Greenity 82

T E E LTA D V I E S

• te vroeg inhalen: houd de geadviseerde kou- deperiode aan; • te droog broeien: zorg voor voldoende water en een RV in de kas van boven de 90%; • een onjuiste bolbehandeling, vooral een te korte periode 17°C kan bruinverkleuring van de spatha geven. De lengte van de manchet is cultivarafhan- kelijk. Houd hier vooral voor de vroegste broei rekening mee. Kies bij voorkeur cul- tivars die van nature lange manchetten maken. De lengte van de spruit bij het inha- len beïnvloedt sterk de uiteindelijke lengte van de manchet. Hoe langer de spruit bij het inhalen is, hoe langer de manchet wordt. De broeier krijgt spruiten met voldoende leng- te door te zorgen voor een koeltemperatuur van 9°C en door niet te vroeg in te halen. Diep planten van de bollen en afdekken van de spruiten na het inhalen hebben geen invloed op de manchetlengte. Oogststadium Voldoende rijp oogsten is een voorwaarde voor het verkrijgen van kwaliteit. Oogst daarom alleen narcissen met een gespron- gen knop. Eerder oogsten gaat ten koste van de kwaliteit. De bloemen komen op de vaas niet volledig open en blijven kleiner. Bewaar de geoogste bloemen hooguit drie dagen in de koelcel. Bescherm de bloemen tegen uitdrogen door afdekken of op water zetten.

tot het leveren c.q. afnemen van bollen. Een goede samenwerking tussen leverancier en afnemer van de bollen is een noodzaak. Het is tenslotte in beider belang.

Tulp Opplanten tulp broei op water

Voor het opplanten is het gebruik van een plantlijn aan te bevelen. Dit opplanten kan handmatig of machinaal zijn. Bij machinaal planten is de capaciteit per persoon hoger. Het nadeel kan afhankelijk van de machine wel zijn dat de spruiten meer beschadigen. Er zijn telers, die om deze reden afgestapt zijn van machinaal planten. Zoek tijdens het planten vanaf 1% zuur de partij uit door een leesband voor de plant- lijn te plaatsen. De capaciteit van een plant- lijn waarbij de bollen handmatig op de bak worden geprikt, ligt tussen de 1.500 en 2.500 stuks per man per uur. De capaciteit van een plantlijn waarbij de bak op de bollen wordt gedrukt varieert van 2.500 tot 3.500 stuks per uur en een volautomatische plantmachine kan afhankelijk van de grootte circa 10.000 bollen per uur planten. Een enkele plantlijn werkt arbeidsvriendelijker door de geringere reikafstand. Als op priktrays wordt geplant, gebruik dan bij voorkeur een verspringende mat; er passen meer bollen op een bak en de bollen komen beter op de prikkers te staan. De wortels groeien ook minder in elkaar bij de verspringende mat. Voorkom beschadiging van de spruit door een rustige egale toevoer en minimale valhoogtes. Door de bollen van tevoren nat te maken beschadigen de sprui- ten minder. Als een spruit beschadigd is, zie je dat later terug als bladbeschadiging. Plant bollen die uit de kist gekanteld zijn binnen een dag op. Koudeperiodes bij broei onder kunstlicht Bij broei van tulpen onder kunstlicht is de kans op te lange tulpen groter dan bij broei in de kas. Bij cultivars die gemakkelijk te lang worden, moet hiermee rekening worden gehouden door de koudeperiode ‘aan de korte kant te houden’ (bijvoorbeeld één week kor- ter dan in de tabellen bij de broeischijf aan- gegeven). Door de vaak wat hogere luchtvoch- tigheid in de kunstlichtruimte is het eveneens raadzaam de temperatuur op 17-18°C te hou- den. Dit om te snelle groei met meer kans op kleine bloemen en kiepen tegen te gaan. Streef naar een luchtvochtigheid van maxi- maal 80% tussen het gewas. Ventileer daar- om op tijd. Relatiebeheer Zowel teler als broeier heeft belang bij een goed resultaat bij de broei. Een goed contact tussen teler en broeier is hierbij een logisch gegeven. De meeste broeiers stellen het op prijs als de leverancier van de bollen ook naar het resultaat komt kijken. Tijdens het bezoek kan de broeier ook aangeven welke wensen hij heeft en welke cultivars hij wil hebben. Bij goed resultaat en contact zal de broeier dan graag (weer) kopen. Daarmee ontstaat vaak een langdurige relatie met betrekking

Lelie

Dubbelneuzen In sommige cultivars zoals ‘Sorbonne’, ‘Sal- mon Classic’, ‘Santander’ en ‘Muscadet’ kun- nen veel dubbelneuzen voorkomen. Ze kun- nen een redelijke tak leveren, maar er kleven wel nadelen aan het gebruik. Houd met de volgende punten rekening: • Dubbelneuzen kleiner dan maat 14 geven erg lichte takken. • De takken komen ongelijk in bloei. • Het vraagt meer sorteerwerk vanwege de ongelijkheid van het aantal knoppen per tak. • Om een goede kwaliteit te telen moeten dubbelneuzen rustig worden opgekweekt. • Dikke dubbelneuzen kunnen beter worden gebroken. Dit komt de gelijkheid van het gewas ten goede. • Pas de plantdichtheid van dubbelneuzen aan. Planten op kisten Let er op dat de bollen bij het planten op kis- ten goed rechtop blijven staan. Doe eerst 1 à 2 cm potgrond op de bodem van de kisten. Zet de bollen hier rechtop in. Dek de bollen daarna met potgrond af. Zorg ervoor dat de laag potgrond op de bollen ten minste 6 tot 8 cm dik is. De plantdichtheid is gelijk aan die in de vollegrond. Worden 70 Oriëntal-bollen 12/14 per netto m 2 in de vollegrond geplant, zet er dan 18 op een kist van 40 x 60 centi- meter. Wanneer de kisten in de kas niet tegen elkaar staan, plant dan een paar bollen meer per kist. Op een plantlijn worden 1.000-1.200 bollen per mensuur geplant. Potgrond Het is goed mogelijk om meermaals gebruik te maken van dezelfde potgrond. Mits er geen ziekten in de voorgaande teelt voorkwa- men en de potgrond tijdens de bewaring niet uitdroogt. Sterk uitdroogde potgrond is las- tig weer nat te krijgen. De lelies blijven dan kort, nemen te weinig voedsel op en verlie- zen kwaliteit. Bij hergebruik neemt de struc- tuur van potgrond af, waardoor de kwaliteit van de planten achteruitgaat! Door wat gro- vere potgrond bij te mengen, is dit te voor- komen. Advies: • Dek de potgrond om uitdroging te voorko- men bij hergebruik af. • Stoom de gebruikte potgrond. Gestoom- de potgrond koelt heel slecht af. Als de potgrond weer snel na het stomen wordt gebruikt, zorg er dan voor dat de potgrond snel afkoelt. Met behulp van een vijzel kan ook worden gestoomd. Dit heeft als voor-

Hyacint Koudeperiode voor hyacinten-op-pot

Bij het broeien van niet-geprepareerde hya- cinten gelden de volgende koudeperioden voor bollen opgeplant rond half december direct uit de 25°C: • ‘Pink Pearl’, ‘White Pearl’, ‘Blue Pearl’, ‘Purple Sensation’, ‘Splendid Cornelia’, ‘Minos’: negen weken. • ‘Carnegie’, ‘Aiolos’, ‘Fondant’, ‘Delft Blue’, ‘Yellow Stone’, ‘Blue Star’, ‘China Pink’, ‘Purple Star’: tien weken. • ‘Jan Bos’, ‘Woodstock’: elf weken. Deze cijfers zijn gebaseerd op praktijkerva- ring. De Pearl-soorten blijven kort en zijn daarom bij uitstek geschikt voor de pot. Deze koudeperioden gelden alleen als de bol- len zijn opgeplant in een bewortelingsruim- te bij 9°C. Breng de temperatuur terug naar 5°C als de pennen te lang worden. Voor de in de kuil opgeplante bollen gelden dezelf- de koudeperioden, mits de kuiltempera- tuur af lopend van 9 tot 5°C is geweest. Als de kuiltemperatuur lager wordt, dan 5°C is het beter de koudeperiode te verlengen. Het is ook mogelijk de opgeplante bollen vanuit de kuil in een cel te zetten bij een tempera- tuur tussen de 5 en 7°C. De spruiten zullen dan beter strekken dan in een te koude kuil. Vaak is een periode van twee tot drie weken cel al voldoende.

48

18 december 2020

Made with FlippingBook - Online catalogs