‘In 1978 kwam Bob Dylan voor een concert naar Rotterdam. Het was het eerste concert in een stadion in Nederland, het werd een happening, Eric Clapton in het voorprogramma, niet gek. Ik hou van Feyenoord en werd door de Volkskrant naar De Kuip gestuurd Ik had natuurlijk meteen associaties met Coen Moulijn’, en net zo mak- kelijk legt Carel (nu staand) de verbinding tussen de stem van Dylan en de beroemde pirouette- achtige schijnbewegingen van Moulijn; dreigen met rechts en daarna razendsnel passeren over links. Iedere verdediger wist dat het zou gebeuren maar nooit exact wanneer. Pure poëzie: ogenschijnlijk los van elkaar staande fenomenen komen in het brein van een kunste- naar op een organische wijze bijeen, en zo’n kunstenaar ís Carel van Hees. Deze maandag- ochtend is geen lunchgerecht, maar een voorrecht. ‘Zullen we anders nog een lunchje pakken hier?’, stelt Kees voor. We bestellen alle drie rundvlees- kroketten met twee bruine boterhammen. Kees en Carel nemen er een verse muntthee bij. We bespreken de laatste film A Complete Unknown over het leven van Bob Dylan de dreiging van Donald Trump, de dood van Dieuwertje Blok, een nachtje doorzakken met Dennis Hopper, de overwinning van Sparta van gisteravond (en Kees die glundert). Als een van ons nú vraagt om de wijnkaart, gaat het een latertje worden van- daag, zo’n maandagochtend is het. De muze ligt vlak naast de lunchkaart. We beseffen het alle drie. De waanzin van het leven dendert voort, het stadse verkeer is een metafoor voor de hectiek van het leven. Voor de drie mannen aan het tafeltje op het buitenterras van Grand Café Wester Paviljoen aan de Mathenesserlaan staat de tijd, voor de duur van het gesprek echter vol- komen stil. Dat doet kunst met de mens. Kunst is de pauzeknop van het bestaan. Carel van Hees is beroepshalve minder geïnteresseerd in het nieuws van de dag. Te vluchtig, te veel los zand. Hij zoekt instinctief het verhaal (en daar- mee de mens) áchter het nieuws. ‘Ik denk dat ik verhalen wil vertellen’ laat hij ergens in het
gesprek vallen en Carel van Hees ziet in letterlijk alles en iedereen een verhaal en dat gegeven op zich is kunst. ‘Kunst is in het leven noodzakelijk, net als ademhalen. Goede kunst heeft het ver- mogen je ergens te brengen waar je niet eerder was’. ‘In 2020 sloeg corona toe…’, vervolgt Carel zijn verhaal, ‘… en al wandelend door de lege en verlaten stad kwam ik op het idee op een film te maken over de flat waarin ik woon… de zogenaamde “Hunkerbunker” aan de Suze Groeneweglaan in Rotterdam-West. Die flat werd in 1958 opgeleverd onder de naam de RVS flat en was oorspronkelijk bedoeld voor ongetrouwde werkende vrouwen, die tot die tijd niet zelfstandig een huis konden kopen of huren. Ik was benieuwd hoe mijn medebewoners zich staande hielden tijdens de coronatijd. Ik zag de Hunkerbunker in verticale vorm als metafoor voor de stad. Ik schreef alle 165 woningen aan met een briefje in hun brievenbus: wie bent u, wat doet u en hoe kijkt u tegen deze tijd aan? Van de 45 huishoudens die hadden gereageerd, selecteerde ik er 16. Hoofdpersoon werd mevrouw Gerarda “Gerrie” van Nimwegen die toen 106 was en de enige nog in leven zijnde oorspronkelijke bewoner van de Hunkerbunker. Haar verhaal werd de rode draad van mijn film… uit haar mond ontrolde de geschiedenis van Rotterdam, van de Spaanse griep tot het inter- bellum, van het bombardement op de stad, de oorlogsjaren tot de wederopbouw, van de inter- nationalisering van onze stad tot aan Covid-19…’ De film Berichten uit de Hunkerbunker gaat op 26 januari 2024 in première op het IFFR. Als ik de film dezelfde avond na ons gesprek bekijk, slik ik met vochtige ogen brokken verdriet weg. De film eindigt met twee parende zwanen tijdens een regenbui. De stem van Carl Maria von Weber, ondersteund door het Berliner Männerchor, maakt het beeld compleet. Ich weiss nicht, was soll es bedeuten. Een titel, een zin, die alles zegt over het menselijk bestaan waarover de kunstenaar waakt, omdat hij/zij de
verantwoordelijkheid draagt om de tijdsgeest in iedere (on)denkbare vorm vast te leggen, steeds weer op zoek naar dat éne moment dat zich altijd in de schaduw van het onvoorspelbare aandient, en wij, stervelingen van vlees en bloed, hebben geen idee wat het allemaal betekent waarmee we op onze beurt recht doen aan de afsluitende zinnen die in de negentiende eeuw uit de pen van de Duitse componist Friedrich Sicher rolde (ich weiss nicht, was soll es bedeuten), omdat onwetendheid van alle tijden is. Al met al is Berichten uit de Hunker- bunker een monumentale en ontroerende documentaire geworden die mede tot stand kwam door toedoen van… Kees van Steensel. Carel vertelt: Een film maken kost veel geld en dús ben je af - hankelijk van omroepen, fondsen en mecenas- sen. Gelukkig leven we in een land, en Rotterdam in het bijzonder, dat vele mensen en stichtingen kent die de kunst een warm hart toedragen. Jos Baeten, directeur van a.s.r. verzekeringen, zelf ook een enthousiast foto- graaf, bracht mij in contact met Kees van Steensel die geen seconde weigerde om deze film te ondersteunen. Ik ben mensen als Jos en Kees ontzettend dankbaar…’ De ultrabescheiden en zichtbaar ontroerde Kees wuift alle complimenten weg. Zo kennen we hem en zo is hij op zijn best. Een bouwvakker die met de riempjes van zijn helm stoeit. Een politieagent geeuwt. Een bellende jonge moeder achter een kinder- wagen. Een gemeentewerker in een oranje hesje met rastahaar. De op een vrouw lijkende man die zijn hondje uitlaat. Drie mannen op een buitenterras die opstaan en elkaar dankend omhelzen.
240
241
Made with FlippingBook flipbook maker