Greenity 71

17 juli 2020

16 Aanjaagteam loopt achter feiten aan

18 Krelages drukken stempel op sector

28 Bodemvochtsensor biedt zicht in grond

Geen stress 12

Breder, sneller bij V.d. Slot Tulips



VLAMING Intern Transport Toyota 80V-serie! Hefvermogen van 2,0 t/m 3,5 ton. Kijk op onze website

SCHUBBEN

LELIES

Voor het

van Uw

CannaSol: virusvrije knollen Bletilla: Nederlands geteeld Pioenen: breed assortiment www.green-works.nl 0048 601 159 267

www.vlaming-interntransport.nl of voor gebruikte machines op: www.vlaming-occasions.nl.

Zeer gemakkelijke ketenregister ingebouwd.

ARIE TUIN

T: +31 (0)228-565011 Zaadmar kt 8 | Bedr i j f venpar k WFO-Wes t | Zwaagdi j k -Oos t | T 0228 -565010 | F 0228 -565015 | E inf o@vl aming -gr oep.n l Een uiterst simpel en snel computerprogramma speciaal voor bollen- en plantenkwekers

arie@almano.info

bbv-green works 170919.indd 1

19-09-17 14:22

www.necap.nl - info@necap.nl - Wieringerwerf - 0227-603353

Contact Tel: +31 (0)223-522036 Fax: +31 (0)223-522481 E-mail: info@omnihout.nl Betrouwbaar in techniek Klimaattechniek Bulb Climate Controller (BBC) voor ideale klimaatbeheersing in zowel droog- als bewaarsituaties.

Bezoekadres Industrieterrein ‘Kooypunt’ Takelaarsweg 2-8 1786 PR Den Helder

RISK-MANAGEMENT EN ONKRUIDBEHEERSING

Rijksstraatweg 56a 2171 AM Sassenheim

tel: 0252-222580 info@helmus.nl www.helmus.nl

Advies Voor iedere situatie op maat. Kennis van beluchting en product. Ontwerp van installaties.

Spoelen voor kwekerij en exportschoon van alle bollen, knollen en (vaste) planten. verlengt de werking van bodemherbiciden en beperkt groeiremming van uw gewas op lichte grond! Warmwaterbehandelen (koken) met of zonder ECA water van o.a. Allium, Amaryllis, Crocus, Iris, Narcis, Tulp, Aconitum, Astilbe, Hosta, Pioen en vele andere produkten. Behandelingen voeren wij uit volgens richtlijnen van de BKD inclusief behandelingscertificaat en wij hebben veel ervaring met behandelingen ‘op maat’. Syst men en units Drogen en/of bewaren. Hoogwaardige uitvoering. Innovatief en energiebesparend.

Ventilatoren Klima ventilatoren. Gelijkstroomventilatoren.

Kisten Dichte of lattenkisten. Multiplex of betonplex. Iedere afmeting mogelijk.

Betrouwbaar in techniek › Elektra › Koeling › Klimaat › Water

MEER INFORMATIE OP WWW.HOLLANDFYTO.NL

Galglaan 11, 2311 ND Rijnsburg T 071 402 26 21 eval@eval.nl www.eval.nl

greenity-helmus 190305.indd 1

07-03-19 14:33

I NHO U D

10 Brainstorm op Keukenhof Op Keukenhof in Lisse bespraken vertegenwoordigers uit de bollensector hoe onderzoek efficiënter kan én hoe de praktijk het beter kan gebruiken.

32 Rondje verwerken Soms lastig, afstand houden tijdens de verwerking van de bollen. Greenityfotograaf René Faas keek achter het plastic.

28 Floriade Jacqueline van der Kloet en Niek Roozen puzzelen met vaste planten op het terrein van de Floriade in Almere.

In dit nummer 10 ‘Er wordt veel onderzocht, maar waar kan ik het vinden?” 12  Van der Slot Tulips: ‘Er zit weer wat rek in’ 16 Huisvesting: ‘Wij hebben het allang op orde’ 18  Zonder Krelages zou sector niet zijn wat het nu is 28  Uitdagende plantenpuzzel op Floriade 32  Rondje verwerken: “We doen wat we kunnen” 38 Bodemvochtsensor vergroot inzicht bij beregenen 40  Warmtepomp niet te missen bij kas zonder gas

Vaste rubrieken 4  In de media 6  In gesprek François Bernard 9  Column John Boon

15  Tech&Mech 21  5 minuten

Tim van der Marel

22  KAVB 26  Vakvenster 31  Boekrecensie 34  CNB 43  Vaste planten Rosmarinus 44  Hobaho 45  Teeltverbetering 46  Teeltadvies 50 Het onderzoek van... Paul van Leeuwen

Op de cover 12 V.d. Slot Tulips in Voorhout rooit dit jaar voor het eerst op 2,25 meter. Andere kwekers gingen het bedrijf al voor, maar Van der Slot pakt het net even anders aan. Frans van der Slot legt uit wat de nieuwe machine brengt en of het hem bevalt, achter de knop- pen. Halverwege het rooiseizoen is één ding alvast duidelijk: het scheelt stress.

17 juli 2020

3

17 juli 2020

VA N D E R E D A C T I E

Groen licht voor ‘Zoete Toekomst Texel’

Agrariërs op Texel hebben groen licht gekregen van het Wadden- fonds voor het project ‘Zoete Toekomst Texel’. Met het project willen zij zelfvoorzienend worden op het gebied van zoet water.

Met het project ‘Zoete Toekomst Texel’ wordt opslag van regen- water in de ondergrond de ko- mende drie jaar op twee locaties in de praktijk getest. Het water wordt vervolgens in de zomer gebruikt om zo’n 50 tot 100 ha aan akkers te irrigeren. Om te zorgen dat het project niet re- sulteert in een werkend maar onbetaalbaar systeem, wordt scherp gekeken naar de kosten, baten en andere financiële aspec- ten. Zes boeren op twee locaties hebben zich inmiddels gecom- mitteerd aan het project. ZELFVOORZIENEND Op Texel is geen externe wa- teraanvoer en geldt een perma- nent, algeheel beregeningsverbod. De agrariërs houden om die reden rekening met een misoogst eens in de vier jaar. Onder agrariërs op Texel leeft al jaren de wens om

zelf in hun eigen irrigatiewater te kunnen voorzien. Samen met LTO Noord en Acacia Institute hebben ze daarom het initiatief genomen om het eiland zelfvoorzienend te maken op het gebied van zoetwa- ter met dit project. WATER VASTHOUDEN Jaarrond valt er voldoende neer- slag op Texel. Het probleem is dat de regen grotendeels in de winter valt en dan zo veel dat het in de Waddenzee moet worden ge- pompt. Jaarlijks gaat er zo 44 mil- joen m 3 aan zoetwater verloren. Arnold Langeveld, voorzitter LTO Noord afdeling Texel en één van de initiatiefnemers, vertelt: “Voor alle landbouw op Texel hebben we jaarlijks 6 tot 7 miljoen m 3 nodig, dat betekent dat we 15% van het water moeten zien vast te houden. Die uitdaging gaan wij als agra- riërs van Texel graag aan.”

‘Werkend chillen’

Ellis Langen — Redacteur e.langen@greenity.nl

Hoe krijg je voldoende scholieren of studenten voor het bollen pellen? Dit keer ging dat wat makkelijker. Vanwege corona waren er geen baantjes in de horeca, maakte de jeugd minder uren op school en gingen vrije tijd opslokkers zoals sporttrainingen niet door. Daardoor ging het hard. Sommige kwekers waren een week eerder door hun kisten heen. Het mooie aan de klus is dat ook 13-jarigen het mogen doen. Tenminste, als het met de hand gebeurt. Hoe harder ze werken, hoe meer ‘doekoes’. Een goeie peller haalt drie kratten in een uur en verdient zo €7,50 bij elkaar. Dat red je niet met folders rondbrengen. Het is voor de jeugd een voorrecht om in een streek te wonen waar ze ‘om de hoek’ iets kunnen bijverdienen. Greenport Duin- en Bollenstreek zoekt scho- lieren en studenten die vakantiewerk of een weekendbijbaan in de bollen of bloemen heb- ben. Ze vraagt hen onder de noemer ‘Power-up your summer job’ #uitjebloembol te gaan vlog- gen. Doel? Zo vroeg mogelijk jeugd interesse- ren voor het sierteeltvak. Hopelijk denken de jongeren bij hun beroepskeuze dan nog eens aan deze sector. Om het pellen extra leuk te maken, verzinnen bollenkwekers soms mooie dingen. Zo organi- seert de Tulperij in Voorhout al jaren de wed- strijd ‘Bollenpeller van het jaar’. De meiden en jongens verdringen zich ’s ochtends in de schuur om de lijstjes met scores te bekijken. Het brengt een gezonde competitie teweeg. En vlak ook de gezelligheid van dit vakantiewerk niet uit. Eigenlijk is het ‘werkend chillen’ met leeftijdsgenootjes, want reken maar dat er on- derling wat wordt afgelachen en gekletst. Is er ook bijvangst? Zoals welk beeld of imago over de sector blijft er bij de jeugd hangen? En hoe bestendig is dit in de loop der jaren? Op de Facebookpagina van De Tulperij las ik onder de berichten en foto’s over het bollen pellen bemoedigende reacties. ‘Heerlijk, ik zou het zo weer willen doen’ en ‘eerlijk werk voor een ex- tra zakcentje’, post mijn generatie nu. Zie hier de kracht van laten zien wat je doet en dan tig jaren later nog een positief beeld oproepen.

4

17 juli 2020

S T E L L I NG

Pellen met plastic schermen er tussen, looprichtin- gen, handen wassen en talloze andere maatregelen zijn genomen om coronaproof te verwerken dit sei- zoen. Je weet natuurlijk niet alles van het personeel. Hoe groot is de kans op besmetting eigenlijk? In ie- der geval is in de schuur alles op orde, of niet? Verwerken gaat coronaproof met het personeel. Ik ben niet bang voor besmetting.

71 % E E N S

Vlogs over werken in de bollen Greenport Duin- en Bollenstreek laat scholieren en studenten vloggen die vakantie- werk of een weekendbijbaan in de bollen of bloemen hebben. De serie is in de maak onder de noemer ‘Power-up your summer job’ met de hashtag ‘uitjebloembol’. Zo wil de Greenport laten zien hoe leuk het werk is. Waarom kiest de jeugd hiervoor? In de vlogs vertellen ze iets over hun werkzaamheden en wat er zo bijzonder aan is. De bedoeling is om elke week in de vakantie een vlog op social media te delen. Wel- licht volgt later dit jaar nog een serie, maar dan wordt gezocht naar jongeren die terecht zijn gekomen in bijvoorbeeld een marketing- of HR functie. Nieuwsbrief eens per week In de zomerperiode wordt de frequentie van de nieuwsbrief teruggeschroefd naar eens per week. De komende zeven weken ontvangt u de gratis nieuws- brief op donderdag. Vanaf september ontvangt u de nieuwsbrief weer zoals gebruikelijk tweemaal per week op dinsdag en vrijdag.

Op www.greenity.nl kunt u reageren op de nieuwe stelling: ‘Bollen kweken zonder mancozeb gaat ook.’

I NG E Z OND E N B R I E F

Tekort te verdelen Dit wordt de tweede keer dat ik mijn mening geef over de financiële opbrengsten van tulpen. Er is veel tekort te verdelen. De laatste vijf jaren is de verkoopprijs van de bollen en bloemen alle jaren lager geworden bij de verkoop aan de retail. Vorig jaar was er nog een zeer goede oogst, dit jaar oogsten we zeker 30% minder tul- pen dan vorig jaar. Normaal wordt de prijs bepaald door vraag en aan- bod. En wat zie ik tot mijn verbazing? Dat ze voor het komende seizoen 0,5 – 1 cent goedkoper aangeboden worden tot 11 cent per stuk. De afgelopen jaren wer- den ze in september/oktober verkocht. Dit jaar zijn er al veel transacties in juni afgesloten en ik denk dat het om steeds grotere hoeveelheden gaat. Wij hebben zo’n pracht product. Zeven kleuren en minimaal 22 gram en een prijs waar je in de winter geen andere bloem voor kunt kopen. We kunnen aannemen dat de import uit Afrika gaat afnemen: problemen klimaat, hogere transportkosten. Als ik uitga van die 11 cent die te verdelen is: • Kweker 4,5 cent, kostprijs 5,5 cent • Broeier 6,5 cent, kostprijs 7 cent Met deze prijzen ben ik uitgegaan van een productie van 20% beneden normaal.

De redactie

C O L O F ON

17 juli 2020 De redactie werkt op basis van een redactiestatuut. Aan alle artikelen en rubrieken wordt de meest mogelijke zorg besteed. Uitgevers, redactie en medewerkers aanvaarden echter geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die direct en/of indirect kunnen voortvloeien uit de inhoud van artikelen en/of advertenties. De redactie houdt zich het recht voor om ingezonden brieven enmededelingen niet te plaatsen dan wel te wijzigen of in te korten. Overname van artikelen, berichten of fotografie is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie. Greenity is een voortzetting van het tijdschrift BloembollenVisie (2003-2017). BloembollenVisie ontstond uit een samenvoeging vanMarktVisie (CNB) en Bloembollencultuur (KAVB). REDACTIE Hans van der Lee (hoofdredacteur), Lilian Braakman, Arie Dwarswaard, Ellis Langen en Monique Ooms (vakredacteuren), André Leegwater (eind- en webredacteur) FOTOGRAFIE René Faas VORMGEVING Filie Nicola en Lianne van ’t Ende WEBSITE www.greenity.nl CONTACT Postbus 31 | 2160 AA Lisse | tel. 0252-431 431 | info@greenity.nl ADMINISTRATIE tel. 0252-431 200 | naw@cnb.nl REDACTIEADRES Heereweg 347 | 2161 CA Lisse ABONNEMENTEN Excl. btwper jaar:Nederland€275,–, Europa€295,–, buitenEuropa€325,– ADVERTENTIES Bureau Van Vliet bv | Postbus 20 | 2040 AA Zandvoort | tel. 023-5714745 | zandvoort@bureauvanvliet.com UITGEVERS KAVB en CNB ISSN 2589-4099

Kees Beerepoot Gepensioneerd kweker/exporteur

Vanwege de vele afgelastingen van evenementen door het coronavirus staat er in deze Greenity geen agenda. Zie: www.greenity.nl/agenda

5

17 juli 2020

I N G E S P R E K

3 juli 2020

3 juli 2020

6

3 juli 2020

‘Sector moet verder kijken dan traditionele leveranciers’

Als leverancier van een zogeheten biostimulant, moet je je in de markt vechten tussen de traditionele middelenleveranciers, merkt oprichter François Bernard van het bedrijf First- Tree. Hij is overtuigd van de goede eigenschappen van zijn middel, toont dat zoveel mogelijk aan, maar stuit toch op weerstand en achterdocht.

François Bernard OPRICHTER FIRST-TREE

Met agronomie en wiskunde plus een boerenafkomst als achtergrond, stapte de Fransman François Bernard (63) in 1982 als zelfstandige in de olie- en gasindustrie. Hij specialiseerde zich in diepzeetechno- logie en begon daar in 1998 het bedrijf Lumax Holding in. Een over- stap volgde in 2006, toen hij zich toelegde op het verbeteren en verspreiden van de techniek om van gas vloeistof te maken, met de bedoeling de ecologische voetafdruk van de chemische industrie te verkleinen. Met een bijproduct van zijn bedrijf Bubble Talk zocht hij de agrarische sector weer op. Hij stuitte op een middel dat de groei en weerstand van planten aanwakkert. De zogeheten groeiregula- tor heet ‘Good for Greens’ en wordt via Bernards bedrijf First-Tree op de markt gebracht.

Tekst: Hans van der Lee | Fotografie: René Faas

U komt hier even uw middeltje pluggen bij de telers? “Helemaal niet, telers moeten zelf weten of ze Good for Greens willen gebruiken. Ik kan alleen maar feitelijk aanto- nen dat ons product werkt en dat het geschikt is voor een breed scala aan gewassen. Waarom zou je dan als bollenteler hier niet je voordeel mee willen doen? Wat mij namelijk opvalt, is de enorme drempel die we met First-Tree over moeten om dit middel op de markt te krijgen, om telers te overtuigen verder te kijken dan de traditionele middelenle- veranciers.” Telers vertrouwen teveel op hun vaste leverancier? “Zo zie ik dat wel. De telers vertrouwen volledig op hun teeltadviseurs, die weer verbonden zijn aan een grote pro- ducent van gewasbeschermingsmiddelen. Het woord van de adviseur gaat er in als Gods woord in een ouderling. Telers stellen daar geen kritische vragen bij, dagen hen niet uit en kijken niet wat er in de sectoren om hen heen gebeurt. Ik heb inmiddels heel wat telers gesproken en of het nu lelie-, tulpen- of dahliatelers zijn, de meesten staan niet echt open voor verandering. Juist daarom zijn kwekers die wel met ons in zee gaan zo belangrijk voor ons en gewaardeerd door ons!” Teler en adviseur hebben vaak al een lange relatie. U vindt het gewoon lastig om daar tussen te komen? “Het is voor ons inderdaad lastig om een ingang te vinden. Telers vragen ons of ons product net zo goed is als de che-

mische middelen die ze al gebruiken, of er extra opbrengst te verwachten is en of er al langer dan een jaar ervaring is. Dat kunnen we allemaal bevestigen en staven met onder- zoeksgegevens van onafhankelijke instituten als Delphy en Randwijk (fruitonderzoek, red.) en de IFV in Frankrijk (waar het middel in wijnranken wordt gebruikt, red.). De meerop- brengst levert de teler extra inkomsten op en het middel is bovendien 100 procent natuurlijk. Zoiets probeer je toch? Dit en het feit dat heel de sector moet gaan minderen met chemische middelen gaat uiteindelijk in ons voordeel wer- ken. Daar ben ik van overtuigd.” U hebt slechte ervaringen met de grote middelenproducen- ten? “Nee hoor, alleen horen wij dat sommige adviseurs van deze producenten vraagtekens zetten bij de werking van ons product en bovendien aangeven dat ons product te duur is, wat zeker niet het geval is. Natuurlijk zitten die producen- ten niet te wachten op bedrijven zoals First-Tree, maar naar mijn mening gaat het niet om de producenten. Het gaat het juist om de telers. Het zou fantastisch zijn als wij met produ- centen konden samenwerken. Dan moet het wel op gelijke voet zijn, zodat wij er allemaal beter van kunnen worden. In een eventueel samenwerkingsverband moet ik de garantie hebben dat ons geweldige product niet op de plank blijft liggen of dat we door contractclausules niet beperkt worden in onze bewegingsvrijheid.”

3 juli 2020

7

3 juli 2020

I N G E S P R E K

‘Kwekers stellen te weinig kritische vragen, dagen adviseurs niet uit’

U bent niet bezig voor het geld, zegt u. Maar u geeft toch ook niets weg? “Nee, wie Good for Greens wil proberen moet betalen. Zo werkt het nu eenmaal, maar blijkbaar niet in de bloembol- lensector. We zien zeker de interesse bij de telers, maar ze zeggen er wel meteen bij dat ze het alleen willen proberen als het gratis is. Dat kan niet. Ze begrijpen niet dat een klein bedrijf als First-Tree zich dat helemaal niet kan veroorloven. First-Tree heeft investeerders en het is onze belangrijkste verantwoordelijkheid om hun investering veilig te stellen. Zo simpel is het. Ook als proefbedrijven vragen of we Good for Greens mee willen laten doen in hun proeven, moet er voor betaald worden. Waarom zouden we kosten maken voor iets dat wij al weten en voor iets dat al bewezen is? Al die gegevens hebben we en iedereen mag ze inzien. Het zou oneerlijk en onrealistisch zijn om ons product gratis weg te geven. We weten waar we mee bezig zijn, mijn team en ik werken inmiddels al negen jaar aan dit product.” U bent gedreven door de belangen van de investeerders, maar ook door de missie chemie te vervangen door natuur- lijke middelen? “We staan op een strijdtoneel tussen twee volstrekt ver- schillende benaderingen van landbouw. Aan de ene kant de agro-ecologische aanpak. Die gaat uit van het gebruik van toegankelijke, gangbare grondstoffen, het koesteren van biodiversiteit en leven in harmonie met de natuur. Aan de andere kant staat de mechanistische wereld van een indus- trieel systeem dat uitgaat van monoculturen, onttrekking in één richting en het gebruik van pesticiden, herbiciden en genetisch gemanipuleerde organismen. Daar bevechten che- mische kartels elkaar om onze landbouw en voedselsytemen te gijzelen en ondertussen vernietigen ze onze ecosystemen. We kunnen deze orgie niet langer laten doorgaan. Tegelij- kertijd moeten we aanvaarden dat niet alles in de chemische wereld kommer en kwel is. We moeten onder ogen zien dat we meer dan één uitdaging hebben als het om ziekten gaat waar we nog geen natuurlijke remedie tegen hebben. Als we dit vaststellen, moeten we de effecten die ze op onze samen- leving hebben zoveel mogelijk willen voorkomen of beper- ken. We weten allemaal dat octrooien de favoriete wapens van de chemiebedrijven zijn, waarmee ze de fundamenten van onze systemen overnemen. Ze bootsen Moeder Natuur op kunstmatige wijze na. Vervolgens bieden ze hun nieu- we, weliswaar werkzame producten, op goedkope en grote schaal commercieel aan en daarbij vervuilen ze onze planeet steeds verder. In grote lijnen is de mogelijkheid iets te octrooieren funda- menteel amoreel. Nog storender is het feit deze bedrijven willens en wetens gevaarlijk spel spleen. Cynisch genoeg kunnen ze dat 20 jaar doen na het verkrijgen van een oc- trooi. En ik kan het weten, want ik heb mijn eigen octrooien

gehad. De hemel zij geprezen dat ik er nooit geld mee heb verdiend, al moet gezegd dat de olie-industrie dat nu wel doet sinds ze publiek toegankelijk zijn. Het is gratis.” Welke zekerheden biedt Frist-Tree? U claimt dat uw pro- duct behalve de tien tot twintig procent meeropbrengst ook gewasbescherming biedt? “Dat beweer ik, ik claim niets. Daarom wordt het ook niet vermeld op de verpakking van ons product. Als we dat wel zouden doen, moeten we een ingewikkelde- en kostbare procedure doorlopen om het middel als gewasbescher- mingsmiddel te laten registreren en dat is helemaal niet de bedoeling met deze biostimulant. Het middel is 100 procent organisch en gemaakt van actieve bestanddelen, direct uit de natuur die onze sector alleen maar ten goede komen. In een tijd waar duurzaamheid in de agrarische sector steeds belangrijker wordt, denken wij met ons product een voorsprong te hebben. Niet alleen bloembollentelers maar zeker ook telers in andere sectoren als zacht- en steenfruit en wijngaarden kunnen daar hun voordeel mee doen. Telers moeten verder kijken om er voor te zorgen dat ze straks niet zonder oplossingen zitten. De traditionele ge- wasbeschermingsmiddelen zijn eindig, dus de vraag of Good for Greens net zo goed is als de chemische middelen wordt steeds minder relevant. Biomiddelen zijn de toekomst. Dit betekent echter niet dat wij de chemische industrie moeten uitsluiten. We moeten alleen een manier vinden om intelli- gent samen te werken. Daar ben ik van overtuigd.”

8

3 juli 2020

C O L UMN

Gang is alles

John Boon Tulpenkweker/broeier Andijk john@boonbreg.nl

Wat hadden we het toch fijn met zijn allen. Vorig jaar nog. Het lijkt nog niet zo lang gele- den. Ik weet niet hoe iedereen er in zit, maar op het moment ben ik druk bezig om die sfeer en levensstijl van vorig jaar weer op te pakken. Corona heeft ons toch behoorlijk te pakken. Meer dan ik had verwacht. Ik vind Formule 1 wel leuk. De wedstrijden kij- ken we altijd met een groep en dan koken we die dag samen een gerecht van het land waarin ze rijden. Dat is dus een feestje. Enkele weken terug mochten we de draad weer oppakken. Ik was blij dat we weer gezellig samen waren en er werd ook weer heel wat afgelachen. Maar toch was het net even anders. Geen publiek, dus geen gejuich en gejoel. Geen feestje voor de overwinnaar. En het gesprek van de dag gaat toch over alle rare dingen om je heen. Het lijkt alsof alles weer normaal is, maar dat is het nog (?) net niet. Ook wat de tulpen betreft heb ik dat gevoel. We mogen weer los. Lekker rooien, pellen en godzijdank ook weer verkopen en handelen. En dat voelt weer goed. De stemming is ook niet verkeerd, vind ik zelf. Maar toch voelt het niet hetzelfde als vroeger… Het voelt dynamischer, onzekerder. Spannen- der dus. Het lijkt geen Formule 1, maar een speedboot. Niet hard rechtuit met wat bocht- jes. Maar hard rechtuit, scherpe bochten en on- derweg een golvende weg. Dat heeft ook weer wat. Ondernemen 2.0, zou ik het bijna willen noemen. En de beste manier om een golf te bedwingen is vol gas.

17 juli 2020

17 juli 2020

17 juli 2020

9

17 juli 2020

‘Er wordt veel onderzocht, maar waar kan ik het vinden?’

Bond besloot de relevante onderzoeksinstel- lingen in Nederland uit te nodigen voor een brainstorm op Keukenhof over de vraag: hoe gaan we dit met z’n allen aanpakken? Bond valt bij de opening met de deur in huis: “De focus moet meer komen te liggen op samenwerken. Als we dat doen, zijn we net zo sterk als een multinational en kunnen we de problemen tackelen waar we als sector voor staan.” Hij spreekt de wens uit dat er een landelijke database tot stand komt die voor inzicht en overzicht gaat zorgen. “Er wordt al veel onderzocht, maar waar kan ik het vinden? Laatst was ik bij een kweker in Andijk die met prachtig onderzoek bezig was op zijn eigen bedrijf, maar niemand weet het. Dat is natuurlijk zonde, zo gaan ontwikkelingen veel te lang- zaam. Dus we moeten aan de slag.” Gast- heer Bart Siemerink van Keukenhof geeft in zijn welkomstwoord aan dat Keukenhof in zijn strategische visie heeft vastgelegd meer te willen betekenen voor het bollenvak, ‘voor het behoud van de sector en de Bollen- streek’. Dat is nieuw en roept verwachtin- gen op. Daarover later meer… Jolijn Zwart, adjunct-directeur van de KAVB, zet de negen domeinen van Vitale Teelt 2030 nog eens op een rij en benadrukt dat er een visie moet komen naar een meer- jarige onderzoeksprogrammering. “De onderzoeksinstellingen zitten nu in een con- currentiemodel, maar we zouden moeten toewerken naar een partnerschapsmodel van onderlinge afstemming, waarbinnen nog steeds concurrentie kan bestaan, maar waar het sectorbelang een grote rol speelt.” Vervolgens krijgen de aanwezige onderzoekspartijen de gelegenheid om zichzelf te presenteren. Ze vertellen over het onderzoek dat ze doen, met wie ze dat doen,

Mede dankzij al het onderzoek dat is gedaan op het gebied van bloembollen, heeft de Nederlandse bollensector zich kunnen ontwikkelen tot wereldmarktleider. Nog altijd wordt er veel en belangrijk onderzoek gedaan. Wat echter vaak ontbreekt is de vertaalslag van de resultaten naar het vak. En hoewel onderzoekspartijen veel samenwerken, wordt er ook werk dubbel gedaan. Dat moet anders kunnen.

Tekst: Monique Ooms | Fotografie: René Faas

D e behoefte aan onderzoek is staat. Met minder chemie tegemoetkomen aan steeds strengere eisen is slecht één van de spagaten waar het vak nu in zit. Na het wegvallen van de geldstromen vanuit het Productschap Tuinbouw is onderzoek nu ge- koppeld aan een verdienmodel. Nog steeds alleen maar groter geworden, zeker gelet op de grote uitdagin- gen waar het bollenvak nu voor

wordt er veel onderzoek gedaan. Wat echter ontbreekt, is het overzicht. Daardoor wordt onderzoek soms dubbel gedaan en tegelij- kertijd zijn er blinde vlekken. Ook lukt het lang niet altijd om een goede vertaalslag van het onderzoek te maken naar de praktijk. Gaat het vak op deze manier de ambities die zijn vastgelegd in het stuk Vitale Teelt 2030, dat op initiatief van de KAVB tot stand kwam, ooit halen? KAVB-voorzitter Jaap

10

17 juli 2020

‘We moeten meer sectoroverstijgend denken. We zitten in hetzelfde schuitje en zijn op zoek naar oplossingen voor dezelfde uitdagingen.’

Piet Warmendam: ‘De basis voor samenwerking is vertrouwen.’

voor wie en met welk doel. Daaruit blijkt dat onderzoekers al veel samen optrekken, Proeftuin Zwaagdijk, Delphy, Wageningen University & Research, het Bloembollen Ex- pertisecentrum van Agrifirm GMN, en ROL komen elkaar in diverse projecten tegen. Biologische bollenkweker John Huiberts vertelt vervolgens hoe hij de afgelopen ze- ven jaar op zijn bedrijf bezig is geweest met de omschakeling naar biologisch en welke kennis hij daarmee heeft opgedaan. Soms deelt hij die met collega’s en met belangstel- lenden die hij rondleidt op zijn bedrijf, maar veel van zijn ervaringen en inzichten zitten vooral in zijn hoofd. ELKAAR VERTROUWEN Als na de pauze de discussie van start gaat, blijkt al snel dat iedereen het over één ding eens is: er moet inderdaad meer worden sa- mengewerkt. Voormalig bollenkweker Piet Warmerdam, betrokken bij het duurzame kwekerscollectief NLG, tekent daarbij aan: “Het allerbelangrijkste bij samenwerken is vertrouwen. Hoe meer je elkaar vertrouwt, hoe meer je samen bereikt. En: je kunt niet alleen halen, je moet ook iets brengen.” Wat ook nodig is, is een meerjarige aanpak, benadrukt Ernst van den Ende van de WUR. “Nu wordt er veel kortetermijnon- derzoek gedaan, en dat is ook nodig, maar om echt tot oplossingen voor fundamentele problemen te komen, is meer tijd nodig.” Zo komt er een goede discussie op gang waarbij langzamerhand duidelijk wordt in welke richting de oplossing moet worden gezocht. Daarbij gaat het in grote lijnen om: samenwerken, goede afspraken maken en tot goede onderzoeksvragen komen. Bovendien moet er een centrale database komen waarin alle onderzoeksresultaten worden ondergebracht. Om een en ander op te pakken, te struc-

turen en te laten functioneren moet een projectleider worden aangesteld. Keuken- hof biedt aan deze projectleider te betalen. Ook de aanwezige partijen uit de akker- bouw, de fruitteelt, de glastuinbouw en de aardappelsector zijn bereid hieraan mee te werken, want: “We moeten veel meer sec- toroverstijgend denken. We lopen samen tegen dezelfde problemen aan, zitten in hetzelfde schuitje en zijn dus op zoek naar oplossingen voor dezelfde uitdagingen. Door samen met LTO een strategie uit te zetten, kan het vak ook naar de politiek een signaal afgeven: wij nemen dit serieus en willen stappen vooruit zetten.” DATABASE Wie gebruik wil maken van onderzoek dat in de database zit, moet hiervoor betalen. “Je zou kunnen denken aan een webwinkel waarin je kunt ‘shoppen’ voor onderzoeksresultaten”, vertelt Bond als we hem na afloop spreken. Ook het opzetten van de database kost echter geld. “Daar- voor zouden we geld kunnen ophalen via een algemeen verbindend verklaring. Een

andere mogelijkheid is dat alle kwekerijen en broeierijen in het bollenvak zich uit zichzelf aansluiten bij de KAVB, dan is zo’n verklaring niet nodig omdat daarmee genoeg budget ontstaat om stappen te kun- nen zetten.” Bond vindt het ‘eigenlijk niet kunnen’ dat sommige bedrijven ‘nergens lid van zijn’. “Ook die bedrijven profiteren namelijk mee van wat wij als belangenor- ganisatie bereiken, zoals de instelling van het Noodfonds tijdens de coronacrisis.” De KAVB gaat de komende tijd nog veel meer ontwikkelen voor zijn leden. Bond somt op: “We gaan een uitvoeringsagenda opzetten, nog meer bijeenkomsten organiseren, de samenwerking zoeken met andere secto- ren, een evenementenkalender maken en we werken aan een app voor onze leden.” Bond kijkt tevreden terug op de bijeen- komst met onderzoekspartijen. “We gaan een vervolg organiseren met ondernemers om helder te krijgen wat zij al doen aan on- derzoek en waar zij behoefte aan hebben. Belangrijk is nu dat we de vaart erin hou- den en stappen zetten die ertoe doen.”

17 juli 2020

Erns van den Ende: ‘Meer aandacht voor langjarig onderzoek.’

11

17 juli 2020

Vorig najaar stapte V.d. Slot Tulips in Voorhout over op bedbreedte 2.25 m. Zowel voor de zanderige percelen in de Duin- en Bollenstreek als op de veel zwaardere gronden. De mening van Frans en Jan van der Slot over telen op 2.25 m evolueerde in een paar jaar tijd van twijfelachtig, naar ‘het is misschien zo gek nog niet’, naar nu ‘absoluut geen spijt van’. De grootste klapper? Tijdwinst. “Als het een dag niet wil, zit je niet meteen in de stress”, zegt Frans. ‘Er zit weer wat rek in’

Tekst: Ellis Langen | Fotografie: René Faas

F rans van der Slot staat op de nieuwe nettenrooier. Die haalt Denmark omhoog op een perceel in Ter Aar. Is het al tijd voor een bakkie? Toen de broers nog op 1.80 m rooiden, was het makkelijk: koffie als er een wagen vol is en naar huis vertrekt. Maar de eerste volle wagen van de dag is alweer een hele tijd onderweg naar Voorhout. Het rooien gaat sneller. “Je rooit 45 centimeter meer per gang.” Daar komt bij dat ze op kleine percelen minder vaak hoeven keren. Die tijdwinst is een verademing, het maakt het minder noodzakelijk hele lange dagen te maken. Met de vori- ge machines en 1.80 m liep V.d. Slot Tulips tegen grenzen aan. Dat is nu anders. Zo was het rooiteam de dag hiervoor vroeg klaar. “Het is dat we nog even met pannen stonden, anders waren we twee uur eerder klaar geweest”, zegt Van der Slot terwijl hij het paneel bedient. Om half vijf waren ze weg. Een man klimt erbij op de rooimachine. Deze oud-bloemenkweker die wilde kijken naar ‘wat voor moois er op het land reed’, viste gisteren achter het net. Nu geeft hij zijn ogen de kost. “Prachtig die techniek”, zegt hij met twinkelende ogen. “Kost zo een miljoen denk?” Dat is veel te hoog beraamd. “Nog geen twee ton”, antwoordt Frans. Meer tijd in de rooitijd geeft lucht. Op het beteelde areaal van 60 hectare heeft Van der



17 juli 2020

17 juli 2020 TECHNISCHE UITDAGING Het hele machinepark is vernieuwd. Koops maakte een ge- heel nieuwe nettenrooier en een bestaande 1.80 Nobels rooi- er voor op zandgrond werd verbreed. Ook kwamen er een nieuwe plantmachine, kopmachine, twee selectiewagens en een nieuwe trekker met ruim 250 pk in plaats van 200 pk. Er gingen nieuwe wielen bij meerdere trekkers onder en de rupsen werden verbouwd voor de nieuwe planttrekker. Een gebruikte strodekker werd verbreed. Technisch gezien was het een hele uitdaging om met de nettenrooier binnen drie meter te blijven. Op transport is de rooier net geen 3 meter breed, terwijl de oude 3.20 m was. Het rek van de kisten- wisselaar is in- en uitschuifbaar gemaakt en de looprekken onwerkbaar. Het doel was om wel breder te werken maar de machines mochten niet groter of zwaarder.” Veel huurland ligt op afstand binnen een straal van 30 kilometer. Dat bete- kent over smalle en vaak drukke wegen rijden en soms over bruggetjes die maar net 3,5 meter breed zijn. “Dat is heel iets anders dan de rustige en uitgestrekte polders op Goeree. Hier zijn ze er niet op ingesteld dat je breed bent. Iedereen heeft haast en gunt mekaar amper ruimte.” 2.25 m groeit langzaam door Ruim 600 hectare tulpen staat op 2.25 m, schat René Koops van Koops Machine & Techniek in Middenmeer in. In 2017 schakelde het eerste bedrijf over, nu kweken zes bedrijven op die breedte. Eind dit jaar schakelt ook Van der Peet Bloembollenbedrijf in Berkhout om. “Wellicht komen er komend seizoen nog twee bedrijven bij. Dat hangt van de bollenprijzen af.” De gestage groei zal, gezien de vele voordelen blijven is zijn verwachting. Voor combinatiekwekers (akkerbouw en bollen) komt het eerder in beeld; uien staan al op 2.25 m. Voor bollenbedrijven is het pas interessant bij een minima- le grootte van 25 tot 30 hectare. “Overschakelen van 1.80 m naar 2.25 m wordt pas overwogen als de machines zijn afgeschreven.”

Eigenlijk is de nieuwe nettenrooier gewoon een bredere en iets zwaarde- re versie dan de oude van 1.80 m.

Slot nu zo’n 3 dagen speling. “Kortom, er zit weer wat rek in. Als het een dag niet wil, zit je niet meteen in de stress.” Toen drie jaar geleden een paar bollenbedrijven op Goe- ree-Overflakkee naar 2.25 gingen, was Frans sceptisch. Maar na paar bezoeken bij die collega’s, vroegen de broers zich af of het op zwaardere kleigrond en zand ook zou kunnen wer- ken. Het rekenen begon. Het is niet alleen tijdwinst, het is ook oppervlaktewinst en die ligt voor V.d. Slot Tulips tussen de 3 en 4 procent. Dat is een besparing van twee hectare en scheelt tussen 25.000 en 30.000 euro kosten per jaar. “Het mes snijdt dus aan twee kanten.” Bovendien biedt 2.25 in de toekomst gelegenheid de productie uit te breiden. Al bena- drukt Frans dat groei zeker niet de insteek is van deze stap. Toch voegt hij eraan toe dat het zomaar kan dat over een jaar die groei al gerealiseerd is. “Het zit in je achterhoofd en de geschiedenis leert dat groei toch nodig is.” De nettenrooi- er kan ruim 3,5 km per uur, maar hij rijdt vaak niet harder dan dat hij met de oude rooier deed, namelijk 3 km per uur. Deze nieuwe nettenrooier is eigenlijk een bredere en iets zwaardere versie van de oude. De eerste kwekers die op 2.25 over gingen, ontwikkelden een heel nieuw type rooimachi- ne. Die vond Van der Slot te groot en te lomp. “Voor ons

13

17 juli 2020

Bij de verwerking in de bedrijfsruimte heeft V.d Slot Tulips niets hoeven aanpassen.

zijn inklapbaar. De kistenwisselaar is nagemaakt van een loonwerker. Hiermee worden twee kuubkisten van 1.50 m tegelijk gevuld en twee lege kisten hangen daarachter klaar. V.d. Slot is de eerste die zo’n wisselaar heeft op een 2.20 m- rooier. In principe wisselt het syteem automatisch met één druk op de knop. Al kan het nog wel wat gefinetuned wor- den. Echter, dat heeft voor Frans geen grote prioriteit. “Nu doe ik het tijdelijk nog handmatig en dat bevalt eigenlijk proma. Zo hou ik zelf de regie in handen.” De investering in de machines kostte zo’n half miljoen, iets hoger dan eerst gedacht. “Je vergeet snel wat en vaak pak je zo’n over- gang aan om toch iets luxer te investeren, zoals een extra uitgebreide GPS Twin-besturing, extra zware voorlader en ook direct maar een grotere trekker.” Kleine wensen heeft de bollenkweker nog wel; een zwaardere vorkenversteller op de voorlader en een nieuwe loofklapper. De huidige pakt namelijk een randje tulpen niet mee, zo is goed te zien. Het enige nadeel is dat Van der Slot vaker de wielbouten moet controleren. De logistiek is wel wat anders geworden. Er zijn continu vijf

mensen op het land. Voorheen liep er één persoon bollen te rapen, labels te nieten en kisten af te vlakken, nu twee. Eén persoon kan het afvlakken van de kisten niet bijhouden. Degene die op het land ‘verse’ kisten rijdt en de volle ook weer op de wagen zet, heeft het net als degene die de lege en volle karren met kuubkisten heen er weer rijdt erg druk. “Die twee kunnen hun tijd niet verdoen.” Bij de verwerking van de bollen, is niets aangepast. Er komen immers niet noemenswaardig meer bollen uit de grond. Doorgaans rooit het bedrijf nog steeds vier vrachten per dag. “Als het moet kunnen we er ook eens vijf doen”, heeft hij al ervaren. De ‘knoppenkast’ werkt net iets anders dan Frans gewend was. Vroeger bediende hij de knoppen en hendels blindelings. “Eén worden met de machine duurt gewoon even”, aldus de kweker. De broers hebben absoluut geen spijt van de stap. “Er zijn zoveel redenen om het te doen, iedere bewerking gaat sneller en je bespaart op de kosten. Nu hebben we in één keer een grote investering gedaan, maar die kan jaren mee”, zegt Frans terwijl de rooier op het kopend komt. “Eerst even een bakkie jongens”, roept hij.

14

17 juli 2020

T E C H &M E C H

Inde rubriek Tech&Mech is er aandacht voor zowel nieuwe als vernieuwende producten uit de sector. Een plek waar techniek en mechanisatie structureel aandacht krijgen.

Bolwerk gaat naar Bolstreet

Bolstreet €895,- exclusief BTW per jaar www.bolstreet.nl

Tekst: Moniqie Ooms

“De tendens is dat er steeds meer in de cloud wordt gewerkt. Dat biedt allerlei voordelen in het werk. Bovendien heeft Bolstreet meer slimme functionaliteiten, zoals een handige koppeling met de BKD waardoor gebruikers met een simpe- le druk op de knop de bollenkraam en andere relevante gegevens kun- nen importeren in Bolstreet. Het is gebruiksvriendelijk en veilig”, stelt Gerrit Braakman van Agrovision. Toch verandert er voor gebruikers niet zo veel. “Veel van de functiona- liteiten zijn hetzelfde, alleen zitten de knoppen hier en daar op een andere plek. Dus het is wel een ver- andering, maar niet een hele grote.”

kunnen zijn voor de teeltregistratie en het teeltadvies. Dat zou het werk voor bollenkwekers een stuk makke- lijker kunnen maken.” SOEPELE OVERGANG De overgang naar Bolstreet vindt plaats in de tweede helft van dit jaar. “Dat loopt allemaal soepel”, ervaren Braakman en Beverwijk. “Alle gebruikers zijn ingelicht en vrijwel iedereen stapt over.” De kosten blijven ongeveer hetzelfde, € 895,- exclusief BTW per jaar. Wie vragen heeft en/of een abonnement wil afsluiten, kan hierover contact opnemen met Maaike Beverwijk via info@bolstreet.nl of 0223-237002.

Wie toch vragen heeft, kan hiervoor terecht bij Bolstreet. VOLGENDE STAP “Wij hebben instructiefilmpjes ge- maakt en we zijn altijd bereikbaar voor vragen. Het programma is niet heel ingewikkeld, dus er is geen cur- sus nodig. We streven ernaar om het zo simpel en eenvouding mogelijk te houden”, vertelt Maaike Beverwijk van Bolstreet. Overigens houdt Agro- Vision nog wel een lijntje met Bol- street, vertellen Beverwijk en Braak- man. “Wij blijven samenwerken aan goede online oplossingen voor het bollenvak. Zo zou een volgende stap de integratie met CropVision

17 juli 2020



17 juli 2020

‘Wij hebben het allang op orde’

Het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten heeft, onder leiding van voormalig SP-voorman Emile Roemer, een voorstel gemaakt om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Doel is onder arbeidsmigranten de coronabesmettingen te laten afnemen en de positie van arbeidsmigranten te versterken. Hoe reageert de bollensector hierop? Greenity sprak een aantal vakgenoten.

Tekst: Monique Ooms | Fotografie: René Faas

G ermaco uit Bovenkarspel had zijn huisvesting al op orde voordat corona toesloeg vertelt mede-eigenaar Cees de Wit. “Wij hebben een hotelachtig concept neergezet dat hier in de regio volop is gekopieerd. Hier slapen medewerkers met z’n tweeën op een kamer, met een eigen douche, toilet en keuken. Ze voeren als het ware een huishouden met z’n tweeën. Vaak zijn dat overigens stelletjes, en als dat niet zo is, bieden de kamers genoeg ruimte om afstand te houden.” Als alle medewerkers een eigen kamer zouden moeten hebben, lukt het Germaco niet om ze allemaal onder hun eigen dak te huisvesten. “Dan zouden we ze elders moeten onderbren- gen en dat is niet ideaal, ook vanwege het vervoer.” Een deel van de tijdelijke krachten komt per bus naar het bedrijf.

alle eisen op het gebied van huisvesting. Sommige medewerkers hebben een eigen kamer, stelletjes zitten samen op een kamer. Als groep werken onze mensen al zo lang met elkaar dat je ze als één familie kunt beschouwen.” Toch heeft het bedrijf ook op de werkvloer alle vereiste corona- maatregelen genomen. “De werkplekken zijn afgescheiden met doorzichtig plastic, op allerlei plekken staat ontsmettingsmid- del en we hebben een extra pauzehoek ingericht in de schuur waar mensen ruim kunnen zitten.” Medewerkers moeten wel regelmatig op de regels worden gewezen. “Ze vergeten soms totaal dat ze afstand moeten houden, dus daar moet je op blijven letten.”

“Zij wonen samen in één huis en zitten dan ook samen in één bus.” In de schuur is alles coronaproof gemaakt. “We voldoen aan alle eisen. Dat moet ook wel, anders willen mensen niet meer voor je werken. Bovendien zijn wij er ook bij gebaat dat onze medewerkers gezond blijven.” Wat hem wel tegen de borst stuit: “Hoe Roe- mer met zijn aanbevelingen naar buiten kwam, gaf een erg negatief beeld van onze sector, alsof wij onze huisvesting niet op orde zouden hebben. Daar moeten ze nou eens mee stoppen. We zijn nota bene aangesloten bij de Stichting Normering Flexwonen en hebben een certificaat.” EÉN FAMILIE Bij G & K Reus in Lutjebroek is de situa- tie vergelijkbaar met die van Germaco. Gerard Reus vertelt: “Wij voldoen aan

Ook bij de Kapiteyn Group in Breezand blijken de adviezen van Emile Roemer niet



17 juli 2020

voor grote problemen te zorgen. “Op de verschillende locaties van ons bedrijf heb- ben we eigen huisvesting voor onze me- dewerkers. Alles is coronaproof ingericht en er slapen maximaal twee medewerkers op een kamer. Ze delen het sanitair en om dat te organiseren werken we met tijdblokken, zodat er steeds voldoende ruimte is. Ze mogen geen visite ontvangen en overal staat handgel en ontsmettings- middel. Als straks het hoogseizoen begint, zijn wij er helemaal klaar voor”, vertelt Jody Kapiteijn, verantwoordelijk voor per- soneelszaken. Op de werkplekken heeft Kapiteyn eveneens maatregelen getroffen, van extra pauzeplekken en looproutes tot aan het werken in tijdblokken. “We proberen te vermijden dat groepen mede- werkers elkaar kruisen op de werkvloer.” Naar de locatie in Hippolytushoef worden mensen in busjes vervoerd, met mond- kapjes op. “Medewerkers die zelf een auto hebben, komen met eigen vervoer.” Het plan staat goed op papier en is besproken met alle teamleiders. “We hebben er alles aan gedaan om het goed te laten verlopen. Nu is het afwachten hoe het gaat. We zijn er in elk geval klaar voor.” NUL CORONAGEVALLEN Ruigrok Productie BV heeft zelf diverse bloemenproductielocaties, eigen huisves- ting en organiseert vervoer van arbeids- migranten naar inleenadressen. “Wij hebben onze busjes ingericht met plastic en afhankelijk van het aantal deuren kun- nen we zo zes of zeven mensen per busje vervoeren. In het begin van de corona-uit- braak hebben ook touringcars ingezet, daarmee kunnen we dertig mensen ver- voeren”, vertelt directeur-eigenaar Peter Ruigrok. In de eigen huisvesting wonen mensen met twee of drie personen op een kamer. “Deze mensen wonen al jaren bij elkaar, dus dat levert geen problemen op. Dat blijkt ook wel want we hebben nul coronagevallen gehad onder onze mensen. We hebben het goed onder controle.” Dat geldt ook voor de productielocaties. “Medewerkers moeten afstand houden, we werken met schotten en een corona- controleur loopt rond om in de gaten te houden of de regels worden nageleefd. Wij nemen hierin onze eigen verantwoor- delijkheid.” Ruigrok is niet erg te spreken over de toonzetting van de presentatie van Roemer. “Hij maakt er een heel negatief verhaal van, we worden afgeschilderd als criminelen. Volledig onterecht. Als dat zo was, hadden we veel meer problemen gehad.”

‘We voldoen aan alle eisen. Wij zijn er ook bij gebaat dat onze medewerkers gezond blijven.’

Ook in de algemene ruimtes is voldoende plek om afstand te houden.

Uit de aanbevelingen Om bij een eventuele uitbraak van corona snel grip te kunnen krijgen op de situatie, moeten de NAW-gegevens van arbeidsmigranten wor- den geregistreerd. Bij voorkeur een arbeidsmigrant en maximaal twee per slaapkamer. Daarbij is vereist dat het mogelijk is om anderhalve meter afstand te houden. Als dit niet mogelijk is moet naar alternatieven worden gezocht, zoals huisves- ting in hotels of leegstaande kantoorgebou- wen, waarbij wel wordt voldaan aan de mini- mumnormen voor de kwaliteit van huisvesting. Arbeidsmigranten mogen niet als een huis- houden worden beschouwd en moeten daar- om ook tijdens het vervoer anderhalve meter afstand kunnen houden. Gezocht zou moeten worden naar alternatieven zoals elektrische fietsen en touringcars. De werkgever moet alle vereiste coronamaat- regelen nemen om een veilige en gezonde werkplek te garanderen.

stellen dat de toon van Roemer de sector tegen de borst stuit. “Ik vind het ronduit stuitend, door woorden te gebruiken als ‘menswaardig’ zet hij de complete bedrijfstak in de hoek. Je vraagt je af of hij ooit wel eens op een bedrijf is wezen kijken. Dan had hij kunnen zien hoe het er in werkelijkheid aan toe gaat. De sector is daar serieus mee bezig. Sommige werkgevers hebben al tientallen jaren een relatie met hun arbeidsmigranten en ve- len zijn aangesloten bij een keurmerk voor huisvesting. Hij heeft hier echt de plank misgeslagen.” Over de inhoud van de aanbevelingen zegt Bond: “De aanbevelin- gen zijn veelal goed uitvoerbaar, er staan niet veel nieuwe dingen in. Belangrijk is wel dat niet te veel partijen zich met de regelgeving gaan bemoeien, dan wordt het voor ondernemers onwerkbaar.”

17 juli 2020

KAVB-voorzitter Jaap Bond kan zich voor-

17

17 juli 2020

‘Zonder Krelages zou sector niet zijn wat het nu is’

Negen boeken, een veelvoud aan artikelen en vooral een veel beter beeld van de ondernemers- en bestuurdersdynastie Krelage uit Haarlem en de geschiedenis van de bloembollensector. Dat is het resultaat van het Krelageproject, waar Maarten Timmer in 1997 mee startte en dat onlangs werd afgerond met een boek over de Krelages van Bloemhof.

ontwikkeling van de bloembollensector. Dat voorstel heb ik overgenomen en dat werd uiteindelijk de basis voor het Krelageproject.”

GROOT ARCHIEF Aan onderzoeksmateriaal was geen gebrek. In het

Noord-Hollands Archief bevond zich het familiearchief, dat deels nog niet eens was uitgezocht. De meeste informatie over het bedrijf was te vinden in de bibliotheek van de KAVB in Hillegom. Beide locaties bezocht Timmer vele tientallen keren. Menigmaal keerde hij huiswaarts met nieuwe inzich- ten. “Wat ik als historicus altijd weer bijzonder vind, is dat het oorspronkelijke materiaal kan laten zien dat mythes die ooit zijn opgeschreven, in werkelijkheid niet kloppen. Dat was bij dit project ook het geval. Zo schrijft Ernst Krelage in het boek over honderd jaar Kwekerij Bloemhof dat zijn grootvader Ernst arm en berooid in Haarlem aankwam en in 1811 zijn eigen bedrijf startte. Dat blijkt niet te kloppen. Hij was niet arm en werd in Haarlem opgevangen door familie en streekgenoten, die hem op weg hielpen.” SECTORORGANISATIE Het onderzoek leverde een schat aan informatie op. Hoe viel daar enige structuur in aan te brengen? Timmer: “Ik heb me eerst gericht op de ontwikkeling van de bloembollensector van 1860 tot 1919. Die periode is niet toevallig gekozen. In 1860 wordt de Algemeene Vereeniging voor Bloembollencul- tuur (AVB, nu KAVB) opgericht. Die vereniging staat veertig jaar onder leiding van Jacob Heinrich Krelage, waarna zijn zoon Ernst nog eens 25 jaar voorzitter is. In die periode worden eigenlijk alle organisaties die van belang zijn voor de hele sector opgericht. Dat geldt niet alleen voor de vereni- ging zelf, maar ook voor het wetenschappelijk onderzoek, waar in 1881 al een eerste begin mee wordt gemaakt. Het eerste vakblad komt in 1890 op de markt en in 1893 krijgt de sector zijn eigen belastingregels. Ook komt er in 1907 een Scheidsgerecht voor de Bloembollenhandel en krijgt het fenomeen internationale tuinbouwtentoonstelling vorm op initiatief van de AVB. In al die initiatieven spelen vader en zoon Krelage een wezenlijke rol. Zonder de visie van de Krelages zou de sector niet zijn wat het nu is, daar ben ik van overtuigd.” De ontwikkelingen van de sector sinds 1860 beschreef Timmer in verschillende boeken (zie kader). Daarna richtte hij zich op de figuur van Ernst Krelage, wat resulteerde in een tweedelige biografie. Hij stond onder meer aan de wieg van het Centraal Bloembollen Comité (CBC), dat in feite de basis vormde voor de collectieve financiering van weten- schappelijk onderzoek en promotie. Het lukte Krelage om

Tekst: Arie Dwarswaard | Fotografie: René Faas

W aartoe een bezoek aan de jaarlijkse Boeken- markt van Deventer op 3 augustus 1997 al niet kan leiden. Maarten Timmer liep de vele kraampjes langs en vond daar een boek van J.G. Veldink over de geoloog-landbouwwetenschapper W.C.A. Staring. In de trein op weg naar huis begon hij erin te lezen en kwam daarin de naam Krelage tegen. Geen onbekende voor Timmer, die opgroeide in de bloembollen en in die tijd een groeiende interesse kreeg in de historie van zijn familie in de bollen. “Daar was ik de naam Krelage al een paar keer tegengekomen. Verder had mijn vader bij zijn afscheid als lid van het hoofdbestuur van de KAVB een exemplaar gekre- gen van Drie Eeuwen Bloembollenexport. Dat vond ik een indrukwekkend boek, maar wel lastig te begrijpen.” De biografie van Staring zette Timmer aan het denken. Zou zo’n boek ook over Ernst Krelage geschreven kunnen worden? “Ik zette hiervoor een aantal ideeën op papier en realiseerde me dat voor een dergelijk project geld nodig was. Ik benaderde hiervoor de KAVB, CNB en de Hobaho, waarvan de eerste en de laatste bereid waren om jaarlijks 2.000 gulden te betalen. Ook mijn toenmalige werkgever, het ministerie van LNV, droeg bij. Verwacht werd dat het project drie jaar zou duren, het werden er meer dan twintig. Ik zocht contact met Jan Bieleman, de toenmalige weten- schappelijk medewerker agrarische geschiedenis aan de Landbouwuniversiteit. Bieleman adviseerde me om mijn onderzoek niet te beperken tot Ernst Krelage, maar om te gaan kijken naar de relatie tussen de familie Krelage en de

18

17 juli 2020

Page 1 Page 2 Page 3 Page 4 Page 5 Page 6 Page 7 Page 8 Page 9 Page 10 Page 11 Page 12 Page 13 Page 14 Page 15 Page 16 Page 17 Page 18 Page 19 Page 20 Page 21 Page 22 Page 23 Page 24 Page 25 Page 26 Page 27 Page 28 Page 29 Page 30 Page 31 Page 32 Page 33 Page 34 Page 35 Page 36 Page 37 Page 38 Page 39 Page 40 Page 41 Page 42 Page 43 Page 44 Page 45 Page 46 Page 47 Page 48 Page 49 Page 50 Page 51 Page 52

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online