JaarkrantWebsite

STANDPUNT 2

Erwin Devriendt, afgevaardigd bestuurder, geeft zijn

Naar het schijnt zijn we ‘doeners’. Veel ondernemers blinken uit in het ‘doen- schap’ en dat is maar goed ook. En het moet gezegd: de definitie van ‘doen’ heeft een vrij positieve opbouwende connotatie in de zin van ‘een handeling verrichten’ of ‘een actie ondernemen’. En toch kunnen ‘doeners’ ook bijzon- der contraproductief zijn, door dingen averechts te doen of zich van verant- woordelijkheden te ‘ontdoen’. Want wanneer je echt iets probeert te doen, besef je pas hoeveel tegenkrachten er in de weer zijn die juist bewust niets doen! In zijn maatschappelijke context bestaat het werkwoord ‘doen’ dus niet op zich maar staat het steeds in relatie tot iets of iemand. En dat maakt het interessant en tegelijkertijd enorm frustrerend. In de socio-profit sector zijn we van nature uit doeners, omdat we door onze DNA mensen helpen, mensen verzorgen en mensen wil- len vooruitduwen, los van hun beperkingen. Onze handen en harten zijn de veruitwendi- ging van onze doen-mentaliteit, met de be- doeling telkens weer oplossingen te vinden in vaak moeilijke omstandigheden. Vlaanderen schittert op dit vlak en de laatste decennia heeft de juiste politiek dit ook aangewak- kerd. De socio-profit in Vlaanderen is goed voor heel wat doeners. In Vlaanderen zijn de verschillende socio-profitsectoren goed voor 401.243 arbeidsplaatsen voor loontrek- kenden. Dat is maar liefst 17,8% van de te- werkstelling in Vlaanderen. Er zijn bovendien 47.321 zelfstandigen actief in deze sectoren. VERSO heeft aangetoond dat de toegevoeg- de waarde van de Vlaamse socio-profit goed is voor ongeveer 8% van de Vlaamse econo- mie. In 2016 was de socio-profit in Vlaande- ren goed voor maar liefst 17,6 miljard euro. Iets minder dan 77% van de toegevoegde waarde in de Vlaamse socio-profit bestaat uit de verloning van werknemers. De beloning voor onze ‘doeners’. En toch zijn er verontrustende signalen voor de ‘doeners’ in de socio-profitsectoren. Er zijn permanent donkere wolken die boven onze sectoren hangen. De ‘tegen-doen-krachten’ zijn subtiel bezig een en ander aan het on- dermijnen. De economische groei in de so- cio-profitsectoren valt de laatste jaren wat stil. Tussen 2015 en 2016 groeiden deze sectoren nog wel met 2,5%, maar dit mooie cijfer ligt toch onder het Vlaams gemiddelde van 3,5%. Vooral de gezondheidszorg, een economische sterkhouder van de socio-pro- fit, laat het wat afweten aldus VERSO. Dit be- tekent ook dat het aandeel van de socio-pro- fit in de Vlaamse economie terugvalt. Van 8,08% in 2014 tot 7,87% in 2016. En is het toeval dat gezondheidszorg juist geen Vlaam- se materie is? Is de ‘doen-definitie’ plots ook een communautaire kwestie geworden? Welnu, ik moet toegeven dat we op dit vlak met een groot probleem zitten. We zitten In Vlaanderen worden we getriggerd om mee te evolueren met nieuwe megatrends in zorg en welzijn.

En we spreken nog niet eens over de grote op ons afkomende malaise van de arbeids- markt in de welzijns- en gezondheidssecto- ren, die een gedeelde verantwoordelijkheid is van verschillende overheden. Terwijl de politiek hoopvol is in Vlaanderen en Solidariteit voor het Gezin doet bewegen, krijgen we de ene nekslag na de andere van- uit het federaal beleidsniveau. Ons ‘vooruit- strevend’ geïntegreerd zorgmodel, waar elke politieke partij nu de mond vol van heeft, ont- ploft in ons gezicht terwijl we erop zitten te kijken en terwijl de ‘doeners’ op de werkvloer hiervan het slachtoffer dreigen te worden. Moeten we ons de vraag van ‘opzettelijkheid’ durven te stellen? Of is het schuldig ver- zuim? Of worden ‘doeners’ met twee maten en gewichten gewogen? Uiteindelijk zou het van een bekrompen ‘doen-mentaliteit’ getuigen, als we rustig zouden wachten naar meer zonneschijn. Het wegblazen van donkere wolken is enkel aan illusionisten gegeven. Uit de splijtende analyse van Frank Van Massenhove (Knack nr 13; 27 maart 2019) is het duidelijk dat we niet direct op een lange termijnvisie van de politiek moeten rekenen op Belgisch ni- veau. De bedenkingen van prof. Marc De Vos (Knack nr 14; 3 april 2019) zijn zowaar nog pessimistischer en doen onze wenkbrauwen ernstig fronsen wanneer we toekomstgericht wensen te denken. Het is beangstigend dat juist deze twee autoriteiten respectievelijk vanuit organisatorisch en wetenschappelijk oogpunt op nog geen twee weken tijd de uitzichtloosheid van ons systeem op straat gooien. Dit kan wel tellen in een jaar met be- loftevolle verkiezingen… Welnu, het mooie aan ‘doeners’ is het feit dat zij hun optimisme niet verliezen. Soms tegen de stagnerende omgevingsfactoren in, blijven we geloven in een beter verhaal. 12 ‘captains of care’ hebben bijvoorbeeld een poging gedaan om de Vlaamse zorg- en welzijnswereld te sensibiliseren met een hoopvolle boodschap via de publicatie ‘Hel- ping people live the healthiest lives possible’. De vinger zit nu in de wonde. Nieuwsgierig hoe de genezing van de wonde eruit zal zien na de verkiezingen. Itinera heeft ook iets gelijkaardig ontwikkeld met de hoopvolle en krachtige publicatie “Een plan voor het Land”, omdat België veel beter kan. Maar hét voorbeeld bij uitstek van een beter verhaal of een beter plan is wel hetgeen we met Solidariteit voor het Gezin aan het ‘doen’ zijn.

kijk op het afgelopen jaar 2018.

“Een plan voor het land” geschreven door Itinera, een onafhankelijke denktank die sinds 2006 de vinger aan de Belgische pols houdt.

Om de problematiek binnen de sector van thuisverpleging proactief aan te pakken, om op de heroriëntering van de eerstelijn vroeg- tijdig te kunnen anticiperen, om mee te zijn met de grote innovatieve digitale trends, om onze weerbaarheid als sociaal ondernemer tegen de commerciële dreiging kracht bij te zetten en vooral om onze autonomie te- genover een al te vaak zwalpende politieke besluitvorming te versterken, hebben we re- soluut gekozen om onszelf te heruitvinden. Een nieuwe zorgorganisatie in Vlaanderen is in de maak. De zaden zijn geplant in het jaar 2018. De transitie verwerken we in 2019 om in 2020 krachtdadig met een hoopvol crea- tief en efficiënte boodschap te kunnen uit- pakken. 12 vzw’s zijn geïmpacteerd en zullen uiteindelijk één geheel worden. We wachten niet op de politiek en zeker niet op de zelf- genoegzaamheid van onze instellingen. Met de oprichting van een nieuwe zorgorganisa- tie willen we een nieuwe dynamiek in zorg & welzijn in Vlaanderen beogen die niet is ge- baseerd op belangenverhoudingen of op zuil- aspiraties, maar uitsluitend georiënteerd is naar de echte besognes van de klant, de pa- tiënt en/of zorgconsument. Of we met deze nieuwe mijlpaal er zullen in slagen om de sector verder te vitaliseren in de juiste rich- ting, is zeer de vraag. Maar als we niet pro- beren, als we niet ondernemen, als we niet ‘doen’, dan dreigen we te geworden voor wat Frank Van Massenhove en Marc De Vos ons terecht waarschuwen. Aan ons zal het niet liggen. Wij doen het gewoon. En zoals ergens vaak wordt gezegd: op onszelf komt het aan!

duidelijk met een andere doen-mentaliteit in Vlaanderen in vergelijking met de Belgische doen-visie. Als grote verdediger en uitvoerder van de geïntegreerde zorgvisie is Solidariteit voor het Gezin als geen ander geconfron- teerd met deze negatieve en confronterende vaststelling. Terwijl we in Vlaanderen getrig- gerd worden om mee te evolueren met nieu- we megatrends in zorg en welzijn (o.a. digi- talisering van zorg, de reorganisatie van de eerstelijn, de persoonsvolgende financiering, nieuwe responsabilisering via de Huizen van het Kind, lancering van nieuwe woonvormen, …), zien we amper innoverende bewegingen op federaal niveau die sociale ondernemers kunnen triggeren om iets vernieuwend te ‘doen’. Met grote spijt moet ik zelfs het te- gendeel beamen. In de sector van de thuisverpleging is er pure achteruitgang geboekt en loopt de fi- nanciering hopeloos achter op de realiteit. Zelfs de budgetonderschrijding werd wegge- saneerd en brengt grote zorgdiensten met loontrekkenden ernstig in gevaar. Projecten voor aantoonbare zorgvernieuwing, zoals ons innovatief project van Zorg24, wordt om onbegrijpelijke redenen niet ingekanteld in een reguliere financiering, terwijl het heeft aangetoond dat we zwaar zorgbehoeven- den gemiddeld 10 maanden langer van een verplichte opname in een woonzorgcentrum kunnen houden. Vernieuwende projecten als ‘Diabetes on the run’, waarbij de meer- waarde voor de patiënt werd aangetoond en door verschillende zorginstanties bekroond werd, kreeg geen structurele verankering. De nieuwe aanpak van zorg op afstand wordt heden in België compleet genegeerd, terwijl in Nederland daar al lang een vergoedings- systeem voor bestaat. Terwijl in Vlaanderen de zorgregio’s vorm krijgen, prutst men op federaal niveau onbeslist verder met de zie- kenhuisnetwerken. Terwijl in Vlaanderen de vraagsturing zich langzaam maar zeker ver- taalt in nieuwe financieringsmethodes, mod- dert de nieuwe ziekenhuisfinanciering verder door de poel van onbegrip en wordt prestatie- financiering kritiekloos (zelfs met een sterk verouderde nomenclatuur) gehandhaafd.

Erwin Devriendt Afgevaardigd bestuurder

Made with FlippingBook - Online catalogs