Greenity 82

VA S T E P L A N T E N – B O L L E N – K NO L L E N – B L O E M E N – A L G E M E E N

deel dat er veel minder gas wordt gebruikt en de structuur van de grond beter behou- den blijft. • Let op de bemestingstoestand, neem een monster om goed bij te kunnen sturen. • Gestoomde potgrond bevat veelal weinig stikstof, voeg dit wat extra toe. Lange bewaring Begin in december met het invriezen van de lelies voor de lange bewaring. Begin als het suikergehalte op zijn hoogste punt zit. Voor het invriezen kan de celluchttemperatuur tij- delijk tot -3°C à -4°C zakken. Veelal duurt het een paar weken voordat de lelies in het ijs zitten. Daarna moet de celtemperatuur voor Aziaten op -2°C en voor Oriëntals, Aziaten en Longiflorums op -1,5°C worden ingesteld. LA’s met een hoog suikergehalte kunnen beter bij -1,5°C worden bewaard. Werk met een klein temperatuurverschil om uitdrogen van de bollen door het invriezen te voorkomen. Hier- voor moet de capaciteit van de verdampers wel voldoende zijn. Zorg daarnaast voor een goede circulatie in de cellen door bij het sta- pelen tenminste 15 cm van de wanden te blij- ven en ook tussen de pallets 10 cm ruimte te laten. Controleer regelmatig of de bollen al goed in het ijs zitten. Lelies laten zich voor de lange bewaring beter in ULO bewaren. In Ori- ëntals is verschil in gevoeligheid voor vorst- schade. Zo kunnen bijvoorbeeld ‘Le Rêve’ en ‘Marco Polo’ het best bij -0,5 tot -1°C worden bewaard. Dit geldt ook voor andere cultivars waarbij genoemde cultivars als kruisingsou- der hebben gediend. Controleer de tempera- tuur in de kisten.

De grondsoortenkaart die gehanteerd wordt in de nieuwe mestwetgeving, blijkt in een aantal gevallen niet te kloppen. Een onder- nemer die denkt dat de kaart onjuist is, moet zelf onderzoek laten uitvoeren en bezwaar maken bij het ministerie. De kaart is online in te zien. Daarnaast kan de grondsoort ach- terhaald worden door op mijnRVO.nl, onder ‘Mijn Percelen’ in de legenda ‘Grondsoorten’ aan te vinken.

Techniek Eisen van brandweer verscherpt

De eisen van de brandweer bij verbouw en nieuwbouw zijn de afgelopen jaren sterk aan- gehaald. De kosten om aan de eisen te vol- doen, kunnen oplopen tot tienduizenden euro’s. Een doordacht ontwerp kan deze kos- ten veelal sterk beperken. Wijzigingen tijdens de bouw als gevolg van aanvullende eisen moeten te allen tijde worden voorkomen. Het maken van een zogenaamde vuurlastcalcu- latie kan het voorgeschreven compartiment vergroten naar maximaal 2.500 m 2 . Ook het (plaatselijk) toepassen van brandveilige mate- rialen in de gevel en/of het dak betekent dat soms dure scheidingswanden en branddeuren achterwege kunnen blijven. Laat u daarom vóór de start van de bouw goed informeren. Verlaagde motor op overheaddeur De meeste overheaddeuren zijn uitgevoerd met een elektromotor. De motor draait een as met verenpakket rond en trekt de deur met een staaldraad omhoog. Indien de deur in zijn geheel rechtstandig omhoog getild kan wor- den, dan wordt de motor standaard op 8 tot 10 m hoogte gemonteerd. Voor de (verplich- te) jaarlijkse controle en onderhoud bent u dan aangewezen op een (dure) hoogwerker of een goed gekeurde kooiconstructie op de heftruck. Met behulp van een stalen frame kan de motor net iets boven de deuropening komen, zodat u voor onderhoud kunt vol- staan met een trap.

Bodem/Bemesting

Water opzetten In sommige gebieden kan de grondwater- stand in bepaalde perioden relatief diep komen te staan, ook bijvoorbeeld tijdens een periode met vorst. Droge grond bevriest snel- ler, de temperatuur bereikt lagere waarden dan bij vochtigere grond en de vorst dringt ook dieper de grond in. In een droge grond kan dus sneller vorstschade optreden. Om vorstschade te voorkomen wordt in polders vaak het oppervlaktewater ‘opgezet’. Op gro- ve duin- en zeezandgronden kan door infiltra- tie via de drainagebuizen de grondwaterstand op peil worden gehouden tot 60 à 70 cmmin maaiveld. Let hierbij op het zoutgehalte van het gebruikte water. De EC van het infiltratie- water mag niet hoger zijn dan circa 1,2 mS/cm om problemen met de beworteling ten gevol- ge van zoutophoping te voorkomen. In gebie- den met zoute kwel wordt die waarde betrek- kelijk snel overschreden, door extra kwel vanwege het vaak lagere polderpeil geduren- de de winter. Perceelkeuze Veel bloembollenbedrijven zijn voor de teelt aangewezen op onbekend huurland. Niet alle percelen zijn echter geschikt. Om de geschikt- heid van huurland te beoordelen is tijdige ori- ëntatie een vereiste. Vooral na veel regen is dit zinvol. Door kuilen te graven in het perceel kan de teler een goede indruk krijgen van: • het gehalte aan humus en afslibbaar in de bovengrond; • de dikte van de beteelbare laag; • de aanwezigheid van verdichte lagen; • de structuur van de ondergrond (poriën, wortels); • de zandgrofheid. Door ook informatie te verzamelen over de werking van de drains, de draindiepte, de drainafstand, de peilbeheersing, de vlaklig- ging van het perceel, de beregeningsmo- gelijkheden, de voorvrucht, eventuele pro- bleemonkruiden, aaltjesbesmetting, gebruikte herbiciden en de teeltverboden en voorschrif- ten, kan de teler de geschiktheid van een per- ceel goed beoordelen. Desgewenst kan Delphy deze bodemgeschiktheidsbepaling doen.

Gewasbescherming

Controle gewasbeschermingskast Het eind van het jaar leent zich goed om de gewasbeschermingskast weer eens te ordenen en te controleren. Let hierbij op de volgende aandachtspunten: • Alle voorraden aan gewasbeschermingsmid- delen die groter zijn dan 25 kg moeten in een afgesloten ruimte of kast worden opge- slagen. Een uitzondering daarop is de werk- voorraad, zijnde een grootverpakking van aangeleverde middelen die binnen 48 uur toegepast wordt. Deze moet overigens wel op een vloeistofkerende vloer worden gezet. • Zet poeders boven vloeibare middelen. • Zet vloeibare middelen in een lekbak. • Zet onkruidmiddelen bij elkaar. • Is er nog voldoende adsorptiemateriaal aan- wezig? • Zijn alle veiligheidsbladen van de middelen aanwezig? • Hebben alle middelen nog een toelating? • Is de etiketsversie (W-nummer) nog actueel? • Verwijder lege verpakkingen en restanten die niet meer worden gebruikt. • Is de kast voorzien van de borden ‘Bestrij- dingsmiddelen’, ‘Vuur, open vlam en roken verboden’, ‘Verboden toegang voor onbe- voegden’?

Arbo

18 december 2020 Werkhouding broeierij Een optimale werkhouding in de broeierij beperkt rugklachten. Vooral werkhoogte en werkbreedte zijn belangrijk. Bij een lichaam- slengte 1,70, 1,80 en 1,90 m is de optimale werkhoogte bij potgrondbroei respectievelijk 80, 85 en 90 cm. De werkhoogte is de afstand van de grond tot het aangrijppunt van de plant (net boven de bol). De tablethoogte is circa 12 cm lager. Voor de broeierij op water geldt een ander aangrijppunt, pas hierop dus de tafel- hoogte aan. Als richtlijn geldt een tafelhoogte van 40 tot 45 cm. Bij een goede werkhouding ligt de maximale werkbreedte rond de 60 cm. Dit resulteert in tabletten van 1,20 m breed. Wanneer met bredere tabletten wordt gewerkt is het beter de werkhoogte te verlagen. Bedenk dat alleen bij een optimale werkhouding maxi- maal gepresteerd kan worden.

49

18 december 2020

Made with FlippingBook - Online catalogs