Greenity 62

Het is zeer aantrekkelijk om te lenen van de bv als deze beschikt over middelen die nog geen bestemming hebben en er privé behoefte is aan financiële armslag. De Rechtbank in Den Haag heeft echter bepaald dat dit aangemerkt kan worden als dividend. Waar moet minimaal aan voldaan worden om dit te voorkomen?

Tekst: Flynth

Lenen van de eigen bv kan niet zomaar

In het Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat de 100% aandeelhouder elke trans- actie met zijn eigen bv schriftelijk moet aangaan. De Belastingdienst geeft daar nog als aanvullende voorwaarde aan dat dit handelen ook met een willekeurige derde overeengekomen zou kunnen worden. Een schriftelijke overeenkomst is daarbij (naast redelijke voorwaarden) dan ook vaak een minimale eis. De casus bij de Rechtbank betrof een directeur-grootaandeelhouder (DGA) die een schuld had aan zijn bv van ruim 1,3 miljoen euro. De schuld betrof een lening voor de verbouwing van zijn woning en een schuld in rekening-courant. Voor de lening van de woning was een overeen- komst gemaakt, voor de rekening-cou- rantschuld niet. Het standpunt van de Belastingdienst was dat de toename van de rekening-courantschuld aangemerkt moest worden als netto-dividenduitkering. Een naheffingsaanslag werd opgelegd.

Wat de gevolgen zijn van deze uitspraak zijn, zal per situatie beoordeeld moeten worden. Dat een DGA een rekening-cou- rantschuld heeft aan zijn bv komt veel voor. Dat daar dan op zijn minst iets van op papier overeengekomen moet wor- den, is nu wel duidelijk. Reële rente- en aflossingsverplichtingen zijn daarbij eveneens een vereiste, anders heeft de Belastingdienst wel een vrij makkelijke weg om naheffing van dividendbelasting op te leggen. Daar komt bij dat het tarief van dividendbelasting sinds dit jaar is verhoogd.

Het verweer van de directeur was als volgt:

• Hij zou de lening kunnen terugbetalen of herfinancieren. • Er was geen sprake van het vereiste van het ‘dubbele bewustzijn’. De DGA en de bv waren zich niet bewust van de vermeende onttrekking.) • Er zijn geen winstreserves in de bv die een dividenduitkering mogelijk maken. De uitspraak van de rechtbank hield met deze verweren geen rekening. Het vermogen van de DGA was exclusief de waarde van de aandelen van de bv zwaar negatief. De vereiste van het dubbele be- wustzijn werd terzijde geschoven met de opmerking dat de DGA had kunnen weten dat zijn inkomen onvoldoende was om renteverplichtingen na te komen. Tot slot gaf de Rechtbank aan dat de winstreserves voldoende hoog waren om een dividend- uitkering mogelijk te maken.

13 maart 2020 Wilt u meer weten over dit onderwerp neem dan contact op met een belas- tingadviseur van Flynth bij u in de buurt.

41

13 maart 2020

Made with FlippingBook Ebook Creator