Greenity 62

VA S T E P L A N T E N

‘Mooie overgangsplant’

Tekst: Emiel van den Berg | Fotografie: Visions

Deschampsia behoort tot de populaire groep van sier- grassen, de Nederlandse naam is smele. Het geslacht ontleent zijn wetenschappelijke naam aan de Franse dokter en natuurkenner Louis Deschamps (1765-1842) en telt circa 40 soorten die van nature voorkomen in de gematigde en koude streken van zowel het noordelijke als zuidelijke halfrond. Bij voorkeur groeien ze in wei- den, heidevelden, graslanden en open bossen. Verschil- lende soorten worden in graszaadmengsels voor gazons gebruikt, sommige soorten zijn te vinden in droogboe- ketten. Bij de tegenwoordig zo populaire groep siergrassen draait het bij Deschampsia met name om D. cespi- tosa, de ruwe smele. Deze soort groeit van nature in Noord-Amerika, Europa en Azië. In Nederland is dit gras in moerassig grasland en vochtige bossen te vinden, in de tuin is een licht vochtige bodem daarom raadzaam. C. cespitosa vormt dichte zoden, soms polvormig, met ruw aanvoelend blad waaraan men zich makkelijk kan snijden. Voor de tuin zijn er twee belangrijke sierwaar- den; de voor grassen relatief vroege bloeitijd en het ver- drogende herfst(winter)silhouet. IJLE BLOEIWIJZE Tuin- en landschapsontwerper Marion Engelen verzorg- de afgelopen februari voor het tweede achtereenvolgen- de jaar de entreetuin bij de tuinbeurs TuinIdee in Den Bosch. Een tuin gevuld met een diversiteit aan heesters en vaste planten. In tuinen die ze voor haar klanten re- aliseert, verwerkt ze graag D. cespitosa. “Liefst de soort, ik gebruik wel vaker liever soorten dan cultivars.” Over de vroege bloeiwijze is ze enthousiast omdat die heel ijl is, de bloemaren komen tot iets boven de meter. “Mooi te combineren met bijvoorbeeld Verbena bonariensis.” Bij het herfstsilhouet prijst ze de goudgele kleur. “Af- hankelijk van het weer mooi blijvend tot in de winter.” Extra vindt ze ook dat de lage polvormige zoden win- tergroen zijn. “Een zeer belangrijke eigenschap. Festuca heeft dat ook, maar veel mensen houden niet van de blauwgrijze bladkleur van de meeste cultivars.” Extra is ook nog dat Deschampsia het goed doet op bescha- duwde plaatsen. Afhankelijk van de tuin verwerkt ze D. cespitosa soms als eenling, soms in kleine groepen. “In grote tuinen werkt het heel goed om grote groepen als neutralisatie tussen groepen bloeiende vaste planten te gebruiken. Dat geeft rust.” Bij de cultivars is ‘Goldtau’ veruit het bekendst. Deze blijft lager dan de soort, circa 80-90 cm. “Daarom beter geschikt in tuinen van bescheiden omvang. De andere eigenschappen zijn als bij de soort.” ‘Goldschleier’ is ook bekend en zit qua hoogte tussen beide in. Noemenswaar- dig zijn nog de twee lagere cultivars ‘Palava’ en ‘Pixie Fountain’, die tot 60 cm hoogte komen. De eerste bloeit geelachtig, de tweede zilverbruin. Kweker Jan Spruyt noemt in zijn catalogus ‘Tardiflora’ de beste en gezond- ste. De bloei van deze duurt langer, de hoogte is rond de 90 cm.

13 maart 2020 Soort: Deschampsia cespitosa Nederlandse naam : ruwe smele Groeivorm: zodevormende pollen Bloem: ijle, goudgele aren Blad: wintergroen Extra: herfst-wintersilhouet 13 maart 2020

13 maart 2020

51

13 maart 2020

Made with FlippingBook Ebook Creator