Greenity 76

25 september 2020

12 Van Schie verwacht veel van Roselilys

Export 16 Grote verschillen droogverkoop en broeierij

20 Haspelonderhoud in vijf stappen

40 Farmacie kan meer uit planten halen



van

arie@almano.info

Beh inclu

greenity-helmus 19

greenity-agropartners 190110.indd 1

10-01-19 13:54

Bezoekadres Industrieterrein ‘Kooypunt’ Takelaarsweg 2-8 1786 PR Den Helder

Advies Voor iedere situatie op maat. Kennis van beluchting en product. Ontwerp van installaties.

Systemen en units Drogen en/of bewaren Hoogwaardige uitvoerin Innovatief en energiebespa

Ventilatoren Klima ventilatoren. Gelijkstroomventilatoren. G t

adv.pag G62.indd 59 8 28

I NHO U D

12 Roselily is blijvertje Martin van Schie gelooft heilig in de potentie van de Roselily.

20 Onderhoud haspel Kraakman toont vijf onderdelen van de haspel die jaarlijks onderhoud behoeven.

26 Hobaho Lelieweek Het thema van de Hobaho Lelieweek was de veranderende markt voor bloembollen.

In dit nummer 10  Prinsjesdag: beter, eerlijker en duurzamer uit de crisis 12  ‘Roselilys zijn een blijvertje’ 16  Grote verschillen in effecten van corona bij de export 20  Vijf tips voor onderhoud haspels 26  Lelieweek Hobaho: bloembol blijft populair, markt verandert 29  Van Dooren Transport: ‘We denken, doen en zijn bollen’ 32  In memoriam Wim Lemmers 38  Gesteggel over cultivarnamen 40  ‘Farmacie conservatief in gebruik inhoudsstoffen’ 49  Sierteeltbreed werken aan oplossingen 50  Bolontsmetting: hygiëne levert ook winst op

Vaste rubrieken 4  In de media 6  In gesprek Maaike Raaijmakers 9  Column John Boon 19  5 minuten

Rudy van Steenbergen, Pim de Wit

22  KAVB 30  Vakvenster 33  Ooit 35  Stigastip 36 Anthos 42  CNB 51  Vaste planten Cirsium 52  Hobaho 53 Teeltverbetering 54  Teeltadvies 58 Het onderzoek van Joris Roskam

Op de cover 16 De vrees was groot dat corona de bollenexport dit jaar ernstig zou belemmeren. In de droogverkoop lijkt dat mee te vallen, al zijn er grote verschillen in de diverse afzetmarkten. In de broeierij is het een ander verhaal. Daar wachten veel afnemers af en lopen de bestellingen van bollen minder goed door.

25 september 2020

3

25 september 2020

VA N D E R E D A C T I E

‘Ondernemers mogen niet kapot’

“De regering zorgt ervoor dat ondernemers niet kapot gaan.” Dit zei fiscaal jurist en belastingadviseur Bea Boetje 18 september tijdens het webinar van Flynth over Prinsjesdag. Behalve voor steun aan on- dernemers trekt de overheid ook veel geld uit voor verduurzaming.

Tijdens de presentatie van de Mil- joenennota dinsdag 15 september zei minister Wopke Hoekstra van Financiën: “We gaan door een diep dal, maar het perspectief is goed.” Deze paradox vond Boetje opvallend en die is ook terug te zien in de plannen van het kabi- net. “Nadat in 2008 de bank Leh- man Brothers omviel en daarmee een diepe crisis inleidde, was het steeds bezuinigen, bezuinigen, be- zuinigen. Maar nu we door corona weer in een crisis zijn beland, in- vesteert de overheid juist.” Voorbeelden uit het Belastingplan 2021 zijn de verhoogde tariefschij- ven in de vennootschapsbelasting en de coronareserve voor bv’s. “Dat zijn pure liquiditeitsvoorde- len en die zijn juist nu van groot belang voor de ondernemers”, aldus Boetje. Daarnaast is er een voorstel voor een nieuwe regeling: de Baangerelateerde Investerings- korting (BIK), een nieuw soort in- vesteringsaftrek. “Politiek is dit omstreden, dus het is nog wel de

vraag of deze regeling daadwerke- lijk geïntroduceerd gaat worden.” MEER GELD UITGEVEN Duurzame groei uit de crisis, dat staat centraal in de Miljoenenno- ta. Zoals NRC het verwoordde: ‘Het geld is op – we gaan meer uitgeven’. De overheid verruimt diverse bestaande regelingen, zo- als de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) en de Mkb-innovatiestimulering Topsec- toren (MIT). Het Klimaatakkoord 2030 blijft overeind en daarvoor blijven duurzaamheidsregelingen gehandhaafd, zoals de Milieu-In- vesteringsaftrek (MIA) en de Ener- gie-Investeingsaftrek (EIA). Subsidieadviseur Kees Poortvliet: “Niemand weet hoe diep deze recessie wordt. Daarom moeten ondernemers goed weten wat ze willen, waarin ze willen investe- ren. Daarvoor komen miljarden beschikbaar.”

Vooruit

Ellis Langen — Redacteur e.langen@greenity.nl

Ook de akkerbouw loopt door het krimpende gewasbeschermingsmiddelenpakket steeds va- ker tegen uitdagingen in de teelt aan. Eerst wa- ren het vooral de kleinere teelten, zoals de bol- lenteelt, waar de middelenkast werd uitgedund. Nu komen daar grote teelten in de akkerbouw bij, zo hoorde ik tijdens een webinar. Ook die sector moet haast maken met het vinden van oplossingen mét behoud van rendement voor de ondernemers die deze gewassen telen. Zou het gros van de teelten in de toekomst chemie- vrij verbouwd gaan worden? Ik verwacht dat niet zo snel, maar dat zoveel mogelijk benade- ren is wel een nobel streven. Iedere kweker weet het en voelt het helaas ook: het aantal beschikbare middelen daalt harder dan erbij komt. De momenten om te kunnen corrigeren met een middel worden almaar schaarser en later zeldzaam. Hierdoor moet ‘de basis’ steeds sterker zijn: de bodem en de gewassen. Goede informatie hierover is veel belangrijker dan op de 10 centime- ter nauwkeurig kunnen spuiten, aldus een spreker bij het webinar. Dat is pas stap twee. Eerst dus inzetten op die bodem en daarmee de plantweerbaarheid verbeteren. “Zodat de biologie in de grond voor jou gaat werken in plaats van de chemie en technologie”, ver- woordde hij. Dan kom je uit bij de corebusi- ness van biologische telers. Een bloembollenbedrijf heeft zichzelf onlangs ten doel gesteld om naast gangbaar op heel kleine schaal ook biologisch tulpenbollen te telen. “Het gaat zo hard achteruit met die middelen, dat ik vrees dat we over tien jaar wellicht niets meer hebben”, zei de kweker. Dan kun je maar beter voorbereid zijn, is zijn gedachte. Het bedrijf begint dus eigenlijk een eigen ‘proeftuin’ naast de gangbare teelt. Niet eens zo zeer met de insteek om te gaan om- schakelen naar de teelt van biologische bloem- bollen, maar om alvast wijze lessen te trekken en die te gebruiken in de gangbare teelt. Slim ondernemerschap. Het kan niet anders dan dat dit vooruitzien en vervolgens vooruitwer- ken een vooruitgang gaat opleveren. Zo wordt gangbaar steeds mooier, maar hopelijk wel te- gen een eerlijke prijs.

Zie verder het artikel op pag. 10-11.

Ambassadeur VS in Kasteeltuin Ambassadeur Pete Hoekstra van de VS bracht met zijn vrouw Diane 16 september een bezoek aan Keukenhof in Lisse. Directeur Bart Siemerink toonde het stel de dahliatuin bij Kasteel Keukenhof.

De tuin vol dahlia’s van kwekers uit de Bollenstreek is een mooi visitekaartje voor de sector, stelt Siemerink. De VS zijn belangrijk voor Keukenhof en de bloemen- sector, want jaarlijks gaan daar ruim een miljard bloembollen en

45 miljoen vaste planten naartoe. Het toeristische belang is ook groot. Dit jaar bleef Keukenhof wegens corona gesloten, maar in 2019 kwamen er ruim ander- half miljoen bezoekers, onder wie 150.000 Amerikanen.

4

25 september 2020

S T E L L I NG

Alle bollen zijn mijn cel uit

Het afgelopen halfjaar kende de handel di- verse moeilijkheden door corona. Afnemers waren terughoudend, naar enkele verre be- stemmingen liep het transport stroef en in sommige landen was er een containertekort. Het was daarom even afwachten hoe de han- del van de nieuwe oogst zou verlopen. Dat lijkt mee te vallen. Bij mij is de cel leeg.

47 % E E N S

Op www.greenity.nl kunt u reageren op de nieuwe stelling: ‘Tuinbouwsectoren moeten meer samenwerken’.

Dompelen, schuimen, coaten Dompelen, schuimen, coaten en met welke middelensamenstelling is de bol schoon en veilig de grond in te krijgen. Daar draaide het om tijdens de bolontsmettings- middag op Proeftuin Zwaagdijk, donderdag 17 september. Kleine groepjes telers bezochten rustig de stand van machinebouwers, onderzoekers en middelenleve- ranciers. “Goed publiek”, oordeelde Alex Dobbe van machinebouwer Total Systems. Dat werd beaamd door bloembollenspecialist Jan Koopman van BASF. “Beslissers”, concludeert hij. Dat het rustiger was dan andere jaren, was volgens de standhou- ders en andere bezoekers vooral te wijten aan het gebrek aan een spuitlicentie- bijeenkomst.

Rabobank heeft voor deelsectoren per kwar- taal in kaart gebracht hoe de omzet zich ont- wikkelt ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Carin van Huët, directeur sectormanagement Rabobank: “Voor de land- bouw, bosbouw en visserij verwachten we dat de omzetten in 2021 voor veel deelsectoren ge- lijk blijven aan die van 2020.” De omzet voor sierteelt en bollen gaat volgens de verwachting groeien vanaf begin 2021. “Dat is na een her- stelgroei van ongeveer 17 procent in het twee- de kwartaal van 2021 en circa 1 procent voor het derde en het vierde kwartaal van dat jaar.” Rabobank: ‘Omzet bollen groeit vanaf 2021’ Uit onderzoek van economen en sectorspeci- alisten van de Rabobank blijken de omzetten in de landbouw, bosbouw en visserij stabiel. Voor de sierteelt en bollen verwacht de Rabobank dat de omzet gaat groeien vanaf begin 2021.

C O L O F ON

25 september 2020 De redactie werkt op basis van een redactiestatuut. Aan alle artikelen en rubrieken wordt de meest mogelijke zorg besteed. Uitgevers, redactie en medewerkers aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die direct en/of indirect kunnen voortvloeien uit de inhoud van artikelen en/of advertenties. De redactie houdt zich het recht voor om ingezonden brieven enmededelingen niet te plaatsen dan wel te wijzigen of in te korten. Overname van artikelen, berichten of fotografie is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie. Greenity is een voortzetting van het tijdschrift BloembollenVisie (2003-2017). BloembollenVisie ontstond uit een samenvoeging vanMarktVisie (CNB) en Bloembollencultuur (KAVB). REDACTIE Hans van der Lee (hoofdredacteur), Lilian Braakman, Arie Dwarswaard, Ellis Langen en Monique Ooms (vakredacteuren), André Leegwater (eind- en webredacteur) FOTOGRAFIE René Faas VORMGEVING Filie Nicola, Tine van Wel en Lianne van ’t Ende WEBSITE www.greenity.nl CONTACT Postbus 31 | 2160 AA Lisse | tel. 0252-431 431 | info@greenity.nl ADMINISTRATIE tel. 0252-431 200 | naw@cnb.nl REDACTIEADRES Heereweg 347 | 2161 CA Lisse ABONNEMENTEN Excl. btwper jaar:Nederland€275,–, Europa€295,–, buitenEuropa€325,– ADVERTENTIES Bureau Van Vliet bv | Postbus 20 | 2040 AA Zandvoort | tel. 023-5714745 | zandvoort@bureauvanvliet.com UITGEVERS KAVB en CNB ISSN 2589-4099

Vanwege de vele afgelastingen van evenementen door het coronavirus staat er in deze Greenity geen agenda. Op www.greenity.nl vindt u een actueel overzicht.

5

25 september 2020

I N G E S P R E K

25 september 2020

25 september 2020



25 september 2020

‘De biologische sierteelt begint te borrelen’

Het borrelt in de biologische sierteelt. Er zit langzaam wat groei in, aldus Bionext, de belangenbehartiging voor de biologische land- en tuinbouwsector. De club richt zich in de sierteelt op het vergroten van de kennis over de wettelijke regels voor de biologische teelt én op het verbeteren van de samenwerking in de keten. Dat laatste is hard nodig.

Maaike Raaijmakers PROJECTLEIDER BIJ BIONEXT

25 september 2020 bezighoudt, is volgens Skal van 94 in 2018 naar 102 in 2019 gegroeid. Daarbij hanteert ze een brede interpretatie van sierteelt. Zo zitten er bedrijven met uitgangsmateri- aal voor de fruitteelt tussen en telers van bloemenzaad. Opvallend is het grote aantal bedrijven, 39, met de biolo- gische teelt van snijbloemen, bijvoorbeeld in pluktuinen. Het aantal biologische bloembollenkwekers is nog heel beperkt: 9 bedrijven. Daar zit wel één nieuwe tussen, Tulipsgreen uit Ens, dus dat is positief. Het totale areaal biologische bloembollen schat Biobol, de telersvereniging met zeven biologische bloembollenkwekers, dit jaar op 55 hectare.” Waarom neemt het animo voor bio in de sierteelt zo lang- zaam toe? “Het probleem is dat zolang er weinig aanbod is, afnemers je moeilijk kunnen vinden en het assortiment beperkt is. Dan komt de vraag ook moeilijk op gang. Tegelijkertijd durven veel kwekers niet om te schakelen naar de biologische teelt omdat er onvoldoende vraag is. Het is noodzakelijk dat het aanbod bekend is. In de bloembollen is dat goed geregeld met de vereniging Biobol. De kwekers weten van elkaar wie wat teelt. We proberen ook te stimuleren dat de biologische bloementelers zich meer gaan organiseren. Dat begint nu vorm te krijgen. Een afzetcoöperatie is nog een gewenst stapje verder, want dan word je in prijs niet tegen elkaar uitgespeeld.” Raaijmakers is bioloog en ecoloog en werkt sinds 2003 bij Bionext als projectleider. De belangenbehartiger Bionext houdt zich bezig met wet- geving, stimuleren van onderzoek, publiciteit en marktontwikkeling voor haar leden. Raaijmakers’ specialisme is biologisch uitgangsmateriaal en veredeling. Verder is ze verantwoordelijk voor projecten, onder andere in de sierteelt. Voor de sierteeltsector houdt ze zich momenteel bezig met de nieuwe Europese regelgeving voor biologische productie en de imple- mentatie daarvan in Nederland. Daartoe overlegt ze met andere landen om een gelijk speelveld te bereiken. Ook overlegt ze hierover met Skal en kwekers. Vragen van siertelers komen bij haar terecht en ze adviseert kwekers die overwegen om te schakelen. Bionext lobbyt onder andere voor de afschaffing van BTW op biologische producten.

Tekst: Ellis Langen | Fotografie: René Faas

De Europese Commissie heeft als doel 25 procent biologi- sche land- en tuinbouw in 2030. Hoe verhoudt zich dat tot de huidige situatie? “Het Europees gemiddelde is nu 7 procent, dus we moeten nog een flinke slag maken. Maar dit zou haalbaar moeten zijn. In Nederland lopen we nog wel ver achter met een pro- ductieareaal van 4 procent. Het biologische areaal sierteelt is ten opzichte van andere sectoren nog piepklein. Hoe klein, weten we niet precies; areaalcijfers zijn niet beschikbaar en het fluctueert nog erg per jaar. Dat maakt het lastig te monitoren. Het aantal biologisch gecertificeerde bedrijven is natuurlijk wel bekend, maar niet het areaal per gewas. De sierteelt is heel divers en er zijn ook biologische groentete- lers die ernaast wat sierteelt doen of een bloemenpluktuin hebben. Met certificeerder Skal werken we aan de uitdaging om goede groeicijfers van de biologische sierteelt te ver- krijgen. Daartoe moet er meer geregistreerd worden, zodat de gewassen uitgesplitst kunnen worden per bedrijf. Nu schatten we hectares en groei middels informatie van onze achterban.” In hoeverre zit er groei in het aantal biologische bedrijven in de sierteelt? “Het trendrapport Monitor Duurzame Landbouw laat jaarlijks de ontwikkelingen zien. Voor het eerst staan er in de rapportage over 2019 ook cijfers over de sierteelt in. Het aantal biologische bedrijven dat zich met sierteelt



25 september 2020

I N G E S P R E K

Wat is de grootste bottleneck? “De afzet van biologische bloembollen, bloemen en planten is nu heel versnipperd. Er zijn veel verschillende afzetka- nalen, van de veiling tot pluktuinen en van webshops tot gemeenten. Tegelijkertijd is het aanbod nog heel beperkt. Dit maakt het met name voor grotere afnemers zoals ge- meenten lastig om ermee aan de slag te gaan. De behoefte aan een digitaal platform waar afnemers gemakkelijk het biologisch aanbod van de verschillende sierteeltproducten kunnen vinden, is dan ook groot. Een andere uitdaging is dat de handelaren de biologische klanten moeten weten te bereiken. Steeds meer sierteelthandelaren hebben het Skal-certificaat, nu zo’n 59. Echter, dat zijn bijna allemaal gangbare handelaren die er een klein beetje bio bij willen doen en vaak ook de certificering een jaartje uitproberen. Dat is een groot verschil met de groenteteelt, waar je ge- specialiseerde bio-handelaren hebt die langlopende relaties aangaan met zowel telers als afnemers. Er ontstaan ook veel nieuwe initiatieven in de markt, zoals Bee-O, een bedrijf dat het bio-aanbod op de veiling bundelt, en Bloomon, dat in de zomermaanden startte met het online aanbieden van een biologisch boeket. Heel positief natuurlijk, alleen putten ze allemaal uit dezelfde beperkte groep biologische kwekers en zijn daardoor soms in concurrentie met elkaar. Bij het product via de veiling afzetten is een meerprijs niet gegaran- deerd. Dat laatste is echter essentieel. Zeker in de beginfase is de biologische sierteeltsector gebaat bij een langzame maar gestage groei. Dat kan volgens mij alleen met langduri- ge contracten en goede relaties tussen aanbieders en kopers. Gelukkig zien we daar mondjesmaat goede voorbeelden van komen.” Zoals? “Kijk naar de aanjaagfunctie van tuincentra zoals Intratuin die meer willen met biologisch. Zij werken samen met vaste kwekers en kunnen kwekers stimuleren om te schakelen naar biologisch. Als dat goed loopt, breidt het vast uit. Of bedrijven in de groenvoorziening die bijvoorbeeld de aanplant doen rondom gebouwen en daartoe samenwerken met projectontwikkelaars. Dat zijn bedrijven die sowieso wat verder vooruit moeten denken. Zij vragen een biologische kweker tijdig om voor hen te produceren. Die kweker weet dan zeker dat er afzet is. Maar als je als teler denkt ik ga bio- logische bollen of planten produceren zonder daarbij eerst de afzet te regelen, lijkt me dat een slecht idee.”

‘Het grote potentieel voor biobollen ligt bij gemeenten’

Je ziet ook dat biologische kwekers zelf webshops inrich- ten richting consumenten, hoe kijkt Bionext hier tegenaan? “De consument is ook een groeimarkt. Mede door de bij- ensterfte-discussie is er aandacht voor middelengebruik, waardoor de vraag naar biologische bloembollen en planten voor in de tuin toeneemt. Het lastige aan deze markt is dat het om kleine hoeveelheden gaat. Dit is niet voor alle telers werkbaar. Zo kun je niet een half miljoen bloembollen ver- kopen. Het grote potentieel voor biobollen ligt bij gemeen- ten, daar ben ik van overtuigd. Als zij doen wat in moties is afgesproken, zou de sector flink kunnen groeien. Dat is ook een meer gezonde en stabiele groei dan bollen produceren voor anonieme buitenlandse afnemers. Maar in de praktijk lukt het gemeenten amper hun ambities waar te maken. Om verschillende redenen: de ambitie van de lokale politiek dringt niet door tot de inkopers van gemeenten, ze weten niet waar ze de bollen kunnen krijgen, hebben er geen bud- get voor én ze hebben te maken met aanbestedingsprocedu- res. Als die laatste eenmaal zijn doorbroken en er zijn goede contacten gelegd, dan gaat dat echt wel een keer lopen. Er komen nu voorzichtig wat positieve geluiden vanuit Biobol. Zo is de gemeente Utrecht goed bezig.”

8

25 september 2020

C O L UMN

De toekomst

John Boon Tulpenkweker/broeier Andijk john@boonbreg.nl

De oogst is weer verwerkt, de kilo’s zijn geteld en nu zijn we het plantgoed en een enkele par- tij leverbaar aan het uitzoeken. Dat gaat dit jaar redelijk gemakkelijk. Er is wel zuur, maar goed overzichtelijk. We hebben bijna meer werk aan kisten regelen, want die zijn we in de coronahectiek vergeten te bestellen. En dan kom je er wat tekort, lijkt wel. Hiernaast ook nog lekker tulpenbollen aan het bijkopen voor de broeierij voor mooie prijzen. Die gaat ook al lekker vol. Dus één ding is zeker: wij moeten aan het werk komende winter. Dat komt goed uit, want de vooruitzichten zijn goed, begreep ik uit de vorige Greenity. Van mij mag de win- ter dan ook wel beginnen. Voor komend bollenseizoen zijn we ook hoop- vol. Ik zou iedereen willen aanraden om ge- woon weer alles te planten wat ze kunnen vin- den. Want volgend jaar wordt waarschijnlijk weer best. Net als dit jaar. Soorten planten en die al voorverkopen in de herfst voor 35 cent per 1.000 en waarvan je zeker weet dat er te veel van is. Daar word ik als koper wel blij van. Dat mensen het voor deze prijs kunnen doen, geeft mij echter wel een ongemakkelijk gevoel. Wij kunnen namelijk helemaal niet voor die prijs telen. En daar voel ik me niet goed bij. Wat anderen kunnen, kunnen wij beter, vind ik altijd. Dan vraag ik me af wat het verschil maakt, de stuksopbrengst of de kostprijs. Ik reken me wezenloos en ik zou me dan ook graag laten voorlichten hoe ik wel zou moeten rekenen. Of zou het toch beter zijn als ik stop met rekenen en lekker op mijn gevoel ga telen zoals vroeger?

25 september 2020

25 september 2020

25 september 2020

9

25 september 2020

Belastingplan 2021 Beter, eerlijker en duurzamer uit de crisis

Corona heeft ons land in crisis gedompeld. Toch is niet bezuinigen, maar investeren het devies. Cruciaal is om zoveel mogelijk stabiliteit te bieden. De titel van de Miljoenennota is niet voor niets ‘Van ons allemaal, voor ons allemaal’.

Tekst: Flynth | Fotografie: Ministerie van Financiën

D e overheidsondersteuning voor ondernemers is ongekend groot. Het lijstje met belastingmaatrege- len is daarentegen opvallend kort. Het kabinet wil met het Belastingplan 2021 de economische groei stimuleren met extra maatregelen en met een eerlijker en groener belastingstelsel uit de crisis komen. Maar wat heeft het Belastingplan voor u in petto? GEBRUIKELIJKE INKOMENSPOLITIEK Er komen enkele aanpassingen in de tarieven en heffings- kortingen die peanuts lijken, maar macro-economisch wel van belang zijn. Zo zal de eerste schijf in de inkomstenbelas- ting dalen van 37,35% naar 37,10%. VERSNELDE AFBOUW ZELFSTANDIGENAFTREK De afbouw van de zelfstandigenaftrek wordt versneld en daalt in 2021 al van € 7.030 naar € 6.670. Tot 2028 bedraagt de jaarlijkse verlaging € 360, in 2028 € 390 en daarna tot 2036 jaarlijks € 110. Daarmee resteert er in 2036 een zelf- standigenaftrek van ‘maar’ € 3.240. Vorig jaar was nog besloten tot een afbouw in acht jaarlijkse stappen tot € 5.000, maar dat wordt dus versneld. Voor 2021 wil het kabinet als pleister op de wonde de beoogde verho- ging van de arbeidskorting uit 2022 al in 2021 invoeren. Hiervan profiteren overigens zelfstandigen én werknemers. TARIEVEN EN SCHIJVEN VENNOOTSCHAPSBELASTING De lagere tariefschijf in de vennootschapsbelasting is nu nog begrensd op € 200.000. Deze tariefschijf gaat vanaf vol- gend jaar in twee stappen omhoog: naar € 245.000 in 2021 en naar € 395.000 in 2022. Ondernemers met een kleiner bedrijf (met een winst tot maximaal € 245.000 in 2021) profiteren van een verlaging van het tarief in deze eerste schijf van 16,5% naar 15%. Het tarief over winsten in de tweede schijf blijft 25%. Heeft u een fiscale eenheid voor de vennootschapsbe-

In ‘het koffertje’ zaten dit jaar veel steunmaatregelen om de economie op gang te helpen, maar opvallend weinig belastingmaatregelen.

10

25 september 2020

In dit artikel is een greep uit de verschillende voorstellen kort aangestipt. Deze kunnen en zul- len nog worden aangepast en/of aangevuld. Voor een uitgebreider overzicht en meer informatie kunt u terecht op www.flynth.nl/prinsjesdag.

De box 3-belastingheffing blijft ook in 2021 afhankelijk van de omvang en aanwending van het vermogen. De drie be- staande tariefschijven worden in 2021 opnieuw vastgesteld. U wordt geacht een bepaald fictief rendement te halen op dit vermogen. Hoe hoger het vermogen, hoe hoger ook dit fictieve rendement. Daarop wordt een vast belastingtarief toegepast. In 2020 is dat 30%, met ingang van 2021 wordt dit 31%. Hogere vermogens betalen zo de rekening voor de tegemoetkoming aan de lagere vermogens. Het belastbaar inkomen in box 3 neemt voor veel personen af, maar het is niet de bedoeling dat daardoor meer aan- spraak kan worden gemaakt op een (hogere) toeslag of de eigen bijdrage aan een zorginstelling wordt verminderd. Daarom zijn er extra regels om deze onbedoelde effecten te voorkomen. STARTERSVRIJSTELLING OVERDRACHTSBELASTING Meerderjarigen die jonger zijn dan 35 jaar en de woning als hoofdverblijf gaan gebruiken (‘starters’) worden onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting (eenmalig in hun leven). Kopers die al vóór 1 januari 2021 een woning hebben ver- kregen, kunnen bij de aankoop van hun volgende woning alsnog de vrijstelling toepassen, mits zij voldoen aan alle voorwaarden. Daarnaast wordt het verlaagde tarief van 2% voortaan beperkt tot verkrijging van woningen door natuurlijke per- sonen die de woning als hoofdverblijf gaan gebruiken. Gaat u een woning niet als hoofdverblijf gebruiken, dan valt dat vanaf 1 januari 2021 onder het algemene tarief dat wordt verhoogd van 6% naar 8%. NOG GEEN KLIMAATRESERVE Er werd eerder gesproken over een ‘klimaatreserve’ voor de landbouw. Doordat de landbouw sterk aan externe invloeden onderhevig is, kan de omzet van jaar tot jaar stevig schom- melen. Met een klimaatreserve zouden agrariërs de winst kunnen ‘reserveren’ om deze vervolgens te laten belasten in jaren met een calamiteit. Helaas heeft het overleg nog niet geleid tot een wetsvoorstel. BIK Diverse voorstellen worden al wel aangekondigd waaronder een Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Als een ondernemer investeringen pleegt, zal hij een percentage daarvan in mindering kunnen brengen op de te betalen loonheffing. Hoe die regeling precies zal luiden, is nog niet bekend.

lasting? Dan kan het lonen die fiscale eenheid geheel of gedeeltelijk te verbreken. Overleg dit wel met uw fiscaal adviseur, want die verbreking kan ook ongewenste fiscale gevolgen hebben. Het kan nu eerder fiscaal aantrekkelijk zijn om uw een- manszaak, vof of maatschap om te zetten naar één (of meer) bv’s of ’ nv’s. Uiteraard spelen daar ook veel andere factoren een rol, dus overleg ook dit altijd eerst met uw fiscaal adviseur. CORONARESERVE VOOR BV’S Drijft u uw onderneming in de bv-vorm? Dan mag u in de aangifte vennootschapsbelasting over 2019 een coronareser- ve vormen, vooruitlopend op een aantoonbaar ‘coronagerela- teerd’ verlies in 2020. Die coronareserve wordt nu wettelijk verankerd. Een ondernemer in de inkomstenbelasting mag deze ‘coro- nareserve’ helaas niet vormen. HOGERE VRIJE RUIMTE IN 2020 Voor 2020 wordt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling (WKR) met terugwerkende kracht verruimd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom. U kunt daar- door als werkgever uw werknemers extra tegemoetkomen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een cadeaubon. Onder voorwaarden is het zelfs mogelijk om bonussen onder de vrije ruimte te brengen. Laat u daarbij goed adviseren. Vanaf 1 januari 2021 wordt de vrije ruimte over de loonsom boven de € 400.000 verlaagd van 1,2% naar 1,18%. AANPASSINGEN VOOR SPAARGELD EN BELEGGEN Om aan de bezwaren tegen de box 3-heffing enigszins tege- moet te komen, wil het kabinet het heffingsvrije vermogen in box 3 verhogen van € 30.846 naar € 50.000. Voor partners gaat de gezamenlijke ondergrens (de vrijstelling) daarmee omhoog van € 61.692 naar € 100.000.

25 september 2020

11

25 september 2020

‘Roselily is een blijvertje’

Het bedrijf Van Schie in Honselersdijk startte in 1985 als eerste in Nederland met de teelt van potlelie. Inmiddels teelt de derde generatie de planten op vijf hectare. PlAMV dwong ze de strategie te wijzigen en deels van potlelies af te stappen. Maar het raakt zeker niet uit de gratie, want juist van de nieuwe Roselily-soorten verwacht men nog een hoop. “Er komt nog zoveel moois aan.”

Tekst: Ellis Langen | Fotografie: René Faas

O p een banner in de spreekkamer knallen de kleurrijke foto’s met potlelies er vanaf. Marcel van der Voort, naast Martin van Schie een van de eigenaren van het bedrijf, pikt hun belangrijkste Oriëntal ‘Rascal Souvenir’ er- uit. “De koningin onder de potlelies.” Pot- lelie wordt met dichte bloemen verkocht, maar moet concurreren met bloeiende potplanten. Bloemen van Souvenir geuren licht en de plant blijft drie tot vier weken mooi. Het is een van de 25 soorten die Van Schie kweekt. Zo’n 80 procent daarvan zijn Oriëntals, 20 procent Aziaten. In 2014 kwam Van Schie exclusief met Roselily, een dubbelbloemige Oriëntal zonder stuifmeel en met een lichtzoete geur. “Roselily kan de Souvenir nog niet beconcurreren in plant- en bloemkwaliteit, maar er komt nog veel moois aan.” Vier soorten Roselily zijn volop in productie. Het begon met ‘Natalia’, een te korte snijle- lie, maar de verwachting is dat de potplan- tenversies ‘Samantha’, ‘Zara’ en ‘Sita’ die er dit jaar in grotere aantallen zijn, deze gaan inhalen. Zes Roselilys beproeft Van Schie in kleinere aantallen. “‘Nowa’ wordt een grote, denk.” Roselilys kunnen vanwege het ont- breken van stuifmeel goed buiten. “Regen geeft geen bevuiling van de bloem.” Van Schie heeft het alleenrecht in Ne- derland voor Roselily-op-pot. Veredelaar De Looff Lily Innovation uit Koudekerke veredelt voor de Kwekersvereniging Rose- lily. Van Schie koopt de bollen voor op de pot exclusief, naast Zabo en Van den Bos Flowerbulbs die de bollen voor de export verhandelen. Jaarlijks pot het bedrijf zo’n

‘Nowa’

12

25 september 2020

9 miljoen leliebollen op. “Ik wil de partijen drie jaar van tevoren kennen, voordat we tot aankoop overgaan.” Van Boltha BV, Van Lierop en QJ Vink neemt Van Schie de meeste bollen af. De leverbare potten gaan voor 95 procent naar het buitenland. Engeland, Frankrijk en Duitsland zijn de grootste afnemers. Roselilys vinden hun weg vooral naar Engeland. Van de afzet is 90 procent directe handel en 10 procent wordt via de klok verkocht. Meer dan 50 procent van de potlelies wordt gekocht door detaillisten en vakhandel. Als lid van Decorum mikt Van Schie op de bovenkant in dit segment. Zo’n 30 tot 40 procent gaat weg met het kwaliteitslabel. OPSCHONEN De kwekerij teelt ook de potchrysant ‘Chrysanne’. “De oppervlakten van lelie en chrysant variëren en werken als communicerende vaten”, legt Van der Voort uit. Tot een tweede jaarrondteelt werden de twee ondernemers gedwongen vanwege PlAMV-virus. “Sinds 2013 zijn we de partijen gaan opschonen en kwamen er veel minder bollen.” Maar de kas moest vol. Ze zochten een teelt die niet voor de hand ligt en een voor met name het najaar. “Dan is er veel minder vraag potlelies.” In eerste instantie probeerde ze Heliconia, maar dat vlotte niet. In 2018 kwam potchrysant ‘Chrysanne’ op hun pad toen een collega-Decorum-kweker met de teelt stopte. Die teelt paste prima. De vraag naar potlelie is namelijk vooral vanaf Valentijn tot en met eind septem- ber het hoogst en wordt daarna minder. De markt van potchrysant loopt van 1 augustus tot 1 april met daarin twee grote piekmomenten, 1 november en Vrouwen- dag. Eigenlijk is het najaar nog steeds niet perfect gevuld. “Maar daar zijn we mee aan het werk”, vertelt Van der Voort. De omzetverhouding potlelie, potchrysant ligt op 80-20, waarbij hij opmerkt dat in stuks de verhouding heel anders ligt. “Potlelie gaat tussen 3 en 4 euro weg en potchrysant voor iets meer dan een euro. Vroeger hadden we 4 miljoen potlelies op 5 hectare staan en nu telen we soms 1,5 miljoen chrysanten per jaar.” De leliebollen worden wekelijks via Van

Van Schie experimenteert sinds zes jaar met biologische bestrijding.

25 september 2020 In 1920 startte Kees van Schie sr. met druiven, groenten en bloemen. Zijn zoon Wim teelde onder andere tulpen, amaryllis en irissen. Hij begon in 1985 als pionier in potlelies nadat een CNB’er zei: “Ik heb iets leuks voor je.” Dit liep vervolgens zo goed dat in 2006 het areaal uit- eindelijk uitbreidde naar 5 ha. Vandaag de dag is Van Schie een van de twee specialistische potleliebedrijven. Sinds 2008 leiden de zoon van Wim, Martin van Schie, en Wims schoon- zoon, Marcel van der Voort, het bedrijf. Van Schie is verantwoordelijk voor de productie en dagelijkse aansturing en Van der Voort voor strategie, planning, klimaat en energie. Op het bedrijf worden jaarrond potlelies gekweekt, evenals de potchrysant ‘Chrysanne Grandez- za’. De potlelies worden geteeld in drie maten: 13, 17 en 19 cm pot. In de meest geteelde 19 cm-pot gaan vijf bollen. De ondernemers zijn continu op zoek naar nieuwigheden. De Rose- lily is een prachtvoorbeeld. Het bedrijf is 5 ha groot waarvan 4 ha betonvloer en 12.500 m2 containers waarvan een deel in de meerlagen- teelt in de voortrekruimte staat. Op het bedrijf werken 14 vaste medewerkers en tussen de 15 en 25 seizoenmedewerkers. Van Schie is lid van Decorum. Alle producten worden met de hand geselecteerd. Het bedrijf levert steeds meer maatwerk af met toegevoegde waarde, zoals de planten verpakt in keramieken pot- ten, cadeautassen, manden of met een spe- cifieke hoes en etiket. Van pionier naar specialist

Feromoonvallen hangen er tegen rupsen van onder andere Floridamot, Turkse mot en het koolwitje.

‘Souvenir’

13

25 september 2020

den Bos Flowerbulbs aangevoerd. Dan worden ze op potten van 13, 17 en 19 centimeter geplant. Dat werk gebeurt achter in het bedrijf. “We hebben hier eenrichtingsverkeer: achterin begint alles. De teelt komt langzaam naar voren”, zegt Van der Voort lopend op het betonpad naar achteren. Afhankelijk van de soort worden de bollen tussen zeven en zestien dagen gekoeld bij 9 graden en voorgetrok- ken in de meerlagenklimaatcel. Hij schuift er een celdeur van open. Hier kan het bedrijf duizend containers kwijt van ieder 6 m 2 . Vanuit de klimaatcel worden de containers met een robot naar de uitgroei- ruimte verplaatst. Daar staan ze ongeveer een week bij minimaal 15 graden. Daarna volgt het wijder zetten op een betonvloer. “Hier streven we naar een etmaaltempera- tuur van 17 graden.” De totale teeltduur ligt tussen tien en veertien weken. BIOLOGISCHE BESTRIJDING Op de vraag wat de grootste uitdagingen zijn, noemt Van der Voort de planning, dus op het juiste moment kunnen leveren, en de biologische gewasbescherming. Door het wegvallen van dompelbehandelingen met onder andere Admire en neonicotinoïden steeg het middelengebruik op het bedrijf exponentieel. Met name die tegen luis en trips. Om zo veel mogelijk biologisch bezig te zijn experimenteert het bedrijf sinds zes jaar met natuurlijke vijanden. “Het lukt aardig. De afgelopen jaren zijn we telkens minder gaan spuiten. Maar eens in de zoveel keer hebben we een dal. Nu hebben we sinds mei niets meer gespoten.” Van Schie zet tegen luis wekelijks de galmug Aphidoletes en de sluipwesp Colemani uit. Tegen trips zijn dat onder andere roofmijt en roofkever. Hij passeert een doos die wordt gebruikt om bodem- roofkevers uit te zetten. Feromoonvallen hangen er tegen rupsen van onder andere Floridamot, Turkse mot en het koolwitje. Zo duurzaam mogelijk bezig zijn, is de ambitie. Daar hoort meedoen aan het aardwarmteproject Trias Westland bij. Op het erf liggen de buizen die de grond in moeten al klaar en de warmtewisselaar wordt bijna geleverd. Het plan is dat Van Schie op 1 oktober aardwarmte gebruikt. Door deelname aan het project, wordt de ‘ketelstook’ bijna nihil. “Een kwart tot 30 procent van ons aardgasverbruik komt straks van aardwarmte, de rest van de wkk.” Het bedrijf was een van de eersten die intekenden. Of dit nou goedkoper, duurder of quitte spelen wordt, het antwoord vindt Van der Voort niet eens zo relevant. “We willen maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarbij hoort dat we van het gas af gaan.”

Jaarlijks gebruikt het bedrijf zo’n 9 miljoen leliebollen.

De opgepotte bollen worden voorgetrokken in de meerlagenklimaatcel.

In tien tot veertien weken groeit de Roselily-op-pot uit tot een verkoopbaar product.

14

25 september 2020

Bij ons kunt u terecht voor: • in lijn schuimen & • traditioneel schuimen

• bollen coaten

Informeer naar de mogelijkheden: bel uw adviseur óf bel 088 - 47 47 000.

Afgelopen voorjaar bracht Greenity een aantal verhalen over de effecten van corona op de export, waarbij we de verschillende werelddelen belichtten. Inmiddels zijn we een paar maanden verder: hoe is de situatie nu bij de Nederlandse exporteurs? Het antwoord is niet eenduidig. Tussen droogverkoop en broeierij zitten grote verschillen. Grote verschillen in corona-effect bij de export “D e handel loopt beter dan ooit, de gevolgen van corona lijken bij ons vooralsnog erg mee te vallen”, vertelt Gertjan Klumpenhouwer van exportbedrijf Florex uit Grootebroek.

Florex levert bloembollen aan voornamelijk tuincentra, agroshops en bouwmarkten in Europa, met de nadruk op het noordwesten. “In Oost-Europa reageerden onze klan- ten aanvankelijk pessimistisch, maar ook daar draait de hobby- en tuinmarkt goed.” Klumpenhouwer was dan ook blij dat de oogst vroeger was dan normaal. “We kregen onze bollen maar liefst een week eerder en dat gaf meer rust in de verwerking en verzending. We zijn tevreden over de kwaliteit en er is genoeg aanbod, dus we kunnen leveren wat is besteld. Alleen krokus is wat schaars. Inmiddels zijn alle bestellingen weg en zijn er zelfs alweer nabestellingen gekomen. Dat loopt nog door tot begin november.” NIEUWE PROGRAMMA’S De betalingen verlopen vlot. “Waarbij ik wel moet zeg- gen dat dit bij onze klanten in Noordwest-Europa vlotter verloopt dan in Oost-Europa, maar tot nu toe komt alles wel binnen.” De gesprekken over het nieuwe seizoen zijn ook alweer gestart. “We zijn volop bezig om programma’s te maken voor het voorjaar van 2021, waarbij het specifiek

Tekst: Lilian Braakman en Monique Ooms | Fotografie: René Faas

16

25 september 2020

‘Mensen kopen nu geen Mercedes, maar een Toyota.’

gaat om dahlia en gladiool. Binnenkort starten we met de programma’s voor het najaar van 2021 voor de voorjaars- gewassen.” Klumpenhouwer verwacht dat zijn klanten als vanouds gaan bestellen. “Wij zijn zeer optimistisch over de ontwikkeling van het marktsegment waar wij in zitten. De consument gaat minder op vakantie, is vaker thuis, heeft in veel gevallen nog wel een baan en dus een besteedbaar inkomen. Een deel daarvan wordt besteed aan het verfraaien van huis en tuin en daar kan de bollensector van meeprofi- teren.” Jørgen de Ree van De Ree Holland zag afgelopen voorjaar ‘regionaal grote verschillen’ in de gevolgen van corona voor zijn afnemers. “Dat is eigenlijk nog steeds wel zo”, consta- teert hij nu. De Ree exporteert naar Europa, Noord-Amerika en Azië. “Aanvankelijk werden de bollen wat vertraagd afgenomen omdat er in de periode van het hamsteren meer vraag was naar andere producten. Toen die periode voorbij was, kwam de vraag naar bloembollen weer terug. Mensen wilden het in huis en tuin gezellig maken. Eerst waren onze afnemers nog wat voorzichtig, maar inmiddels wordt er weer volop besteld. Winkels die in de lockdown-periode dicht waren, zijn weer open en het verkoopniveau is inmid- dels hetzelfde als vorig jaar. Alleen in China is de situatie an- ders. Het aandeel droogverkoop is daar klein en daarmee het effect voor ons ook.” Wat echt opvalt, over de gehele linie, is de stijgende verkoop via postorder. “Er wordt beduidend meer online verkocht, daar schrijven we een dikke plus.” OP TIJD PLANNEN Alle bestellingen zijn uiteindelijk afgenomen. “Dat ging hier en daar niet vanzelf, maar via een omweg vonden alle bollen toch hun weg naar de consument. Zo zijn bollen die als gevolg van winkelsluiting niet werden afgenomen uiteinde- lijk terechtgekomen bijvoorbeeld in het postorderkanaal.” De Ree is tevreden over de kwaliteit van de bollen die deze zomer werden geleverd. “De kwaliteit was goed. Bovendien waren er, op krokussen na, genoeg bollen waardoor we al onze bestellingen hebben kunnen uitleveren. Dat was allemaal beter dan vorig jaar.” Het vinden van zeecontainers voor het transport naar andere continenten verloopt zonder grote problemen. “Je moet wel op tijd plannen. In deze tijd is het goed om wat verder vooruit te kijken om te voorkomen dat je ergens naast grijpt. Alertheid is geboden.” Hoe de situatie zich verder gaat ontwikkelen, kan De Ree niet zeggen. “Ik zou graag vooruit willen kijken in de tijd, maar er is niks van te zeggen. Komt er een tweede golf ? En wat zal het effect daarvan zijn?” Intussen buigt het verkoop- team van het exportbedrijf zich alweer over het volgende seizoen. “We verwachten dat onze klanten zoals gebruikelijk gaan bestellen.” In de broeierij-export is het een heel ander verhaal. Zo loopt

Bollen die als gevolg van winkelsluiting niet werden afgenomen, zijn terechtgekomen in het postorderkanaal.

de export van tulpenbollen voor de broeierij bij Haakman Flowerbulbs achter. “Door corona is een gat geslagen. Het gaat ons niet lukken om dat dit jaar terug te pakken. Het is echt een kwestie van de schade beperken”, zegt Dirk-Jan Haakman, commercieel directeur van het bedrijf. Dit ex- portseizoen ziet hij als een half normaal jaar en een half co- ronajaar. Zijn verwachting is dat het nog erger gaat worden. “De flow waar we nu in zitten, is compleet anders dan begin dit jaar. Nu is de vraag of klanten overeind blijven. Kunnen klanten betalen? Wat zijn de veranderingen door corona? Daar geen grip op hebben baart zorgen. Daarom hebben we een afwachtende houding. Vanuit de klant ondernemen we actie, dus pas als er orders binnenkomen, gaan wij inkopen.” Haakman geeft aan dat de geplaatste orders worden afgeno- men, maar dat de schuur nog niet leeg is. Kwekers komen al met de eerste aanbodlijsten, maar daar is hij nog terug- houdend mee: “Als het straks een volledig coronaseizoen is, mogen mijn klanten dan nog wel het risico nemen om een jaar van tevoren in te kopen?” VLIEGWIEL De coronacrisis vergelijkt Haakman met een vliegwiel dat tot stilstand is gekomen. Deze moet net als de markt weer op gang komen. Al verwacht hij dat het vliegwiel voor de tulp

25 september 2020

17

25 september 2020

Bij De Ree Holland worden alle bestellingen afgenomen; de exportmotor draait op volle toeren.

eerder draait dan voor andere, duurdere producten, zoals lelie. “Mensen kopen nu geen Mercedes, maar een Toyota.” Dat sommige klanten naast tulpen ook lelies broeien, raakt Haakman. “Bij de lelie is het verlies twee tot drie keer groter dan bij de tulp. Gezonde bedrijven die beide producten broei- en, staan daardoor nu zwak. Betalen zoals afgesproken is lastig en niet iedere klant heeft al betaald. Ook wij trekken de touwtjes strakker aan. Ik heb maar twee blauwe ogen. Die heb ik al weggegeven.” Haakman exporteert naar Canada, Amerika, Azië, Oost-Euro- pa en Scandinavië en ziet dat ieder land last heeft van corona. Daardoor kunnen gemaakte afspraken in het buitenland om- slaan. Ook noemt hij een extreem voorbeeld van een klant uit Libanon. “We hadden een contract met betalingsvoorwaarden en toen kwam de explosie in Beiroet. Naast persoonlijk leed is het de vraag wat er nog van de markt over is.” Momenteel is exportbedrijf VWS Flowerbulbs druk bezig met het gereedmaken van zendingen. Het bedrijf uit Broek op Langedijk exporteert voornamelijk bollen voor de broeie- rij naar Azië en Europa. Er komen nog steeds nieuwe orders binnen. “Begin juli ging het echt slecht, maar we hebben een inhaalslag gemaakt. Al zijn het nog steeds minder orders dan vorig jaar”, laat verkoper Jeroen Stoop weten. “Hyacint is echt achtergebleven. Narcis was al eerder ingekocht. Dat is redelijk verlopen. Tulp loopt, alleen in het Oostblok loopt het achter.” Het exportbedrijf heeft een afwachtende houding aangenomen. Die trend was eigenlijk vorig jaar al ingezet, laat Stoop weten. Destijds waren de voorverkochte bollen duur. Door de goede oogst was er veel aanbod en stortte de markt in. “De laatste tulpenbollen zijn goedkoop verkocht. Daardoor waren de eerder ingekochte bollen ex- treem duur. Toen hebben veel exporteurs hun neus gestoten. Op basis van orders inkopen is toen begonnen. Door corona

is die houding versterkt.” Het is niet dat er vooraf niets meer wordt ingekocht. “Zeker wel. Die bollen zijn verkocht.” EXTREEM GOEDKOOP Volgens Stoop kopen klanten die verlies hebben geleden met lelies en tulpen wel. “Alleen minder aantallen.” Hij hoort van sommige relaties dat ze bang zijn voor een tweede golf. Dat werkt door bij de klanten van hun relaties. “Als die niet bestellen, bestellen onze relaties niet.” Dit jaar is er nog langer gewacht met het plaatsen van orders, meent Stoop. Als voorbeeld noemt hij ‘Worlds Favorite’. “Deze is nu niet voorverkocht.” Dat gebeurt normaal wel. “Pas toen de prijs echt laag was, is hij verkocht. Daardoor is hij extreem goed- koop gegaan. Van meer Darwin-hybridetulpen is nog te veel aanbod.” Niet alle orders die binnenkomen neemt het bedrijf aan. “We kijken scherper en strenger naar betalingen. Tot dusver zijn er geen problemen. Hoe het met de bollen op afroep zal gaan, is de vraag.”

18

25 september 2020

5 M I NUT EN

Rudy van Steenbergen en Pim de Wit studeerden Mechatronica, deden ervaring op bij bedrijven in de branche om vervolgens hun eigen business te starten: Boltt Machinery, gevestigd in Espel. Zij ontwerpen, maken en verkopen verwerkingsmachines voor bloembollen en aardappelen. ‘De klant heeft een idee, wij hebben de oplossing’

Rudy van Steenbergen en Pim de Wit

We combineren de wens van de klant met onze productkennis en komen zo tot oplossingen. Hier zijn wij dag in dag uit mee bezig. Waarom? Omdat wij oprecht van ons vak houden, het houdt ons dagelijks bezig.” Kwaliteit is… “Een drijfveer van ons bedrijf. Klanten kunnen zich nagenoeg geen stilstand meer permitteren, dus gebruiken wij de juiste materialen en lagers voor de juiste toepassingen. Bij Boltt Machinery kunnen klanten rekenen op industriële kwaliteit voor een prijs die marktconform is. We ontwikkelen onze producten in eigen huis, waar we ons richten op zowel kwaliteit en levensduur van de machines als op het gebruikersgemak.” Mijn omgeving is… “De prachtige Noordoostpolder. Een mooi funda- ment onder Boltt Machinery, een uiterst stabiele plek om een mooi bedrijf uit te bouwen en uit de prachtige Noordoostpolderklei te trekken. Wij zijn gevestigd te midden van onze klantenkring en op een uur afstand van Noord-Holland en Groningen. Perfect dus.” Wij worden gelukkig van.. “Tevreden klanten. Het is een mooi proces om samen met de klant te sparren over de mogelijkhe- den van machines. De klant heeft een idee en wij hebben de oplossing. Dat geeft een ontzettend goed gevoel. Het maakt ons gelukkig om onze groene machines van waarde te zien zijn in de schuur van de klant.”

Rudy 31 jaar, Pim 30 jaar Eigenaren Boltt Machinery

Over Boltt Machinery… “In oktober 2018 zijn wij gestart met het ontwer- pen, maken en verkopen van verwerkingsmachi- nes voor de agrosector en zijn gespecialiseerd in machines voor de bloembollen- en aardappelsector. Ondanks dat wij een jong bedrijf zijn hebben we al veel machines mogen maken, waaronder een com- plete sorteerlijn voor bloembollen. In onze ruime productiehal in Espel doen wij bijna alles zelf. Van ontwerp tot programmeren, constructie, montage en het afleveren van de machines.” In deze corona tijd… “Is het aangenaam druk. Wij hebben mooie projec- ten weten binnen te halen. Van een verwerkingslijn voor bloembollen tot een leeslijn voor pootgoed- aardappelen. Ook zagen wij een ruim aanbod van goed personeel, waardoor wij ons team op meerde- re plekken hebben kunnen versterken. Wij hopen vanzelfsprekend dat de schade voor onze klanten meevalt.” Wat ons drijft is… “Vernieuwing brengen in de agrosector. Dit doen wij door alle machines op maat te maken.

Volgende keer GEERT BURGER “De volgende kandidaat is Geert Burger van Burger Lelies en Tulpen. Wij hebben al een aantal machines geleverd aan dit mooie bedrijf.”

25 september 2020

19

25 september 2020

Haspelonderhoud: Vijf controlepunten in beeld gebracht

In de werkplaats van land- en tuinbouwmachine leverancier Kraakman in ’t Zand staan drie haspels. Buiten staan er nog drie en in de opslag ook nog twee. Voor bollentelers met voorjaarsgewassen die de haspel dit jaar niet meer nodig hebben, is dit een mooie tijd voor onderhoud.

Tekst: Lilian Braakman | Fotografie: René Faas

M eer dan driehonderd beregenings- maar aan haspels. In het beregeningsseizoen zijn dat er een paar meer. Een van de haspelmonteurs is Ralph van Gils. Hij werkt aan een Faber-haspel van de Nederlandse fabrikant AP Machinebouw. Als dealer kan Kraakman deze haspels leveren en onderhouden. Gaat er iets stuk op het land, dan komt Van Gils of een collega het ter plekke maken. “In het beregeningsseizoen werken we in ploegen- dienst. Haspels draaien namelijk vaak ’s nachts als het windstil is. En in het weekend worden ze ook ingezet. De haspel moet het wel doen. Daarom komen we hem meteen maken.” Om te voorkomen dat de haspel stuk gaat net wan- neer hij nodig is, is onderhoud van belang. Reinder Kooistra, verkoper bij Kraakman, laat weten dat het belang van onderhoud aan haspels wel eens onder- schat wordt. “Doe je het niet, dan is het een recept voor defecten.” Een haspel wordt volgens de ver- koper snel 20 uur per dag ingezet. “Dan lopen de draaiuren snel op. In het halve jaar dat hij gebruikt wordt, maakt een haspel soms meer draaiuren dan een trekker in een jaar.” Afgelopen seizoen zijn haspels meer dan normaal ingezet. Kooistra legt uit dat in een normaal seizoen een haspel zo’n 600 uur draait. “Dit jaar was dat zo’n 1.000 uur. Bijna een verdubbeling. In 2019 was dat ook al het geval.” haspels zijn in onderhoud bij Kraak- man in ‘t Zand. Daarom sleutelen er jaarrond twee tot drie monteurs alleen

1 Kanon De kopeindesproeier wordt net als het waterkanon nagekeken. Ook al draait deze maar een half uur per beregening, hij werkt hetzelfde als het grote kanon en heeft dezelfde controle nodig. “Het is ijzer en water. Water bij ijzer kan roest veroorzaken”, zegt Kooistra. Daarom controleren we of de wateraf- dichting nog goed is.” Water in de lagers kan een probleem zijn. “Daardoor kan de sproeier zwaar draaien en komt hij tijdens het werk stil te staan.” De monteur kijkt of de lagers nog soepel genoeg zijn en smeert deze.

20

25 september 2020

4 Doorsmeren centrale as

Zolang de haspel aan staat, beweegt de centrale as. De haspelslang wordt name- lijk langzaam strak ingetrokken tijdens een watergift. Daarom is het belangrijk dat de centrale as soepel kan blijven draaien. Van Gils geeft de lagers een smeerbeurt. Om een indicatie te geven van hoeveel water er door de haspelslang heen gaat, geeft Kooistra aan dat het om ongeveer 80 m3 water per uur gaat. In een seizoen met 700 draaiuren is dat 56.000 m3. Tijdens het onderhoud wordt de haspelslang leeggeblazen. Zo zit er geen water meer in dat in de winter kan bevriezen.

3 Olie verversen Wil je niet stil komen te staan in het sei- zoen, dan moeten er regelmatig diverse onderdelen vervangen worden. Voor som- mige is dat nodig na 600 draaiuren of na een jaar. Dat geldt voor het brandstoffilter, het motoroliefilter, de motorolie en het luchtfil- ter. Het luchtfilter vervangen is een kwes- tie van eruit draaien en een nieuwe monte- ren. Ook de olie wordt ververst. Voor een monteur die het hele jaar dit werk doet, is het een makkelijke klus, volgens Van Gils. Hij laat het lijken of het niet veel werk is, maar hij weet precies naar welke cruciale punten hij moet kijken. Met een standaard controle kan hij zo een hele dag bezig zijn. Het stopt niet bij de controle binnen. “Voor- dat hij terug naar de klant gaat, testen we de haspel buiten om te zien of alles werkt.”

5 Controle zuigslang

De zuigslang wordt gecontroleerd op manke- menten. De slang kan namelijk poreus wor- den. “Dat zie je niet, omdat er geen druk op staat”, geeft Kooistra aan. “Het risico kan zijn dat er ook lucht mee gezogen wordt. Dat heet cavitatie en veroorzaakt slijtage aan de waaiers van de waterpomp.” Door cavitatie worden de waaiers dunner. “Hoe dunner de waaiers, des te meer gas gegeven moet wor- den om de waterdruk te behouden. Het kost dus steeds meer brandstof.” Aan het eind van de zuigslang zit een zuigkorf. Bij nieuwe haspels zit er een tweede, grotere zuigkorf omheen. Deze houdt vuil tegen en zorgt voor een betere watertoevoer.

2 Vetkoord Om de as van de waterpomp zit een vet- koord. “Dit is een hard koord voorzien van vet en zorgt voor de afdichting in de water- pomp”, laat Van Gils weten. Doordat het op de as zit, slijt het vetkoord. Tijdens het draaien gaat er altijd wat water doorheen, maar als hij te ver versleten is, gaat de waterpomp lekken tot hij niet meer dicht te krijgen is. De waterpomp zelf gaat zo’n 4.000 draaiuren mee en moet daarna ver- vangen worden.

25 september 2020

21

25 september 2020

Page 1 Page 2 Page 3 Page 4 Page 5 Page 6 Page 7 Page 8 Page 9 Page 10 Page 11 Page 12 Page 13 Page 14 Page 15 Page 16 Page 17 Page 18 Page 19 Page 20 Page 21 Page 22 Page 23 Page 24 Page 25 Page 26 Page 27 Page 28 Page 29 Page 30 Page 31 Page 32 Page 33 Page 34 Page 35 Page 36 Page 37 Page 38 Page 39 Page 40 Page 41 Page 42 Page 43 Page 44 Page 45 Page 46 Page 47 Page 48 Page 49 Page 50 Page 51 Page 52 Page 53 Page 54 Page 55 Page 56 Page 57 Page 58 Page 59 Page 60

Made with FlippingBook HTML5