Greenity35

28 februari 2019

16 Op zoek naar andere markt voor lelies

38 Rol bollensector bij verkiezingen

52 ‘Consument betaalt duurdere arbeid’

‘Het moet top zijn’ 12 Bijzonder assortiment Mooij Tulips



• SPOELT PLANTEN, BOLLEN, ROZEN EN FRUIT ONDERSTAMMEN LEEG FUST E.D. SCHOON VOOR EXPORT EN KWEKERIJ ZODAT ZE GEMAKKELIJKER TE VERWERKEN ZIJN. •“KOOKT” DE MEEST UITEENLOPENDE SOORTEN PLANTGOED, ZODAT AALTJES GEEN KANS HEBBEN. VOOR EXPORT BEHANDELEN WIJ VOLGENS DE RICHTLIJNEN VAN DE BKD INCLUSIEF EEN BEHANDELINGSCERTIFICAAT.

telefoon: 0252-222580 email: info@helmus.nl

www.helmus.nl

koelinstallaties

Open Dag 16 maart 2019 Van 11.00 tot 15.00 uur

Na de verwoestende brand van 10 juni 2017 willen wij u vol trots uitnodigen om ons nieuwe bedrijfspand te komen bezichtigen. Ook de bedrijven die betrokken zijn geweest bij de wederopbouw van ons pand laten U graag hun aandeel zien.

U bent van harte welkom op de Rinnegommerlaan 17, 1934 PE te Egmond a/d Hoef • De koffie staat klaar!

greenity-valkering 190214.indd 1

21-02-19 15:12

I NHO U D

10  Lenteflora In Lisse was te zien dat het een goed jaar is om voorjaarsbloei- ers in bloei te krijgen.

24  Lessen van droogte Johan Elshof van de ZLTO merkt in Noord-Brabant meer bewust- wording over bodem en water na de droogte van afgelopen zomer.

36  Vaktentoonstelling In Zwaagdijk waren zó veel zaailingen dat het bijna te veel was om te bekijken.

In dit nummer 10 Alles lukte op 86e Lenteflora 12 Mooij Tulips: 15  Zuinig zijn met energie is verplicht én bespaart geld 16  Leliedag Emmeloord: 20  Duurzaam en economisch verantwoord lelies spoelen 22  Landbouw en natuur geen tegenpolen 24 Vier palen en een plankje. Zo simpel kan het zijn. 36  Vaktentoonstelling Zwaagdijk: keuzestress 38  Verkiezingen voor waterschappen en Provinciale Staten 50 Zuid-Afrikaanse Agapanthus- veredelaars streven naar perfectie 52  Wet Arbeid in Balans: consument betaalt de rekening 54  KAVB-ledendag: ‘Er is altijd een kans’ ‘Kwaliteit kun je altijd verkopen’ Op zoek naar andere markten

Vaste rubrieken 4  In de media 6  In gesprek Corné Kempenaar 9  Column Jennie Veninga

19  Tech&Mech 27  5 minuten

Wil Campschroer

28  KAVB 33 Boekrecensie 34  Vakvenster 42  CNB 49  Ooit 56  Hobaho 59  Vaste planten Helianthus 61  Teeltverbetering 62  Teeltadvies 66 KAVB-vrouwen Willy Kempen

Bodem als koelkast

Op de cover 12 Mooij Tulips verliet zeven jaar geleden het vertrouwde Lim- men om te kunnen uitbreiden. De tien miljoen stelen die Aron Mooij jaarlijks broeit, zijn van zware kwaliteit. Hij heeft dage- lijks contact met zijn afnemers over bestellingen en verkoop- wensen.

28 februari 2019

3

28 februari 2019

VA N D E R E D A C T I E

Ongemakken

Monique Ooms — Redacteur m.ooms@greenity.nl

Buiten een klus doen terwijl de regen op je kop klettert en de wind aan je regenjack trekt. In de vrieskou sneeuwkettingen omleg- gen en dan net dat haakje niet ingehaakt krij- gen. Terwijl je op het koude wegdek ligt. En je handen inmiddels bevroren zijn. Het land oprijden omdat er nou eenmaal gerooid moet worden en voelen dat je trekker wegzakt in de modder. Zomaar een paar ongemakken waar je als mens mee te maken kunt krijgen. Zeker als je niet van de generatie bent die op- groeit met een zogenaamde ‘curling ouder’. Zo’n ouder die je levenspad vrijhoudt van al- les wat ongerieflijk en ongemakkelijk is en elk snippertje dat maar in de weg zou kunnen liggen, zorgvuldig voor je verwijdert. Of heeft u die discussie niet meegekregen, ingegeven door het immens populaire tv-programma ‘De luizenmoeder’? Hoe dan ook, het bracht mij op de vraag: hoe- veel ruimte geeft u uw opvolger om zelf zijn fouten te maken? Om uit te vinden wat wel en niet werkt, daarbij af en toe eens flink zijn neus te stoten? Kunt u al goed loslaten? Best lastig, zeker als u erover na gaat denken wat die eventuele fouten zouden kosten. Kunt u het aanzien dat de jongere generatie zelf zijn weg vindt en waarschijnlijk ook nog eens heel anders dan u het gedaan zou hebben? Dat kan ongemakkelijk zijn. En u had als on- dernemer al genoeg andere uitdagingen. De andere kant is: als u de hele tijd gaat ‘cur- lingen’, hoe gaat de volgende generatie dan leren hoe het moet? Natuurlijk kunt u alles uit handen nemen. Daarvan leren opvolgers vooral dat u het heel goed kunt. Dilemma, dilemma. Alweer zo’n ongemak. Dat bewijst maar weer dat je niet jong genoeg kunt begin- nen om te leren omgaan met ongemakken. Daar heb je ook later als je groot bent nog heel veel profijt van.

Gevarieerd aanbod Voorjaarsbloemenshow IGH Op de Voorjaarsbloemenshow van IGH in Schagen zijn met name tulpen in bakken en snijtulpen in vazen te zien. Daarnaast zijn er die inzenders die lelies showen. Ook calla, hyacint en Amaryllis zijn te zien. Deze producten samen zorgen voor een gevarieerde show.

Een groot aanbod van Park Amary- llis is te aanschouwen, waaronder de H-12-21-02. De steel daarvan is donkerder, maar vooral opvallend is de bijzondere bloemkleur. Een nieuwe dubbelbloemige lelie van Vletter & Den Haan is nr. 15- 604. Met een mooi donker blad valt de lichte wit-roze knop extra op. Daarnaast zijn de knoppen erg compact. Eenmaal bloeiend is

de lelie van aardig formaat. Ook dubbel is de tulp ‘Columbus’, in- gezonden door Triflor. Deze staat er opperbest bij. Wat opvalt aan ‘Delta Graffiti’, neergezet door Vriend Flower Bulbs, is de grootte van de bloem. Deze is namelijk een f link stuk langer dan een wijsvinger. Ook een stuk boller en breder, maar dat mag bij zo’n bloem.

Lelieprijs in China gehalveerd

Nu de festiviteiten rond Chinees Nieuwjaar afgelopen zijn, komt er een update vanuit China over het verloop van deze dag. De prijs was dit jaar niet goed volgens lelie-importeur Michael Shen van Kunming Xing Guang Hui Xin. Vergeleken met 2018 werd voor lelies slechts de helft betaald aan kwekers. Exacte prijsinformatie ontbreekt.

Wat exporteurs al aangaven in Greenity nr. 34, was dat het war- me weer voor problemen zorgde. Shen, werkzaam vanuit Guang- zhou, beaamt dat. Volgens hem stond 90 procent van de lelies te wachten in koelcellen om ver- kocht te worden. In Zuid-China

koopt bijna elke familie één lelie of een bos lelies. Ondanks deze afzet was er nog steeds te veel aanbod. In de provincie Guang- dong zijn in een week ongeveer 1,5 miljoen bossen lelies verkocht. In heel China ongeveer 4 miljoen bossen.

4

28 februari 2019

S T E L L I NG

Een vrouw is van onschatbare waarde voor het bedrijf

Nog steeds zijn er vrouwen van telers die be- scheiden zijn over hun eigen rol op het bedrijf. Zij onderschatten daarmee hun eigen beteke- nis. Vaak zijn het de vrouwen die bijvoorbeeld de boekhouding regelen, tijdelijke arbeids- krachten inhuren of de bloemenverkoop aan huis bestieren. Daarmee zijn ze een onmisbare schakel in het bedrijf.

81 % E E N S

Op www.greenity.nl kunt u reageren op de nieuwe stelling: ‘De sector heeft agrarische vertegenwoordi- ging nodig in Provinciale Staten’.

28 februari 2019 De redactie werkt op basis van een redactiestatuut. Aan alle artikelen en rubrieken wordt de meest mogelijke zorg besteed. Uitgevers, redactie en medewerkers aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die direct en/of indirect kunnen voortvloeien uit de inhoud van artikelenen/ofadvertenties.Deredactiehoudtzichhetrechtvoorom ingezondenbrievenenmededelingen niet te plaatsen dan wel te wijzigen of in te korten. Overname van artikelen, berichten of fotografie is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie. Greenity iseenvoortzettingvanhettijdschriftBloembollenVisie(2003-2017).BloembollenVisieontstonduit een samenvoeging vanMarktVisie (CNB) en Bloembollencultuur (KAVB). REDACTIE Hans van der Lee (hoofdredacteur), Lilian Braakman, Arie Dwarswaard, Ellis Langen en Monique Ooms (vakredacteuren), André Leegwater (eind- en webredacteur) FOTOGRAFIE René Faas VORMGEVING Filie Nicola en Lianne van ’t Ende WEBSITE www.greenity.nl CONTACT Postbus 31 | 2160 AA Lisse | tel. 0252-431 431 | info@greenity.nl ADMINISTRATIE tel. 0252-431 200 | naw@cnb.nl REDACTIEADRES Heereweg 347 | 2161 CA Lisse ABONNEMENTEN Excl.btwper jaar:Nederland€275,–,Europa€295,–,buitenEuropa€325,– ADVERTENTIES Bureau Van Vliet bv | Postbus 20 | 2040 AA Zandvoort | tel. 023-5714745 | zandvoort@bureauvanvliet.com UITGEVERS KAVB en CNB ISSN 2589-4099 Interpolis Tulpenprijs voor ‘Ms. Li’ De winnaar van de Interpolis Tulpenprijs is ‘Ms. Li’ van Westfriesland Tulpen. “Deze tulp kan misschien wel eens een grote worden”, aldus Nico Hof, voor- zitter van de vakjury. De winnaar Robert Reus nam de prijs in ontvangst uit handen van Melissa van de Kam van Interpolis tijdens de Vaktentoonstelling in Zwaagdijk. De jury sprak lovend over ‘Ms. Li’. “Een goede presentatie in het aanvoersta- dium voor de klok of verkoop. Een mooie plantopbouw, een prachtig bloem- vorm, een lange en stevige steel en in de knop nog een mooi geel randje.” Dit, en de verwachting dat deze tulp in de markt heel ver gaat komen, is de reden dat de jury koos voor ‘Ms. Li’ als winnaar. C O L O F ON

A G E ND A

28 februari t/m 1 maart CNB Bol-op-potdagen 28 februari t/m 4 maart Lentetuin Breezand 1 maart Freesia open dagen Van den Bos 2 maart Cursus veiligheid op de werkplek 2 t/m 3 maart Huisbroeitentoonstelling Lutjebroek 8 maart Freesia open dagen Van den Bos 8 maart Kijkdag broeierij Borst Bloembollen 14 maart Flower Science: arbeidsmarkt 18 maart Hyacintenkeuring KAVB

20 t/m 22 maart Tulip Trade Event

Kijk voor de volledige agenda op www.greenity.nl

5

28 februari 2019

I N G E S P R E K

6

28 februari 2019

‘Kijken of precisielandbouw in het bed haalbaar is’

Drie bollentelers zijn vanaf dit seizoen bezig met precisielandbouw op het bedrijf. Ze doen met een aantal akkerbouwers mee aan het project Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL), dat op allerlei manieren wordt aangejaagd door projectleider Corné Kempenaar. “Plaatsspecifiek werken in de akkerbouw lukt, maar nu kijken we of ook per bed te werken is.”

Corné Kempenaar PROJECTLEIDER PRECISIELANDBOUW

De senior onderzoeker Precisielandbouw bij Wageningen UR Plant Research International staat bekend om zijn kennis van het onder- werp. Eerder werkte hij aan onder meer beslissingsondersteunende systemen, geïntegreerde gewasbescherming en methoden om tot lage dosering van gewasbeschermingsmiddelen te komen. Sinds 2017 is hij betrokken bij Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL). Het project helpt akkerbouwers en tuinders technieken praktijkrijp te maken, om opbrengsten te verhogen, kosten te verlagen, milieubelasting terug te dringen en de kwaliteit van de oogst te verbeteren. De in totaal zestien deelnemers zijn gekozen uit de aanmeldingen omdat zij een rolmodel kunnen zijn binnen de sector.

Tekst: Hans van der Lee | Fotografie: René Faas

Binnen de akkerbouwsector wordt al jaren gewerkt aan precisielandbouw en de belangstelling is groot. Leeft de interesse voor de techniek ook zo in de bollensector? “De belangstelling is er wel en ook de geest om te ver- nieuwen is aanwezig in de sector. Probleem is wel dat de akkerbouwsector veel groter is, waardoor het voor machi- nebouwers en softwareontwikkelaars interessanter is om te investeren in vernieuwing. De kleinere teelten als de bloembollen hobbelen daar wat achteraan, maar de wil is er zeker.” De bollenteelt wordt steeds akkerbouwmatiger aangepakt, maar dat wil niet zeggen dat de telers aan de slag kunnen met dezelfde technieken? “De vertaling van de softwarepakketten voor de akkerbouw naar de bollenteelt blijkt best lastig, zien we bij de drie deel- nemers. We zijn echt aan het zoeken hoe het past. De gewas- sen zijn anders dan akkerbouwteelten. De verscheidenheid op één perceel is vaak groot en bedden eindigen sons abrupt. Daardoor is het best een uitdaging om de machines daar geschikt voor te maken. Spuitbomen en kunstmeststrooiers kunnen bijvoorbeeld best aan de hand van een taakkaart

plaatsspecifiek werken, maar we zijn niet zo ver dat we ze bedspecifiek op anderhalve meter of 1,80 kunnen laten wer- ken. Daar is de mechanisatie nog niet helemaal klaar voor.” Moeten we nog veel geduld hebben? “Er is veel techniek beschikbaar die ook bruikbaar is in de bollenteelt. Bodemkaarten zijn te maken, sensortechnieken zijn er, maar de vertaling naar bijvoorbeeld een doseerkaart voor de bemesting in een specifiek managementsysteem voor de bollenteelt is er nog niet. Over vijf jaar gaat dat een stuk beter.” In de akkerbouwsector zijn al bedrijven te vinden die taak- kaarten maken voor telers. De vertaling van de bodem- en gewasgegevens wordt voor hen geregeld. Is dat geen oplos- sing voor de bollenteelt? “Het is juist de bedoeling dat telers zelf aan de slag kunnen, zonder dat ze een expert zijn op het gebied van computers en software. Daar is dit project ook voor: valkuilen ontdek- ken en die uitsluiten als de techniek praktijkrijp is. Software moet het werk makkelijker maken. Daar ligt ook nog een uitdaging en een taak voor de bollensector zelf, om die soft- ware te laten ontwikkelen. Het is een logische stap. Iedere

28 februari 2019

7

28 februari 2019

I N G E S P R E K

teler heeft toch wel al een digitaal bestand met daarin de gegevens van welke cultivar waar staat?”

Euh… “De sector kan aankloppen bij software-ontwikkelaars om een dataplatform in te richten. Daarbij kunnen telers zelf beslissen wat ze daar in willen. De grote uitdaging daarbij is dat je als teler niet afhankelijk wilt worden van adviseurs die zeggen dat ze daarbij willen helpen. Dit soort bedrij- ven investeert niet in technieken waarbij ze zelf overbodig worden, daar hebben ze geen baat bij. Het moet echter zo eenvoudig mogelijk en hoe moeilijk dat is, wordt juist wel eens onderschat. Dat is in de akkerbouw niet anders. Ik zie bij deze ontwikkeling een belangrijke rol voor LTO of de KAVB. Belangenbehartigers zouden dit naar zich toe moeten trekken.” Als er eenmaal een product is, zijn we er nog niet. Bij een boekhoudpakket is het soms al lastig om verschillende pakketten te laten samenwerken. Bij precisielandbouw is die frustratie er volgens mij ook. “Dat klopt, de problemen die worden veroorzaakt door slechte samenwerking tussen verschillende versies. Of het werkt en een van de systemen krijgt een software-update, waarna het niet meer samenwerkt met de rest. Dat levert enorm veel frustratie op bij de telers. Het is een complexe keten, van scan naar bodemkaart en via de teler weer naar een advieskaart die vervolgens in machinetaal wordt om- gezet. Er wordt hard gewerkt aan een standaard voor al die schakels, zodat alles op één digitaal bedrijfsmanagement aan te sluiten is. NPPL werkt daarin samen met AgroConnect, een organisatie die zorgt voor standaardisatie in elektroni- sche gegevensuitwisseling. Het wordt gelukkig elk jaar beter, de hobbels zijn telkens kleiner.” Is het niet erg veel werk voor NPPL-deelnemers? “We zijn met de ondernemers aan tafel gegaan om te vragen welke plannen er lagen, zonder de technische en software- matige oplossingen. Daarna hebben we in kaart gebracht welke technieken de teler gemak en besparing kunnen ople- veren en na een seizoen maken we een vergelijking. Er is af- gesproken dat op een bedrijf een keuze wordt gemaakt voor één of meer toepassingen van precisielandbouw, waarbij we de doelen zo praktisch mogelijk houden. Op de percelen gaan we geen vergelijkingen aanleggen, om verschillen te zoeken tussen de aanpak met en zonder de precisietechniek. Dat kan helemaal niet op de bedrijven en daar zijn de teelten ook niet naar. Je kunt tenslotte geen veld onbehandeld houden. Overbodige metingen proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. Opbrengstmetingen hebben we het afgelopen seizoen met de droge zomer bijvoorbeeld niet gedaan. Dat geeft helemaal geen betrouwbaar beeld.” Is wel al iets te zeggen over de bereikbare besparingen met precisielandbouw in de bollen? “Besparing op middelengebruik is een van de belangrijkste beweegredenen en daar kijken we ieder jaar naar. In de bloembollen kunnen we daar nog niets over zeggen, maar in de akkerbouw zien we dat het afgelopen jaar gemiddeld genomen een kwart is bespaard op gebruik van middelen en bemesting. De verschillen per bedrijf zijn groot: het vari- eert van 11 tot 80 procent besparing, zonder dus naar de

‘Niet afhankelijk worden van adviseurs die zichzelf niet overbodig willen maken’

opbrengst van het gewas te kijken. Alle software en tech- nieken kregen we aan de praat, al kostte het soms wel wat extra tijd. Er is dus wel ecologische winst geboekt, nog geen financiële.” Krijgen we daar nog iets van te zien of te horen de komende tijd? “Bollentelers Henk Verdegaal in Noordwijkerhout en Sjaak Heutink in Lemelerveld doen mee en daar is Stef Ruiter in Andijk aan toegevoegd. Deelnemers aan NPPL houden ook open dagen, maar dit jaar doen we dat alleen nog bij de ak- kerbouwers die afgelopen jaar al meededen. Het is de bedoe- ling dat de deelnemende bollentelers dat in 2020 ook doen. Maar bollentelers kunnen nu best al bij de akkerbouwers gaan kijken. De kennis en ervaring die in de akkerbouw zijn opgedaan met variabel doseren bij de bestrijding van bodem- herbiciden en variabel doseren van kalk op basis van kaarten waarop de pH-waarden van de bodem zijn aangegeven, zijn ook voor de bollensector heel nuttig.”

8

28 februari 2019

C O L UMN

Omgevingsvriendelijk

Jennie Veninga Tulpen- en lelieteelt Hijken, Drenthe jennie@veningahijken.nl

Het woord ‘omgevingsvriendelijk’ kwam ik voor het eerst tegen in een artikel over precisielandbouwtechnieken. Hierin werd geschreven over een collega-bloembollen- teler uit Overijssel. Ik vond het gelijk een mooi woord, een woord met een duidelijke betekenis. Uiteraard heb ik het gegoogeld, maar toen bleek dat het woord niet terug te vinden is in het woordenboek. Wel kwam ik het tegen op een website van een bouwonderneming. Daar wordt de volgende uitleg gegeven aan omgevingsvriende- lijk werken: ‘We hebben de ambitie om overlast tot een minimum te beperken. We zorgen voor heldere en regel- matige communicatie met de omgeving. We beperken de overlast ook door het hele bouwproces goed te plannen en slim om te gaan met de ruimte op de bouwplaats. En maken logistiek een écht onderdeel van het bouwproces.’ Deze uitleg past heel goed in de bloembollenteelt, waar we ook de overlast tot een minimum willen beperken en willen communiceren met de omgeving. De telers van voorjaarsbloeiers kunnen extra omgevings- vriendelijk zijn. De omgeving wordt vriendelijker omdat bij de eerste zonnestralen in het voorjaar de tulpen en an- dere bloembollen hun kleur laten zien. De tijd om allerlei activiteiten rondom de bloembollenvelden te organiseren is daarmee weer gekomen. Op Twitter lees ik dat we kun- nen wandelen, hollen, fietsen, plukken en autorijden door en langs de bollenvelden. Het voorjaar is ook de tijd om de mensen die van verder weg komen te laten zien hoe vriendelijk onze omgeving is. De Keukenhof is de grootste toeristentrekker. Daar pro- fiteren andere ondernemers ook van. Met name de ho- recaondernemers zijn er blij mee. In Drenthe is de teelt van voorjaarsbloeiers nog redelijk nieuw en moeten we nog leren hoe we de bloeiende bollenvelden kunnen ge- bruiken om onze omgeving vriendelijker te stemmen. Alhoewel, we zijn op de goede weg. De vraag naar tul- penroutes en ‘Tulpenpracht bij nacht’ wordt regelmatig gesteld. Mijn collega Dieneke stelde zojuist de vraag in de app-groep van de Drentse bloembollentelers waar de percelen liggen. Binnen een half uur hadden ze allemaal gereageerd. We kunnen dus aan de slag met het maken van de routes en daarmee eenieder laten meegenieten van onze omgevingsvriendelijke bollenvelden.

28 februari 2019

28 februari 2019

28 februari 2019



28 februari 2019

Bij de hyacinten was dit de spraakmaker: een dubbele mutant van ‘Miss Saigon’, die te zien was in de stand van Hans van Noort. De jury was hel- der in zijn oordeel: beste hyacint van de show.

Alles lukte op 86e Lenteflora

Waar het ene jaar sprake is van veel uitval, lukt het een ander jaar om alles in bloei te krijgen. Voor de 86e Lenteflora in Lisse gold het laatste. En dus stond de hal tjokvol met een indrukwekkend sortiment voorjaarsbloeiers. Ruim twintig inzenders maakten indruk met een mooie mix van historisch, gangbaar, modern, nieuw en speciaal.

Tekst: Arie Dwarswaard | Fotografie: René Faas

10

28 februari 2019

3

1

4

1. Het gewas Hippeastrum kwam niet alleen in de vele decoratieve stukken voor, maar werd ook op naam geshowd door Fa. G. van Staal- duinen. Nieuw was hier de meerkleurige ‘Win- ter Delight’, die over forse bloemen beschikt. 2. Inzender Bastiaan Breed kwam met twee prima collecties naar de Lenteflora. Hij showde niet alleen een kleurrijke collectie krokussen, maar bracht ook enkele tientallen potten narcis- sen mee. In de kleur geel viel ‘Percuil’ op, een cyclamineus die is gewonnen door Ron Scamp. 4. Liefhebbers van heel bijzondere bolgewassen konden hun hart ophalen bij Aad de Groot. Opvallend was een collectie Corydalis, met daarin onder meer Corydalis solida ‘Gunite’, een van de aanwinsten van Janis Ruksans, die hij naar zijn echtgenote vernoemd heeft.

3. Ook dit jaar maakte Van der Slot Lisse indruk met een modern broeisortiment tulpen in pri- ma kwaliteit. Hier stond niet alleen de beste inzending tulpen, maar ook de beste tulp van de show: ‘Trésor’. 5. Zonneveld Flower Bulbs liet een goed over- zicht zien van het gevarieerde sortiment hya- cinten. Daaronder zaten ook diverse eigen aan- winsten, zoals ‘Ibis’ en de nog niet benaamde zaailing 132. 6. De Verenigde Staten van Amerika vragen om bolgewassen die goed op pot zijn te broeien. Westerbeek Bulb Company richt zich op die afzetmarkt en liet sortiment zien dat goed voor pottenbroei geschikt is. Bij de tulpen was ‘Pleasure’ te zien, maar ook ‘Shooting Star’, ‘Rea’ en ‘North Future’.

5

1

2

6

28 februari 2019

11

28 februari 2019

‘Kwaliteit kun je altijd verkopen’

Mooij Tulips gaat al drie generaties mee. In al die jaren heeft het bedrijf een mooie ontwikkeling doorgemaakt. Daarbij bleef het oude dat goed was behouden en werd tegelijkertijd ingezet op vernieuwing. De verhuizing naar een nieuwe locatie, net buiten het vertrouwde Limmen, maakte verdere groei mogelijk. ‘We blijven vooruitkijken.’

Tekst: Monique Ooms | Fotografie: René Faas

28 februari 2019

28 februari 2019



28 februari 2019

Aron Mooij: “Ik ben tulpengek.”

A ls we de verwerkingshal van Mooij Tulips binnen- lopen, draaien de machines op volle toeren. Aan de ene kant van de hal maken de Potveer-ontboller en de Furora-bosmachine van Bercomex het bossen eenvoudiger, aan de andere kant van de ruimte arrangeren twee medewerksters ‘schoofjes’ van tien tulpen met de bol eraan, verpakt in doorzichtig folie. “Deze dames hebben in een bloemenwinkel gewerkt en zij komen ook zelf met idee- ën”, vertelt directeur-eigenaar Aron Mooij. “Dit idee had een van onze klanten opgepikt en hij vroeg of we dit ook voor hem konden maken. Dat kunnen wij. Het begon met een paar dozen, inmiddels produceren we vijf karren per week.” Op de karren staan fusten met mixboeketten van dubbele tulpen. “Dat was een vraag van een van onze afnemers. Nu bieden we dat breder aan en er is veel belangstelling voor. Vaak gaat het daarbij om maatwerk, bijvoorbeeld twee kar- ren met tien soorten. Ik ben soms net een kruidenier. Maar ja, mooi is het wel.” UITBREIDEN De hal is relatief nieuw. Zo’n zeven jaar geleden verhuisde Mooij Tulips vanuit Limmen naar deze locatie aan de rand van Castricum, om verder te kunnen groeien. “We zaten midden in het dorp en vanwege ruimtegebrek werkten we op verschillende locaties. Dat was niet efficiënt. We hebben de grond verkocht aan particulieren. Op de plek van ons oude bedrijf is nu een kleine woonwijk ontstaan.” Op de nieuwe plek besloot hij direct te gaan uitbreiden. “De schuur was er al, we hebben er in 2018 zo’n 5.000 meter glas bij laten zetten. Nu hebben we alles op één locatie en dat geeft rust.” Dat hij niet meer in Limmen woont, ligt een beetje gevoelig. Grijnzend: ‘We wonen in Castricum, maar op de kisten staat nog altijd Limmen.” Overigens gaat hij ervan uit dat Mooij Tulips nog niet uitgegroeid is. “Ik denk alweer na over een volgende uitbreiding. Groei is niet mijn doel, maar er moet wel ontwikkeling in zitten. Dat houdt je scherp en alert.” Wat direct opvalt, ook als we door de twee plukhallen lopen, is het bijzondere assortiment. “Ik ga niet voor de massa, daar vind ik niks aan. Ik ben een echte tulpengek, hou van mooie dingen. Dus wil ik graag werken met producten die wat exclusiever zijn.” Het assortiment bestaat nu uit zo’n 25 soorten. Daarbij gaat het voornamelijk om Irene-soorten, zoals ‘Hermitage’ en ‘Pretty Princess’, en dubbele tulpen. Extra trots is hij op ‘Quinty’s Dream’, vernoemd naar zijn dochter, waarvan Mooij Tulips de exclusieve leverancier is. “Wij beleveren de groothandel die levert aan bloemisten, dus het mag een beetje apart en anders zijn en iets meer kos- ten. Het is andere handel dan voor de retail, dat is allemaal wat lichter.” Bovenaan staat de kwaliteit. “Het moet top zijn. Kwaliteit kun je altijd verkopen.” Overigens waakt hij er wel voor dat hij te veel soorten koopt. “Het moet werkbaar én rendabel blijven.” ZWARE KWALITEIT De tulpen staan in potgrond. Mooij haalt een bak van de tafel om het resultaat van dichtbij te laten zien. “Voor onze afzetmarkt is het belangrijk om zware kwaliteit te produce- ren. Dat bereiken we met potgrond.” Rond de boslijn zien we bundels tulpen ingepakt in jute, even apart gezet, in afwach- ting van de volgende handeling. “Zo deed mijn vader dat altijd al. Je pakt ze heel makkelijk op, zonder beschadiging.”

Dit is Mooij Tulips Mooij Tulips werd halverwege de jaren veertig van de vorige eeuw opgericht door de opa van Aron Mooij, de huidige eigenaar. Aron nam het bedrijf in 2003 over van vader Piet. In 2017 was de ver- huizing van het hart van Limmen naar de rand van Castricum afge- rond. Mooij laat 20 hectare tulpen op contract telen. Het bedrijf broeit zo’n 25 soorten en 10 miljoen stelen. De broeierij start eind augustus en loopt door tot 1 mei. Mooij broeit op potgrond. De oogst is bedoeld voor de Europese groothandel die levert aan bloemisten. Aron Mooij heeft zo’n vijftien medewerkers in dienst.

28 februari 2019

13

28 februari 2019

Iets verderop in de hal buigt een groepje mensen zich over zijn gewas. “We onderzoeken de mogelijkheden om chemie te vervangen door biologische middelen. Dat zijn mensen van onder andere GMN die ons helpen om over te schakelen. We zijn volop aan het experimenteren en de resultaten zijn veelbelovend, soms zelfs beter dan met chemie.” Duurzaam werken en certificering worden steeds belangrijker, merkt hij. “Twintig jaar geleden waren wij er al mee bezig, maar het leverde niks extra’s op. Nu leeft het meer bij onze afne- mers en hebben we het weer opgepakt.” Mooij werkt met meerlagenteelt. “Zo nieuw is dat niet, mijn opa deed dat al. Eerst zette hij de bakken onder de tafel en daarna op de tafel voor de afbroeifase.” In een deel van de hal brandt gekleurde led-verlichting. “Dat is een proef. Ik zie nog geen spectaculaire verschillen, per soort wisselt het wel.” Op de tweede teeltlaag liggen twee UV-C-lampen naast elkaar waar de bakken overheen rollen. “Daarmee ontsmet- ten we.” Beide plukhallen hebben elk hun eigen temperatuur. “We werken met kleine afdelingen, waardoor we snel kunnen schakelen. Dat maakt ons flexibel. Er gaan tien soorten per dag over de boslijn. We kunnen alles los van elkaar sturen en kleine loops maken.” Kwaliteit begint bij de basis, bena- drukt Mooij. “Het uitgangsmateriaal moet goed zijn. Daarom werken wij samen met vaste contractnemers voor de teelt in Warmenhuizen, Zuid-Holland, Zeeuws-Vlaanderen en Chili.” Het fijne van contractteelt is ook: “Ik heb geen trekkers en geen personeel nodig voor dat werk.” Ook werkt hij nauw samen met Kruijer Bloembollen uit het Noord-Hollandse ’t Veld. “We kopen samen plantgoed in, ik koop vervolgens de leverbare bollen.” Verder maakt hij deel uit van kwekersvereniging Double Future. “Een prachtige manier om met mooie, dubbele tulpen te kunnen werken, zoals ‘Northcap’ en ‘Homerun’. De komende jaren worden er via deze weg zo’n vijftien nieuwe dubbele tulpen uitge- geven. Dat ziet er veelbelovend uit. Aparte dingen waarvoor interesse is in de groothandelsmarkt.” KORTE LIJNEN Mooij heeft dagelijks contact met zijn klanten over bestel- lingen en verkoopwensen. “De lijnen zijn kort. Ik maakt een aanbodlijst, zet die op de app en dan komen de bestellingen binnen. Dat is echt maatwerk per klant en dat kan per dag verschillen.” Het contact verloopt rechtstreeks en: “De verkoop gaat via de veiling.” Door te werken met bollen uit Chili kan hij al vroeg beginnen met broeien en al in septem- ber de eerste tulpen verkopen. Niet alle markten hebben interesse in die vroege tulpen. “In West-Europa is er dan nog geen vraag, maar in Oost-Europa loopt het prima.” De prij- zen stemmen Mooij tevreden. “Gemiddeld gaan de bloemen duurder weg dan vorig seizoen.” Sparren doet Mooij geregeld met zijn medewerkers, waar- onder een neef van hem. En met zijn schoonvader, die veel hand- en spandiensten verricht in het bedrijf. Voorheen deed hij dat ook met zijn vader, maar hij overleed vrij plotseling in 2010. “Tot die tijd deden we het allemaal samen. Dat was echt een klap.” Des te blijer is hij met het team dat hij inmiddels om zich heen heeft verzameld. “Iedereen weet wat hij moet doen. Het loopt heel soepel. Dat moet ook wel, anders wordt het toch lastig om zo’n bedrijf alleen te runnen.”

14

28 februari 2019

Zuinig zijn met energie is verplicht én bespaart geld

28 februari 2019 Door de maatregelen uit te voeren die op korte termijn al rendabel zijn, is energiebesparing financieel aantrekkelijk. Bent u geïnteresseerd, neem dan contact op met een Flynth-vestiging bij u in de buurt. V alt een bedrijf of instelling onder de informatie- plicht, dan moet het uiterlijk 1 juli 2019 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO. nl) rapporteren welke energiebesparende maat- regelen zijn genomen. Als uitgangspunt geldt de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML) voor de betreffende bedrijfstak. Deze melding van de genomen maatregelen in het bedrijf is iedere vier jaar verplicht. Voor de rapportage is het eLoket van RVO.nl beschikbaar. Waar deze rapportage exact aan moet voldoen, is nog niet bekend. ERKENDE MAATREGELEN Erkende maatregelen zijn energiebesparende investeringen waarmee bedrijven eenvoudig kunnen voldoen aan de wet- telijke energiebesparingsverplichting. Deze maatregelen heb- ben een terugverdientijd van maximaal vijf jaar. Inmiddels zijn er voor diverse branches specifieke lijsten met erkende maatregelen beschikbaar. Enkele voorbeelden van erkende maatregelen in de bollen- teelt zijn: • het isoleren van koelcelwanden; • koeling onderbreken als de deur opengaat; • lichtschakeling met bewegingsmelder. Er is een extra stimulans om minder energie te verbruiken, omdat met ingang van 1 januari 2019 de energiebelastingta- rieven flink zijn gestegen. Bij gas is dit een stijging van circa 20% en bij elektra circa 12%. ENERGIEBESPARINGSONDERZOEK Flynth kan voor u bepalen of uw onderneming onder de informatieplicht valt. Met een energiebesparingsonderzoek heeft u inzicht in de energiebesparingsmaatregelen die het beste toegepast kunnen worden binnen uw onderneming. In dit onderzoek zullen ook de subsidiemogelijkheden voor uw situatie aangegeven worden.

Vanuit het activiteitenbesluit Milieubeheer zijn bedrijven met een hoog verbruik verplicht om bepaalde erkende maatregelen voor energiebesparing uit te voeren die zich binnen vijf jaar terugverdienen. In 2019 verandert de regelgeving. Naast de bestaande energiebesparingsplicht komt er een informatieplicht voor bedrijven en instellingen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) per jaar verbruiken. Met de informatieplicht willen de overheid en het bedrijfsleven energiebesparing versnellen om de CO 2 -uitstoot te beperken.

Tekst: Flynth | Fotografie: René Faas

15

28 februari 2019

Op zoek naar andere markten

Het is een zwaar jaar geweest voor iedereen in het lelievak. Over alle problemen werd ook op de jaarlijkse Leliedag van de KAVB en ROL in Emmeloord gesproken. Op woensdag 13 februari werd nog eens pijnlijk duidelijk dat de koers die het vak nu vaart geen vrolijke bestemming kent. K ees Burger, voorzitter van de productgroep lelie, begon de dag met een kritische noot: “Een koper vinden was dit jaar een kunst voor het lelievak. Terwijl de kwa- liteit van de leliebollen nog nooit zo goed is geweest. Negentig procent van de kwekers heeft verlies geleden. Ook de export kent verlies. Krimpen gaat niet vrijwillig, dus we streven af op keiharde matregelen. Of de bank maakt de beslissing, of kwekers kiezen er zelf voor om te stoppen of krimpen voor het te laat is. Dit is een keihard scenario. Maar er is nog nooit zoveel te veel geweest.” De voorzitter, die vandaag na acht jaar aftreedt, sluit altijd af met wat positieve punten. Zo geeft hij aan dat het vak goed bezig is met onder andere de virusaanpak en de groene middelen. De veredeling is op zoek naar resisten- tie en dat is volgens Burger ook een pluspunt. Tekst: Lilian Braakman | Fotografie: René Faas

Uiteraard staan er op de Leliedag lelies. Bij het spreekgestoel- te staat een vaas bijzondere oranje lelies. Deze zijn anders dan de gangbare lelies. Deze ‘Apricot Fudge’ is namelijk een stuk korter en heeft een veel kleinere bloem. Dirk Osinga, secretaris Stichting Regionaal Onderzoek Lelieteelt in Noord- en Oost Nederland (ROL), vertelt hierover. “Sommige mensen vinden dit misschien lelijk, maar die weten waarschijnlijk niet dat deze lelie meer dan een euro per steel opbrengt. Wat ik hoor is dat lelies te groot zijn voor bijvoorbeeld een bruidsboeket. Deze is klein en kan in een boeket makkelijk verwerkt worden. De sector is steeds grote bloemen gaan kweken, maar er is ook een markt voor klein.” Andere markten aanboren staat centraal in de toespraak van Osinga. Zo geeft hij als suggestie om op de Floriade 2022 lelies te laten proeven. In China worden namelijk al lelie- schubben gegeten. Waarom dan niet in Nederland? Andere suggesties zijn lelielikeur, lelieparfum en aan de slag gaan met een marketeer om lelie beter in de markt te zetten. EERST CONTRACT, DAN PRODUCEREN Gastspreker van de dag is Ruud Zanders van Kipster. Hij is pluimveehouder. Zijn manier van werken is anders dan de traditionele manier van kippenhouden. Zo heeft hij eerst een contract afgesloten met supermarkt Lidl voordat de kip- penboerderij gebouwd werd. Hoe kan dat? Zanders was eerst een traditionele kippenhouder. “Onze kernwaarden waren ‘groot, groter, grootst’. Na de oorlog was namelijk het idee dat nooit iemand meer honger mocht hebben. Veel eten voor lage kosten was het credo. Dat leidde tot specialisatie en schaalvergroting.” Onder deze omstandigheden heeft Zan- ders het bedrijf van zijn vader overgenomen. Dat ging niet goed, want het bedrijf ging failliet. “Dat was niet makkelijk. Maar ik wilde wel iets blijven doen in de pluimveehouderij.

16

28 februari 2019

Volgens Dirk Osinga zijn er meer manieren om lelies te verkopen.

‘Apricot Fudge’

Kees Burger, voorzitter van de productgroep lelie, ontving uit de handen van KAVB-voorzitter René le Clercq de zilveren speld van de KAVB. Lees meer hierover op pag. 30-31.

Ruud Zanders: “Ik moest nadenken over hoe het anders kon.”

Toen moest in nadenken over hoe het anders kon. Dit deed ik onder meer door met organisaties als Wakker Dier en de Dierenbescherming te gaan praten.” Samen met Styn Claessens (kippenboer), Maurits Groen (duurzame ondernemer) en Olivier Wegloop (communica- tiestrateeg) is het idee voor Kipster ontstaan. De vraag die centraal staat bij Kipster is: Hoe voeden we de wereld op een faire manier en wat is de rol van de dieren daarin? “We wilden de beste kippenboerderij ter wereld bouwen. Met

maximaal dierenwelzijn en minimale milieubelasting. Met allerlei maatregelen, zoals witte kippen houden omdat deze minder voer nodig hebben, voedsel regelen via reststromen, zonnepanelen op het dak en zuivering van al het fijnstof, was het mogelijk om het eerste klimaatneutrale ei te maken. Met dat idee stapten we naar de supermarkten. Daar kwam een contract uit met de Lidl voor vijf jaar. Met het contract op zak kon de bouw van de kippenboerderij beginnen.”

Workshop Vitale Lelieteelt De bezoekers konden tijdens de Leliedag deelnemen aan vijf workshops. Bij ‘Vitale Lelieteelt’ ging onderzoeker Casper Slootweg in op het een- richtingssysteem. Het idee hiervan is dat wanneer je schoon begint met een partij lelies, je ook schoon eindigt zonder of met minder middelen. De eerste stap in dit proces is uit weefselkweek schubbollen winnen. Dit is onderzocht door Wageningen University & Research (WUR). Hierna werden vijftig of honderd van deze schubbollen geplant in een kist met substraat. Slootweg: “We zagen dat bij de OT’s en de LA’s al snel een spruit kwam. Hierdoor raak je de groei kwijt omdat de energie naar de spruit gaat. Bij Oriëntals was dat niet het geval.” Het onderzoek gaat door met deze stap. Hoe de spruitvorming kan worden voorkomen is het volgende vraagstuk. Aansluitend besprak Hans Kok, voorzitter ROL, de resultaten van een heetstookproef als alternatief voor de warmwaterbehandeling. Hiervoor hebben drie cultivars op vier tijdstippen een warmeluchtbehandeling gehad van 41 of 43 graden. Daarnaast was er een controlegroep. “We zagen dat de bollen tijdens de behandeling veel vocht verloren.” Volgens Kok is dit in de praktijk een minder groot probleem. “Dit is op grote schaal al eens getest en toen speelde dit niet.” Uit de resultaten bleek verder dat het optimale tijdstip voor de behandeling drie weken voor het planten is. Dan zat er het minste verschil in qua opbrengst. Kok: “Bij de LA’s en de OT’s zagen we weinig verschil met de controlegroep. Alleen bij de Oriëntals was de opbrengst minder. Daarnaast liep het percentage dubbelneuzen op bij alle lelies.” Heetstook is geen oplossing voor met Fusarium besmette bollen. “Dat percentage liep verder op na de behandeling. Hoeveel was erg soortaf- hankelijk. Uit het verleden wisten we al dat heetstook goed werkt tegen bladaaltjes en wortellesieaaltjes. Dat blijkt ook uit deze proef. Het per- centage blijft 0 of daalt naar 0. Verder zagen we geen verspreiding van PlAMV door de behandeling.”

28 februari 2019

17

28 februari 2019

Toegevoegde waarde in kwaliteit en continuïteit Molenvaart 226

0223 52 14 20 06 53 41 66 89

1764 AW Breezand www.aadprins.nl

   

 Trekkers te koop gevraagd Voor export alle types • Massey Ferguson • Landini • John Deere • Ford • Same • Fiat • Universal / UTB • Zetor

Schade, roest of mankementen geen bezwaar. U kunt alles aanbieden!

H&G Exporttractors Abbestederweg 30 B 1759 NB Callantsoog T 06 10922015 T 06 53672173 www.exporttractors.nl

Wij zijn verhuisd!

greenity-agropartners 190110.indd 1

10-01-19 13:54

Het oude adres: Carolus Clusiuslaan 3c 2215 RV Voorhout

Onze nieuwe locatie wordt: 2e Poellaan 22 2161 CJ Lisse www.arjanvanlierop.nl 06 - 51 27 33 45

H&G Exporttractors

Abbestederweg 30 B

1759 NB Callantsoo

T 06 10922015 T 06 53672173 www.exporttractors.nl

T E C H &M E C H

Inde rubriek Tech&Mech is er aandacht voor zowel nieuwe als vernieuwende producten uit de sector. Een plek waar techniek en mechanisatie structureel aandacht krijgen.

Weed Whacker Odd.bot www.odd.bot

Tekst: Lilian Braakman | Fotografie: Odd.bot

Robot vernietigt onkruid

Een robot die over het gewas heen rijdt, onkruid herkent en dit ver- morzelt. Dat is in het kort de Weed Whacker. Het idee en de uitvoe- ring hiervan ligt in de handen van Martijn Lukaart, eigenaar van Odd. bot. De onkruidrobot is ontstaan na een vraag vanuit Esmera (European SMEs Robotic Applications) en ge- financierd door de Europese Unie. Esmera is een organisatie die techni- sche vraagstukken verzamelt, waar- voor geïnteresseerden een mogelijke oplossing kunnen insturen. Esmera helpt de beste ideeën uitwerken met kennisdeling en financiering. “De agri- en foodsector zocht een oplossing voor wegvallende chemi- sche onkruidbestrijdingsmiddelen, bodemverdichting en personeels- schaarste”, vertelt Lukaart. “Daar kwam de Weed Whacker uit. Het prototype is samen met de TU Delft gemaakt. Zes studenten van het keuzevak Robotica hebben vijf maanden aan ons project gewerkt.” NU ALLEEN NOG IN GROENTE De Weed Whacker is een driewieler van 1,5 m breed, weegt 60 kilo en heeft een beweegbare arm. Omdat het vraagstuk toegespitst is op di- verse groenten, zoals prei, wortel, kool en pastinaak, is het bereik twee teeltbedden. “Een volgende versie wordt groter, maar nu is het belang- rijk om de intelligentie op niveau

zet kan worden.” De Weed Whacker wordt later dit jaar getest op het land. Voor deze proef hebben zich ook al bollentelers aangemeld. RENDABEL HOUDEN De focus ligt nu op de software. “Later onderzoeken we of het boren en vermorzelen van het onkruid de beste oplossing is. Daarna gaan we kijken wat de robot mag kosten en of dat haalbaar is. Om het renda- bel te houden, willen we de Weed Whacker multi-inzetbaar maken. Daarom gaan we de robot modulair opbouwen. Zo kan deze later ge- bruikt worden om ziektes te detec- teren of bodemmonsters te nemen.” De belangstelling voor de Weed Whacker is nu al groot. “Maar gaat hij doen wat we verwachten? Dat is nu de belangrijkste vraag voor mij.” Telers die geïnteresseerd zijn kun- nen zich aanmelden via de website. De startup zoekt naast financiering ook partners om het product na het testen te kunnen doorontwikkelen.

krijgen. De robot werkt op basis van patroonherkenning. Dat houdt in dat de camera het gewas ziet in afstand en regelmaat. Wat niet aan dat beeld voldoet, wordt bestempeld als onkruid en verwijderd. Dit is een eerste basale stap. Het algoritme moet nog verder getraind worden om de robot slimmer te maken.” OPPERVLAKKIG ONKRUID Tot dusver is het apparaat alleen nog in een lab getest. In theorie werkt de robot, maar er moet nog gekeken worden hoe hij de beelden interpreteert. “We testen nu de Weed Whacker om te bepalen of de robot functioneert en of de uitvoe- ring haalbaar is. De volgende stap is de functionaliteit demonstreren.” Het idee is gericht op het verwijde- ren van oppervlakkig onkruid op zandgronden. Het is te vroeg om te zeggen dat de robot werkt, maar het is wel waarschijnlijk volgens Lukaart. “Ik verwacht dat hij uitein- delijk ook in andere gewassen inge-

28 februari 2019

19

28 februari 2019

Lelies spoelen Duurzaam en economisch verantwoord

De mijnbouw, de aardappelteelt, de mestverwerking, de voedingsmiddelenindustrie… In een poging tot een ‘duurzaam en economisch verantwoord leliespoelproces’ te komen, durfden een aantal lelietelers in Overijssel en een machineontwikkelaar in Friesland ver over de grenzen van de teelt en zelfs de sector heen te kijken. Met de resultaten kunnen bollentelers in heel Nederland hun voordeel doen.

Tekst: Cees de Geus | Fotografie: Yolande Holthuijzen

D e lelieteelt voor Overijssel behouden. In de weten- schap dat in de provincie meer dan 1.100 ha lelies wordt geteeld, circa een kwart van het Nederland- se areaal, was dat het doel van het project ‘Ont- wikkeling van een duurzaam en economisch verantwoord leliebollenspoelproces’, dat de afgelopen jaren dankzij bijna 2,5 ton aan subsidie uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (POP3) en de provincie Overijssel kon worden uitgevoerd. “We zijn nog niet helemaal klaar”, nuanceert projectcoördinator Yolande Holthuijzen. “De ko- mende maanden staan in het teken van het project afronden en de balans opmaken. Die is zonder meer positief: er zijn diverse innovatieve technieken ontwikkeld, die dusdanig in het leliespoelproces kunnen worden geïntegreerd dat de lelieteelt er veel schoner en duurzamer van wordt. En daar- door weer een toekomst heeft, niet alleen in Overijssel maar in heel Nederland.” NIEUWE TECHNIEKEN Met Marcel Markhorst (Brucht) en Sjaak Huetink (Leme- lerveld) voorop, is daarbij een belangrijke rol weggelegd voor negen lelietelers die veel tijd en energie staken in het ontwikkelen, testen en evalueren van de nieuwe technieken. “Essentieel was ook de rol van Foekema Ecosystems, een constructiebedrijf in Lemmer”, vindt Holthuijzen. “Johan Foekema en zijn collega’s keken fris tegen de lelieteelt en de problematiek aan en kwamen uiteindelijk met enkele doeltreffende oplossingen. Met dank aan onder andere de mijnbouw en de voedingsmiddelenindustrie.” Die problematiek kan kort worden samengevat: om de net

gerooide leliebollen te ontdoen van zand is tijdens het spoel- proces veel bronwater nodig, tot gemiddeld wel zo’n 800 kuub per ha. Terwijl telers daarvoor steeds grotere bezink- bassins nodig hebben, wordt het lozen van na-spoelwater op het oppervlaktewater door de waterschappen steeds meer aan banden gelegd. “Uitdaging één was een betere benutting van de capaciteit van het bassin, door te voorkomen dat het binnen de kortste keren volloopt met zand”, legt Holthuij- zen uit. “Als je het zand, organisch materiaal en humus tijdig van het spoelwater weet te scheiden, met behulp van cyclonen en een ontwateringsschudder, en opvangt in een stortbunker, kun je het samen met het al uitgezeefde droge zand per ommegaande weer in een kiepwagen laden en over het perceel van herkomst uitrijden. Omdat het bassin daardoor niet meer volloopt, kun je veel langer met schoon bronwater naspoelen voordat het bassin vol is. Zo voorkom je dat er na-spoelwater moet worden geloosd. En daarmee eventuele verontreiniging door restanten van gewasbescher- mingsmiddelen.” GEEN UTOPIE MEER De zandseparator die Foekema ontwikkelde, werkt volgens lelieteler Marcel Markhorst zo goed dat volledig recirculeren geen utopie meer is. “Zo ver zijn we zelf nog niet, maar het scheelt niet veel. De afgelopen twee rooiseizoenen hebben we geen water over het land uitgereden.” Letterlijk en figuurlijk in het verlengde van de zandsepara- tor, ontwikkelde Foekema ook een wervelbad. “De techniek is dusdanig geïnnoveerd, dat de lelies gegarandeerd worden ontdaan van bacteriën en virussen”, verzekert Holthuijzen.

20

28 februari 2019

Met de zandseparator is volledig recirculeren geen utopie meer.

“Daartoe worden aan het eind van het spoelproces de bollen door het wervelbad gestuurd. Door een fysisch-chemisch proces in het wervelbad waaraan een kleine hoeveelheid hy- pochloriet wordt toegevoegd, worden alle virussen gedood. Het water kan dus worden hergebruikt omdat het virusvrij is. Die wetenschap verlaagt de drempel om in het begin van het spoelproces water uit het bassin te recirculeren.” FINISHING TOUCH Afkomstig uit de voedingsmiddelenindustrie kan als ‘finis- hing touch’ aan het eind van de spoellijn nog een nieu- we, eveneens door Foekema voor de bollenteelt geschikt gemaakte ‘nozzle-machine’ worden geplaatst, die het water van de leliebollen blaast en ervoor zorgt dat ze droog in de kuubkist terechtkomen. Markhorst: “Zelf werken we alleen met de zandseparator, waarna we de lelies schoonspoe- len met opgepompt bronwater dat daarna in het bassin wordt opgevangen. Afhankelijk van de bedrijfssituatie en de PlAMV-druk, kan een teler ervoor kiezen om zowel de zandseparator als het wervelbad in de spoellijn op te nemen.” Tekenend voor het succes van het project is dat de eerste door Foekema ontwikkelde machines inmiddels via Graaf- stra Machinebouw in Oosterwolde in de markt zijn gezet. Op de Mechanisatietentoonstelling in Vijfhuizen was de belangstelling volgens Holthuijzen vorig jaar enorm. “Je merkt aan alles dat dit innovaties zijn die ertoe doen. Dat het project in aanmerking kwam voor Europese POP3-sub- sidie in het kader van het thema ‘samenwerking voor inno- vaties’, is meer dan terecht: dit is een schoolvoorbeeld van

Het wervelbad ontdoet de lelies gegarandeerd van bacteriën en virussen.

wat je kunt bereiken als je als telers samen je nek durft uit te steken en buiten de gebaande paden durft te treden.” ‘ZANDSEPARATOR 2.0’ Mede dankzij de ‘zandseparator 2.0’ in de spoellijn ziet Markhorst het komende lelieseizoen met vertrouwen tege- moet. “We mogen nog steeds spoelwater uitrijden op het perceel van herkomst en we mogen nog steeds zand van het ene perceel naar een ander perceel slepen, maar de regels worden steeds strenger en het gaat met eindeloze discus- sies gepaard. Deze innovaties in het spoelproces maken een einde aan dat soort achterhoedegevechten en leveren een bij- drage aan een duurzame en gezonde lelieteelt, precies zoals we voor ogen hadden toen we er in 2016 aan begonnen.”  

28 februari 2019

21

28 februari 2019

Landbouw en natuur geen tegenpolen

Natuurinclusieve landbouw, een term waar we zo langzamerhand mee worden platgegooid. Maar wat behelst het nu eigenlijk, wat kun je er als teler van bloembollen of vaste planten mee en – niet onbelangrijk – kun je er een boterham mee verdienen?

Tekst: Jeannet Pennings | Fotografie: René Faas

B egin februari verdringt een groep mensen zich langs de Leidsevaart in Hillegom. Van hun gezichten is een mengeling van verwonde- ring, blijdschap en extase af te lezen. Hun camera’s staan strak opgesteld, de grote lenzen gericht op een bollenperceel. De kenner weet wat hier te zien is. Op online forums gonst het al enkele dagen: de Tetrax tetrax (kleine trap) is gesignaleerd. Vogelaars uit alle windstreken komen naar de Bollenstreek om het diertje met eigen ogen te aanschouwen. Zo’n kans krijg je immers niet vaak. De dwaalgast is volgens bronnen nog geen vijftig keer in Nederland gespot sinds 1824. En nu scharrelt hij rond in een bollenper- ceel. Natuurinclusiever wordt het niet, toch? André Hoogendijk, adjunct-direc- teur van de KAVB, wordt enthousiast van deze berichten. Een bevestiging dat land- bouw en natuur hand in hand gaan. Toch vindt hij natuurinclusieve landbouw geen juiste term. “Het impliceert dat landbouw en natuur tegenover elkaar staan”, zegt Hoogendijk. “Terwijl agrariërs elke dag bezig zijn met de natuur. Bloembollen en planten zijn natuurproducten. In de visie Vitale Teelt 2030 van de bloembollensec- tor spreken we dan ook van natuurlijk kapitaal. We zien de natuur als partner en kijken hoe we die relatie kunnen verster- ken.” DRIE STAPPEN Hoogendijk onderscheidt drie grada- ties. “De eerste is het terugdringen van emissies om zo min mogelijk schade toe te brengen aan het milieu. Daar is de sector volop mee bezig en met resul-

PRAKTIJKPROEF STROKENTEELT Lelieteler Wilbert Mans uit Weert start dit jaar – in samenwerking met Boltha en Wa- geningen UR en met financiering vanuit het KAVB Leliefonds en het ministerie van landbouw – een praktijkproef stroken- teelt. Doel is om met minder chemische middelen virusverspreiding tegen te gaan. In de drie- of vierjarige proef worden negen bedden lelies afgewisseld met een bed bloemenmengsel. Dit mengsel moet de juiste insecten aantrekken, de natuur- lijke vijanden van de virusverspreidende luizen. “Dat is het mooie”, zegt Mans. “De natuur heeft voor bijna alles zelf een op- lossing. We zijn met de landbouw echter een andere kant op gegaan, met name in de naoorlogse jaren: veel produceren voor weinig. Inmiddels staan we op een kruispunt. Het moet anders, daar ben ik van overtuigd. De kwaliteitseisen nemen toe, terwijl middelen verdwijnen.” En dat levert nieuwe oplossingen, erkent Mans. “Iedereen dacht dat we niet zonder grondontsmetting konden, maar nu zet- ten we Tagetes in en dat werkt bijzonder goed. Roundup gaat ook een keer ver- dwijnen, maar recent is een proef gedaan waarbij een suikermolecuul uit bacteriën is gehaald en dat schijnt een vergelijkbare werking te hebben.” Of strokenteelt een goede oplossing gaat zijn, moet volgens Mans blijken. Is het een stap richting na- tuurinclusieve landbouw? “Ik denk dat we daar als bollentelers allemaal al mee bezig zijn. Het is in ieder geval een geweldige kreet en ik denk dat we er bewuster mee aan de slag gaan dan in het verleden. Meer kijken naar wat er buiten en in de bodem gebeurt en daar ons voordeel mee doen.”  

taat. Een stap verder gaat de functionele agrobiodiversiteit, waarbij een symbiose tussen natuur en landbouw ontstaat.” Voorbeelden daarvan zijn akkerranden – steeds meer bollentelers zaaien die in – en strokenteelt. Hoogendijk: “De sector werkt momenteel aan de doorontwikkeling daar- van. Strokenteelt houdt in dat je op één perceel meerdere gewassen teelt die een positieve invloed op elkaar hebben. Denk bijvoorbeeld aan luizenwerende krokussen naast tulpen om de virusdruk te verlagen. Of Tagetes en lelies naast elkaar in plaats van na elkaar om te kijken of je daar een meeropbrengst uit kunt halen. Stroken- teelt is in de groentesector al meer bekend en biedt, mede dankzij precisielandbouw, perspectief voor de bloembollensector.” De derde gradatie is de sector die iets betekent voor de omgeving. “Denk aan de positieve effecten van bloembollenmeng- sels op bijen en vlinders. Ook is gebleken dat bloembollen kunnen bijdragen aan de natuurlijke bestrijding van de eiken- processierups. Of de bollenvogels. Voor onder meer de patrijs, veldleeuwerik en gele kwikstaart zijn de bollenvelden een geschikte broedplek.” Deze stap staat nog in de kinderschoenen, maar er liggen volgens Hoogendijk enorme kansen om deze thema’s te vermarkten. Over het koppelen van een verdienmodel aan deze vorm van landbouw zegt hij verder: “Veel maatregelen kosten niets of weinig, maar leveren veel op. Niet alleen goodwill. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijk hogere opbrengsten met strokenteelt. Zaak is dat we maatregelen concreet maken, zodat natuurlijk kapitaal telers aanspreekt en de sector ermee aan de slag kan.”

22

28 februari 2019

Page 1 Page 2 Page 3 Page 4 Page 5 Page 6 Page 7 Page 8 Page 9 Page 10 Page 11 Page 12 Page 13 Page 14 Page 15 Page 16 Page 17 Page 18 Page 19 Page 20 Page 21 Page 22 Page 23 Page 24 Page 25 Page 26 Page 27 Page 28 Page 29 Page 30 Page 31 Page 32 Page 33 Page 34 Page 35 Page 36 Page 37 Page 38 Page 39 Page 40 Page 41 Page 42 Page 43 Page 44 Page 45 Page 46 Page 47 Page 48 Page 49 Page 50 Page 51 Page 52 Page 53 Page 54 Page 55 Page 56 Page 57 Page 58 Page 59 Page 60 Page 61 Page 62 Page 63 Page 64 Page 65 Page 66 Page 67 Page 68

Made with FlippingBook Online newsletter