is hiermee een van de vijf sectoren die aan- spraak mochtenmaken op het noodfonds dat de EU heeft en waarin 10 miljoen zit. Dit noodfonds is opgesteld om de marktomstandigheden veroorzaakt door de Covid-19 crisis te herstellen. Union Fleurs en VBN hebben flink ge- lobbyd om het geld voor de campagne binnen te halen. Meteen na 1 juli, toen de EU het noodfonds had opge- steld, zochten nationale sierteeltpromotie-organisaties elkaar op voor een gezamenlijke subsidieaanvraag. Naast het Nederlandse BBH, investeren ook de volgen- de vijf organisaties mee in de campagne: Blumenbüro Österreich (Oostenrijk), VLAM (België), BAOPN (Bulga- rije), FloraDania (Denemarken) en Val’Hor (Frankrijk).

Composteringsverbod van de baan Een dreigend composteringsverbod is van de baan na ‘een goed gesprek’ tussen KAVB en Ctgb, aldus algemeen voorzitter Jaap Bond van de KAVB. Aanleiding van het moge- lijke verbod is een onderzoek waar de KAVB al sinds 2018 actief bij is betrokken. Van- uit organische restafvalstromen kunnen kleine hoeveelheden van de chemische groep azolen vrijkomen. Azolen worden niet alleen in de land- en tuinbouw als gewasbeschermingsmiddel gebruikt, maar ook in de gezondheidszorg bij de genezing van aandoeningen ver- oorzaakt door de schimmel Aspergillus fumigatus. De zorg bestaat dat de azolen uit reststromen resistentie tegen geneesmiddelen kunnen bespoedigen. Om die reden staat zelf composteren door bedrijven nu in de aandacht. Op 14 januari 2021 wordt verder gesproken over de verdere koers en inhoud van het onderzoek naar azolen en Aspergillus fumigatus. “De overheid heeft ons decennialang gestimuleerd om te gaan composteren en dat lijkt nu onder druk komen te staan.”

C O L O F ON

29 december 2020 De redactie werkt op basis van een redactiestatuut. Aan alle artikelen en rubrieken wordt de meest mogelijke zorg besteed. Uitgevers, redactie en medewerkers aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die direct en/of indirect kunnen voortvloeien uit de inhoud van artikelen en/of advertenties. De redactie houdt zich het recht voor om ingezonden brieven enmededelingen niet te plaatsen dan wel te wijzigen of in te korten. Overname van artikelen, berichten of fotografie is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie. Greenity is een voortzetting van het tijdschrift BloembollenVisie (2003-2017). BloembollenVisie ontstond uit een samenvoeging vanMarktVisie (CNB) en Bloembollencultuur (KAVB). REDACTIE Hans van der Lee (hoofdredacteur), Lilian Braakman, Arie Dwarswaard, Ellis Langen en Monique Ooms (vakredacteuren), André Leegwater (eind- en webredacteur) FOTOGRAFIE René Faas VORMGEVING Tine vanWel en Lianne van ’t Ende WEBSITE www.greenity.nl CONTACT Postbus 31 | 2160 AA Lisse | tel. 0252-431 431 | info@greenity.nl ADMINISTRATIE tel. 0252-431 200 | naw@cnb.nl REDACTIEADRES Heereweg 347 | 2161 CA Lisse ABONNEMENTEN Excl. btwper jaar:Nederland€275,–, Europa€295,–, buitenEuropa€325,– ADVERTENTIES Bureau Van Vliet bv | Postbus 20 | 2040 AA Zandvoort | tel. 023-5714745 | zandvoort@bureauvanvliet.com UITGEVERS KAVB en CNB ISSN 2589-4099

Vanwege de vele afgelastingen van evenementen door het coronavirus staat er in deze Greenity geen agenda. Op www.greenity.nl vindt u een actueel overzicht.

5

29 december 2020

BLIEP Duist SUCCESVOL VERWIJDERD

T wee jaar geleden schreef ik een overzichtsartikel over de knelpunten op het gebied van gewasbescherming in de bloembollensector. Kijkend naar de onkruidbestrij- ding was er toen al voor de teelt van lelie en gladiool geen voldoende dekkend pakket middelen meer beschikbaar en waren er ook geen alternatieven te verwachten. Pyramin stond op de nominatie om te verdwijnen, glyfosaat lag onder vuur.. Sindsdien is de situatie er niet beter op geworden. Sterker nog, er zijn nog meer middelen verdwenen, met als belangrijkste twee Reglone en Chloor IPC. Deze voor-opkomstmiddelen worden heel erg gemist, omdat daar eigenlijk geen vervangers voor zijn. Jan-Willem van der Meer van Agrifirm GMN en Thijs Wester van het Expertisecentrum Bloembollenteelt maken regelmatig de balans op als het gaat om de onkruidbestrijding, en zien de zorgen alleen maar toenemen. “Er komt niet veel meer beschikbaar aan nieuwe middelen”, aldus Van der Meer. “Was de onkruidbestrijding voorheen een abc’tje, nu is het

Vergroening is mooi, maar niet als dit betekent dat er steeds meer onkruid op het land staat. Met gangbare middelen wordt het steeds lastiger om onkruiden aan te pakken, maar wat zijn de alternatieven? Wat heeft techniek te bieden? Een perspectief.

Tekst: Arie Dwarswaard | Fotografie: Arie Dwarswaard, Odd.Bot



29 december 2020

echt een puzzel.” Onderzoeker Thijs Wester van het Exper- tisecentrum Bloembollenteelt heeft elk jaar wel een of meer middelen in onderzoek liggen uit die groep, maar garantie voor succes is er niet. “Tegenwoordig gaat veel via een KUG-toelating (Kleine Uitbreiding Gewasbeschermingsmiddelen, red.). Een middel heeft dan een toelating gekregen in een groot gewas als aardappel of graan, en krijgt dan op verzoek van een sector een KUG-toelating. Groot verschil met een reguliere toelating van een middel is dat er voor een KUG-toelating geen uitgebreid onderzoek nodig is naar bijvoorbeeld de gewasveiligheid. Het risico bij schade als gevolg van gebruik onder KUG-toelating ligt bij de kweker, vandaar dat deze bij problemen eerder bij de teeltadviseur aanklopt. Dit onderzoek is wel heel belangrijk en dat voeren wij daarom uit. Voor een reguliere toelating is de gewasveiligheid uitgebreid onderzocht en bij vermoeden van problemen als gevolg van toepassing wordt in dat geval vaak de fabrikant aansprakelijk gesteld.” Een KUG-toelating is vaak voor alle voorjaarsbloeiers behalve tulp, maar het ene bolgewas reageert anders op een middel dan het andere. Wester: “Wij zoeken dat uit, net als de dosering. De ene keer levert dat een uitbreiding op, de andere keer niet.” Van der Meer vult aan: “Een paar jaar geleden was er een middel via een KUG-toelating beschikbaar. In de teelt zag het er goed uit, maar in de afbroei kwam schade naar voren. Einde verhaal voor zo’n middel, maar je bent wel weer twee jaar verder.” “We kijken nu naar een pleksgewijze toepassing van een middel in lelie”, aldus Van der Meer. Het is een voorbeeld van de investeringen die het bedrijf doet om nieuwe onkruidmid- delen beschikbaar te krijgen voor de bollensector. “We hebben de afgelopen tien jaar zeker vijf middelen in voorjaarsbloeiers getest, waarvan een aantal keren met succes”, aldus Wester. PRECIEZER WERKEN Ook andere partijen werken aan het verkennen van een toe- komst, zoals de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL), waarvoor Corné Kempenaar de onderzoekscoördinator is. Binnen NPPL testen agrarisch ondernemers oplossingen uit om op andere manieren een goed resultaat te behalen. “Pre- ciezer werken is een belangrijke drijfveer voor de deelnemers. Economie speelt wel een rol, maar als iets meer kost dan het geeft, kan het ook nog wel op een ander vlak nut hebben.” De aanpak van onkruid is een belangrijk aspect binnen NPPL, waaraan dit jaar ook drie bloembollenbedrijven meedoen. Kempenaar: “Deelnemers doen bijvoorbeeld ervaring op met ‘spotspraying’. Daarbij maakt een camera die onder een drone hangt opnames van een perceel, waardoor te zien is waar bijvoorbeeld onkruidplekken zitten. Door de informatie te vertalen naar een spuitcomputer, wordt alleen op die plekken gespoten. Wat ook gebeurt: het eerst in kaart brengen van het organischestofgehalte van een perceel met een Verisscan en op basis daarvan bepalen hoeveel onkruidmiddel er wordt gespoten. Een hoger percentage organische stof vraagt meer middel dan een laag percentage. Alleen dat al levert deelne- mers een flinke besparing op. Sommige deelnemers kunnen met hun veldspuit zelfs per spuitdop doseren.” Ook binnen de PPS Duurzame beheersing van onkruiden staat het zoeken naar alternatieven centraal. Coördinator is Joris Roskam van Proeftuin Zwaagdijk. Behalve bollen doet de akkerbouw mee. Diverse sporen staan centraal: andere teeltsystemen of plantafstanden, mechanisatie zoals schoffe- len, afdekken van grond en alternatieve onkruidbestrijdings- middelen. Inmiddels is van deze sporen al een beeld, aldus Roskam. “Aanpassen van teeltsystemen kan in de suikerbie- tenteelt door de rijafstand te verkleinen van 50 cm naar 37,5

cm, in combinatie met een aangepaste zaaiafstand. De bieten worden kleiner, het suikergehalte echter hoger. Daarmee is de suikeropbrengst per hectare gelijk en er is significant minder onkruid. In de bloembollenteelt is zo’n aanpassing nog lastig. Wat het afdekken van grond betreft, daar gaan we na of je voorafgaand aan de lelieteelt een groenbemester kunt zaaien, die je mulcht voor het planten, waarna de bollen eronder worden geplant. Dat laat zeker een effect zien op de onkruid- ontwikkeling, al is het niet zaligmakend.” Inzet van schoffelapparatuur in de bollenteelt is zeker mo- gelijk, denkt Roskam. “Een teler vroeg zich af of hij niet kon gaan precisieschoffelen tussen de regels. Dat zijn we aan het onderzoeken door de regelafstand aan te passen, zonder daar- bij concessies te doen aan de maat en de sortering. Hierbij is machinefabrikant Steketee betrokken. Gewerkt gaat worden met een camera die bij opkomst exact de tulp in beeld brengt, waarna we een precisieschoffelkaart kunnen maken.” Over alternatieve middelen is Roskam kort: die zijn er wel, maar het zijn vooral afbrandmiddelen met vaak onvoldoende doding op grotere en wortelonkruiden en niet selectief voor het gewas. EXPERTGROEP Sinds afgelopen najaar is er een Expertgroep onkruid, die begin november bijeenkwam. Coördinator Effectief Middelenpakket Peter Smits van de KAVB kijkt terug op een geslaagde sessie. “Twaalf experts hebben gekeken wat er aan mogelijkheden is, resulterend in een roadmap met acties die mogelijk zijn om oplossingen voor de korte, middellange en lange termijn op te leveren. Op mechanisch terrein is er binnen de PPS Duurzame onkruidbeheersing ervaring opgedaan met wiedeggen in lelie. Afhankelijk van de cultivar lukte dat goed. Ook andere plant- verbanden en precisieplanten zijn genoemd. Vastgesteld is dat vooral de tussenfase in de teelt het lastigst is. Dan is het gewas

Hanenpoot

Vogelwikke

29 december 2020



29 december 2020

ructureel

nu bezig met een methode waarbij elk plantje wordt gedetec- teerd. Daarvoor hebben een box met kunstlicht waarin een camera hangt, zodat de lichtomstandigheden altijd gelijk zijn. Aan de robot hangt een grijper die jong onkruid een tik kan geven ofwel grotere onkruiden eruit plukt of uitlepelt. Op deze techniek hebben we patent aangevraagd.” Uniek is volgens Lukaart dat de robot ook onkruid in de rij kan verwijderen. Komend voorjaar gaan er pilots draaien met een aantal voorlopers in de akkerbouw. Om de robot zo goed mogelijk zijn werkt te laten doen, is de groeicyclus van veel onkruiden op beeld vastgelegd. “Op die manier kun je ervoor zorgen dat de robot zijn werk goed doet: niet alleen onkruid weghalen, maar ook de controle, zodat de robot zichzelf zo nodig nog kan corrigeren.” Lukaart is realistisch over de introductie in de praktijk. “Op dit moment zitten we op 70% detectie en 70% verwijderen, dus overall op 50%. De vraag is hoe ver we de robot moeten door- ontwikkelen, al denken we dat 80% realistisch is. Ergens zit het optimum tussen performance en prijs. Besef bij die 80% dat de robot elke week over het veld kan gaan. Het ultieme doel is dat de robot een kamilleplantje van een wortel kan onderscheiden. Voordat het zover is, zijn we drie tot vier jaar verder.” Lukaart merkt dat de land- en tuinbouw zeker interesse heeft in de richting van robotisering. “De lijst met beschikbare middelen wordt steeds korter, handwerk is niet motiverend en dat speelt ons in de kaart. Het verschil tussen gangbaar en biologisch wordt op het punt van de onkruidbestrijding steeds kleiner.” Net als John Huiberts is Lukaart duidelijk richting ondernemers. “Ga zelf kijken en nadenken. Wacht niet af. En kijk ook eens in andere sectoren.” Een ander initiatief in de robotica is de Robot One van Arend Koekkoek uit Almerk. Dit 3,5 meter brede apparaat functioneert in feite als een werktuigendrager, want hij kan verschillende taken uitvoeren, zoals onkruid wegschoffelen of afmaaien.

De Weed Whacker

fie: Odd.bot

nog relatief open en kan onkruid zijn kans grijpen. Misschien is precisieschoffelen of ruggenteelt ook een oplossing.” En wat als je biologisch bloembollen teelt, zoals John Hui- berts? Hij heeft al zeven jaar ervaring met onkruidbestrijding. Hij past bokashi toe in plaats van stro als afdekmiddel. “In stro zit altijd veel onkruidzaad. Wat je niet op je land brengt, hoef je ook niet te bestrijden. Onkruid houdt niet van de licht zurende werking van bokashi.” Robot vernietigt onkruid Daarnaast plant hij zijn bollen onder een groenbemester. De groene massa van de groenbemester bewerkt hij met een aangedreven schijveneg. Huiberts heeft hiervoor een machine ontworpen, de JBM Mulcher, waardoor een mulchlaag ont- staat. “Die werkt net als een bladlaag in het bos. Daar groeit ook geen onkruid onder. Wij doen dit vlak voor opkomst, waardoor het onkruid goed wordt tegengehouden. Mulchen is beter dan rogge doodspuiten met glyfosaat. Dat middel dringt de grond in, waar het schade kan doen aan het bolgewas.” Onkruid vraagt wat Huiberts betreft ook om een andere kijk van de ondernemer. “Accepteer maar dat het nooit meer zo schoon wordt als dat het was. Daarbij mag je je afvragen wat schoon is voor de bodem. Is schoon zonder onkruid of is schoon zonder chemische middelen?” “Later onderzoeken we of het boren n vermorzele van het onkruid de beste oplossing is. Daar a gaan we kijken wat de robot mag kosten en of dat haalbaar is. Om het renda- bel te houden, willen we de Weed Whacker multi-inzetbaar maken. Daarom gaan we de robot modulair Hij benadrukt dat zijn kennis van nu is gebaseerd op zeven jaar ervaring. “De eerste jaren dat ik biologisch teelde, was onkruid echt een probleem. Nu heb ik genoeg mogelijkheden om er goed mee om te gaan. Wat een ondernemer ook kiest, ga in ieder geval aan de gang.” DINO EN WEED WHACKER De laatste paar jaar komt de robot als alternatief steeds na- drukkelijker in beeld. Verschillende machines zijn uitgebreid getest. De eerste is de Dino, die in 2020 vanuit NPPL is getest bij slateler Pater-Broersen in Wamenhuizen. “IJsbergsla leent zich goed als testgewas”, aldus Corné Kempenaar. “Deze robot kan in de rij en russen de rij schoffelen. De robot heeft een geladen geheugen met beelden van onkruiden en daar komen tijdens het werk steeds meer beelden bij. Hoe meer beelden, hoe beter Dino zijn werk kan doen.” Voordat de robot aan het werk kon, moest hij worden geka- libreerd. “Dat is een uur werk. Dat klinkt lang, maar daarna haalde hij wel 90% van het onkruid eruit en maakte hij geen fouten. Misschien moeten we dit wel als gegeven beschouwen. Accepteer dat uur als feit. Daarna kan de robot onafgebroken zijn werk doen.” Vorig jaar werd ook de Weed Whacker van Odd.bot geïntro- duceerd. Een lichtgewicht apparaat dat rijdend over het land onkruiden herkent en weghaalt. Sinds de introductie van de Weed Whacker zijn de ontwikkelingen doorgegaan. Martijn Lukaart: “Het model uit 2019 is al weer verleden tijd. We zijn 28 februari 2019 zet kan worden.” De Weed Whacker wordt later dit jaar getest op het land. Voor deze proef hebben zich ook al bollentelers aangemeld. RENDABEL HOUDEN De focus ligt nu p software. opbouwen. Zo kan deze later ge- bruikt worden om ziektes te detec- teren of bodemmonsters te nemen.” De belangstelling voor de Weed Whacker is nu al groot. “Maar gaat hij doen wat we verwachten? Dat is nu de belangrijkste vraag voor mij.” Telers die geïnteresseerd zijn kun- nen zich aanmelden via de website. De startup zoekt naast financiering ook partners om het product na het testen te kunnen doorontwikkelen.

was heen dit ver-

de Weed

uitvoe- nden van van Odd. ntstaan na European s) en ge- se Unie. die techni- melt, waar- mogelijke n. Esmera erken met ng. cht een de chemi- middelen, oneels- t. “Daar uit. Het e TU ten van bben vijf gewerkt.” OENTE driewieler kilo en m. Omdat is op di- wortel, ereik twee e versie het belang- niveau

krijgen. De robot werkt op basis van patroonherkenning. Dat houdt in dat de camera het gewas ziet in afstand en regelmaat. Wat niet aan dat beeld voldoet, wordt bestempeld als onkruid en verwijderd. Dit is een eerste basale stap. Het algoritme moet nog v rder getraind worden om de robot slimmer te m ken.” OPPERVLAKKIG ONKRUID Tot dusver is het apparaat alleen nog in een lab getest. In theorie werkt de robot, maar er moet nog gekeken worden hoe hij de beelden interpreteert. “We testen nu de Weed Whacker om te bepalen of de robot functioneert en of de uitvoe- ring haalbaar is. De volgende stap is de functionaliteit demonstreren.” Het idee is gericht op het verwijde- ren van oppervlakkig onkruid op zandgronden. Het is te v oeg om te zeggen at de robot werkt, maar het is wel waarschijnlijk volgens Lukaart. “Ik verwacht dat hij uitein- delijk ook in andere gewassen inge-

28 februari 2019

19

28 februari 2019

22-02-19 09:42

Klein kruiskruid

8

29 december 2020

Rijksstraatweg 56a 2171 AM Sassenheim

tel: 0252-222580 info@helmus.nl www.helmus.nl

S c h o k s o r t e e r m a c h i n e

Spoelen voor kwekerij en exportschoon van alle bollen, knollen en (vaste) planten.

Warmwaterbehandelen (koken) met of zonder ECA water van o.a. Allium, Amaryllis, Crocus, Iris, Narcis, Tulp, Aconitum, Astilbe, Hosta, Pioen en vele andere produkten. Behandelingen voeren wij uit volgens richtlijnen van de BKD inclusief behandelingscertificaat en wij hebben veel ervaring met behandelingen ‘op maat’.

Compact Eenvoudig in te stellen Snel schoon te maken Brede doorvoer- en afvoerbanden Onderhoudsvriendelijk Opgebouwd uit losse units Gestuurde elektrische magneten Unieke compacte aandrijving

Total Systems BV Industrieweg 31 • NL-1775 PV Middenmeer T +31 (0)227 501 211 E info@totalsystems.nl

www. totalsystems.nl

greenity-helmus 190305.indd 1

15-10-19 11:24

I N G E S P R E K

29 december 2020

29 december 2020

10

29 december 2020

‘Grotere schaal is nodig voor professionalisering’

John Deere-dealer Kraakman neemt al jaren collega-dealers over. Dit jaar zijn Vervaet, Stehouwer en Staadegaard overgenomen, waardoor het bedrijf nu bestaat uit zestien vestigingen. In het verleden werd de naam aangepast na een overname. Zo heette het bedrijf eerder al Kraakman Perfors en Kraakman Reyneveld. Directeur Lex Zandbergen laat weten dat het sinds oktober klaar is met de naamsveranderingen. Het is en blijft nu Kraakman, ook bij een volgende overname.

Lex Zandbergen DIRECTEUR KRAAKMAN

Sinds 1 januari 2018 is Lex Zandbergen (48 jaar) directeur bij Kraakman. Hiervoor was hij jarenlang directeur van dealerschappen. Hij werkte voor vrachtwagenmerken als Daf en Volvo in binnen- en buitenland. Zandber- gen heeft in Rusland en Zweden gewoond. Nu woont hij weer in Limmen, waar hij ook is opgegroeid. De samenvoeging van dealers heeft hij al mee- gemaakt in de vrachtwagenindustrie. Deze industrie loopt qua organisatie en schaalvergroting voor op dealers in de landbouwmechanisatie.

Tekst: Lilian Braakman | Fotografie: René Faas

Wat verandert er voor de klanten na de overnames? “Voor klanten verandert er niks. Alle medewerkers zijn gebleven, net als het lokale management. Iedere regio heeft zijn eigen cultuur en dat willen we bewaren. Wij facili- teren van hogerhand, zo zorgen we er bijvoorbeeld voor dat iedereen de juiste kennis heeft en dat onderdelen op voorraad zijn, maar lokaal worden zaken gedaan. Klanten hoeven zich geen zorgen te maken dat we een ‘line-dealer’ worden. Naast John Deere verkopen wij allerlei andere mer- ken. Sterker nog, meer dan de helft van de omzet komt niet van John Deere. In ons portofolio zitten meer dan zeventig merken die wij vertegenwoordigen, zoals haspels van AP Machinebouw, AVR, Beco, Schuitemaker en Veenhuis, Avant, Kramer, Volvo, Ducker, Tebbe, Sulky, Giant, Still-heftrucks, Stihl-tuingereedschap en nog veel meer. De merken die we verkopen zijn per vestiging verschillend. Zolang ze niet al te veel conflicteren met John Deere-machines, is het geen probleem.” Na de overnames van dit jaar zijn er nog twee John Deere-dealers over: Geert-Jan de Kok en GroeNoord. En nu? Wat is jullie dealerstrategie? “De transitie van meer dealers naar één dealer per land heb ik zo’n twintig jaar terug al meegemaakt in de vrachtwagen- industrie. Nu is deze transitie gaande in de landbouwmecha-

nisatie. Dealers moeten groter om voor te blijven in profes- sionaliteit en service aan de klanten. Dat kan niet meer als kleine zelfstandige dealer. Die kunnen alleen overleven in een nichemarkt. Grote merken moeten dealers samenvoe- gen. Deze strategie is vanuit John Deere ingegeven. ‘Dealer of Tomorrow’ is in Amerika twintig jaar terug ingezet en daar zagen ze het aandeel John Deere enorm toenemen door de verdere professionalisering. Nu wordt deze strategie in Europa uitgerold. Alle kleinere landen gaan terug naar een of twee dealers. Alleen wat grotere landen, zoals Frankrijk, Duitsland, Spanje en Engeland, hebben nu nog meerdere dealers. Die gaan ook terug naar minder dealers met meer vestigingen. De kans is reëel dat het in Nederland ook zo gaat. Dat kan en mag van de ACM (Autoriteit Consument & Markt, red.). In Nederland zijn er vanuit John Deere twee licenties: landbouw en tuin en park. De licentie landbouw hebben de twee andere dealers ook. Maar tuin en park heb- ben wij alleen samen met GroeNoord. Onder deze licentie vallen onder andere kleinere compacttrekkers, golfmachines en professionele grasmaaiers. John Deere stelt uiteraard doelstellingen. Een eis is een omzet van minimaal 100 mil- joen draaien om mee te kunnen. De familie Kat (mede-eige- naar Detailresult Group, red.) is eigenaar van Kraakman en heeft die handschoen opgepakt. Met onze zestien vestigin- gen voldoen we aan de doelstellingen en eisen.”

29 december 2020

11

29 december 2020

I N G E S P R E K

Hoe komt een supermarkteigenaar aan een dealerbedrijf zoals Kraakman? “De broers Jan en Siem Kat hebben een agrarische achter- grond en een voorliefde voor de sector. Ze hebben beiden in Wageningen gestudeerd en bezitten twee boerderijen. Destijds ging Siem naar de John Deere-dealer Kraakman in Zuidoostbeemster. In plaats van met een trekker, kwam hij met een dealerbedrijf thuis.” Wat is de invloed van de familie Kat? “De familie is niet direct betrokken bij de bedrijfsvoering. Het is een prettige familie om voor te werken. De lijnen zijn kort, ze zijn open qua communicatie en ze kunnen snel beslissen. De familie Kat is geen private equity-bedrijf maar een echt familiebedrijf. Ze denken na over de lange termijn en hebben nog nooit een bedrijf verkocht. De familie wil het bedrijf waarin ze investeren ontwikkelen. Ze geven mij de ruimte om beslissingen te maken. Zo was het mijn keuze om de naam Kraakman te behouden. Dat is een gevestigde naam in deze branche.” Hoe zit het met de invloed van John Deere? “Natuurlijk hebben we met John Deere afspraken over de omzet en verkoopaantallen en zijn er doelen gesteld, maar we krijgen er ook veel voor terug. Het is een stabiele en sterke organisatie die vooroploopt in innovatie en techniek. Dat mogen wij verkopen. De klant heeft van John Deere een hoge verwachting qua service en onderhoud. Dat vertrou- wen mogen we niet beschamen. De weg van schaalvergro- ting die wij hebben ingezet, is dezelfde als die van onze klant. Wij willen meegroeien met de klant. Die kan zich in drukke periodes geen stilstand permitteren. Dan moeten wij klaarstaan voor de klant. Als je maar twee monteurs hebt, zoals soms bij kleinere dealers, dan is dat lastig. Klanten hebben een voorliefde voor een bepaald merk. Als de ver- wachting of service niet meer aansluit bij de wensen, zal de klant overstappen. Het is er ons dus alles aan gelegen om de klant tevreden te houden. Daarbij hoort voldoende voorraad in huis hebben en de kennis van verkopers en monteurs op niveau houden. Niet alleen van John Deere-machines, maar ook van de andere merken uit ons portfolio.” Goed en kundig personeel vinden in de agrarische sector is lastig. Hoe komen jullie aan personeel met de juiste kennis? “Wij zijn helemaal up en running, maar nieuw personeel is altijd welkom. We gaan volgend jaar van start met de Kraakman-academie. Daar kunnen jonge BBL’er (Beroepsbe- geleidende Leerweg, een combinatie van werken en leren, red.) uit hun derde of vierde leerjaar bij ons aan de slag en certificaten halen. Mensen die zich willen omscholen van buiten de sector zijn ook welkom. Daarnaast gaan we via de academie trainingen geven aan onze medewerkers. Het werk wordt steeds specialistischer en daarom is blijven leren belangrijk. Het is te merken aan de werkplaats, die wordt platgebeld met vragen door bijvoorbeeld loonwerkers die zelf onderhoud plegen aan hun trekker.” Zijn alle problemen ondanks de kennis makkelijk op te lossen? “Dealer zijn van John Deere brengt op dit gebied ook voor- delen mee voor onze monteurs en uiteindelijk onze klanten. Wereldwijd worden alle problemen genoteerd en opgelost. Is er een probleem, dan voert de monteur dat in en wordt er vanuit John Deere indien nodig meegezocht naar een oplos- sing uit alle beschikbare data. Dit is een 24-uurs systeem. Zo krijgen monteurs ook in de avond en in het weekend hulp. Door dit systeem kan John Deere snel producten verbeteren

‘In plaats van met een trekker, kwam Siem Kat met een dealerbedrijf thuis’

en problemen oplossen. Monteurs helpen elkaar wereldwijd. Wij hebben zelf 130 monteurs in dienst. Er is altijd wel iemand die het probleem al heeft verholpen of specialist is. Eén trekker verkopen is één ding, maar met een goede aftersales verkoop je ook een tweede. We proberen de klant tevreden te houden met snelle hulp en service.” Trekkers leasen is in opkomst. Wat zijn de voordelen van leasen en hoeveel komt het voor bij jullie? “Zo’n 90 procent is lease. Dat was een verrassing voor mij. In de trucks duurde deze verschuiving van koop naar lease veel langer. Voorheen was het bijna alleen financial lease, maar operational lease is nu in opkomst. Dat is ‘off balance’ en financial lease staat met de aanschafwaarde op de balans. Daarnaast zijn de maandlasten bij operational lease lager en zijn ondernemers flexibeler. De klant leaset de trekker voor een periode en aantal draaiuren en kan daarna een nieuw contract afsluiten. Bij financial lease is de trekker uiteinde- lijk van de klant. Lease is een manier om snel te investeren in vernieuwing. De contracten zijn doorgaans full operati- onal. Dat betekent inclusief onderhouds- en reparatiekos- ten. De focus van klanten ligt steeds meer op de kosten per draaiuur. Ze willen geen fluctuatie in onkosten door reparatie of onderhoud. Daarom wordt er veelal gewerkt met onderhoudscontracten. Reparatie en onderhoud worden meegenomen in het businessplan. Zo weet de ondernemer precies waar hij aan toe is.”

12

29 december 2020

C O L UMN

It giet oan!

Emiel van Tongerlo — Verkoper Zabo Plant Emiel@zaboplant.nl

2020 zou in alle opzichten een prachtjaar worden. Voor het gevoel is het helaas alweer (te) lang geleden dat we in het voetbalstadion juichten en tijdens de lokale kermis elkaar in de oren schreeuwden. Dat we in Brabant de polonaise liepen en massaal met het gehe- le dorp naar de Oostenrijkse sneeuw afreis- den. Sinds afgelopen voorjaar worden we in een wurggreep van onzekerheid gehouden. Sociaal is het een donkere periode. Wie had een jaar geleden kunnen voorspellen dat we nu met mondkapjes rondlopen en stiekem een voorraadje toiletpapier inslaan? Wie had er ooit van de stad Wuhan gehoord? De deur naar een bijzonder nieuw jaar staat op een kier. It giet oan! Laten we vooral voor- uitkijken en niet te veel achterom. 2021, het jaar van de flexibiliteit. Zonder elkaar te kun- nen ontmoeten, is de handel ondanks flinke pieken en dalen gelukkig grotendeels doorge- gaan. Maar wanneer binnenkort zelfs de bol- lenreizigers, als essentiële beroepsgroep, aan bod zijn geweest voor een prik, dan staat niets ons meer in de weg... Nadat we allen een fijne injectie hebben ontvangen, kunnen we einde- lijk weer pionieren. Wereldwijd zullen we door onze relaties met open armen worden ontvan- gen. We zijn onderweg! Men kan de borst al- vast natmaken. We hebben ons een jaar lang kunnen beraden op nieuwe ideeën, noviteiten en technologieën waarmee we de mondiale bloemensector weer van nieuwe impulsen kun- nen voorzien. We staan te popelen om weer bij onze Nationale blauwe trots in te stappen en naar alle uithoeken van de aarde te vliegen. Geen brug te ver, geen zee te hoog. See you soon, hasta pronto, ato de, Zàijiàn! Dit was mijn laatste bijdrage als columnist in dit blad. Dank aan u als trouwe lezer en aan iedereen die eerder een reactie heeft gegeven.

29 december 2020

29 december 2020

29 december 2020

13

29 december 2020

Van steeksleutel naar laptop

In de mechanisatiebranche komt de focus meer te liggen op mechatronica, terwijl tegelijkertijd behoefte blijft aan constructiewerk. Werkgevers hebben behoefte aan allround personeel. Hoe speelt het onderwijs daarop in?

Tekst: Monique Ooms | Fotografie: René Faas

D e instroom in het techniekon- derwijs is de laatste jaren zo’n 7 tot 8 procent gegroeid. Hans Quint van Fedecom, de bran- chevereniging voor mechanisatietech- niek, heeft daar wel een verklaring voor. “Behalve dat de sector vaker in beeld is, zie je ook een verschuiving in de techniek. Automatisering en robotisering worden steeds belangrijker, daar komt de jeugd op af.” Via Tech in Motion, een landelijk platform voor opleidingen in de mobiele techniek, werken onderwijs, bedrijfsleven en brancheorganisaties samen om invul- ling te geven aan kwaliteitsonderwijs op (v)mbo-niveau. “Door middel van nieu- we leermiddelen en moderne machines proberen we de opleidingen te verbeteren. Ook werken we aan positieve beeldvor- ming rond de opleidingen, door toekom- stige studenten te laten zien waarom tech- niek en technologie zo uitdagend zijn.” De branche heeft vooral behoefte aan

‘leergierige studenten’, stelt Quint. “Je moet bereid zijn om te leren en te blijven leren. Dit vakgebied is permanent in ontwikkeling, er is altijd iets nieuws om je in te verdiepen.” Bovendien moet je meer kunnen dan sleutelen, of dat nou met een steeksleutel of een laptop is. “Klanten stellen hoge eisen, ze verwachten dat jij goed kunt uitleggen wat je doet, hoe en waarom. Communicatie wordt steeds be- langrijker, als monteur ben jij de ambassa- deur van het bedrijf. Daarbij moet je goed kunnen samenwerken, met de klant en je collega’s.” De aansluiting tussen onder- wijs en bedrijfsleven ‘kan nog wat beter’, vindt Quint. “Ik ben een voorstander van ‘hybride docenten’, ervaren monteurs die gastlessen geven. Zij spreken vanuit de praktijk, vaak met passie voor hun vak. Een perfecte combinatie als je kennis wilt overdragen en leerlingen enthousiast wilt maken.” Mechanisatiebedrijf Hogervorst uit

Noordwijkerhout heeft 34 medewerkers in dienst, waarvan zestien monteurs. “Landbouwmachines worden steeds com- plexer. Je hebt te maken met computers, elektronica, sensoren, gps en hydraulische functies. Je kunt tegenwoordig inbellen bij een klant en met hem meekijken wat de machine doet. Tegelijkertijd blijft ook de mechanische kant van het vak bestaan. Dus hebben we behoefte aan allround medewerkers die deze afwisseling leuk vinden”, verwoordt mede-eigenaar Erik Hogervorst. “Als je van een vooraf geplan- de werkdag houdt, moet je niet bij ons komen werken. Gaat een machine stuk, dan moeten wij dat snel oplossen om te voorkomen dat het de klant veel geld kost.” Behalve technische kennis, zijn ook houding en gedrag steeds belangrijker, ervaart Hogervorst. “Je moet goed uitleg kunnen geven, heel servicegevoelig zijn en je flexibel opstellen.” ZELF OPLEIDEN Hogervorst vindt zijn nieuwe medewer- kers vaak via de opleidingen. “Ze lopen hier stage en komen daarna in dienst. Vervolgens leiden we de mensen verder op in het bedrijf.” Goede opleidingen zijn essentieel, vindt Hogervorst. “Wij zijn blij met de komst van de opleiding monteur mobiele werktuigen en het aanbod dat Fedecom organiseert via de Fedecom Academy. Daarmee kunnen leerlingen een goede basis leggen. Belangrijk is dat niet alleen de technische kennis wordt aangereikt, maar bijvoorbeeld ook: hoe organiseer je je werk, en hoe zoek je een storing?” Naast opleidingen via de onderwijsin- stellingen, volgen zijn medewerkers ook opleidingen die door fabrikanten worden georganiseerd om nieuwe machines te

14

29 december 2020

Sander Witte: “Ik wilde niet te snel specialiseren. Hier worden we breed opgeleid.”

leren kennen. “Er is een continue stroom van vernieuwing en het wordt steeds lastiger om die ook technisch te kunnen ondersteunen. Innovatie is mooi, maar je kunt ook slachtoffer worden van je eigen succes.” Branko Domburg is docent aan de opleiding Monteur Mobiele Werktuigen van het Clusius College. Hij ziet al enige tijd de verschuiving richting elektronica en hydrauliek. Ook de introductie van het CAN-bussysteem (Controller Area Network), dat als het ware de computer is van een machine, heeft hierin een rol gespeeld. Via dit systeem communiceren alle onderdelen met elkaar. “De focus ver- schuift meer naar regeltechniek. Blijkbaar spreekt dat veel jongeren aan, want de afgelopen twee jaar is de instroom met veertig nieuwe aanmeldingen gegroeid.” Dit leidt tot aanpassingen in het onder- wijsaanbod. “We zijn bezig om niveau 4 op te zetten, waarbij we dieper ingaan op technologie, studenten leren hoe ze een diagnose moeten stellen en meer leren over zaken als dieseltechniek en hydrau- liek. Dat willen we volgend schooljaar aanbieden.” De school is ook aangesloten bij Tech in Motion. “Via dat platform blijven wij aangesloten bij nieuwe ontwik- kelingen.” MODULES COMBINEREN Op de Techniek Campus van het ROC Kop van Noord-Holland in Den Helder is René Bregman coördinator van de BOL- en BBL-opleidingen niveau 2 en 3 op het gebied van constructie, elektronica en mechatronica. “Sinds twee jaar geven wij les in modules die studenten kunnen com- bineren, passend bij hun wensberoep. Zo kun je kiezen voor de combinatie elektro

‘Communicatie wordt steeds belangrijker, als monteur ben jij de ambassadeur van het bedrijf ’

en de module metaal. Op die manier kun- nen we onze studenten zo breed mogelijk opleiden, aansluitend bij de vraag naar allround personeel.” Het vak van monteur wordt steeds digita- ler, erkent hij. Ook andere competenties worden gevraagd. “Je moet over sociale vaardigheden beschikken, kunnen samen- werken en communiceren. Daar besteden we dan ook aandacht aan. Bij het vak Ne- derlands leren de studenten gesprekken te voeren, de telefoon aan te nemen en een behoorlijke mail te schrijven.” Dat maakt dat de school andere studenten aantrekt dan voorheen. “Vroeger kregen we hier vooral de echte techneuten die dingen wilden maken; slijpen, lassen en bouwen. Nu de techniek verfijnder wordt, veran- deren ook de studenten. Ze hebben een andere interesse en zijn zeer betrokken en gemotiveerd.” Sander Witte is 19 jaar en volgt de BOL-op- leiding eerste monteur mechatronica bij de Techniek Campus. “Ik kom hier om een vak te leren en ben hier niet omdat het moet. Zo worden we ook benaderd door de docenten, heel volwassen, ze laten ons veel zelfstandig werken.” Het projectmatig werken bevalt hem. “Voor ons volgende

29 december 2020 als je voor techniek kiest, ben je verze- kerd van een baan. Quint: “Er zijn altijd vacatures.” PROMOTIE Bregman benadrukt dat goede promotie voor de opleidingen van belang is om ook voor de toekomst voldoende vakbekwame medewerkers te kunnen afleveren. “We moeten techniek aantrekkelijk maken. Wij gaan naar beroepenmarkten en halen middelbare scholen hiernaartoe om een dag mee te lopen op school. We willen ze het juiste perspectief bieden: dit kun je allemaal worden als je kiest voor een tech- nische opleiding. De laatste tijd richten we ons daarbij ook op basisscholen. Als je bij die leeftijdsgroep al de interesse voor techniek weet te wekken, heb je kans dat ze later ook die richting op gaan.” Over één ding zijn alle geïnterviewden het eens: project gaan we een besturingsunit ma- ken. Dat zijn leuke dingen om te doen.” Ook het praktische van de opleiding past hem goed. “Ik leer niet zo goed uit boeken, maar vooral door te doen. Deze opleiding is heel praktisch. Ook tijdens mijn stages heb ik veel geleerd. Ik heb al een shovel in elkaar gezet, heel gaaf.”

15

29 december 2020

Menno Timmer: “Samenwerken is

elkaar vertrouwen en elkaar wat gunnen.”

Samsam een machinepark is schaars Het is zo oud als de weg naar Rome. Samen machines en werktuigen kopen en die gebruiken om kosten te besparen. In hoeverre is dit verstandig en gebeurt het nog? Zelf financieren staat immers gelijk aan onaankelijk zijn, en dat trekt een ondernemer het meest, zo is wel duidelijk.

I n de bollensector lijkt machines en werktuigen samen hebben steeds minder vaak voor te komen. Althans, dat is de indruk van Flynth en de Rabo- bank. Maar zeker weten doen ze het niet. Hans Tesselaar, bedrijfsadviseur bij Flynth, vermoedt dat het door de schaalvergroting afneemt. “Het delen komt vanwege de planning beroerd uit en dus kopen ze liever zelf machines óf laten het werk door een loonwerker doen.” Dit geldt zeker voor planten, rooien en spuiten. De machines hiervoor gaan vaak gelijktijdig het land op, omdat het moment van deze werkzaamheden nauw luistert. Jord Noom, accountmanager bij de Rabobank in Noord-Holland, kent geen voorbeelden van samenwer- kingen waarbij kwekers of broeiers samen zaken kopen. Het wordt door schaalvergroting eerder rendabel zelf machines aan te schaffen. Wat wel veel gebeurt, is dat kwekers bepaalde werkzaamheden voor elkaar uit- voeren en dat ‘uitruilen’. Tesselaar: “Bijvoorbeeld dat de een de bollen droogt en de ander het strodekken voor zijn rekening neemt. Dit zijn vaak wederkerige afspraken die al jarenlang lopen. Dat gaat met gesloten beurs, zolang het geen effect heeft op de BTW.” Ook gebeurt het wel dat een kweker betaald machinaal werk uitvoert bij een andere kweker of tegen betaling een machine verhuurt. Noom: “Een ander gewoon eens helpen, komt natuurlijk ook voor.” Zowel Tesselaar als Noom vindt dat er best meer ma- chines samen gekocht kunnen worden. “Bollentelers zouden sowieso meer moeten nadenken over samen- werking om te zorgen voor een acceptabele kostprijs”, aldus Tesselaar. “Het is belachelijk een machine te

Tekst: Ellis langen | Fotografie: René Faas



29 december 2020

29 december 2020 Jorchy Pollemans, Agrarisch Specialist bij de Rabo Lease en landelijk in alle agrarische sectoren actief, weet dat er in de akkerbouw en veehouderij enkele werktuigbouw- coöperaties bestaan. Agrariërs richten dit bedrijf op en zij huren de door de coöperatie aangeschafte machines. Leden treden vooral toe vanwege de schaalvergroting. Pollemans: “Op een gegeven moment worden de arealen zo groot dat ze moeten opschalen in machinepark. Dat kan alleen maar als ze dit met meer doen of je moet op je eigen areaal een machine rendabel kunnen maken.” Pollemans kan niet verklaren waarom dit soort werk- tuigcoöperaties in de bollensector niet te vinden zijn. Wellicht heeft het ermee te maken dat machines in de bollensector vaak specialistisch zijn, voor één gewas bruikbaar, met uitzondering van trekkers en machines voor grondbewerking. Daarnaast is voor een bollenkwe- ker de bol vaak het enige product dat hij plant en oogst en dus is de afhankelijkheid van dit gewas honderd procent. Pollemans: “Ze willen onafhankelijk zijn en op elk moment de machine kunnen gebruiken voor de eigen teelt en nemen het suboptimale rendement van de machine voor lief.” Rabobank in onder andere de Bollenstreek, heeft 35 jaar ervaring, maar heeft in al die jaren in de bollensector slechts twee voorbeelden gezien van gezamenlijk gebruik van machines. In beide gevallen betrof het een samen- werkingsmaatschap met gemeenschappelijk eigendom en een aparte administratie voor kosten- en batenverre- kening al naar gelang het gebruik. “De laatste samenwer- king werd al zo’n twintig jaar geleden opgeheven. Rede- nen waren onder andere de wens op hetzelfde moment de machines te gebruiken, wijziging in de schaalomvang waardoor er andere afwegingen werden gemaakt, het rendement op de machines was ontoereikend of het rendement van de deelnemers was niet toereikend voor verdere samenwerking. Ook waren er verschillende me- ningen over de prioritering en noodzaak van de aanschaf van machines.” tijdstippen minder nauw.” Ook heeft Timmer een eigen kopmachine. Tesselaar raadt gezamenlijke investeringen in het machi- nepark zeker niet af. “Want waarom zou je niet gebruik- maken van zaken waarmee je kunt besparen?” Maar hij zegt er wel bij: ‘Bezint eer ge begint’. Er kan makkelijk wrevel ontstaan over wie er wanneer gebruik van mag maken en ook gekibbel als er dingen kapotgaan. Daarom moeten er goede afspraken gemaakt worden over onder andere werkbare dagen en hoe om te gaan met zaken als onderhoudskosten, verzekeringen en stalling. Tesselaar weet tegelijkertijd dat gebruikersafspraken moeilijk in een juridisch vat zijn te gieten. “Zie maar eens af te spre- ken wat een werkbare dag is…” Timmer heeft niets op papier vastgelegd. Alles met een schaartje knippen, wil hij niet. “Samenwerken is elkaar vertrouwen en elkaar wat gunnen.” Van de gezamen- lijk aangeschafte machines betaalt ieder een derde en ook verzekeringen, onderhoudskosten en reparaties worden zo gedeeld. “Als iemand iets stuk rijdt, betaalt diegene het wel zelf.” Samen machines en werktuigen hebben, scheelt hem veel ruimte in de gebouwen en op het erf. De Texelse kwekers hebben afgesproken dat de laatste gebruiker de machine stalt. Hoeveel kosten de bollenkweker bespaart met de samenwerking en in hoeverre hij zijn kostprijs ermee verlaagt, heeft hij nooit berekend. “Het is gewoon prettig niet te vaak de loonwerker te hoeven bellen.” TWEE SAMENWERKINGEN Piet Dijkzeul, accountmanager Grootzakelijk bij de

kopen van 20.000 euro die je maar vier dagen in het jaar nodig hebt. Dit komt helaas veel voor.” De bedrijfs- adviseur ziet soms bedrijven ‘omvallen’ doordat ze allerlei dure machines hebben gekocht. Hij vindt dat met name kleinere kwekers of bijvoorbeeld contract- telers van lelies vaker kunnen nadenken over samen investeringen doen. ‘SAMEN KOOP JE MEER’ Menno Timmer, bollenkweker op Texel, heeft met verschillende kwekers die in de buurt bollen telen een aantal machines en werktuigen gekocht. Hij somt op: “Een kraan, een krukas-spitter, een breedstrooier, een fronthakselaar, een kunstmeststrooier, een mestwagen, een ethyleenmeter, een compostrooier en een dekmachi- ne. Machines die ik per jaar niet veel uren gebruik. Dan kun je beter in de kosten delen, dan het uitbesteden aan een loonwerker”, redeneert hij. Bovendien heeft hij jaar- lijks ‘een bepaald budget’ om aan machines en werktui- gen te besteden. Het verlanglijstje is echter altijd groter. “Samen koop je drie machines, in je eentje maar één.” Samen investeren biedt ook de mogelijkheid om het nieuwste van het nieuwste aan te schaffen. “Met moder- nere machines hoop je ook op het juiste tijdstip beter werk te kunnen leveren.” Ook nieuwe ontwikkelingen, zoals niet-kerende grondbewerking, vraagt bij Timmer om uitbreiding van het machinepark. Vorig jaar kocht hij wel zelf een oudere rooier en plantmachine in plaats van een loonwerker in te schakelen. “Als je een groei- end bedrijf hebt, is het niet handig die samen te kopen. Bij tulpen komt het soms op een dag aan. Dan wil je elk moment aan de slag kunnen. Bij lelies komen de

17

29 december 2020

Page 1 Page 2 Page 3 Page 4 Page 5 Page 6 Page 7 Page 8 Page 9 Page 10 Page 11 Page 12 Page 13 Page 14 Page 15 Page 16 Page 17 Page 18 Page 19 Page 20 Page 21 Page 22 Page 23 Page 24 Page 25 Page 26 Page 27 Page 28 Page 29 Page 30 Page 31 Page 32 Page 33 Page 34 Page 35 Page 36 Page 37 Page 38 Page 39 Page 40 Page 41 Page 42 Page 43 Page 44 Page 45 Page 46 Page 47 Page 48 Page 49 Page 50 Page 51 Page 52 Page 53 Page 54 Page 55 Page 56 Page 57 Page 58 Page 59 Page 60

Made with FlippingBook Online newsletter